De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Teksten bij "Burgerhuis in neoclassicistische stijl"

Terug naar Burgerhuis in neoclassicistische stijl.

Neoclassicistisch burgerhuis

Breedhuis van vijf traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak, neoclassicistische stijl uit het vierde kwart van de 19de eeuw. Bepleisterde en beschilderde lijstgevel met horizontaliserende imitatievoegen onder brede puilijst. Tweede travee met erker op bewerkte consoles en bekronend balkon. Rechthoekige muuropeningen, op bovenverdieping met afgeronde bovenhoeken en geriemde omlijsting.

Bron: Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Plomteux, Greet & Steyaert, Rita

Datum: 1989

U kunt deze tekst citeren als:

Plomteux, Greet & Steyaert, Rita 1989: Burgerhuis in neoclassicistische stijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/7350 (geraadpleegd op ).

Burgerhuis in neoclassicistische stijl

Burgerhuis in neoclassicistische stijl, eind 1865 voor eigen rekening ontworpen door Jean Baptiste Winders, en in 1866 opgetrokken. Deze aannemer-architect, vader van architect Jean Jacques Winders, lijkt in Antwerpen actief te zijn geweest vanaf midden jaren 1840. De woning die oorspronkelijk slechts de drie linker traveeën behelsde, werd in opdracht van zijn weduwe verbouwd naar een ontwerp door de architect Emile Thielens uit 1891, met toevoeging van een erker aan de voorgevel en een veranda aan de tuinzijde.

Architect Adolphe Van Coppernolle verbouwde het pand tot eigen praktijkwoning naar een ontwerp uit 1931, en voegde daartoe de twee rechter traveeën toe, met ruimte voor een garage en zijn architectenkantoor. Vermoedelijk was hij hier slechts een beperkt aantal jaren gevestigd.

Met een gevelbreedte van oorspronkelijk drie en sinds 1931 vijf traveeën, omvat de rijwoning drie bouwlagen onder een zadeldak. De bepleisterde en beschilderde lijstgevel, met schijnvoegen op de begane grond, rust op een plint uit blauwe hardsteen. Geleed door de puilijst, beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van rechthoekige muuropeningen, de bovenvensters met afgeronde bovenhoeken en geriemde omlijstingen. Een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst op klossen en tandlijst vormt de gevelbeëindiging. Sinds 1891 wordt de oorspronkelijke middenas geaccentueerd door een houten erker met consoles, waarvan de bekronende balkonborstwering in 1931 door Van Coppernolle werd vernieuwd; van deze ingreep dateren ook de kordonvormende lekdrempels en onderdorpels in de flankerende traveeën. De twee toegevoegde traveeën onderscheiden zich als risaliet van het oorspronkelijke volume, maar hebben verder dezelfde ordonnantie, met een garagepoort op de begane grond. Bewaarde houten inkomdeur en vensters; gietijzeren voetschraper.

De plattegrond van het oorspronkelijke volume beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. De begane grond omvat een suite van salon en eetkamer, met in een knik de veranda uit 1891. De bovenverdiepingen bestaan telkens uit een voor- en achterkamer. De uitbreiding uit 1931 biedt volgens de bouwplannen ruimte aan een garage en nieuwe keuken op de begane grond, en het architectenkantoor dat de eerste en tweede verdieping beslaat; een nieuwe badkamer werd ingericht in de achterkamer op de eerste verdieping van het hoofdvolume.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 572#1038, 1891#1563 en 1931#40589.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum: 2017

U kunt deze tekst citeren als:

Braeken, Jo 2017: Burgerhuis in neoclassicistische stijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/195006 (geraadpleegd op ).