De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Teksten bij "Citadelpark"

Terug naar Citadelpark.

Citadelpark

Stadspark, zo genoemd naar de citadel op deze plaats gebouwd tussen 1819 en 1831 door de Hollandse luitenant kolonel Gey van Pittius. Dit bolwerk op vijfhoekige plattegrond met een oppervlakte van 43 hectare was een der grootste en modernste van Europa. De citadel werd gebouwd op deze strategische plaats, waar in 1671 reeds het zogenaamde "fort Monterey" gebouwd werd, buiten de stadsomwalling tussen de Petercelie- en Heuverpoort op aanvraag van het Wenercongres en Wellington zelf, als verdediging tegen de Fransen. Slechts volledig afgewerkt in 1831, na het Hollandse bewind (1815-1830) was het gebouw reeds voorbijgestreefd en heeft het dus nooit als citadel gefungeerd. Het gebouw bleef wel dienst doen als infanterie- en artilleriekazerne ook na het verwerven van het terrein door de stad in 1870.

Het duurde tot 1874 voor een definitief urbanisatieplan van J. Hofman voor de nieuwe wijk goedgekeurd werd. 26 hectare werd park met lanen, 18 hectare bouwgrond aan de aflijnende boulevards (voormalige Citadellaan, heden Charles de Kerchovelaan, Koning Leopold II-laan en zijstraten naar de Kortrijksesteenweg), 4,5 hectare, het centrale gedeelte, namelijk de vijfhoekige ring, bleef kazerne. In minder dan vijf jaar was het nieuwe kwartier aangelegd.

Het park werd ontworpen door H. van Hulle, hoofdtuinman van de Kruidtuin. In 1884 werden 6 hectare aan het park toegevoegd voor de aanleg van de grote vijver en een speelplein.

Sinds 1889 werden verschillende projecten ingediend voor de aanleg van een verbinding tussen het park en het eerste Sint-Pietersstation (Parkplein) namelijk de Fortlaan (zuidelijke begrenzing) en de Parklaan. De wijk ontwikkelde tot een typische burgerwijk met ruime huizen in art-nouveaustijl, symbool van de progressief ingestelde nieuwe burgerij.

In en rondom het park ontstonden culturele en recreatieve instellingen:

  • het Feest- of Floraliapaleis met Casino en sportpaleis
  • het Museum voor Schone Kunsten
  • een muziekkiosk
  • een openluchttheater
  • talrijke standbeelden
  • het dierenasiel

Aanvankelijk was er ook een restaurant, een Chalet Suisse en een belvedère. In de onmiddellijke omgeving werd de Normaalschool en Tuinbouwschool gebouwd en de Botanische tuin aangelegd.

Ingangspoort van de citadel. Enig resterend gedeelte van de citadel (samen met een tot berg- en werkplaats ingericht gedeelte voor de plantsoendienst bij de grot (westen) gelegen aan de oostzijde van het park en daterend van 1826.

Neoclassicistisch poortgebouw met centrale rondboogdoorgang in geblokte arduinen omlijsting, geflankeerd door dito pilasters onder driehoekig fronton met reliëfs en in 1830 vervangen Belgisch wapenschild "L'union fait la force". Behouden Latijnse inscriptie onder de fries: "nemo me inpune lacesset". Links en rechts bakstenen vertrekken voor de wacht.

Achtergevel met imitatievoegen in het middenrisaliet en op de hoekpilasters. Telkens een centrale rondboogdeur met bekronende oculus en dito vensters in de zijpartijen. Aflijnend hoofdgestel en bekronende ijzeren leuning.

Feest- en Floraliapaleis met casino en velodroom. Gebouwd in 1912-13 in het centrum van het park op de plaats van de in 1898 door de stad gekochte kazerne waarvan enkel de ingangspoort rest (zie infra). Monumentaal paleis naar ontwerp van architect Oscar Vande Voorde, ingehuldigd voor de wereldtentoonstelling van 1913 en waar sindsdien de wereldberoemde vijfjaarlijkse bloemententoonstelling, de Floraliën gehouden worden.

Het gebouw zelf werd herhaaldelijk aangepast, gedeeltelijk vernieuwd en uitgebreid: het casino (oostzijde) werd volledig vernieuwd in 1949; boven de ingangsdeur symboliseren vijf panelen de roem van Gent (scheepvaart, textielnijverheid, maagd van Gent, bloemen, metaalnijverheid) naar ontwerp van B. Coolens. Het feestpaleis werd gedeeltelijk heropgebouwd en uitgebreid aan de westzijde in 1952 naar ontwerp van de stadsarchitect J. Trefois (gedenkplant). De behouden centrale ruimte, oorspronkelijk grote of koude serre, later hal genoemd, met drie beuken en negentien traveeën is overspannen door een merkwaardig metalen spant met een lichtkap boven de zijbeuken (Polonceauspant) en vijf klimmende lichtkappen boven de brede middenbeuk (combinatie van dubbele scharnierbogen en Polonceauspant). Uitwendig zijn enkel de lichtkappen en gecementeerde noordzijde met trapsgewijze verdiepte muurvlakken, gescheiden door lisenen met medaillons, zichtbaar. Ten behoeve van de Floraliën en de talrijke beurzen werd in 1963 een oostvleugel bijgebouwd en in 1975 een monumentale zuidelijke ingang voorzien, namelijk een massieve betonconstructie met hoog oprijzende skeletbouw naar ontwerp van architecten Geo en Dirk Bontinck. De noordvleugel, oorspronkelijk warme serre, na de eerste wereldoorlog omgebouwd tot velodroom of zogenaamd "Kuipke" werd na de brand van 1962 volledig wederopgebouwd.

Museum voor Schone Kunsten. Gelegen in de oosthoek van het park met voorgevel uitziend op het Jan Hoetplein en achtergevel in de Hofbouwlaan.

Typisch museumgebouw in neoclassicistische stijl naar ontwerp van stadsarchitect Charles Van Rysselberghe en daterend van 1900-1904.

Muziekkiosk. Gelegen in het noordelijk parkgedeelte, omgeven door bloemenperken en een krans van aan elkaar gegroeide linden. Fraaie gietijzeren constructie op achthoekige plattegrond naar ontwerp van stadsarchitect Charles Van Rysselberghe, uitgevoerd door aannemer Beert-Campens fils, in 1885. Hoge natuurstenen sokkel met gietijzeren leuningen, bij het ingangshek voorzien van twee gevleugelde griffioenen. Telkens twee gekoppelde zuilen ondersteunen de brede rondbogen van het koepelvormig dak, gevleugelde nikefiguren op de zwikken. Soort attiek met gietijzeren griffioenen en palmetten. Omlopende gestreepte zonnekappen.

Openluchttheater. Gelegen in de noordelijke hoek op de vroegere verdedigingsgordel, daterend van 1945 naar ontwerp van architect Geo Bontinck en bestemd voor 1340 toeschouwers.

Dierenasiel. Ondergebracht in een alleenstaand gebouw in villastijl uit het begin van de 20ste eeuw, sinds 1921 in het park gevestigd.

Verder is het park zelf aangelegd naar Engels model met talrijke loofbomen, gras- en bloemenperken en brede dreven (met namen van Gentse kunstenaars, architecten of geleerden), twee vijvers, kunstmatige grotten met watervallen, een rozentuin en pergola, aangelegd voor de eeuwfeesten van 1930.

Talrijke standbeelden verfraaien het park waaronder de bekendste zijn:

  • het monument Van de Velde of zogenaamd "Moorke" op een rotsblok boven de kleine vijver, naar ontwerp van L. Mast met medaillon van A. Heins
  • de vergulde leeuw van het Pakhuis, op een kunstmatige heuvel boven de grote vijver, afkomstig van het gesloopte pakhuis van de Korenmarkt, van 1732, gesculpteerd door Jacobus Vander Cruysen
  • de groep Leie en Schelde, bronzen beelden in de grote vijver naar ontwerp van Jacques de Lalaing, van 1913
  • het monument Emile Claus, bronzen beeld van de schilder naar ontwerp van Yvonne Serruys van 1926
  • Stadsarchief Gent, reeks F, nummer 25 (1).
  • Stadsarchief Gent, Atlas Goetghebuer, L.36/ 1-49; D.24/F.36.
  • CASIER J. 1922: Le musée des Beaux Arts de Gand, Gent.
  • HAERENS K. 1977: Standbeelden van Gent, Gent.
  • STRUYE M. 1973: Karel Van Rysselberghe, architect. Zijn leven en werk (1850-1920), onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 94-131.
  • VAN WESEMAEL M. 1975: Citadelherinneringen, Ghendtsche Tydinghen, 5, 168-178.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. 1983: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, 19de- en 20ste-eeuwe stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NC, Brussel - Gent.

Datum: 1983

U kunt deze tekst citeren als:

s.n. 1983: Citadelpark [online], https://id.erfgoed.net/teksten/103225 (geraadpleegd op ).

Citadelpark

Het Citadelpark werd in 1875 naar ontwerp van H. Van Hulle aangelegd ter hoogte van de tussen 1819 en 1831 gebouwde citadel. Het park in landschappelijke stijl omvat talrijke loofbomen, gras- en bloemperken, brede dreven, vijvers, kunstmatige grotten, watervallen, rozentuinen en een pergola. Enkele gebouwen in het park zijn het Museum voor Schone Kunsten, het Feest- en Floraliapaleis, de ingangspoort van de citadel, het openluchttheater en het dierenasiel.

Historiek

De kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) geeft op de locatie van het Citadelpark het in 1671 opgerichte Fort van Montery en de in de tweede helft van de 17de eeuw uitgebreide stadsomwalling langs de meest kwetsbare zuidelijke flank van Gent weer. Het Citadelpark is genoemd naar de citadel die op deze plaats door de Hollandse luitenant kolonel Gey van Pittius gebouwd werd tussen 1819 en 1831. Dit bolwerk op vijfhoekige plattegrond met een oppervlakte van 43 hectare was één van de grootste en modernste van Europa. De citadel werd - op aanvraag van het Wenercongres en Wellington zelf - als verdediging tegen de Fransen gebouwd op deze strategische plaats, waar in 1671 reeds het zogenaamde Fort van Montery gebouwd werd buiten de stadsomwalling tussen de Petercelie- en Heuverpoort op de Blandijnhoogte, het hoogst gelegen deel van de stad en omgeving tussen de Leie en Schelde. Slechts volledig afgewerkt in 1831 - na het Hollandse bewind (1815-1830) - was het gebouw reeds voorbijgestreefd en heeft het dus nooit als citadel gefungeerd. Het bleef wel dienst doen als infanterie- en artilleriekazerne, ook na het verwerven van het terrein door de stad in 1870.

Het duurde tot 1874 voor een definitief urbanisatieplan van J. Hofman voor de nieuwe wijk goedgekeurd werd. Een oppervlakte van 26 hectare werd park met lanen, 18 hectare werd bouwgrond aan de aflijnende boulevards (voormalige Citadellaan, later Charles de Kerchovelaan, Koning Leopold II-laan en zijstraten naar de Kortrijksesteenweg), 4,5 hectare - het centrale gedeelte, namelijk de vijfhoekige ring - bleef kazerne. In minder dan vijf jaar was het nieuwe kwartier aangelegd.

Het park werd ontworpen door H. Van Hulle, hoofdtuinman van de Kruidtuin. In 1875 startte de definitieve beplanting van het park volgens zijn ontwerp. De aanleg gebeurde geleidelijk, waarbij dikwijls werd geprobeerd de resterende delen van de versterking in de parkaanleg te verwerken. Zo werd een deel van de kazematten met cement en natuursteen tot een rotslandschap omgevormd. De beplanting langs de Charles de Kerckhovelaan en het heuvelachtig gedeelte (‘La vallée suisse’) langs de Leopold II-laan en langs de Normaalschoolstraat dateren van 1876 en 1880. Het zuidelijk gedeelte van het domein (circa 10 hectare groot) had een chaotisch uitzicht, met uitzondering van een gemakkelijk toegankelijk speelplein. In 1884 werden 6 hectare aan het park toegevoegd voor de aanleg van de grote vijver en een speelplein.

Sinds 1889 werden verschillende projecten ingediend voor de aanleg van een verbinding tussen het park en het eerste Sint-Pietersstation (Parkplein), namelijk de Fortlaan (zuidelijke begrenzing) en de Parklaan. De wijk ontwikkelde zich tot een typische burgerwijk met ruime huizen in art-nouveaustijl, symbool van de progressief ingestelde nieuwe burgerij. De tuinbouwschool, die daar in de omgeving lag, eiste dat de botanische tuin ook daar in de buurt kwam. De botanische tuin werd naast de school aangelegd, het arboretum lag in het park zelf.

De stad gaf in 1911 opdracht de oude centrale kazerne te slopen met uitzondering van de grote toegangspoort, die als monument overbleef. In en rondom het park ontstonden verschillende culturele en recreatieve instellingen:

  • het Feest- of Floraliapaleis met Casino en sportpaleis;
  • het Museum voor Schone Kunsten;
  • een muziekkiosk;
  • een openluchttheater;
  • talrijke standbeelden;
  • het dierenasiel.

Er werd ook een beroep gedaan op twee beroemde landschapsarchitecten, Edouard André en Louis Fuchs uit Brussel, om het park een ruimer perspectief te geven. Over een deel van de vroegere citadel en de rotsachtige boog werd een heuvel aangelegd. Twee kleine afspanningen verdwenen en er werd een restaurant gebouwd, nabij het speelplein en aan de rand van de vijver. Verder waren er nog een ‘Chalet Suisse’ en een belvedère in het park aanwezig.

Ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in 1913 werd het park heraangelegd. Hierbij werd het Feest- en Floraliapaleis opgericht. Ter gelegenheid van de eeuwfeesten vonden in 1930 nog belangrijke wijzigingen plaats: het vroegere speelplein werd een erekoer met pergola, trappen en watervlakken naar ontwerp van H. De Wilde, er kwam een nieuwe, waaiervormige rozentuin met waterspiegels tussen de kiosk en de warme serres, de Franse rozentuin werd heraangelegd en in de gazons werden heel wat bloemperken uitgeplant. In 1945 werd in het gedeelte van het park, bekend als ‘De Schelp’, het openluchttheater gebouwd, waar tot 1959 toneelvoorstelling werden gegeven. De meeste nog resterende kazematten werden in 1949 afgebroken voor de uitbreiding en vernieuwing van het feestpaleis. In 1952 was het nieuwe floraliënpaleis klaar, dat in 1963 werd vergroot. Hierbij verdween de hele Gentse Hof. In 1974 vond de meest recente bouwuitbreiding plaats.

Beschrijving

Het Citadelpark bevindt zich nabij het Sint-Pietersstation te Gent, namelijk tussen de Charles de Kerckhovelaan (ten noorden), de Hofbouwlaan (ten oosten), de Fortlaan (ten zuiden) en de Koning Leopold II-laan (ten westen). Het park is aangelegd in landschappelijke stijl naar Engels model met talrijke loofbomen, gras- en bloemenperken en brede dreven (met namen van Gentse kunstenaars, architecten of geleerden), twee vijvers, kunstmatige grotten met watervallen, een rozentuin en pergola, aangelegd voor de eeuwfeesten van 1930.

Op het moment van de bescherming (1984) werden bij inventarisaties van het bomenbestand 102 soorten en cultuurvariëteiten onderscheiden, met vrij zeldzame exemplaren. Verscheidene bomen kunnen als merkwaardig beschouwd worden door hun ouderdom, omvang en habitus. Het gaat onder meer om een gele pavia (Aesculus flava) met een stamomtrek van 1,75 meter, geelhout (Cladrastis) met een stamomtrek van 1,56 meter, iepbladige gummiboom (Eucommia ulmoides) met een stamomtrek van 1,93 meter, Amerikaanse eik (Quercus rubra ‘Aurea’) met een stamomtrek van 3,32 meter, Japanse honingboom (Styphnolobium japonicum ‘Pendula’) met een stamomtrek van 1,93 meter, hemelboom (Ailanthus altissima) met een stamomtrek van 2,16 meter, treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’) met een stamomtrek van 2,96 meter, treures (Fraxinus exelsior ‘Pendula’) met een stamomtrek van 1,83 meter, pluimes (Fraxinus ornus) met een stamomtrek van 1,43 meter, Perzisch ijzerhout (Parrotia persica) met een stamomtrek van 0,86 meter en veldiep (Ulmus minor) met een stamomtrek van 3,10 meter (opname in 2002). In het noorden van het park bevindt zich een opgaande, 34 meer hoge Hollandse iep (Ulmus x hollandica 'Major') met een stamomtrek van 3,86 meter (opname in 2009).

De ingangspoort van de citadel aan de oostzijde van het park is het enig resterend gedeelte van de citadel (samen met een tot berg- en werkplaats ingericht gedeelte voor de plantsoendienst bij de grot) en dateert van 1826. Het neoclassicistisch poortgebouw omvat een centrale rondboogdoorgang in een geblokte arduinen omlijsting, geflankeerd door dito pilasters onder een driehoekig fronton met reliëfs, in 1830 vervangen door het Belgisch wapenschild "L'union fait la force". De behouden Latijnse inscriptie onder de fries luidt "NEMO ME INPUNE LACESSET". Links en rechts bevinden zich de bakstenen vertrekken voor de wacht. De achtergevel bevat imitatievoegen in het middenrisaliet en op de hoekpilasters. In de zijpartijen staat telkens een centrale rondboogdeur met bekronende oculus en dito vensters. Verder omvat deze gevel nog een aflijnend hoofdgestel en bekronende ijzeren leuning.

Het Feest- en Floraliapaleis met casino en velodroom werd gebouwd in 1912-13 in het centrum van het park op de plaats van de in 1898 door de stad gekochte kazerne waarvan enkel de ingangspoort rest. Het monumentale paleis naar ontwerp van architect Oscar Van de Voorde werd ingehuldigd voor de wereldtentoonstelling van 1913. Sindsdien werd er de wereldberoemde vijfjaarlijkse bloemententoonstelling, de zogenaamde Floraliën, gehouden. Het gebouw zelf werd herhaaldelijk aangepast, gedeeltelijk vernieuwd en uitgebreid: het casino (oostzijde) werd volledig vernieuwd in 1949; boven de ingangsdeur symboliseren vijf panelen de roem van Gent (scheepvaart, textielnijverheid, maagd van Gent, bloemen, metaalnijverheid) naar ontwerp van B. Coolens. Het feestpaleis werd gedeeltelijk heropgebouwd en uitgebreid aan de westzijde in 1952 naar ontwerp van de stadsarchitect J. Trefois (gedenkplant). De behouden centrale ruimte, oorspronkelijk grote of koude serre, later hal genoemd, met drie beuken en negentien traveeën is overspannen door een merkwaardig metalen spant met een lichtkap boven de zijbeuken (Polonceauspant) en vijf klimmende lichtkappen boven de brede middenbeuk (combinatie van dubbele scharnierbogen en Polonceauspant). Uitwendig zijn enkel de lichtkappen en gecementeerde noordzijde met trapsgewijze verdiepte muurvlakken, gescheiden door lisenen met medaillons, zichtbaar. Ten behoeve van de Floraliën en de talrijke beurzen werd in 1963 een oostvleugel bijgebouwd en werd in 1975 een monumentale zuidelijke ingang voorzien, namelijk een massieve betonconstructie met hoog oprijzende skeletbouw naar ontwerp van architecten Geo en Dirk Bontinck. De noordvleugel, oorspronkelijk warme serre, werd na de Eerste Wereldoorlog omgebouwd tot velodroom of zogenaamd ‘Kuipke’. Dit werd na de brand van 1962 volledig wederopgebouwd.

Het Museum voor Schone Kunsten bevindt zich in de oosthoek van het park met de voorgevel uitziend op het Nicolaas De Liemaeckereplein en de achtergevel in de Hofbouwlaan. Dit typisch museumgebouw in neoclassicistische stijl naar ontwerp van stadsarchitect Charles Van Rysselberghe dateert van 1900-1904. Voor de Wereldtentoonstelling van 1913 werden de vleugel aan de Hofbouwlaan en twee dwarsvleugels met halfcirkelvormige aanbouwsels toegevoegd naar het oorspronkelijk ontwerp van Van Rysselberghe. De oorspronkelijk vrij eenvoudig symmetrisch opgebouwde plattegrond heeft een kruisvorm met de halfcirkelvormig uitgewerkte zuidzijde. De belangrijkste noordvleugel heeft een monumentale ingang met centrale uitbouw in de vorm van een klassieke antentempel met vier zuilen. Achter het peristilium bevindt zich de vierkante hal geflankeerd door twee ruimten. De ruime centraal gelegen expositiezaal wordt geflankeerd door oost- en westvleugels met elk acht zalen, onderling verbonden door in de hoeken geplaatste deuren. Twee trappen in het zuiden leiden naar een hemicyclus met galerij en acht lager gelegen concentrische zaaltjes. De zuidvleugel (parallel met de Hofbouwlaan) is verbonden met de oost- en westvleugel door twee dwarsvleugels (van drie zalen), elk voorzien van een halfcirkelvormig aanbouwsel en twee polygonale ruimtes uitziend op de binnenkoer, dateren van de uitbreiding van 1912.

De muziekkiosk, gelegen in het noordelijk parkgedeelte, wordt omgeven door bloemenperken en een krans van aan elkaar gegroeide linden. Deze gietijzeren constructie op achthoekige plattegrond naar ontwerp van stadsarchitect Charles Van Rysselberghe werd in 1885 uitgevoerd door aannemer Beert-Campens fils. De hoge natuurstenen sokkel met gietijzeren leuningen is bij het ingangshek voorzien van twee gevleugelde griffioenen. Telkens twee gekoppelde zuilen ondersteunen de brede rondbogen van het koepelvormig dak, gevleugelde nikefiguren staan op de zwikken. De kiosk omvat een soort attiek met gietijzeren griffioenen en palmetten. De omlopende zonnekappen zijn gestreept.

Het openluchttheater in de noordelijke hoek op de vroegere verdedigingsgordel werd in 1945 opgetrokken naar ontwerp van architect Geo Bontinck en was bestemd voor 1340 toeschouwers.

Het in het zuiden van het park gelegen dierenasiel is ondergebracht in een alleenstaand gebouw in villastijl uit het begin van de 20ste eeuw en is sinds 1921 in het park gevestigd.

Talrijke standbeelden verfraaien het park. De bekendste standbeelden zijn:

  • het monument Van de Velde of zogenaamd ‘Moorke’ op een rotsblok boven de kleine vijver, naar ontwerp van L. Mast met medaillon van A. Heins;
  • de vergulde leeuw van het Pakhuis, op een kunstmatige heuvel boven de grote vijver, afkomstig van het gesloopte pakhuis van de Korenmarkt, van 1732, gesculpteerd door Jacobus Vander Cruysen;
  • de groep Leie en Schelde, bronzen beelden in de grote vijver, naar ontwerp van Jacques de Lalaing, van 1913;
  • het monument Emile Claus, bronzen beeld van de schilder, naar ontwerp van Yvonne Serruys van 1926.

Ten westen van het Feest- en Floraliapaleis bevindt zich het oorlogsgedenkteken van de negende wijk. Dit monument bevindt zich tegen een kunstmatige rots, waarbinnen de Groendienst van de stad Gent materiaal bewaart. Tegen de rots aan bevindt zich het monument ter ere van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, ervoor werd op de grond een schijngraf aangebracht, waarop men de namen van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog kan aflezen. De monumenten werden opgericht onder impuls van de buurtbewoners van de dekenij en de wijkafdeling van de Nationale Strijdersbond. Men herdenkt er soldaten, weggevoerden, opgeëisten, gefusilleerden, politieke gevangenen en weerstanders uit de Gentse negende wijk.

  • Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO000724, Citadelpark (G. De Winter, P. Plateau & G. Van der Linden, 1984).
    • Stadsarchief Gent, reeks F, nummer 25 (1).
    • Stadsarchief Gent, Atlas Goetghebuer, L.36/ 1-49; D.24/F.36.
  • CASIER J. 1922: Le musée des Beaux Arts de Gand, Gent.
  • HAERENS K. 1977: Standbeelden van Gent, Gent.
  • STRUYE M. 1973: Karel Van Rysselberghe, architect. Zijn leven en werk (1850-1920), onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 94-131.
  • VAN WESEMAEL M. 1975: Citadelherinneringen, Ghendtsche Tydinghen, 5, 168-178.

Bron: -

Auteurs: De Winter, G.; Plateau, P. & Van der Linden, Geert

Datum: 2015

U kunt deze tekst citeren als:

De Winter, G.; Plateau, P. & Van der Linden, Geert 2015: Citadelpark [online], https://id.erfgoed.net/teksten/174778 (geraadpleegd op ).