Gekoppeld aan

Hotel de Boisschot

Hotel de Boisschot

Oorspronkelijk vormden deze panden samen met Kerkplein 1 het historische Hotel de Boisschot, vandaag is het gesplitst in drie wooneenheden.

Historiek

Het ensemble is gelegen op de plaats van het oorspronkelijke Huis De Wijngaard, dat voor het eerst vermeld werd in 1463 wanneer er een akte werd opgesteld door Jan van der Meeren, die de Wijngaard verpandde voor 14 Rijnse gulden. In het midden van de 16de eeuw komt het geheel in bezit van Hendrik van der Meeren. Volgens de beschikbare literatuur bouwde Ferdinand de Boisschot in 1607 of 1609 hier 'een schoon stenen huis'.

Het erf besloeg de hele ruimte tussen de huidige Kerkstraat, Stationsstraat, Hector Henneaulaan en Vijverstraat. Ferdinand de Boisschot (1560-1649) die in 1605 dorpsheer werd van Zaventem, was markies van Groot-Bijgaarden en kanselier van de koning van Spanje in het hertogdom Brabant. Op 27 maart 1621 werd hij wegens speciale verdiensten tot baron verheven waardoor de heerlijkheid Zaventem een baronie werd. Ter gelegenheid hiervan zou hij de Sint-Martinusparochie het schilderij van Sint-Martinus van de hand van Antoon Van Dijck geschonken hebben.

Aangezien Ferdinand De Boisschot meestal verbleef in zijn kasteel in Groot-Bijgaarden of in het Huis van Zaventem in Brussel werd de woning op 12 november 1635 verkocht aan drossaard Frans Van Ophem. De adellijke familie de Thisquen was eigenaar in de 18de eeuw; Jan Remakel de Thisquen, heer van Wau, die het geheel had aangekocht in 1721 liet de 'schoone hoffstede' verbouwen tot een 'speelgoet'. Zijn zoon Jan-Willem de Thisquen die het erfde had schulden en verkocht de boomgaard; op die plaats zouden later het gemeentehuis en de gemeenteschool worden gebouwd. De leggers van het primitief kadaster (1829) vermelden Jan Antoon Grietens, de toenmalige gemeentesecretaris, als eigenaar van het deel Kerkplein nummer 1 en Kerkstraat 1 dat toen één geheel vormde; hij verwierf in 1843 ook het gedeelte Kerkstraat 3, op dat ogenblik eigendom van Emanuel Dupont. In 1864 worden de eigendommen verkocht en opnieuw van elkaar gescheiden, Kerkplein 1 enerzijds en Kerkstraat 1-3 anderzijds, in 1874 gevolgd door een opsplitsing van het laatste deel in twee panden.

Hoewel het geheel volgens de literatuur zou opklimmen tot de vroege 17de eeuw en verbouwd werd in de eerste helft van de 18de eeuw verschilt de inplanting weergegeven op de Ferrariskaart van 1771-1777 grondig met het primitief kadasterplan: waar Ferraris twee vrijstaande volumes toont, een L-vormig volume ten westen en een rechthoekig ten oosten met ertussenin een kleiner blokvormig volume, geeft het primitief kadasterplan een volume weer dat duidelijk herkenbaar is in de huidige configuratie. Vermoedelijk gebeurden de grootste aanpassingen dus in het laatste kwart van de 18de of het eerste kwart van de 19de eeuw.

Voortgaande op oude foto’s van 1942 en 1944, bewaard op het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, blijkt de restauratie in neotraditionele stijl van nummer 1 te dateren van na de Tweede Wereldoorlog; nummer 3 zou al vroeger zijn neotraditioneel uitzicht verkregen hebben aangezien het in zijn huidige vorm al zichtbaar is op foto’s van tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Beschrijving

Het betreft in kern een traditioneel pand, vermoedelijk opklimmend tot de 17de of 18de eeuw, waarvan het huidige uitzicht het resultaat is van een neotraditionele restauratie van tijdens of na de Tweede Wereldoorlog, zoals blijkt uit oude foto's. Beide panden zijn opgetrokken uit de lokale zandsteen met duidelijk onderscheid tussen oude en nieuw.

Het pand nummer 1 is onderkelderd en telt drie traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak met de nok parallel aan de straat. De sterk verhoogde begane grond, ten dele het resultaat van het hellende straatniveau, is toegankelijk via een steektrap, gedeeltelijk overdekt door een bekronende rechthoekige erker als resultaat van de restauratie; ook de kruiskozijnen werden opnieuw ingebracht. De eenvoudige houten kroonlijst wordt onderbroken voor een getrapt dakvenster. De rechter zijgevel is eveneens getrapt (zes treden + topstuk). De gecementeerde achtergevel heeft rechthoekige muuropeningen met uitgewerkte rondboogvelden.

Het pand nummer 3 bestaat uit een volume onder zadeldak met de nok parallel aan de straat en een getrapte westgevel waarin de toegang zit; dit gedeelte wordt voorafgegaan door een onderkelderd, gekanteeld volume op vierkante plattegrond onder plat dak, oorspronkelijk twee bouwlagen, bij de restauratie in de jaren 1940 verhoogd tot drie. Aan de zijde van de Kerkstraat is de gevel geopend door kruiskozijnen en een kloosterkozijn, als resultaat van de neotraditionele restauratie; de westgevel van het achtergelegen volume heeft een eenvoudige rondboogdeur, een drielicht en voorts eenvoudige rechthoekige vensters. Tegen de achtergevel met rechthoekige muuropeningen is er een lagere, eveneens gekanteelde aanbouw.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Zaventem, afdeling I (Zaventem), 1864/8, 1874/5.
  • LAUWERS J. 1979: Zaventem: zijn watermolens, zijn Sint-Martinus, zijn luchthaven, Tielt, 260-262.
  • MAES F. 1951: Oude woningen te Zaventem, Eigen Schoon en de Brabander 34.3-4, 73-86; 34.5-6, 149-164.
  • VANNOPPEN H. 1981: De geschiedenis van Zaventem, de industriegemeente van Midden-Brabant, Zaventem, 66.