Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Het Steen of Rubenskasteel (ID: 40991)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De inplanting van dit omgrachte domein in een meander van de Baerbeek, in de nabijheid van de Zenne en halverwege Brussel en Mechelen zou wijzen op een zeer oude site, deel uitmakend van de defensielijn van Brabant.

Heren van "Elewite" en Wilre werden vermeld vanaf de 13de eeuw; begin 14de eeuw wordt "de Lapide" of "van den Steen" gevoegd bij de naam van Arnoldus van Wilre, waardoor hij vaak als bouwer en op zijn minst als bewoner van het Steen wordt beschouwd.

De benaming "Steen" zou verwijzen naar een tot begin 18de eeuw vermelde vierkante "stenen" toren.

Defensieve en militaire rol tijdens de hele feodaliteit, versoepeld vanaf de 15de eeuw en opnieuw benadrukt tijdens de godsdienstoorlogen bij de belegering van Mechelen (1585) door Carondelet.

Verkoop van het vrij geteisterde domein in 1622; nieuwe eigenaars, van 1635 af, werden P.P. Rubens en H. Fourment die het naar de heersende mode, als buitenverblijf wensten te gebruiken en het ook daartoe lieten aanpassen en nieuw inrichten. Na Rubens' dood (1640) ging het via het tweede huwelijk van H. Fourment over op de Bergeycks de Broeckhoven die het Steen sporadisch betrokken. Nieuwe verkoop van het inmiddels verruimde domein in 1672. Afwisselende eigenaars in de loop van de 18de eeuw, onder meer de voor de bouwgeschiedenis belangrijke Albertina F. Wynants die het Gastenkwartier liet bouwen (1754 en volgende). Na haar dood (1771) werd het ensemble in 1773 aangekocht door de hofarchitect L.B. Dewez die aldus in de buurt van zijn nieuwe werf, de gevangenis te Vilvoorde, kwam wonen.

Het Steen werd geplunderd tijdens de Franse Revolutie; in de loop van de 19de eeuw kwam het in het bezit van de familie C.W. Coppens uit Gent; op hun initiatief werd het kasteel vergroot en gerestaureerd onder leiding van architect Carpentier (1867-1875). De nieuwe eigenaar van begin 20ste eeuw, Senator de Becker-Remy liet nogmaals aanpassen en restaureren, onder meer de brug, het neerhof..., onder leiding van architect Chrétien Guillaume Veraart.

Het verlaten Steen werd tijdens Wereldoorlog II tijdelijk gebruikt door verschillende troepen en gehavend achtergelaten. Vanaf 1955 werd het geleidelijk opnieuw hersteld en gerestaureerd door de huidige eigenaars.

In zijn huidige vorm, omgracht L-vormig gebouw met tuin, verbonden met het ten noorden ingeplant neerhof door middel van een boogbrug uit de 17de eeuw(?), de leeuwen van de brugpijlers daterend van circa 1913.

Noordgevel van veertien traveeën en twee ongelijke bouwlagen onder zadeldaken tussen trapgevels, gemarkeerd door een hoger poortgebouw; een travee en drie bouwlagen onder steil zadeldak, zijtrapgevels. Zandstenen onderbouw, segmentboogvormige muuropening met ingediepte spitsboogpoort en sporen van het vroegere valhek en de kettingen van de vroegere ophaalbrug; houten barokmakelaar gedateerd 1651 (Broeckhoven Fourment). Erboven, een spitsboognis met ingeschreven driepasmotief. Onderaan, schietgaten (kruisboogtype) wijzend op een oude kern. Bak- en zandstenen bovenverdieping in traditionele stijl (16de eeuw?); klooster- en kruiskozijn onder een ontlastingsboog van een streklaag met zandstenen sluitsteen; dakvenster met trapgeveltje en overhoeks topstuk.

De rechtervleugel in traditionele stijl is gekenmerkt door zijn afgeschuinde sokkel en zijn met puilijst afgelijnd met een geprofileerde puilijst; bakstenen bovenbouw en kruis- en kloosterkozijnen, het geheel in een vrij geüniformeerd en gerestaureerd parement waarin mogelijke afwijkingen, bouwnaden... werden weggewerkt, wat ook de evaluatie bemoeilijkt.

De linker vleugel van oorspronkelijk één hoog was alleen voorzien van kleine rechthoekige muuropeningen.

Meer complexe tuingevel met toegevoegde bouwonderdelen met uitgesproken "neo-Vlaamse-renaissance-karakter".

Beter bewaarde baksteenpartijen in het semi-octogonaal traptorentje, ten dele ingebouwd door een bijbouw met poort en de bovengalerij (wapen Rubens - Coppens) met laat-gotische reminiscenties (achtergevel poortgebouw).

Ook de achtergevel werd grondig en vrij hard gerestaureerd, waardoor het gebouw nu een eerder historisch-documentaire waarde vertegenwoordigt dan wel een architecturale.

Binnenin resten nog elementen van de begin 17de-eeuwse inrichting uit Rubens' tijd, onder meer de barokschouw van de ontvangstzaal met Rubens' wapen en de verzen van Cats "Geen beter Gemack - / Als eygen dack / Oost West - Thuis best / Eygen heers - Is Gout weert / Isse kout - S'is bout /" en een rijke albasten schoorsteenmantel (tweede kwart 17de eeuw) in het aanpalende salon.

Werkkabinet met zogenaamd "Cordoba"-lederen behangsels en een beschilderd schouwstuk van de nu verweerde sluis op de Zenne, de zogenaamde "aercke van Weerde".

Grote monumentale neobarokke trap uit het eerste kwart van de 19de eeuw (Mechels werk). Rubens zou zijn werkplaats hebben ingericht op de bovenverdieping van het poortgebouw: grote schoorsteenmantel en houten zoldering op moer- en kinderbalken; vermelde laat-gotische galerij die aangenaam op de omgrachte tuin uitziet.

Tot de aanhorigheden uit Rubens' tijd horen een neerhof, het zogenaamd "Hof ten Attenvoorden" door hem aangekocht in 1638 en de watermolen op de Baerebeek.

Het neerhof, in U-vorm opgestelde aanhorigheden die het kasteel voorafgaan. Ten noordoosten, eenlaags woonhuis van vijf traveeën met zadeldak (leien) daterend uit de 18de eeuw en gerestaureerd einde 19de eeuw of begin 20ste eeuw. Traditionele bak- en zandsteenstijl, ook aangehouden voor de restauraties. Afgeschuinde plint, hoekkettingen, steigergaten en Vlaams venster met trapgeveltje. Gerestaureerde kruisvensters met dubbele ontlastingsboog en een rondboogdeur met uitstekende imposten en sluitsteen ingeschreven in een rechthoekige omlijsting bekroond met een bolkozijn.

Haakse noordwestvleugel met een verdieping en zadeldak (leien) gemarkeerd door een hoge toren met drie bouwlagen en een schilddak (leien); baksteenmetselwerk met gebruik van natuursteen voor de rondboogpoortomlijsting, de hoekstenen en steigergaten.

Ten westen, stalvleugel oorspronkelijk van breuksteen; zuidoostergevel met een kleine bakstenen verhoging, geritmeerd door rondboogdeuren in vlakke omlijstingen met kwartholle neg en met negblokken afgewerkte dakvensters in puntgeveltjes met vlechtingen en schouderstukken. Bakstenen achtergevel met toegevoegde muuropeningen op een breukstenen muurpand na. Zijgevel van breuksteen afgewerkt met trappen (vernieuwd) en bekroond met een klein geïncurveerd frontonnetje; twee garagepoorten in zandstenen omlijstingen en in de top, een slank rondboogvenster met imposten en sleutel.

Ten noorden van de toren, een lagere vleugel waarvan de achtergevel geritmeerd wordt door vier rondboogarcaden van baksteen, uit de 19de eeuw.

De tegenoverliggende vleugel met hoog zadeldak (kunstleien) is in de zijgevel gedateerd 1755 doch werd naderhand eveneens gerestaureerd en aangepast en heden zijn verbouwingswerken van het binnenhuis aan de gang. Zandsteenbouw met baksteenmetselwerk voor de later toegevoegde dakvensters. Niet oorspronkelijke kruisvensters en een rondboogdeur met imposten, sleutel, druiplijst en bovenlicht.

De laatste travee wordt ingenomen door een kapel verlicht in de oostzijpuntgevel door middel van vijf kleine vensters met een licht uitspringende omlijsting onder spiegelbooglatei en druiplijst; dezelfde gevel is voorzien van door schouderstukken geschraagde volutes en een topbekroning van volutes gedragen door drie trappen. Op nagenoeg dezelfde wijze opgevatte zuiderzijgevel met jaarsteen 1755; links wijzen sporen in het metselwerk op een gedichte poort (werd de omlijsting hergebruikt in de noordwestervleugel?).

Bron: De Maegd C. & Van Aerschot S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne

Relaties