Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel van Wijnendale en Wijnendalebos (ID: 87491)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

* Oostendestraat nrs. 390-396. Kasteel van Wijnendale en Wijnendalebos.
Omwald kasteel, hoeve, paardenstallen en koetshuis met flankerende hoveniers- en koetsierswoning, ijskelder (cf. Fonteinstraat z.nr.), portierswoning en in het vierkant gebouwde omheiningsmuur met torens en poorten beschermd als monument bij B.V.E. van 22/09/1982; omgeving, beschermd als dorpsgezicht bij B.V.E. van 22/09/1982. De afbakening van het dorpsgezicht omvat grosso modo het gebied binnen de omheiningsmuur, en de ijskelder en het kapelletje van Wijnendale ten zuiden (cf. Fonteinpad z.nr.). Een deel van het dorpsgezicht en van de omheiningsmuur met torens is gelegen op grondgebied Ichtegem.

Historische kasteelsite ontstaan op de steile zuidelijke en westelijke rand van het 'plateau van Wijnendale', hoog gelegen ten opzichte van de omgeving. De site is gelegen aan de rand van het bij K.B van 30/04/1980 als landschap beschermde * Wijnendalebos. Dit is een groot aaneengesloten boscomplex van ca 280 ha, gelegen op het grondgebied van Ichtegem en Torhout. Door de geologische gelaagdheid en het reliëf zijn er diverse bronniveaus in het bos en de omgevende landbouwpercelen (cf. de Roopijpfontien op Ichtegem). Het bos gaat terug op het 'Verloren Cost'-bos dat tot in de 18de eeuw het genoemde plateau bedekt. Vanaf de late 18de eeuw wordt het gebied systematisch ontgonnen, waardoor de duidelijke dambordstructuur van het bos en de omgevende landbouwgronden, geaccentueerd door dreven, ontstaat. Deze evolutie is afleesbaar bij een vergelijking van de Ferrariskaart (1770-1778) en de Vander Maelenkaart (1846-1854): op laatst genoemde kaart in de noordelijke helft de meeste omzettingen naar landbouwgrond. Op de kaart van het Militair Cartografisch Instituut van 1861 is een netwerk van boswegen (enkel de grote assen met dreefbomen) volgens een geometrisch patroon aangeduid. In de tweede helft van de 19de eeuw en de 20ste eeuw opnieuw omzetting naar bos. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt een munitiedepot ingericht door de Duitsers cf. restanten van bunkers en gedeeltelijk verharde wegen. In 1983 koopt de Vlaamse Gemeenschap ongeveer 175 ha van het bos aan en stelt het gedeeltelijk open voor het publiek, de rest wordt beheerd als bosreservaat.
In het bos getuigen heel wat restanten van de zeer oude beheersvorm van het middelhoutbeheer, bestaande uit hakhout/ struiklaag en 'overstaanders' of opgaande bomen. Het bos kent een zeer grote floristische waarde door de 'oudbosplanten' en de vegetaties gebonden aan beekbrongebieden en beekdalen. Zeer gevarieerde plantengroei en boomsoorten met onder andere bosaardbei, valse salie, goudveil, zomereik, lork, esdoorn, Corsicaanse den en fijnspar.

Geschiedenis van de kasteelsite.

Het kasteel is in zijn huidige vorm grotendeels 19de-eeuws, doch gaat terug op een oude site. Tot op vandaag is geen systematisch archeologisch onderzoek gebeurd.

De geschiedenis van het "grafelijk slot van Wijnendale", gelegen in het uitgestrekte bosgebied op het zogenaamde "plateau van Wijnendale" gaat vermoedelijk terug tot 1085-1095, wanneer graaf Robrecht de Fries (1072-1093) er een (houten) burcht laat bouwen, bedoeld als residentie voor de graven bij de jaarmarkten van Torhout (11de-13de eeuw). Vermoedelijk betreft het een motteburcht met opperhof met ringgracht en een uitgebreid neerhof. Voor graaf Karel de Goede (1083-1127) is het een favoriet buitenverblijf. Ca. 1276-1278 laat graaf Gwijde van Dampierre (1226-1305) op dezelfde plaats een stenen gebouw optrekken. Volgens literatuur is het een omwalde, ronde burcht met elf halfronde torens en een zware toegangstoren. Is het kasteel tijdens de late 13de en de vroege 14de eeuw een belangrijke verblijfplaats voor de graven van Vlaanderen, in de loop van de 14de eeuw degradeert Wijnendale tot jachtslot, ten voordele van het kasteel van Male (Sint-Kruis, Brugge). De familie van Kleef, door huwelijk in bezit gekomen van het kasteel, laat medio 15de eeuw belangrijke herstellingswerken uitvoeren (mogelijk dateren elementen in de rechter vleugel nog uit deze periode). Daarop volgt een inrichting met kunstobjecten. Vanaf de 16de eeuw wordt het slot slechts sporadisch gebruikt waardoor het vervalt. Een ets van Jan Breughel (1612) en de gravure in Sanderus' "Flandria illustrata" (1641-1644, gebaseerd op tekening van Vedastus di Plouich) tonen een omwald kasteel, waarvan enkel de versterkte toegangspoort en de aanpalende rechter vleugel (noordoostelijke vleugel) bewoonbaar zijn, de rest van het kasteel is ruïneus. Drie 'donjons' domineren de binnenkoer, tevens afbeelding van een waterput. Sanderus toont ook het omwalde en ommuurde neerhof met stallingen, links en rechts geflankeerd door tuinen, ten zuiden en zuidwesten omhaagde weilanden met boomgaard (?) en ten noorden van het kasteel, bos. Na de godsdiensttroebelen vanaf 1566 brengen invallen en plunderingen in de loop van de 17de eeuw het slot verdere schade toe (grote impact van Franse troepen in de periode 1667-1680). Aanduiding als omwald kasteel en neerhof op de Ferrariskaart (1770-1778). Vanaf 1795 (Franse periode) wordt het slot van Wijnendale geplunderd. De aangeslagen goederen van de vroegere heerlijkheid worden tot ca. 1820 verpacht door de "Administratie van de Nationale Domeinen". Schetsen van ca. 1815 tonen een ruïneus omwald slot met deels bewaarde toegangsbrug en –poort, en noordoostelijke of rechter vleugel. In 1825 wordt het kasteel aangekocht door de "Société Lefebre-Dehults", een vereniging van vooraanstaande Belgische industriëlen. In het decennium vanaf 1825 wordt het bos van Wijnendale bijna volledig gekapt.
In 1833 komt het slot in het bezit van de Brusselse bankier Josse Pierre Matthieu (1784-1863) die samen met zijn zoon Joseph-Louis Jules het kasteel grotendeels herbouwt en inricht als buitenverblijf. In 1834-1852 worden de toegangspoort en de rechter vleugel, met nog belangrijke restanten van de 13de-eeuwse waterburcht hersteld en gedeeltelijk herbouwd (op de Atlas der Buurtwegen ca. 1846 nog de oude situatie). De linker vleugel wordt volledig herbouwd in 1854-1865 (cf. mutatieschets van 1861). In 1877-1878 laat Joseph-Louis Jules Matthieu (1822-1894) het kasteel uitbreiden en verfraaien door de Brusselse architect Felix Laureys. Deze ontwerpt een pseudo-middeleeuwse poorttoren met kantelen, breidt de rechter vleugel uit, onder meer met een donjon, en geeft het kasteel zijn huidig gotisch uitzicht. Het interieur wordt gedeeltelijk aangekleed met oude interieurelementen zoals 18de-eeuws goudlederbehang (herkomst onbekend). Het domein wordt omgeven door een vierkante bakstenen muur met middeleeuws ogende poorten, torentjes en kantelen.

Vanaf 1853 (jaartal vermeld in literatuur, wellicht gebaseerd op sluitsteen met inscriptie "J.P.M. 1853" in één van de gebouwen) wordt ook gestart met de bouw van een aantal nutsgebouwen. De L-vormige boerderij met rentmeesterswoning, stallingen, wagenhuis en schuur wordt volgens het kadaster gebouwd in 1857. De paardenstallen geflankeerd door hoveniers- (links) en koetsierswoning met symmetrische opbouw, komen voor het eerst voor op de mutatieschets van 1867. Deze schets toont ook een gedeeltelijke wijziging van het lanensysteem waarbij het kasteel op de verbinding Torhout-Wijnendale en zo op Torhout geaxeerd wordt en niet langer op Wijnendale ("Groene Plaets"), en de bouw van de portierswoning aan die laan. Een verdere wijziging van de lanen blijkt uit de vergelijking van de kaarten van het Militair Cartografisch Instituut van 1861 en 1883. De zogenaamde "muziekzaal" dateert volgens het kadaster van 1881.

Voorts bouwt de familie Matthieu ook een aantal gebouwen buiten de ommuring. De herberg "A la Belle Vue" met smidse (cf. Oostendestraat nrs. 345-347), gelegen aan de overzijde van de Oostendestraat, recht tegenover de monumentale poort, dateert volgens het kadaster van 1882. De huidige taverne "Heuvelhof" (nr. 394) is vermoedelijk te identificeren als de vroegere herberg "Den Hert" die zou teruggaan tot de vroege 17de eeuw (als dusdanig met losse bestanddelen aangeduid op de Ferrariskaart en de Atlas der Buurtwegen), gegrepen in een uitsparing in de ommuring van het domein.
De zogenaamde woning van de jachtmeester (cf. Fonteinpad nr. 2) en de ijskelder (cf. Fonteinpad z.nr.) dateren van 1867-1869 (cf. mutatieschets 1875). De oude kapel van Wijnendale (cf. Fonteinpad z.nr.) wordt vergroot ca. 1865. In het kasteel speelt zich in de meidagen van 1940 de definitieve breuk tussen koning Leopold III en de regering af. In 1982 bescherming van de site. In 1984-1988 wordt het voormalige slot gerestaureerd en de linker vleugel ingericht als museum. Tevens restauratiewerken aan de nutsgebouwen. In 1996 uitvoering van zwambestrijding in het kasteel. In 2005 dringende onderhoudswerken aan de boswachterswoning en de rentmeesterswoning, tevens dakwerken en restauratie van het buitenschrijnwerk van het kasteel. In 2006 worden door het stadsbestuur inrichtingswerken uitgevoerd in het kasteel en wordt de portierswoning gerestaureerd, cf. herinrichting van het museum "Kasteel Wijnendale" waarbij de portierswoning fungeert als bezoekerscentrum.

Beschrijving.

Het omwald kasteel is gelegen in de rechter benedenhoek binnen de ruime vierkante ommuring. Dit vierkant is doorsneden door een complexe structuur van kruisende lanen, onder meer de laan van de zuidoostelijke hoek naar de noordwestelijke hoek, waarop een laan - parallel met de noordmuur - vanaf de monumentale "Wijnendalepoort" aan de Oostendestraat aansluit, en een laan vanaf het Fonteinpad - parallel met de oostmuur -; de eerste en laatste laan kruisen elkaar niet, maar komen uit op het omwalde kasteel. Het kasteel is in de vorm van een omgekeerde T omgeven door begraasd weiland, deels met boomgaard. De zone ten noordoosten van het kasteel wordt ingenomen door een aantal nutsgebouwen (hoeve, rentmeesterswoning, de paardenstallen met koetshuis geflankeerd door de hovenierswoning en de koetsierswoning). De noordwestelijke en de noordelijke hoek van het vierkant zijn ingenomen door bos.
Dubbele toegangsdreef (mutatieschets 1867) in het zuidoosten vanuit de hoek Oostendestraat/ Fonteinpad (schamppalen, vier rijen beuken, naar verluidt oorspronkelijk olmen), geaxeerd op de rechte verbinding Torhout-Wijnendale. De hoek Oostendestraat/ Fonteinpad en de portierswoning zijn afgesloten met een sierlijk ijzeren hekken tussen gekanteelde arduinen zuilen. Tussen dit hekwerk en de rentmeesterswoning, afsluiting door progressief verlagende muur, lichte buiging volgt hier het tracé van de oorspronkelijke Oostendestraat (in de jaren 2000 verlegd). Ter hoogte van het met paardekastanjes aangeplante Fonteinpad wordt het domein afgesloten door een bemuurde wal, hier open zicht op het glooiend open landschap met weiden en boomgaard en het kasteel. Ter hoogte van de beschermde ijskelder en kapel leidt een lindenlaan (toegang via hekken) naar het kasteel. Meer naar het westen bevindt zich de zogenaamde "koeienpoort" een overwelfde doorgang naar de weiden, geaccentueerd door roodbakstenen muren onder ezelsrug (Vlaamse pannen), tussen hogere pilasters met (veld?)stenen top. Binnen de omheiningsmuur bevinden zich verder nog een moestuin, zaaibedden, kweekterreinen en de zuidgerichte halfronde druivenserre tegen een bakstenen muur in de glooiing van het terrein. De zuidwestelijke zijde van het domein is afgesloten door de nutsgebouwen. De noordoostelijke zijde, de noordelijke en westelijke zijde van het domein zijn afgesloten door hoge bakstenen muren (afdekking met Vlaamse pannen), met vier ronde hoektorens en twee toegangspoorten ter hoogte van de Oostendestraat, één sobere (dichtgemetselde) poort onder verhoogde muur, naar de nutsgebouwen en de monumentele "Wijnendalepoort" tot het bos in het noorden.
Monumentale "Wijndendalepoort" aan de Oostendestraat (ter hoogte van kruispunt met de Wijnendale-Stationsstraat). Roodbakstenen poortgebouw op vierkante plattegrond, uitkragende gekanteelde borstwering. Spitsbogige poortdoorgangen, aan de boszijde afgeronde hoeken. Aan de straatzijde, bossagewerk van blauwe hardsteen voor sokkel, hoekkettingen en poortomlijsting; lichtgleuven. Bewaard houtwerk van de poort met klinket, en van het links aansluitend poortje in de muur.
Hoektorens. Vier ronde 'jachttorens' met gekanteelde borstwering uitkragend boven spitsboog- of rondboogfries (oculi in het boogveld), en dubbele zaagtandfries. (Gedichte) lichtgleuven en rondboogdeuren aan de binnenzijde van de muur. Drie torens staan op grondgebied Ichtegem, waarvan één uitgewerkt als boswachterswoning. Portiers- of conciërgewoning (mutatieschets 1867). Lage rode baksteenbouw onder zadeldak (Vlaamse pannen, patroon van rode en blauwe pannen), getrapte zijgevels en dakkapel. Getoogde muuropeningen, bewaard wit en rood beschilderd houtwerk met kleine roedeverdeling en luiken. Aangebouwd oventje, kleine nutsgebouwtjes.

Omwald kasteel. Halfcirkelvormig kasteel met bebouwing grosso modo op de oostelijke zijde. De westelijke zijde is uitgewerkt met een lage veelzijdige muur met vier ronde hoektorens (mogelijk restant van de oude waterburcht cf. geelbakstenen basis) waardoor vanaf de binnenkoer openheid naar het weidelandschap ontstaat; steekbogige overwelving voor bootje. Rondom de wal, gietijzeren 'gekanteelde' paaltjes met kettingen. De bakstenen boogbrug leidt naar de centrale poorttoren, uitbouw van halfronde gekanteelde torens, gekasseid brugdek, ophaalbrug, klok. Imposante roodbakstenen poorttoren (1877-1878 door architect Felix Laureys) op rechthoekige plattegrond met afgeronde hoeken, drie bouwlagen met uitkragende mezekooi gedragen door getrapte kraagstenen van blauwe hardsteen. Poorttravee in dito steen: toegangspoort onder rollijst, waarboven wapenschild van de familie Matthieu, langgerekte spitsbogige vensternis onder hanekam, ingevuld met drieledige getraliede (kruis)vensters en borstwering. Flankerende venstertraveeën met drie boven elkaar geplaatste (kruis)vensters, voorzien van voorgeplaatst traliewerk.
De poorttoren wordt geflankeerd door de lagere linker en rechter vleugel onder leien zadeldaken met geknikte dakoverstek en dakkapellen met dakschild (de volledige bedaking van het kasteel is voorzien van ijzeren vorstkammen en topbekroningen); hoge getorste ronde en rechthoekige schoorstenen. De meerzijdige rechter vleugel (midden 19de eeuw heropgebouwd) van verankerde gele of witte baksteen gaat in kern terug op de oude waterburcht, de drie uitkragende (half)ronde hoektorens onder leien spitsen zijn als dusdanig herkenbaar op de gravure van Sanderus (1641-1644). Kelderverdieping in de linker travee met steekboog, verder sokkelvormend met kelderraampjes; licht getoogde muuropeningen onder strek, bewaard 19de-eeuws houtwerk met kruisindeling. De rechter vleugel wordt ter hoogte van de binnenkoer afgesloten door een deels met wingerd begroende roodbakstenen trapgevel geflankeerd door een dito ronde donjon met mezekooi en een ronde hoektoren met leien spits boven steekboogfries (1877-1878 door architect Felix Laureys). Donjon en trapgevel met (verspringende) lichtgleuven. Trapgevel met superposering van getoogde en rechthoekige muuropeningen verdiept in spitsboognis; balkon; spitsboogveld met natuurstenen invulling met wapenschild.
Roodbakstenen linker vleugel (gebouwd in 1854-1865) als herhaling van de oudere rechter vleugel, opgetrokken boven geel- of witbakstenen muurbasis (mogelijk restant van de oude waterburcht), ritmering van de meerzijdige gevel door twee ronde hoektorens. Licht getoogde muuropeningen, bewaard houtwerk. De linker vleugel loopt ter hoogte van de binnenkoer uit op een deels begroend roodbakstenen gekanteeld volume onder schilddak, geflankeerd door een ronde hoektoren met leien spits en rechts een hogere veelhoekige toren met gekanteelde borstwering, uitkragingen boven spitsboognis (vermoedelijk uit 1877-1878 door architect Felix Laureys). Herhaling van de lichtgleuven, de gesuperposeerde vensters en het balkon.
Ter hoogte van de binnenkoer, 19de-eeuwse roodbakstenen gevels met sierankers. Markerende kroonlijst op sierlijke arduinen klossen boven steekboogfries, sierlijke dakvensters onder zadeldak. Arduinen zuilengaanderij met steekbogen, met (gekoppelde) zuilen en pilasters met knoppenkapitelen en bekronende wapenschilden; doorgetrokken dito plint verlevendigd met vierpassen. Invulling van de gaanderij met ruime vensterpartijen en vleugeldeuren ter hoogte van de toegangspoort. Rechthoekige bovenvensters in geriemde arduinen omlijsting; doorgetrokken arduinen onderdorpels. Bewaard roodbeschilderd houtwerk met kruisindeling, bovenvensters met ijzeren balustrades.
De binnenkoer is deels gekasseid, deels grasplein met hagen, in de jaren 1970 aangelegd door de Nederlandse tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999).

Interieur. Onder de poorttoren (1877-1878), kelder met graatgewelven; gekasseide poortdoorgang met bakstenen tongewelf; tudorbogige poort naar de gaanderij, bewaard houtwerk geïnspireerd op middeleeuwse voorbeelden, gesculpteerde makelaar, verzorgd hang- en sluitwerk. Bepaalde elementen in de rechter vleugel gaan terug op de vroegere waterburcht: kelders met tongewelf, balkenlagen met moerbalken voorzien van laatgotische balksleutels (mogelijk inrichting familie van Kleef medio 15de eeuw). 19de-eeuwse interieurelementen omvatten onder meer gerecupereerd 18de-eeuws goudlederbehang, balkenlagen, trappenhal met neogotische trap en decoratief gebrandschilderd traplicht. De linker vleugel is ingericht als museum; op de begane grond keuken met brede schouwmond, troggewelven.

Roodbakstenen nutsgebouwen onder overkragende zadeldaken met windborden; bedaking in dambordpatroon van rode en blauwe mechanische pannen, bij de "Muziekzaal" Vlaamse pannen. Gekasseide erfoprit vanaf de Oostendestraat, gekasseid erf.
L-vormige boerderij (mutatieschets 1857) met rentmeesterswoning, paarden- en koeiestallen, wagenhuis en schuur. Begroende woning van twee bouwlagen onder schilddak met dakruiter en windwijzer. Aansluitende lagere vleugel met woon- of nutsgedeelte, stallingen en wagenhuis, dakoverstek onderbroken door laadluiken onder overkragende leien schilddaken (hijskast). Aansluitend haaks nutsgebouw en langsschuur. Rechthoekige en getoogde muuropeningen onder latei of strek; ook blindnissen. Bewaard roodbeschilderd houtwerk, bij het huis met kruisindeling en grote roedeverdeling. De stalling en de schuur hebben een erg gesloten karakter naar de Oostendestraat.
De lange paardenstallen met koetshuis worden geflankeerd door de haakse hoveniers- (links) en koetsierswoning (rechts) met symmetrische opbouw (mutatieschets van 1867), echter gesloten karakter naar de Oostendestraat. Paardenstallen met hoge rechthoekige en korfbogige koetspoorten, dakoverstek onderbroken door laadluiken onder overkragende leien schilddaken. Identieke woningen van twee bouwlagen, puntgevels met centrale venstertravee geflankerend door ronde hoektorens met leien spits boven steekboogfries, verzorgde schoorstenen. Bewaard roodbeschilderd houtwerk, bij de huizen met kruisindeling en kleine roedeverdeling.
De paardenstallen zijn overwelfd door bakstenen troggewelven, tevens bewaarde voederbakken.
De zogenaamde "Muziekzaal" (mutatieschets 1881) verderop langs de Oostendestraat, maakt deel uit van de omheining van het domein. Rode baksteenbouw onder zadeldak met dakoverstek en overkraging op houten korbelen. Bewaard 19de-eeuws houtwerk met grote roedeverdeling. Binnenin bewaarde Duitse muurschilderingen en opschriften uit de Tweede Wereldoorlog.
De taverne zogenaamd "Heuvelhof" (tot tien jaar geleden nog zogenaamd "Den Hert") is een witgeschilderde baksteenbouw van twee bouwlagen met overkragend zadeldak (Vlaamse pannen). Interieur met bewaarde 18de- of vroeg 19de-eeuwse schouwen.

ARCHIEF R-O WEST-VLAANDEREN – ONROEREND ERFGOED, W/00544 (kasteel en omgeving), W/00866 (landschap Wijnendalebos).
Archief R-O WEST-VLAANDEREN – ONROEREND ERFGOED, Fotoarchief.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Torhout, 1857/22, 1861/236, 1865/62, 1867/39, 1875/27, 1876/40, 1881/17, 1882/2.
ADRIAENS M., Wijnendaalse herbergen, in Carolus Bonus Heemkundige Kring Wijnendale, jg. 25, nrs. 3-4, 2003, p. 4.
BERGMANS A., KOLDEWEIJ E. Inventaris van het 17de- en 18de-eeuwse goudleder in Vlaanderen, in Monumenten en Landschappen, 11, 1992, nr. 6, p. 33-46.
CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 226-227.
HALEWYN R., Torhout in Oude Prentkaarten, Deel 1, Zaltbommel, 1979, prentbriefkaart nrs. 18, 19, 20.
HAELEWYN R., Slot en heerlijkheid van Wijnendale, Torhout, 1959.
MESTDAGH M., Archief beelden Torhout, Gent, 2002, p.49-53.
MESTDAGH M., Gidsencursus Wijnendale, februari 2006, p. 19-33.
MESTDAGH M., Torhout 1750-1950, Brugge, 1989, p. 34-45.
MESTDAGH M., Torhout. De geschiedenis van een stad, Torhout, 2000, p. 22-25, 37, 40, 48-51, 56-58, 61, 172, 183.

Bron: Vanneste P. met medewerking van Moeykens S. & Callens T. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Torhout, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL28, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Vanneste, Pol

Relaties