is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Samenstel van stenen trappen naar de Zeedijk
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als beschermd monument Samenstel van stenen trappen naar de Zeedijk
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Drie stenen trappen: Bakkerstraattrap, Kerkstraat
Deze vaststelling was geldig van tot
Drie hardstenen trappen, die dateren uit het laatste kwart van de 19de eeuw tot het interbellum, verbinden de Zeedijk van Blankenberge met respectievelijk de Weststraat, Bakkersstraat en Kerkstraat. De monumentale constructies met neoklassieke vormgeving illustreren de ontwikkeling van Blankenberge van vissersdorp tot luxueuze badplaats. Ze kaderen ook binnen de aanleg en geleidelijke verstening van de Zeedijk.
In het midden van de 19de eeuw ontwikkelde het duinengebied van Blankenberge zich tot een dijk. Eerst werd er in 1840 een houten loopplank aangelegd tussen twee van de toen vijf bestaande houten trappen. Deze loopplank verbond de toenmalige houten Kerkstraattrap met die van de Weststraat. Stelselmatig werd de promenade versteend en verlengd. Men besloot ook om enkele van de trappen te vervangen door een stenen exemplaar. In 1855 werd de Kerkstraattrap vervangen door een constructie in blauwe hardsteen. De trappen van de Bakkersstraat en Weststraat volgden in 1856-1857. De andere trappen werden rond 1880 bij de uitbouw van de Zeedijk vervangen door hellingen.
In september 1879 meldde de pers de bouw van een nieuwe monumentale trap ter vervanging van de Weststraattrap. De nieuwe brede hardstenen trap, met op het niveau van de Zeedijk een hardstenen balustrade en metalen hekwerk, was naar verluidt een ontwerp van C. Poupaert (Brugge). De trap kon vanaf eind juli 1880 in gebruik genomen worden. Volgens bronnen was de trap eind 1881 echter nog niet afgewerkt en werd er aangedrongen op een snelle voltooiing.
Ook de twee andere stenen trappen bevonden zich in slechte staat en waren niet meer aangepast aan de toenmalige noden. In 1894 werd een wedstrijd uitgeschreven voor de herbouw van deze trappen. De Blankenbergse architecten Alfons Neyrinck en Marcel Hoste maakte elk een project dat in 1896 aan de Brusselse architect Emile Hellemans werd voorgelegd ter beoordeling. Hellemans bracht hierop een kritisch verslag uit. Uiteindelijk gaf het schepencollege aan Hellemans de opdracht om zelf beide trappen te ontwerpen. De plannen werden in 1897 goedgekeurd. In eerste instantie werd de trap aan de Bakkersstraat aanbesteed. In 1899 voerde de Blankenbergse aannemer Frans Wybouw de werken uit naar het ontwerp van Hellemans. Een artikel uit 1899 benoemde deze trap als ‘Leeuwentrap’, gezien de gevleugelde leeuwen die de trap flankeren. Op historische postkaarten werd de trap aangeduid als ‘Escalier des boulangers’.
In functie van de vernieuwing van de trap aan de Kerkstraat werden op 26 mei 1899 de trap en een stuk wandelweg naar de Zeedijk overgedragen van de stad aan de Staat. De trap werd in 1900 gebouwd naar het ontwerp van Hellemans door de Blankenbergse aannemer Anselm Vernieuwe. Op historische postkaarten uit het eerste kwart van de 20ste eeuw werd deze trap aangeduid als ‘Le grand Escalier’, ‘Escalier Monumental’, maar ook ‘Escaliers des Lions’ of ‘Leeuwentrap’, aangezien deze trap aan de voet ervan gemarkeerd wordt met twee opvallende leeuwensculpturen.
De hardstenen trap aan de Weststraat werd in 1923-1924 vervangen door een tweevoudige trap met onderaan openbare toiletten naar ontwerp van J. Lamotte (Blankenberge). De hardstenen en metalen balustrade op het niveau van de Zeedijk bleef bewaard. De Weststraattrap werd in de jaren 1990 ingrijpend gerestaureerd. Het gebouw met de openbare toiletten werd toen bijna volledig gesloopt. De bestaande buitenmuren en keermuren bleven behouden. Ook rond 2007 en eind jaren 2010 volgden restauratiewerken. In 2026 wordt de Kerkstraattrap gerestaureerd.
De Weststraattrap uit de jaren 1920 naar ontwerp van J. Lamotte is opgevat als een hardstenen bordestrap in neoclassicistische stijl, bestaande uit twee parallelle steektrappen onderbroken door een breed bordes, voortgezet na een hoek van 90°. De twee trappen komen samen op één centraal bordes, dat toegang verleent tot de Zeedijk. Op het niveau van de Zeedijk is er een balustrade met balusters in blauwe hardsteen voorzien, opklimmend tot de bouwfase van 1880, met in het verlengde aan weerszijden een metalen hekwerk. De hardstenen trapleuningen zijn ter hoogte van de steken uitgewerkt met balusters en geritmeerd ter hoogte van de bordessen door middel van postamenten met vlakke casementen. De trappalen van beide parallelle steektrappen worden geaccentueerd door een flankerende voluut en bekronende bolvormige topvaas. Langs de buitenzijde van de trap zijn buisleuningen in mangaanmessing aangebracht. Onder de trap voorzag Lamotte een gebouw met openbare toiletten. Symmetrisch uitgewerkt gebouwtje waarvan de buitenmuren, net als de keermuren, afgewerkt zijn met witsteen, die heden voorzien is van een beschildering met schijnvoegen, in combinatie met zichtbare blauwe hardsteen voor onder meer de plint. De gevel wordt geopend door drie rechthoekige houten deuren met boogvormig bovenlicht, gevat in een omlijsting van blauwe hardsteen. Boven de centrale deur bevindt zich een oculus.
De Bakkersstraat- en Kerkstraattrap zijn ontwerpen van Emile Hellemans, respectievelijk uitgevoerd in 1899 en 1900. Het zijn rechte steektrappen met leuningen aan beide zijden, vormgeven in neoclassicistische stijl en uitgevoerd in blauwe hardsteen. Ook de wangen en keermuren van de trappen zijn afgewerkt met een bossage van blauwe hardsteen. De leuningen zijn ter hoogte van de steken uitgewerkt met balusters en aan de bordessen met borstweringen. De bovenste steek van de trappen is voorzien van volle wangen, bekroond met een afsluiting met balusters. Het geheel is telkens geritmeerd door postamenten met uitgewerkte kussens en bekronende bolvormige vazen.
Onderaan de Bakkerstraattrap worden de postamenten geflankeerd door decoratief uitgewerkte voluten die eindigen in een gestileerde leeuwenpoot met daarboven een groteske figuur en schelpmotieven. Halverwege de trap, aan de voorzijde van het bordes, markeren twee gevleugelde leeuwen met blind wapenschild de postamenten. Achter de leeuwensculpturen bevinden zich twee opvallende en uitzonderlijk bewaarde gietijzeren gaslantaarnpalen. De palen zijn uitgewerkt zuilen met bekronende adelaar, halverwege de schacht een dubbele scheepsboeg als kandelaber. De palen zijn zilvergrijs geschilderd en de oorspronkelijke glazen lantaarns zijn niet langer aanwezig. De trap werd meermaals hersteld. In het midden van de trap bevindt zich een recentere stalen leuning.
De Kerkstraattrap bevat twee bordessen. Vanaf het bovenste bordes zijn de leuningen en ornamenten uitgevoerd in kunststeen, wat ook voorkomt in de leuningen met balusters op het niveau van de Zeedijk. De trap kenmerkt zich door de leeuwensculpturen op de postamenten aan de voet van de trap. De monumentale leeuwen dragen een wapenschild. De trap was aanvankelijk ter hoogte van de bovenste bordessen versierd met vier gietijzeren lantaarnpalen met bekronende adelaars, vergelijkbaar met deze die nog aanwezig zijn bij de Bakkerstraattrap. In de keermuren is aan weerszijden van de trap een oculus uitgewerkt in blauwe hardsteen, voorzien van een omlijsting en florale decoratie met schelpmotieven. In het midden van de trap is ook hier een recente stalen leuning aanwezig.
Auteurs: Verhelst, Julie; Vanneste, Pol; Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)