Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel Koude Keuken (ID: 75145)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Zandstraat nummer 272. Kasteel "Koude Keuken", toegankelijk via een lange dubbele dreef van rode eik en een onder- en randbeplanting. Dreef leidt naar toegang gevormd door een stenen poort geflankeerd door de vroegere conciërgewoning. Kasteel, nu in gebruik als restaurant, centraal gelegen in een park en omgeven door een omwalling.

A. Historische achtergrond

1369: aanduiding van een leengoed van de Burg van Brugge. Het had een uitgestrektheid van 50 gemeten.

1435: vermelding als "’t goed Ter Straeten".

1530: vermelding van "Coudekeuken" of "goed ter Coudekeuckene".

1641: in Sanderus wordt het vermeld als "Noortvelde". Op de gravure zien we de typische opper- en neerhofstructuur. Het kasteel gelegen binnen een ovale omwalling voorzien van een bakstenen muur voorzien van steunberen, is toegankelijk via een ophaalbrug die in verbinding staat met het toegangsgebouw. Het toegangsgebouw is tot op heden bewaard gebleven. Hoofdconstructie op rechthoekige plattegrond met imposante traptoren. In de voorgevel zit een renaissance-ingang. Links van het hoofdvolume duiventoren.

Ca. 1800: de site wordt op dezelfde manier weergegeven zoals bij Sanderus.

Circa 1900: door openbare verkoop eigendom van Jozef Kervyn de Lettenhove die architect Charles De Wulf (Brugge) de opdracht geeft voor een zogenaamde "restauratie". De oude constructie blijft hierbij gedeeltelijk behouden, onder meer het toegangsgebouw en ouder baksteenparement in de achtergevel. De hoofdconstructie krijgt een L-vormige plattegrond en wordt met een bouwlaag opgetrokken. Ook de traptoren wordt verhoogd.

Na de tweede wereldoorlog: het gemeentebestuur maakt van het domein een recreatiegebied en het kasteel wordt restaurant.

2004: verkoop van het stadseigendom aan privé-eigenaar.

B. Beschrijving gebouwen

Voormalig kasteeldomein bestaande uit het kasteel, een conciërgewoning, een toegangspoort, een omliggend park en voormalige hoevegebouwen.

De toegangspoort in het verlengde van de lange dreef die in verbinding staat met de Zandstraat. Brug over de deels verdwenen omwalling opgebouwd uit twee bakstenen muren onder bakstenen ezelsrug. Rondboogpoort met gedeeltelijk natuurstenen geblokte afgeschuinde dagkanten. Bekronende kapitelen en natuurstenen wapenschild. Links van toegangspoort diephuis afgewerkt met verankerde bakstenen puntgevel voorzien van muurvlechtingen. Geheel staat reeds afgebeeld op Sanderus (1641).

Conciërgewoning, rechts van de toegangspoort. Lage, verankerde baksteenbouw onder leien zadeldak doorbroken met pittoreske dakkapellen en dakvensters voorzien van trapgevel, al dan niet gevelbreed uitgewerkt. Verspringende zadeldaken gevat tussen trapgevels. Gevels opengewerkt met rechthoekige muuropeningen. Grote variatie in de afwerking van de muuropeningen. Benedenvensters met natuurstenen tussen- en bovendorpel. Top- of dakvensters met natuurstenen bolkozijn gevat in rondboognissen.

Kasteel met L-vormige plattegrond grotendeels tot stand gekomen circa 1900, doch met behoud van het ingangsgebouw en het aanpalend oostelijk gedeelte van de hoofdvleugel. Beiden staan reeds weergegeven bij Sanderus. Leien zadeldak wordt doorbroken met dakvensters voorzien van een getrapte top en pittoreske dakkapellen.

Verankerd, oranjebakstenen parement in combinatie met natuursteen voor onder meer de ornamentiek en de kruis- en bolkozijnen. Gevels zijn opengewerkt met rechthoekige vensteropeningen gevat in rondboognissen met afgeschuinde dagkanten en natuurstenen kruiskozijn. Ingang in natuurstenen omlijsting getypeerd door hogels, kruisbloem en pinakels ondergebracht in torenuitbouw met ingesnoerde naaldspits en bekronende smeedijzeren windvaan. Gaanderij met rondbogen, aanzettend op natuurstenen zuilen, waarboven balkon voorzien van een natuurstenen leuning opengewerkt met typische neogotische motieven. Tegen de achtergevel een twee bouwlagen hoge aanbouw rustend op twee natuurstenen zuilen. Bovenaan voorzien van een natuurstenen leuning opengewerkt met driepassen en visblazen.

Interieur. Grote zaal op begane grond met balkenzoldering opgebouwd uit moer- en kinderbalken. Eenvoudige geprofileerde balksleutels. Houten lambrisering en barokke schouw. Imposante bordestrap met balusterleuning. Kleiner salon met parketvloer en imposante barokke schouw. Groot salon aangekleed in neoclassicistische stijl met typische neo Lodewijk XVI-motieven.

Ingangsgebouw, reeds weergegeven bij A. Sanderus, op vierkante plattegrond. Leien zadeldak gevat tussen twee trapgevels. Verankerde baksteenbouw in combinatie met Gobertagensteen voor de basis. Op de hoeken uitkragende arkeltorentjes aanzettend op natuurstenen consoles en verlevendigd met natuurstenen maaswerk. In de oostgevel zit een gedichte korfboogingang in een rechthoekige natuurstenen geblokte nis met aan weerszijden een kijksleuf. Rechts ervan rechthoekige muuropening met natuurstenen bolkozijn in nis met gekoppelde spitsboogjes. Tegen de zuidgevel sporen van een veelzijdig traptorentje. In de westgevel een dichtgemetselde korfboogopening met afgeschuinde dagkanten. Op de verdieping is elke gevel opengewerkt met een rechthoekige muuropening, voorzien van afgeschuinde dagkanten en een natuurstenen kruiskozijn.

C. Beschrijving park

De algemene structuur van de grote toegangsdreef en het dubbele grachtenstelsel rond het kasteel, zoals zichtbaar op een figuratieve historische kaart van 1800 (Rijskarchief Brugge, Fonds Mestdagh nr. 1384), en latere kaartdocumenten zijn nog steeds herkenbaar en afleesbaar op het terrein. Samen met de parkaankleding zorgen ze voor het historisch omgevingskader van dit kasteel.

Uit het onderzoek van kadastrale gegevens blijkt dat de percelen tussen de binnenste en de buitenste ringgrachten aanvankelijk een gebruik als "boomgaard", "tuin" of "plaats" hadden; het perceel ten zuidwesten van het domein werd aangeduid als "bos". Pas in 1970 worden deze percelen verenigd met een gebruik als "park", alhoewel kaartdocumenten van vóór 1970 (kaart 13.1.5 Brugge, St-Andries, uitgegeven door Ministerie openbare werken in 1961, terreinsituatie 1958) reeds wijzen op de aanwezige parkaanleg. Ook de ouderdom van de bomen geeft aan dat de omgeving reeds langere tijd, wellicht voor de tweede wereldoorlog, reeds als park in gebruik was.

De toegangsdreef wordt gevormd door een dubbele rij beuken aan weerskanten van de rijweg. Eenmaal voorbij de toegangspoort heeft men aan de linkerzijde een grasveld, en verderop aan de rechterzijde de parking waar enkele solitaire linden staan.

Het grasveld vóór het kasteel wordt omzoomd door een gordel van struiken en opgaande bomen, maar de solitaire zomereik en linde vormen de blikvangers in deze open ruimte. Door een bosje van enkele naaldbomen vlakbij het kasteel zelf, is het niet onmiddellijk zichtbaar vanaf dit grasperk.

Rond de eerste ringgracht staan er op regelmatige afstand zomereiken die, in combinatie met struiken, het kasteel visueel afschermen van de omgeving, het landschappelijk inkaderen, én de grachtstructuur accentueren.

Tussen de beide grachten ligt er een grasveld waarin verspreid solitaire en ook kleine bomengroepjes voorkomen als onderdeel van de parkaanleg binnen de historische configuratie van de site. De aangewende soorten in dit park (begin bij parking in tegenwijzerzin): een hulst, een grote linde (als knotboom), enkele tamme kastanjes, enkele haagbeuken (knotvorm, kaphaag), een plataan, een majestueuze Amerikaanse eik, een abeel, enkele rode beuken, zomereiken, en tot slot vlakbij het brugje over de gracht opnieuw enkele haagbeuken als knotboom/kaphaag.

Op de uiterste tip tussen de twee grachten, staat een dicht struikmassief van voornamelijk rododendron, opslag van berk,…

Verder werden er nog een esdoorn, perelaar, en berk aangetroffen.

Verschillende parkelementen en structuren wijzen op stijlkenmerken van de landschapsstijl, die op de beperkte oppervlakte aangewend werden: nl. het geschulpte grasveld vóór het kasteel dat begrensd wordt door een kronkelende lijn gevormd door struiken en bomen, én het open grasveld achter het kasteel waar solitairen en bomengroepjes van dezelfde soort aangeplant werden.

Voormalige hoeve, thans in gebruik als jeugdatelier, bestaande uit losse bestanddelen. Boerenhuis op L-vormige plattegrond in vereenvoudigde historiserende stijl gebouwd circa 1900. Verankerde bakstenen witbeschilderd parement boven een zwart gepekte plint. Typerend gebruik van natuursteen voor de horizontale gevelbelijning, de bolkozijnen, de drielichten en geblokte omlijstingen van de muuropeningen.

Stallingen en schuur. Lage verankerde rode baksteenbouw. Bij de stallingen middenrisaliet voorzien van een puntgevel.

Bron: Gilté S. & Van Vlaenderen P. met medewerking van Vanwalleghem A. & Dendooven K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Andries, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL19, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Gilté, Stefanie & Van Vlaenderen, Patricia

Relaties