De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Teksten bij "Hoeve Van Reepinghens Huizeke"

Terug naar Hoeve Van Reepinghens Huizeke.

Langgestrekt hoevetje

Langgestrekt hoevetje (nok loodrecht op straat) in leembouw afgedekt met een zadeldak (stro en pannen). Mooie ligging.

Bron: De Maegd C. & Van Aerschot S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne

Datum: 1975

U kunt deze tekst citeren als:

De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne 1975: Hoeve Van Reepinghens Huizeke [online], https://id.erfgoed.net/teksten/39183 (geraadpleegd op ).

Hoeve Van Reepinghens Huizeke

Kleine langgevelhoeve die een opmerkelijk gaaf voorbeeld vormt van een lemen vakwerkconstructie met vrijwel intact bewaarde binnenindeling en afwerking. Karakteristieke omgevingselementen zoals de oude waterput, de meidoornhaag, de monumentale taxushaag en de relatief geïsoleerde inplanting in een agrarische omgeving verhogen de authenticiteit.

Op de zuidwestgrens van Kester, in het schaars bebouwde gehucht Goteringen bevindt zich ongetwijfeld één van de oudste en best bewaarde lemen hoevetjes van het Pajottenland. Het wordt genoemd naar de laatste bewoner die het pand in 1965 verliet. Sindsdien is het onbewoond.

Volgens mondelinge overlevering zou het Van Reepinghens huizeke uit 1777 (datum op een verdwenen zoldertrap) dateren. Deze dwars op de straat ingeplante langgevelhoeve met op het zuiden gerichte voorgevel is opgetrokken op een gepekte bakstenen fundering waarop de vakwerkconstructie met witgeschilderde lemen vullingen (deels bepleisterd) rust. Het aan de voorzijde sterk overkragend, op geprofileerde daklijstbalkjes rustende zadeldak met klimmend dakvenster is afgedekt met stro en een onderrand in rode pannen (oude handvormpan). De zijgevelpunten zijn respectievelijk beschermd met stro en eternietplaten.

De voorgevel is opengewerkt met groen geschilderde deur-, poort- en vensteropeningen voorzien van (vernieuwde luiken) met hartmotief. De noordgevel is spaarzaam verlicht met een drietal venstertjes, waaronder het oorspronkelijk niet beglaasde verluchtingsgat van de spinde. De binnenindeling bleef opmerkelijk intact: links aan de straatzijde de schuur, rechts de stal en tussenin het woongedeelte met inkomsas, kleine slaapkamer, keuken-woonkamer met haard en kannenbak, de 'gelijkvloerse' kelder of spinde, een ondefinieerbare tussenruimte en ten slotte de grote slaapkamer en de oorspronkelijk afgescheiden weefkamer. Hetzelfde geldt voor de afwerking met tegelvloeren in gebakken aarde (naast rode recuperatietegelvloeren uit de jaren 1960), de bakstenen haard met in overkraging gemetselde penanten en houten haardbalk, de betegelde kannenbank, de deuren met primitief sluitsysteem, muurkasten en borden- en bestekrek. De eenvoudige steektrap naar de zolder werd vernieuwd. De niet langer dragende dakstructuur met negen spanten bleef grotendeels intact maar werd eind 19de eeuw ontdubbeld ingevolge stabiliteitsproblemen. Voor de hoeve bevindt zich de met dakpannen en een houten luik afgedekte waterput. Het tuinperceel met onder meer een zestien meter hoge notelaar (Juglans regia) is aan de straatzijde afgesloten met een geschoren meidoornhaag (Crataegus monogyna). West- en noordgevel worden tegen weer en wind beschermd door een monumentale taxushaag (Taxus). Deze hagen vormen een beeldbepalend object in de omgeving.

De omgeving van deze vakwerkhoeve, relatief geïsoleerd ingeplant, kenmerkt zich door een landelijk karakter.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DB002196, Van Reepinghens huizeke en onmiddellijke omgeving (PAESMANS G., 2000).

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum: 2000

U kunt deze tekst citeren als:

Paesmans, Greta 2000: Hoeve Van Reepinghens Huizeke [online], https://id.erfgoed.net/teksten/148487 (geraadpleegd op ).