Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Centraal Station, of Middenstatie (ID: 7051)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Modo Middenstatie. Begrensd door het Koningin Astridplein aan de noordzijde, Pelikaansstraat aan de westzijde en Dierentuin aan de oostzijde.

De eerste Belgische spoorlijn, het segment Brussel-Mechelen, werd ingehuldigd op 5 mei 1835; op 3 mei 1836 volgde het segment Mechelen-Antwerpen. Het allereerste station te Antwerpen, toen "Antwerpen-Oost", was niet meer dan een houten barak gelegen buiten de toenmalige vestingen aan het begin van de Carnotstraat. Toen in 1843 de Schelde-Rijn-spoorweg werd geopend, werd een bijkomend goederenstation opgetrokken aan de gedempte Ankerrui. In 1854 werd het oude reizigersstation vervangen, nog steeds door een houten station, ter plaatse van het huidige Koningin Astridplein en de doorgang in de stadswallen aan de Teniersplaats door een stadspoort. Kort na de ingebruikname van dit station, met name op 26 juni 1854, werd de lijn Antwerpen-Roosendaal-Moerdijk officieel ingehuldigd. Toen in 1859 werd besloten de Spaanse vestingen te slopen, waardoor de militaire erfdienstbaarheden vervielen, die het bouwen van constructies uit bestendige materialen in een zone van 585 meter rond de vestingwal verboden, overwoog men de bouw van een stenen station. Men besloot het nieuwe station op te richten op de plaats van het oude en de spoorwegbedding te verhogen. De uitvoering der werken dateert van 1895-05. In de loop der jaren werden een aantal wijzigingen aangebracht. Bij Koninklijk Besluit van 12 maart 1975 werden reizigersgebouw, spoorweghal, verhoogde berm tot juist voorbij de Lange Kievitsstraat als monument beschermd. Schade veroorzaakt door vliegende bommen en ernstige erosieverschijnselen van stenen en metalen onderdelen noopte tot restauratiewerken, die sedert 1987 in uitvoering zijn.

Het huidige Centraal Station bevat drie voorname onderdelen: het boven de grond verheven metselwerk waarop de spoorlijnen zijn gelegd, de overdekte spoorweghal voor aankomst en vertrek en het eigenlijke stationsgebouw met diensten en lokettenzaal.

De werken voor de ophoging van de spoorweg werden aangevat in 1895. Over een lengte van 1500 meter, met name van de De Keyserlei tot de Zurenborgstraat, werd een berm opgeworpen van 5,96 meter hoogte die naar de nieuwe vestingen toe geleidelijk tot op het grondpeil zou afzakken; ter hoogte van Ploegstraat, Lange Kievitsstraat, Plantin en Moretuslei, Provinciestraat en Arendsstraat werden stenen tunnels aangebracht en aan de Belgiëlei een metalen brugconstructie. Als gevolg hiervan diende men ook de ringspoorweg rond de stad op te hogen; deze was aangelegd in 1873 langsheen de nieuwe vestinggordel ter vervanging van vroegere verbindingen door bebouwde stadswijken. Ter hoogte van de Draakplaats werd een bogenviaduct van 75 meter gebouwd; dit gebeurde ook tussen de zogenaamde "Herentalse Poort" en de "Leopoldpoort", ongeveer ter hoogte van huidige Stenen Brug en Luitenant Naeyaertplein langsheen de Engelse Lei (Borgerhout), waar over een lengte van 850 meter een volledig met bogen opengewerkte structuur tot stand kwam. De ophogingswerken en bouw der viaducten worden toegeschreven aan ingenieur C. Van Bogaert in samenwerking met Jan Van Asperen.

Verhoogde bermen binnen de ringspoorweg "de Centers", aan weerszijde bekleed met velerlei kleurige steensoorten afkomstig van Belgische groeven, ter hoogte van de sporen afgezet met ijzeren of stenen leuningen en kunstig vermeerderd met torens, torentjes, sculpturen, smeedwerk en mozaïeken. De vele torentjes geven toegang tot de dwars onder de sporen doorlopende spaarvelden in het metselwerk der gewelven, die ten gevolge van de zware trillingen regelmatig moeten worden geschouwd.

Met de bouw van de overdekte spoorweghal werd eveneens in 1895 van start gegaan, en op 15 juli 1898 werden de nieuwe installaties ingewijd. Het ontwerp van de hal, wellicht ten onrechte toegeschreven aan Louis Delacenserie, is vermoedelijk ook van de hand van ingenieur C. Van Bogaert. De uitvoering ervan werd toevertrouwd aan de "Compagnie Centrale de Construction SA." van Haine St.-Pierre.

De hal is 185 meter lang, 64 meter breed en 44 meter hoog (nok). De basis van de tien sporen, aangelegd op 5,96 meter hoogte, wordt gevormd door een reeks overwelfde ruimten die zich uitstrekken tot aan de Lange Kievitsstraat; aan de kant van de Pelikaansstraat zijn deze ingericht als winkel- en dienstruimte, onder meer opslagplaatsen, vervoergangen voor bagage bij vertrek en aankomst (verbinding met de perrons via liften), besteldiensten, postsortering, reizigersuitgang, verwarmings- en verluchtingssysteem; de monumentale schouw aan de kant van de Dierentuin zorgde voor de afvoer van laatstgenoemde.

De metalen structuur der overkapping opgevuld met glaspanelen, bestaat uit vijftien overspanningen van 12 meter van as tot as en een zestiende overspanning voor de aansluiting met het reizigersgebouw; vanuit deze laatste overspanning vertrokken de inmiddels gesloopte hoektorens. Boogspanten samengesteld uit rechthoekige caissonbalken: driescharnierspanten met basisscharnieren op grondpeil en een verbindingsscharnier in de scheien, de basisscharnieren bestaande uit op elkaar geplaatste niet met elkaar verbonden stukken, waarvan de stalen schoenen vast geankerd zitten in betonnen voetstukken. Nok verhoogd met over de hele lengte doorlopende dakruiter, waarvan de jukken eveneens verbonden zijn door een scharnier; opengewerkte platen in verticale wanden voor stoomafvoer der locomotieven. Licht gekromde gewelfboog van het dak met aan weerszij grote steekkappen met ijzeren roedenverdeling.

Het uitspringende gedeelte van de hal vormt aan weerszijden een overdekte galerij, die, aan de kant van de Pelikaansstraat, over het voetpad heen loopt, en aan de binnenzijden van de hal perrons vormt langsheen de aanloop der gewelven. Talrijke loopbruggen met oog op onderhoud.

Naar de voorsteden toe wordt de hal afgesloten door een reusachtig glazen scherm opgehangen aan een metalen structuur, oorspronkelijk met een overdaad aan smeedijzeren versiersels en ranke metalen minaretten van 54 meter aan weerszijden. Tengevolge van roestaantasting dienden perronoverkapping en glazen scherm hoognodig hersteld. De twee eindbogen, die samen het glazen gordijn dragen, werden in oktober 1987 hydraulisch opgevijzeld voor demontage en vernieuwingswerken; het algemeen uitzicht van het glazen gordijn blijft bewaard doch van de voormalige rijkelijke versiering gaat heel wat teloor.

Monumentaal reizigersgebouw met lokettenzaal in eclectische, voornamelijk neobarokke stijl, ontworpen door Louis Delacenserie. Aanvang der werken in 1900-01, ruwbouw voltooid in 1904, inwijding op 15 juli 1905.

Rechthoekig gebouw van drie bouwlagen onder leien mansardedak met centrale koepel, verschillende torens met dakruiter en ijzeren vorstkam. Lange gevel van 77 meter aan Koningin Astridplein met postkantoor rechts, telegraafkantoor links, korte gevel van 66 meter tegenover de De Keyserlei; de lokettenzaal bevindt zich middenin het gebouw; ze vormt één enkele ruimte van op de vloer tot aan de meer dan 60 meter hoge glazen koepel. De schikking van de gelijkvloerse verdieping wordt herhaald op de hogere verdieping, die men bereikt via twee hoofdtrappen; op deze twee verdiepingen ingedeeld rondom de centrale patio bevinden zich de talrijke technische en administratieve diensten van de spoorwegen. Het niveauverschil van bijna 6 meter tussen reizigersgebouw en overdekte spoorweghal wordt opgevangen door vier traparmen.

Aan Koningin Astridplein en De Keyserlei vertoont het gebouw twee monumentale gevels. Het gedeelte dat uitziet op de Dierentuin is architectonisch minder verfijnd, terwijl de praal van de gevel aan de perronzijde aansluit bij de prachtig bewerkte muren van de grote hal.

Ruwbouw van massief metselwerk met hout- en betonstructuur voor de koepel. Voor de bekleding van de muren en de uitvoering van talrijke sierelementen werd voornamelijk gebruik gemaakt van natuursteen uit de groeven van Vinalmont, voor de dragende elementen van arduin. Daar de gebruikte Vinalmontsteen op vele plaatsen barsten en scheuren vertoonde, werden de meeste uitspringende delen zoals lijsten, torentjes en verschillende sierelementen, alsook delen van verguld metaal, die het gebouw aanvankelijk sierden, om veiligheidsredenen verwijderd.

Gevel aan Koningin Astridplein, gemarkeerd door een bogengalerij op de begane grond en twee octogonale torens aan weerszij van de voormalige halfcirkelvomige nis, die in 1960 vervangen werd door de huidige beglaasde partij; de torenwanden zijn uitgewerkt met nissen, de koepels(natuurstenen bekleding) met vensters en campanile in neobarokke stijl.

Gevel aan de De Keyserlei met kolossale geblokte rondboognis, uitgewerkt als een soort van triomfboog met opschrift "Middenstatie" in cartouche en bekronende balustrade. Binnenzijde boog met rondbogige toegang tot lokettenzaal, waarboven loggia en getraceerde waaier met uurwerk.

Rechthoekige en kruiskozijnen in natuurstenen omlijsting hetzij met pilasters, hetzij geriemd; aflijnende balustrades en frontons.

De intact bewaarde gevel aan Dierentuinzijde is een vereenvoudigde uitvoering van de gevel aan de De Keyserlei. Boven de rondboognis is een bogengalerij aangebracht, geflankeerd door twee hoektoerens.

De gevel aan de perronzijde telt één verdieping minder wegens de verhoging van de perrons. Symmetrisch opgebouwde gevel met neobarok, Palladiaans aandoend decor, met overdadige versiering in rijkelijke en kleurige, doch niet weerbestendige materialen, onder meer rode marmer. Centrale risalietvormende travee met leien koepel geflankeerd door een compositie van drie lagere traveeën met bekronende balustrade, een vooruitgeschoven, hoger opgaande traveeën met driezijdig fronton en topstukken, en een laatste gesloten travee, die aansluit bij de beglaasde zijwanden van de hal; het geheel, op de laatste travee na, overspannen door een waaier van glas en metaal, met onder meer cirkelvormig traceerwerk en florale smeedijzeren sierstukken, die de spoorweghal afsluit; een lagere, dieper liggende getraceerde boog, eveneens van glas en metaal vormt de achterwand van de lokettenzaal. Begane grond opengewerkt met galerij op zware pijlers, bovenbouw met loggia van rondbogen op gekoppelde Corinthische zuiltjes. Middelste travee met hoge rondbogige doorgang en dito nis met uurwerk in bewerkte omlijsting met acroterion, guirlandes en wapenschild van de stad Antwerpen in cartouche versierd met hoornen des overvloeds, drietanden en slangenstaven; datering Anno MCMV links en rechts.

Interieur: binnenmuren van de grote hal uitgewerkt als neobarokke gevels, die door het gebruik van gepolijst marmer in verschillende kleuren een monumentaal karakter verkrijgen. Overwegend rondboogvormige muuropeningen en nissen voorzien van bewerkte booglijst op colonnetten. Marmeren vloer in mozaïekpatroon. 60 meter hoge koepel geopend met getraceerde rondboogvensters, welfvlak verlevendigd met cassetten. Monumentale trap naar de perrons met aftakking links naar de voormalige wachtkamer derde klas, thans restaurant voor het in het gebouw tewerkgestelde NMBS-personeel, rechts naar de voormalige wachtkamer eerste en tweede klas, thans verbouwd tot buffet. Trap alleen nog gebruikt voor reizigers die van het perron komen; de toegang naar de perrons gebeurt via de roltrap rechts

De lokettenbureaus voor nationaal en internationaal verkeer werden in 1962 samengevoegd tot een neutrale glazen wand aan de kant van het plein.

  • Antwerpen op het spoor, Antwerpen, 1986.
  • Artikels in Gazet van Antwerpen.

  • BROOS M.C.J., De geschiedenis van de spoorwegen te Antwerpen (Antwerpen, XXX, nr. 4, december 1984, p. 145-155).
  • DE SOMER P. en DE SMET G., Het Centraal Station van Antwerpen, een levend monument (Begeleidende publicatie bij de tentoonstelling in het Jordaenshuis, Stedelijke Dienst voor Monumentenzorg te Antwerpen, 4 oktober 1986 - 26 oktober 1986).
  • STINISSEN J., Antwerpen en zijne wereldsche gebouwen, p. 48-51.
  • VERHAEGEN D., Le bâtiment des voyageurs du chemin de fer en Belgique en plus spécialement à Anvers et à Tournai (licentiaatsverhandeling U.C.L., 1976, p. 137-202).
  • VERHAEGEN D., Het centraal station van Antwerpen (Gemeentekrediet van België, XXXII, nr. 125, juli 1978, p. 195-206).
  • WERBROUCK J., Antwerpen centraal problematiek van een monument (Eindscriptie 5de architectuur HSLIG, 1982).
  • L'Emulation, 1906, pln. 25 tot 34.

Bron: Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Plomteux, Greet & Steyaert, Rita

Relaties