Deze pagina afdrukken

Onze-Lieve-Vrouwekerk, Lissewege

Onze-Lieve-Vrouwekerk, Lissewege

Onze-Lieve-Vrouwekerk, Lissewege

Onze-Lieve-Vrouwekerk, Lissewege

Onze-Lieve-Vrouwekerk, Lissewege

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Onze-Lieve-Vrouw Bezoekingskerk (ID: 79787)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

* Onder de Toren zonder nummer. Onze-Lieve-Vrouw Bezoekingskerk, parochiekerk van Lissewege. De toren is beschermd bij K.B. van 19/04/1937, de kerk bij K.B. van 22/09/1986.

Historiek.
De monumentale gotische kerk uit de 13de eeuw (circa 1225-1275) is een schoolvoorbeeld van de vroeggotische Vlaamse baksteengotiek. Het omringend kerkhof met een deels gekasseid, deels geasfalteerd omlopend kerkpad, is geflankeerd door leilinden. Het kerkhof is afgezet door een bakstenen muurtje onder ezelsrug.
De monumentaliteit van de kerk staat niet in verhouding tot het kleine polderdorp. Dit heeft wellicht te maken met de bedevaart vanaf het einde van de 12de eeuw voor het mirakelbeeld van Maria. Dit beeld werd ieder jaar door vissers rondgedragen op de Ommegang van Lissewege, Dudzele, Zuienkerke en Heist. Lissewege was tevens een stopplaats op weg naar Santiago de Compostella. Dit speelde ook een rol in het inzamelen van gelden voor de bouw van de kerk. De kerk is in twee fasen gebouwd. Koor, zijkoren en transept dateren uit het tweede kwart van de 13de eeuw, het schip en de westtoren uit de tweede helft van de 13de eeuw. Volgens sporen, teruggevonden in de 19de eeuw, zou het interieur met figuratieve beschilderingen zijn versierd.
De kerk wordt in 1586, tijdens de godsdienstoorlogen geteisterd door een brand. In 1613 wordt het koor hersteld en in 1616 het transept. De vlakke zolderingen boven schip en zijbeuken dateren van 1628, het koor en transept worden in 1644-1650 overwelfd door de Brugse meester-metselaar Gerard Coppet. In die periode krijgt het interieur een rijkelijke aankleding (onder meer orgel en preekstoel). In 1672 wordt de toren overwelfd.
In de 19de eeuw volgen enkele restauraties waarbij vele middeleeuwse bouwsporen verdwijnen. Na de verwijdering van de muurdecoratie wordt het baksteenmetselwerk ruw gelaten. Tijdens de eerste restauratiecampagne vanaf 1862 onder leiding van architect Pierre Buyck (Brugge) wordt het bovenste deel van de toren herbouwd (waarbij men sporen zou hebben gevonden van een vroegere spits) en het lessenaarsdak boven de zijbeuken vervangen door een platform. De westtraveeën worden herbouwd en de zijmuren van de zijbeuken vernieuwd, de westelijke vensters van de zijbeuken krijgen een ander uitzicht. In het transept worden restanten van 13de-eeuwse frescobeschildering blootgelegd.
Een tweede restauratiecampagne grijpt plaats tussen 1890 en 1912 onder leiding van architect August Van Assche (Gent). De hele kerk wordt ontpleisterd. In 1895 zijn de herstellingen aan koren en transept afgewerkt. Er wordt een sacristie aangebouwd. De dichtgemetselde triforia, transeptportalen en schouderbogen worden volledig vernieuwd. De sporen van fresco’s gaan tijdens de restauratie verloren. De gewelven van het hoofdkoor en het transept worden vervangen door kruisribgewelven, maar de 17de-eeuwse dakstoel blijft bewaard. De 17de-eeuwse aankleding wordt vervangen door een neogotisch interieur (altaren, glasramen, vloer).
In 1910-1912 laat architect A. Van Assche de hoofdbeuk restaureren. De blindnissen van de zijbeuken worden volledig vervangen. De vlakke zoldering wordt verhoogd zodat de bogen van de vensters helemaal vrijkomen.
In 1936 volgt de herstelling van de zijbeuken, onder meer de grotendeels vernielde blindnissen. Behalve een viertal bewaarde exemplaren worden alle kapitelen van de muurversiering vernieuwd. Uiteindelijk wordt ook het westportaal helemaal gerestaureerd.
In 1944 treffen enkele obussen de kerk, echter zonder veel schade aan te richten.
In 1972 restaureert architect Luc Dugardyn (Brugge) de toren. In de jaren 1990 worden de gevels gerestaureerd onder leiding van architect Antoine Dugardyn (Brugge).

Beschrijving.
Georiënteerde kruiskerk met basilicale opstand, gemarkeerd door een zware, vooruitspringende westtoren. Verankerde baksteenbouw onder leien bedakingen. De plattegrond ontvouwt een vierkante westtoren, een driebeukig schip met drie traveeën, een uitspringend transept met armen van één travee met vlakke afsluiting, een koor en twee zijkoren van resp. twee traveeën met zevenzijdige koorafsluiting en een travee met driezijdige koorsluiting. Een sacristie aan de zuidoostkant.

Verankerde baksteenbouw, opgetrokken met moefen gebakken in lokale steenbakkerijen. Daarnaast gebruik van Doornikse steen voor bepaalde onderdelen in het interieur, vooral in het koor (zuilen, bogen, triforium in het koor). De bouwonderdelen werden gekapt in de steengroeven en vanuit Doornik via de Schelde aangevoerd. Verder ging het via Damme, Brugge en het speciaal daartoe uitgegraven Lisseweegs Vaartje.

Vierkante westtoren in rode baksteenbouw boven een arduinen sokkel. De torenromp met overhoeks geplaatste, verjongende steunberen bestaat uit verschillende geledingen. Het spitsboogportaal van de westgevel met arduinen parement, vernieuwd circa 1936, heeft twee gekoppelde spitsboogpoorten en een boogveld onder een geprofileerde druiplijst met gestrekte uiteinden. De tweede geleding bestaat uit twee boven elkaar geplaatste drielichten gevat in een geprofileerde spitsboognis. De onderste geleding van de zuid- en noordzijde is opengewerkt met langgerekte, gekoppelde spitsboognissen. De geleding onder de galmgaten is versierd met twee boven elkaar geplaatste, blinde spitsboognisen die doorlopen over de steunberen. De boogvelden van de onderste rij zijn opengewerkt met gotisch maaswerk. Aan de westkant is een horloge in een zeshoekige omlijsting aangebracht. De klokkenverdieping wordt gemarkeerd door galmgaten met gekoppelde spitsboogopeningen met drielob en een vierpas in het boogveld, ingeschreven in een geprofileerde omlijsting. Aflijnende borstwering steunend op een spitsboogfries en op de hoeken aanzetten van achtkantige arkeltorentjes.
Traptoren in de oksel met de zuidbeuk en verwerkt in de zuidoostelijke steunbeer. Aan de voet van de zuidgevel staat een calvarie onder een houten luifel.
De noord- en zuidgevels van de lagere zijbeuken, onder lessenaarsdak, worden per twee traveeën geritmeerd door steunberen, eenvoudige geprofileerd spitsboogvenster. Boven het dak steken de lancetvensters van de middenbeuk.
Dwarsbeuken met kenmerkende tuitgevels en op de hoeken overhoeks geplaatste, verjongende steunberen. Bij het noordtransept staat op de noordoosthoek een ronde traptoren onder leien kegeldak. Arduinen lijsten markeren de verschillende geledingen. Portaal gevat in een arduinen, geprofileerde spitsboogopening met eenvoudige driepas in het boogveld. Daarboven drie spitsboogvensters en in de geveltop een drielicht onder ronde ontlastingsboog.
Het koor met zevenzijdige apsis en de twee kranskapellen, onder leien kegeldak, hebben een plint van veldsteen, waarschijnlijk afkomstig van een vorige kerk. De gevels worden geritmeerd door verjongende steunberen en eenvoudige spitsboogvensters. Arduinen lijsten markeren de geledingen.
Sacristie uit de 19de eeuw, gebouwd op de zuidoosthoek van het zuidelijk transept.

Interieur. Overwegend gebruik van rode baksteen voor het opgaand metselwerk, afgewisseld met Doornikse steen.
Benedenkerk met westtoren uit de tweede helft van de 13de eeuw.
In de westgevel van de toren steken het portaal en drielichten gevat in een diepe spitsboognis. Noordelijke en zuidelijke wand zijn eveneens opengewerkt met hoge, blinde spitsboognissen. Het kruisgewelf dateert van 1672. De toren staat in verbinding met de middenbeuk door middel van een hoge, geprofileerde spitsboogopening opgetrokken in Doornikse steen en baksteen.
Hoger opgaande middenbeuk van drie traveeën met houten, vlakke zoldering van 1628. Drieledige opstand. De spitse scheibogenarcade steunt op ronde, Doornikse zuilen en halfzuilen met knopkapitelen. Het blinde schijntriforium wordt gemarkeerd door een driepas in het boogveld steunend op driekwartzuiltjes met zandstenen (aan de noordkant) en terracotta (aan de zuidkant) knoppenkapiteel. Daarboven de vensterzone met voorgeplaatste loopgang. Vensternissen met spitsboogveld steunend op halfzuiltjes. De vensters zijn bekroond door een driepasboog rustend op zandstenen hoofdjes.
De wanden van de zijbeuken zijn onderaan versierd met een blinde spitsboogarcade steunend op driekwartzuiltjes met een knoppenkapiteel. Daarboven spitsboogvensters in een geprofileerde omlijsting afgewisseld met blindnissen. De vlakke, houten zoldering dateert eveneens van 1628.
Dwarsbeuk, koor van twee traveeën en diagonaal geplaatste zijkoortjes dateren uit het tweede kwart van de 13de eeuw. Vieringpijlers met knopkapitelen en scheibogen in Doornikse steen. De onderste geleding van transept en koor wordt gemarkeerd door een blinde gaanderij met arduinen schouderboogvormige omlijsting, rustend op driekwartzuiltjes met knopkapiteel. Daarboven de vensterzone met spitsboogvensters. Het triforium bestaat uit rondboogopeningen steunend op arduinen zuiltjes met knopkapiteel.
In de zuidelijke kruiskapel zit boven de ingang naar de sacristie de console versierd met het zogenaamd hoofd van "Baphometh" dat in verband wordt gebracht met de tempeliers.
De vloer met tegels in de vorm van een labyrint, is aangebracht in de 1890.
De bakstenen kruisribgewelven met witstenen sluitstenen dateren van 1644-1650.

Mobilair. De 17de-eeuwse aankleding werd in de 19de eeuw grotendeels vervangen door neogotische elementen.
In de noordelijke kruiskapel staat het gepolychromeerde beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lissewege. Het beeld is wellicht een kopie gemaakt in 1625 van het in 1586 door de geuzen vernielde mirakelbeeld.
De Lisseweegse meester-timmerman Walram Romboudt (1598-1668) maakt de orgelkast, het doksaal en preekstoel in laat-renaissancestijl. Het orgel met doksaal is in 1991 gerestaureerd. Eikenhouten kast, met datum 1652, is versierd met florale motieven, guirlandes en engelen blazend op een bazuin. Het huidige mechanisme dateert van 1808 en is ontworpen door de orgelbouwer Karel Van Peteghem (Gent). Eikenhouten preekstoel, zeshoekige kuip met engelenfiguren en afbeelding van de vier evangelisten met hun attributen.
Twee eikenhouten biechtstoelen (in de noord- en zuidbeuk) in rococostijl gemaakt door J. Van Quaillie (Brugge). Enkele schilderijen, onder meer De visitatie (1652) door Jacob van Oost de oudere, De verering van Sint-Jacob van Compostella (1665) door Jan Maes (Brugge), Christus aan het kruis (1713) door Marc van Duvenede (Brugge). Vensters met glas-in-lood, drie brandramen in het koor (1949) komen van de firma Crespin en Crickx (Brussel).

  • ARCHIEF ROHM WEST-VLAANDEREN, Monumenten en Landschappen, archief DW00235.
  • BALLEGEER J., De kerk van Lissewege, de Tempeliers, de Compagnons, 1998.
  • BALLEGEER J., Dan zullen de stenen spreken…, 1998.
  • BEERNAERT B., Een monumentale dorpskerk, in Lissewege & Ter Doest. Monnikenwerk. Geschiedenis van het witte dorp en zijn abdij, 2004, pagina's 22-25.
  • DESMEDT R., De kerk van Lissewege. Een bakstenen wonder, 2002.
  • DEVOS P., De toren van de Onze-Lieve-vrouwkerk te Lissewege, in Herwonnen schoonheid, 1975, pagina's 111-122.

Bron: Gilté S., Van Vlaenderen P. & Vanwalleghem, A. met medewerking van Dendooven, K. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeenten Dudzele, Lissewege en Zeebrugge, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL25, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties