Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel d'Aertrycke (ID: 87608)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Zeeweg nrs. 38, 40, 40A, 40B, 42. Zogenaamd "Kasteel d'Aertrycke" van ca. 1871, gelegen in het noorden van het huidige grondgebied van Torhout, voor 1976-1977 op grondgebied Aartrijke (Zedelgem). Voor de 19de eeuw betrof het een bosgebied aan de rand van kleine veldgebieden, op de zuidoostelijke helling van het 'plateau van Wijnendaele' en in de bovenloop van de Mouwbeek.
Het kasteel is gelegen te midden van een informeel landschapspark met toegangspoort, grote waterpartijen, bomen, heesters, lusvormige wandelpaden en plantsoenen. De nutsgebouwen zijn gegroepeerd ten zuiden van het kasteel, onder meer hoeve met duiventoren en tuinierswoning. Twee classicistisch geïnspireerde tuinpaviljoentjes die respectievelijk gebruikt werden als badhuis en aanlegplaats voor roeibootjes zijn bewaard. Het domein is ten westen toegankelijk via de "Wijnendaeledreef", een poort leidt hier naar de hoevegebouwen, met een afslag naar het kasteel. Deze dreef verbindt het kasteel met het gehucht en het * kasteel van Wijnendale (cf. Oostendestraat nrs. 390-396) en het station van Wijnendale (cf. Wijnendale-Stationsstraat). Ten oosten wordt het kasteelpark via een dreef verbonden met de Zeeweg.

Geschiedenis van de site.

De huidige site is op de Ferrariskaart (1770-1778) aangegeven als een grotendeels bebost gebied, deel uitmakend van de zogenaamde "Verloren Cost", een uitgebreid bos- en heidegebied ten noorden van Torhout. Het noordelijk deel is dan reeds als akkerland in gebruik. Enkele veldrestanten en één veldvijver ten noorden van het latere domein zijn nog aangeduid. Tussen 1770 en 1785 kopen Joseph en Eduard de Pottere d'Indoye uit Gent grote stukken van dit gebied op en starten met de ontginning ervan (rechte dreven, aanplanting van naaldbossen en inrichting voor landbouw).

Op de Ph. Vander Maelenkaart (1846-1854) zijn delen van het bos omgezet naar akkerland; ten noorden is het voormalig akkerland omgezet naar bos (onder meer rond kruisvormige dreven). Midden 19de eeuw laat de familie de Potter vanuit hun hoeve "Verloren Cost" (cf. Steenveldstraat nr. 23) een tweede verblijf bouwen op een verre uithoek langs de Zeeweg. Dit kasteel of landhuis zogenaamd "d'Aerdenhutte" is een laag en breed neogotisch gebouw met vierkante hoektorens en een spitse middentoren (cf. stereoscopische foto van 1863). Dit komt overeen met de mutatieschets van 1864 (nieuwe constructie door de Potter d'Indoye). De nutsgebouwen ('plaets', 'dierentuin', 'stal' en 'schuur' volgens het kadaster in 1864) worden in 1871 opgenomen in de nutsgebouwen van de Maere. Het betreft de huidige remise en de fazantenkwekerij.

Op de kaart van het Militair Cartografisch Instituut van 1861 is het "Chateau de Monsieur de Potter" reeds aangeduid, de begrenzing van het domein komt grosso modo overeen met de grenzen van het huidig kasteelpark. Het bos is behouden behalve in zuidoostelijke hoek waar het kasteeldomein zich ontwikkelt. Het kasteel wordt gebouwd in het zuiden nabij de "Wijnendaeledreef", ten noorden open graslanden, en verder een vijver bestaande uit één grote vijver en kleinere onderling verbonden vijvers.

In 1865, na het overlijden van Eduard de Potter, koopt August de Maere (1826-1900, het kadaster vermeldt soms bijkomend De Limnander als verwijzing naar diens vrouw), volksvertegenwoordiger en de geestelijke vader van de haven van Zeebrugge, 98 ha van het vroegere domein. In 1867 wordt de Maere in de adelstand verheven. In 1896 mag de Maere zich baron noemen, in 1897 krijgt hij de toelating om d'Aertrycke aan zijn naam toe te voegen.

In 1869-1871 wordt het "kasteel (de Maere) d'Aertrycke" gebouwd. Dit komt overeen met de mutatieschets van 1871 waarbij Camille Carel August de Maere (Gent) volgens het kadaster het kasteel volledig herbouwt (de nutsgebouwen blijven bewaard). In september 1869 wordt het bestaande landhuis afgebroken (de 'situatie voor' van de genoemde mutatieschets toont géén bebouwing). Het kasteel wordt gebouwd naar een ontwerp van architect Jozef-Henri Schadde (Antwerpen, 1818-1894). Alle houtsnijwerk (meubilair, lambrisering, trappen, beelden enz.) wordt vervaardigd door V. Verlinde (Torhout). Het kasteelpark met vijvers, tuinpriëlen en lusvormige wandellanen wordt ontworpen door tuinarchitect Louis Fuchs (Brussel, 1819-1904). Zowel Schadde als Fuchs behoren tot de top van de Vlaamse kasteeldomeinontwerpers.

Camille Carel August de Maere vraagt in december 1873 toestemming aan het gemeentebestuur van Aartrijke om een steenoven te bouwen. De bakstenen worden gebruikt voor de bouw van een deel van de (nuts)gebouwen op het kasteeldomein en in het park. In de literatuur worden een aantal nutsgebouwen genoemd… Kadasteronderzoek laat echter toe een aantal gebouwen ofwel vroeger (de remise, de fazantenkwekerij) ofwel later te situeren (de hoeve en de duiventoren volgens het kadaster pas in 1912 gebouwd, de tuinierswoning wordt in zijn huidige vorm pas in 1920 gebouwd). Het blijft wel mogelijk dat de "Wijnendaelepoort", de ommuurde moestuin met warme serres en druivenserres, de vijf tuinpaviljoentjes (waarvan er vandaag nog twee – kadastraal niet aangeduid - resten) rond deze periode gebouwd zijn.

De in 1883 herziene kaart van het Militair Cartografisch Instituut toont een totaal gewijzigd kasteeldomein tegenover de kaart van 1861. Dit kasteelpark volgens een 'landschappelijke ontwerpstijl' is grotendeels tot op heden bewaard. Ten noorden van het kasteel is een grillig gevormde grote vijver met lange noordelijke uitloper gegraven; ten zuiden van het kasteel zien we een boogvormige waterpartij die in westelijke richting uitloopt in het bos (wellicht een aftakking van de bovenloop van de Mouwbeek). Rond de nutsgebouwen ten zuidwesten van het kasteel zijn tuinen aangeduid en ten zuiden ervan een kleine boomgaard (nabij de "Wijnendaeledreef"), in het bos ook nog een stukje boomgaard. In het parkbos zijn nieuwe paden aangelegd volgens een kronkelend, lusvormig patroon; weinig open graslanden herkenbaar. In het noorden van het park komen vier paden samen op een rond kruispuntje.
Nieuwe bosaanplantingen in 1867-1868, 1878-1884, 1902-1904.
In 1890 bouwt de familie de Maere de ijskelder op het kasteeldomein. Nog in 1890 wordt de zogenaamde "Pachthoeve Lagrou" (cf. Steenveldstraat nr. 1/ Zeeweg/ Aartrijkestraat), in oorsprong een afhankelijkheid van het kasteel, gebouwd.
In 1896, bouw van de begrafeniskapel ten noorden van het kasteeldomein door Camille Carel August de Maere (cf. infra, Zeeweg z.nr.).
Blijkens de mutatieschets wordt in 1899 de remise vergroot door Camille Carel August de Maere (Gent) en wordt aansluitend de oranjerie gebouwd.

De in 1911 herziene kaart van het Militair Cartografisch Instituut toont een vergelijkbare situatie als in 1883, behalve de duidelijke open grasvelden rond het kasteel en de open ruimtes rond de paden; de boomgaard in het bos is uitgebreid. De begrafeniskapel ten noorden van het domein en de dreef er naar toe zijn duidelijk herkenbaar; een pad vanuit het park leidt naar deze dreef en kapel.
In 1912 wordt volgens het kadaster de hoeve en de duiventoren gebouwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt het kasteel gedeeltelijk geplunderd. Hierbij gaan de originele bouwplannen van het kasteel door architect Schadde verloren. Ook het interieur van het kasteel wordt sterk beschadigd, een aantal waardevolle interieurelementen verdwijnen. In 1920 wordt het kasteel en een deel van het parkdomein door Maximilien-Maurice de Maere verkocht aan het Amerikaanse Rode Kruis. Het kasteel wordt ingericht als revalidatiecentrum voor oorlogsgewonden. In 1921 koopt Bruggeling Achile Lemahieu het kasteel en kapt grote delen van het bos. In 1928 komt het kasteel opnieuw in handen van de familie de Maere d'Aertrycke.
De huidige tuinierswoning wordt volgens het kadaster in 1920 gebouwd, deze gaat echter terug op een oudere constructie van 1864.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het kasteel achtereenvolgens bezet door Belgische, Duitse en Canadese troepen. Door zijn ligging ongeveer 30 meter hoger dan de wijde omgeving vormt het kasteel ook een uitkijkpost voor vijandig luchtoffensief. In september 1944 ontsnapt het kasteel aan een volledige vernieling. Wel loopt de achterzijde van het kasteel grote schade op. Een V1-lanceerbasis wordt ingericht.
Op de kaart van het Nationaal Geografisch Instituut van 1969 zijn er opnieuw minder open plekken en corridors rond de paden en de vijver. De boomgaard achteraan is wellicht in verval of volledig verdwenen, en omgezet naar grasland; de tuin is omgezet naar boomgaard.
In 1990-1991 wordt het kasteel door de familie de Maere omgevormd tot een internationaal congrescentrum onder de naam "Kasteel d'Aertrycke". Het kasteel is ingericht als restaurant en achter de paardenstallen is een nieuw hotel gebouwd (mutatieschets 1996). Het park wordt door het provinciebestuur opengesteld als provinciaal domein (parking aangelegd langs Zeeweg en nieuwe toegang).

Beschrijving

Kasteelpark met ten noorden en ten zuiden een waterpartij. De noordelijke waterpartij is zeer breed uitgewerkt met armen in noordelijke en westelijke richting, met boothuis (cf. infra) in oever ingewerkt. Op een zichtas met het kasteel is ook een 'kijkheuvel' gepositioneerd. De zuidelijke waterpartij is opgebouwd rond de bovenloop van Mouwbeek: aanvankelijk is ze smal en klein, zelfs met watervalletje gecreëerd door rotsmassiefje, verderop nabij het kasteel smalle en bochtige vormgeving, paviljoen aan de oever (cf. infra).
Lusvormig padennetwerk cf. 19de-eeuwse aanleg. In het noorden leidt één pad tot buiten het domein naar de begraafkapel van de familie de Maere d'Aertrycke, aldaar dreef (cf. infra, Zeeweg z.nr.).
De ijskelder in het park (enkel restanten bewaard) dateert volgens literatuur van 1890.
Rondom het kasteel, open graslanden met solitaire bomen (Moerascipres, Tulpenboom, Sequoia enz.) en bomengroepen; belangrijkste zichtassen over grote waterpartij, in westelijke richting en in zuidelijke richting naar Torhout. Door bosaanleg in heidegebied: geen typische bosvoorjaarsbloeiers, wel eerder vegetatie eigen aan schrale grond.
Ten westen, de met eiken aangeplante zogenaamde "Wijnendaeledreef" met de "Wijnendaelepoort": hoge poort onder leien zadeldakje, aansluitende lager voetgangerspoortjes, schamppalen. Ten oosten (aan de Zeeweg), eenvoudig ijzeren hekken tussen bakstenen pilasters. Tweeledige brug over waterpartij, kettingen tussen bakstenen pijlers.
Twee resterende tuinpaviljoentjes in het park, verscholen in het groen. Bij de noordelijke waterpartij fungeert het zogenaamde "boothuis" of "schutekot" als aanlegsteiger voor de roeibootjes. Het is een neoclassicistisch gebouwtje als imitatie van een Grieks of Romeins tempeltje: rode baksteenbouw onder zadeldak, wit- en zwartbeschilderde hoekpilasters, architraaf en fronton.
Bij de zuidelijke waterpartij het zogenaamde badhuis: een bakstenen gebouwtje op rechthoekige plattegrond en onder leien tentdak. Baksteenbouw met rood- en witbeschilderde banden. Rondbogige muuropeningen, deels bewaard houtwerk, onder meer waaiervormig bovenlicht.

Vrijstaand ruim kasteel in eclectische neo-Vlaamse-renaissancestijl; souterrain en twee à drie bouwlagen onder complexe leien bedaking gemarkeerd door neogotische dakkapellen en geprofileerde schoorstenen en afgezet met natuurstenen borstwering versierd met vierpassen. Rode baksteenbouw met rijkelijke verwerking van natuursteen voor plint, portaal, muurbanden, friezen, sluit- en hoekstenen, omlijstingen.
Grosso modo rechthoekige plattegrond met polygonale neogotische kapel tegen de westwand en een polygonale toren op de noordoostelijke hoek.
Voorgevel met imposante inkompartij in natuursteen met bordes, korfboogarcade en bekronende neogotische concave puntgevel met pinakels en topbloem. Geheel verfraaid met trofeeën, wapenschilden van de familie de Maere Limnander in gevelpunt en ML-monogrammen. Arkeltorentje op de zuidwestelijke hoek. Torenachtig uitgewerkte rechter travee onder hoogoplopend schilddak met sierlijke borstwering, vorstkam en dakkapel. Centraal erkervormig venster met aansluitend balkon.
Sober uitgewerkte achtergevel met twee en drieledige kruisvensters.

Gaaf bewaard interieur met onder meer neogotisch gelambriseerde eetzaal in een kleurrijk palet, plafonds met inlegwerk, polychrome beschildering van schouwen en balkenlagen, neogotische kapel met polychrome afwerking, imposante trappenhal en kleurrijk versierde eclectische vertrekken met grotendeels behouden meubilair.

Ten zuidwesten van het kasteel zijn de nutsgebouwen gegroepeerd. Deze gebouwen dateren grotendeels uit de tweede helft van de 19de eeuw en het eerste kwart van de 20ste eeuw en worden gekenmerkt door een expressief baksteengebruik met overhoeks metselwerk en gebruik van geel- en roodbeschilderde baksteen voor omlijstingen, hoekkettingen en pilasters, eveneens geschilderde muurbanden.
Het noordoostelijke nutsgebouw (palend aan de zuidelijke waterpartij, nu ingericht als bistro) gaat terug op een kweekplaats voor neerhofdieren (fazantenkwekerij) (1864). Dit gebouw is uitgewerkt met een overwelfde poortdoorgang en vormt als dusdanig een toegang tot de nutsgebouwen. Tweeledig gebouw onder pannen zadeldaken, verzorgde gevelvelden met dakoverstek. Rechthoekige muuropeningen, deels met afgeronde bovenhoeken en in een geriemde omlijsting. Tongewelfde doorgang onder zadeldak met dakruiter, gordelbogen, gekasseide doorrit. Deels bewaard houtwerk met grote roedeverdeling.
Op het erf, hokje onder lessenaarsdak, aan de zijde van de vijver gemaskeerd door verzorgde muur met gegolfde afwerking tussen pilasters.
Ten zuiden van de kwekerij, bevindt zich de hoeve (1912) met eenvoudige losstaande roodbakstenen bestanddelen. Het boerenhuis sluit aan bij de kwekerij: eenvoudig volume onder schilddak met laadvenster onder zadeldakje. Eenvoudige schuur en stalling, dakoverstek met gekarteld windbord.
De ronde bakstenen duiventoren bij de hoeve is volgens het kadaster gebouwd in 1912, volgens de literatuur echter ouder. De spits is afgewaaid in 1932, bij de restauratie in 1997 wordt de ingesnoerde leien spits hersteld. Uitkragende verdieping met duivengaten, overhoekse baksteenfriezen.
Ten westen, remise of koetshuis (1864), nu zogenaamd "HOTEL D'AERTRYCKE" cf. ijzeren opschrift. De achterliggende stallingen zijn afgebroken voor de aanpalende nieuwbouw van een hotel in 1996. Hierbij werd ook de binnenstructuur gewijzigd. Laag volume onder vernieuwd zadeldak, geflankeerd door gekanteelde torens op rechthoekige plattegrond met afgeschuinde hoeken. De aansluitende ommuurde moestuin met serres en oranjerie achter de remise is nu omgebouwd tot gastenwoningen. Bewaarde markerende tuinmuur ter hoogte van de "Wijnendaeledreef".

Ten zuiden, aan de zogenaamde "Pottersdreef", tuinierswoning of rentmeesterswoning volgens het kadaster van ca. 1920 (ter vervanging van constructie van 1864): diephuis met overkragend zadeldak afgeboord met sierlijk uitgesneden windbord. Rood- en witbeschilderde banden boven gepekte plint, herhaling van dezelfde beschildering bij het aansluitende nutsgebouw (nu garage). Gevelveld uitgewerkt met houten erkerbalkon, rondbogig deurvenster en oculi. Rechthoekige beluikte benedenvensters onder strek met uitgewerkte druiplijst. Bewaard beschilderd houtwerk met T-indeling en grote roedeverdeling.

ARCHIEF R-O WEST-VLAANDEREN – ONROEREND ERFGOED, levend archief.
ARCHIEF R-O WEST-VLAANDEREN – ONROEREND ERFGOED, W/002391.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Torhout, 1864/91, 1871/24, 1873/16, 1899/12, 1912/51, 1920/ 8, 1996/10.
PROVINCIALE BIBLIOTHEEK EN DOCUMENTATIECENTRUM WEST-VLAANDEREN, Iconografische collectie.
Aertrycke, le château, le parc, quelques souvenirs…, brochure uitgegeven door de familie de Maere, 2004.
ARREN P., d'Aertrycke, in Van kasteel naar kasteel, Kapellen, 1999, p. 9-15.
BRUNO, Torhout rond 1900, Torhout, 1985, p. 169.
HAELEWIJN R., Torhout in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1979, deel 2, prentkaart 29-30.
MAHIEU J., Domein d'Aertrycke. Wandelgids, Brugge, 1994.
MESTDAGH M., Archief beelden Torhout, Gent, 2002, p. 53-54.
MESTDAGH M., Torhout. De geschiedenis van een stad, Torhout, 2000, p. 80, 186-189.
MEUL V., Joseph Schadde, academicus en historiserend bouwmeester in de tweede helft van de 19de eeuw, in Monumenten en Landschappen, jg. 13, nr. 6, 1994, p. 8-61.
NAERT U., Van "Verloren Coste" over "Eirden Hutte" en "Kasteel de Maere" tot "Kasteel d'Aertrycke", in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring Het Houtland, 2000, p. 81-114.

Bron: Vanneste P. met medewerking van Moeykens S. & Callens T. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Torhout, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL28, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Vanneste, Pol

Relaties