Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel van Ham (ID: 41321)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Voormalige geïsoleerde ligging ten oosten van de kerk met aansluitend centrum. Uitlopend op de provinciale baan, dreef in grosso modo zuidwestelijke - noordoostelijke richting, lopend langs twee rechthoekige vijvers waarvan de tweede, nog bestaande, paalde aan de grote rechthoekige omgrachting die het domein en het jachtpaviljoen (ten noordoosten) omsloot en waarin het nogmaals omgrachte kasteel met neerhof (zuidwesten) en vijver (noordoosten) nagenoeg centraal werd ingeplant.

In noordoostelijke richting sloot hierbij nog minstens een vijver aan, de zogenaamde "Damvijver", die nu al enige tijd geleidelijk wordt gedempt en opgevuld. Voorts resten alleen sporen van de grote omgrachting en ook de vijver bij de baan werd gedempt in 1957.

Het domein met aangrenzend ommuurd rentmeestershuis uit de tweede helft van de 19de eeuw (hoek Bruyneelstraat) werd verkaveld in 1957 en vrij dicht bebouwd; hierdoor verdween het afgelegen karakter van het kasteel en zijn vroeger verdedigingssysteem dat vernuftig gebruik maakte van het terrein en de diverse beekjes en bronnen.

Het sinds de Tweede Wereldoorlog verlaten gebouw en circa 4 ha van het domein werden in 1964 aangekocht door het Ministerie van Nederlandse Cultuur en sindsdien gerestaureerd en aangepast als conferentie-oord.

Bestaand waterslot, opgetrokken door Philippe Hinckaert tussen 1490 en 1505 (zie archiefstukken) als vervanging van een vroegere burcht die vermoedelijk meer zuidwestwaarts was ingeplant.

Rechthoekig massief in plaatselijke zandsteenbouw, geflankeerd door vier hoektorens en een vijfde middentoren in de zuidwestgevel. Gravures uit de 17de en het begin van de 18de eeuw vertonen nog een gesloten, weerbaar gebouw met contrasterende elegante bedaking bestaande uit een hoog schilddak met peperbusachtige dakruiter omringd met rijzige kegeldaken. Ophaalbrug tussen kasteel en U-vormig neerhof dat zelf geen vaste brug bezat. Teksten uit de 17de eeuw vermelden een vergroting en verfraaiing door de toenmalige heren Cotereau, wat overeenstemt met de bouwtrant der éénlaagse vleugels onder gebogen zadeldaken met afgewolfde uiteinden en markerende hoektorentjes onder zadeldaken; fraaie barokke korfbooginrijpoort met rijke geblokte omlijsting, wapen der Cotereau's, hun leus "Soli Deo Gloria" en het jaartal 1648.

Aanpassingen van circa midden 18de eeuw om het middeleeuws burchtkarakter te doorbreken en het geheel aan te passen aan de toenmalige normen voor betere bewoonbaarheid: middentoren verrijkt met een rocaille poortrisaliet van arduin met wapen van Elisabeth C. de Groesbeeck (bewoner van 1758 tot 1783) en bekronend bel-etage deurvenster; vermoedelijke vergroting van de vensters; vervanging van de ophaalbrug door een sierlijke vaste brug uitlopend op een verbredende afgeronde stuctrap, oorspronkelijk geflankeerd door siervazen.

Het gedeelte in de as van deze trap en middenrisaliet werd in de zuidoostelijke neerhofvleugel weggebroken en vervangen door een lage haag en een gesmeed ijzeren hek, zodat het staatsieplein behoorlijk werd opengewerkt en het kasteel frontaal kon worden benaderd.

Uit dezelfde tijd (tweede helft 18de eeuw) dateren wellicht ook een aantal aanpassingen en verfraaiingen van het interieur: de houten rocaille staatsietrap, een paar marmeren schouwmantels en het tot circa 1960 behouden papieren behang met chinoiserieën van de zogenaamde ridderzaal; tot circa 1960 bleven ook een paar slaapkamerinrichtingen bewaard met de nodige alkoven en wandkasten.

De volgende eigenaars van 19de-20ste eeuw, de de Croix zouden alleen een paar deurvensters met sobere balkons hebben aangebracht.

Tot de Tweede Wereldoorlog was het kasteel bewoond, onder meer door de Oostenrijkse keizerlijke familie in ballingschap; nadien stond het leeg en verviel tot 1964. Ook de aanhorigheden werden inmiddels bouwvallig.

In 1942 werd het volledig gebint gedemonteerd door de Duitse troepen (genummerde onderdelen bewaard in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel?), het gebouw verlaagd en voorlopig afgedekt met een plat dak (nabijheid van luchthaven te Melsbroek).

1968 begon de restauratie onder leiding van het architectenbureau Devos en Kint: het gebouw werd opnieuw tot op kroonlijsthoogte gebracht maar de bedaking kon niet worden gereconstrueerd omwille van de nabijheid van de luchthaven te Zaventem.

Binnenin werden de hoofdelementen van constructie en stoffering behouden maar ingepast in de nieuwe inrichting die grotendeels de oorspronkelijke plattegrond volgt.

De gewelfde kelders werden ingericht als bar. De bouwvallige neerhofgebouwen werden deels hersteld en deels onderstut door betonnen pijlers om als overdekte ruimten te worden gebruikt.

In de vroegere "conciërgerie", bij de barokpoort werd een volledig nieuwe betonnen structuur ingewerkt.

De uitgevoerde restauratie was een eerste fase van een grootser plan met aanvullende nieuwbouw in te planten op het grasveld voor de midden 18de-eeuwse ingang.

Zandstenen gebouwtje met poorttoren in neotraditionele stijl met barok inslag, gedateerd 1924, opgetrokken met hergebruikte bouwonderdelen, onder meer een barokke deuromlijsting met jaartal 1755, waaronder sommige, naar verluidt, zouden afkomstig zijn van de toen afgebroken aanhorigheden van het Beaulieukasteel te Machelen.

In de doorgang, links, renaissance getinte grafsteen van Charles Lafontaine (+ 1624) en zijn echtgenote (+ 1607).

Bron: De Maegd C. & Van Aerschot S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne

Aanvullende informatie

Volgens een artikel van F. Doperé is de oorspronkelijke kern van het kasteel van 1400-1420.

  • DOPERÉ, F., Steenokkerzeel, Het Hamkasteel. Uitzonderlijk type van middeleeuwse woontoren met hoektorens, in Brabantse bouwmeesters: Gotiek in Vilvoorde en omgeving, Provincie Vlaams-Brabant, pp. 26-30.

Hap, Stefanie (13-06-2013 )

Relaties