erfgoedobject

Fort van Lier

bouwkundig element
ID: 10300   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/10300

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Fort van Lier
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Het fort van Lier behoort tot de eerste generatieforten van de buitenste fortengordel rond Antwerpen. In de periode 1878-93 werden in totaal zeven forten aan de vesting Antwerpen toegevoegd: Forten Lier en Walem, Steendorp, forten Duffel, Kapellen, Schoten en de (gesloopte) schans van Berendrecht. In die periode moesten forten minstens 7,5 km van Antwerpen liggen om een afdoende verdediging te bieden tegen vijandige artillerie met een steeds groter schietbereik. De keuze viel op de Rupel-Netelinie, omdat de verdediging daar met inundaties langs de riviervalleien kon worden ondersteund. Samen met het fort van Walem vormde het fort van Lier een bruggenhoofd over de Nete, dit is een versterking langs een hindernis zoals een rivier of een spoorweg. Bovendien beschermde het fort van Lier ook de spoorlijn Antwerpen-Aken (Montzenroute). Er is een grote gelijkenis met het fort van Walem. Onderling bestaan slechts kleine verschillen.

Grondplan: hybride fort

Het fort is representatief voor een hybride fort: een bakstenen fort met hoge wallen en een langgerekte centrale kazerne op de binnenplaats (grondplan zie Gils 1998, 66). Van dit type bestaan nog vier andere forten in de binnenste én buitenste fortengordel. Het is dus eerder zeldzaam. Andere qua grondplan (min of meer) vergelijkbare forten zijn het fort van Kruibeke, Walem en Zwijndrecht. Het fort is op het zuidoosten georiënteerd. Daar ligt de aanvalszijde. De bevriende kant (keel) ligt in de richting van Antwerpen. Het oorspronkelijke complex bestaat uit een:

  • toegangsbrugje en ijzeren toegangshek
  • gang verbonden met officierengebouw en paardenstallen
  • rechter halve caponnière voor de grachtverdediging op rechts, via een gang met het officierengebouw verbonden
  • hoofdfrontgebouw met caponnière voor de grachtverdediging aan de aanvalszijde
  • linker halve caponnière voor de grachtverdediging op links
  • een reserve artillerie-ingang met op de wallen een bakstenen holtraverse
  • keelcaponnière voor de grachtverdediging aan de bevriende zijde
  • centraal een aarden traverse met aan de uiteinden telkens een bijgebouw, in 1890 besloot men daartussen een centrale infanteriekazerne met betonnen gewelven te bouwen.

Alle gebouwen bevonden zich oorspronkelijk onder de wallen of waren aangeaard om het impact van inslaande projectielen op te vangen. Bijzonder aan het fort van Lier (en Walem) is dat het nog tijdens zijn bouw al werd aangepast naar een pantserfort: getuigen daarvan zijn de zes betonnen pantserkoepels op de wallen uit 1890-91. Drie betonnen holtraversen op de wallen vervingen de vroegere bakstenen versies. Tijdens het interbellum vormde het leger het fort tot een infanteriesteunpunt om, getuige daarvan de vijf bunkers op de wallen en de loopgraven.

Fort uit de overgangsfase tussen de traditionele bakstenen forten en de betonnen pantserforten

Wie het fort van Lier vergelijkt met de oudste forten uit de binnenste fortengordel (1860-64) en de laatste forten uit de buitenste fortengordel (1906-14), merkt kenmerken van beide op. Het is duidelijk een fort uit de overgangsfase tussen de traditionele bakstenen forten van de binnenste fortengordel en de betonnen pantserforten uit de buitenste fortengordel:

  • Gebruik van baksteen (gevels, holtraversen) én beton. De betonnen gewelven in de in 1890 toegevoegde centrale kazerne waren nieuw. Voorheen werden bakstenen forten versterkt door boven op de bakstenen gewelven een betonlaag te gieten.
  • Hoge wallen en bakstenen holtraversen getuigen nog van een open opstelling van de artillerie (oude systeem), terwijl de in 1890-91 toegevoegde pantserkoepels zo typisch zijn voor de latere betonnen pantserforten.
  • Ingang met een apart geplaatst officierengebouw, zoals dat ook in de eerste generatieforten van de binnenste fortengordel te zien is.
  • Redan (oude systeem) is vervangen door een keelcaponnière, die nog niet als traditorebatterij fungeert zoals in de betonnen pantserforten.
  • Nieuw is de toevoeging van een traditorebatterij op het rechterzijfront, die instaat voor de verdediging van het interval met fort Koningshooikt.
  • Ook de gevelarchitectuur getuigt van een overgangsfase. Elke verwijzing naar de Rundbogenstil herkenbaar aan de ronde bogen in de friezen boven op de gevels is verdwenen en vervangen door bij voorbeeld licht decoratieve omlijstingen en lisenen, die de gevels ritmeren.

Bouwmaterialen: baksteen en beton

Het fort van Lier combineert baksteen en beton als belangrijkste bouwmaterialen. De baksteenlook overweegt, omdat dit bouwmateriaal in de goed zichtbare voorgevels werd gebruikt. Het fort van Lier is een vroeg voorbeeld (maar niet het vroegste) van een militair bouwwerk waar voor zijn constructie beton is gebruikt. De twee verdiepingen tellende centrale kazerne die pas door de modernisering in 1890-91 onder de traverse wordt gebouwd, is het eerste gebouw dat een betonnen gewelf draagt (Gils 2014, 103). Andere gebouwen zijn met een betonlaag bovenop de bakstenen gewelven versterkt. De vroegste voorbeelden van forten die van in het begin werden geconcipieerd als constructies met bakstenen muren en gewelven in ongewapend beton zijn het fort van Schoten en het spoorwegfort van Duffel.

Oorlogsschade

In 1914 raakte het fort van Lier beschadigd. De 32 inslagen zijn nog altijd indrukwekkende getuigen van het oorlogsgeweld van 1914. In september-oktober 1914 nam het fort deel aan de verdediging van de vesting Antwerpen. Het lag in de aanvalszone van de Duitse troepen. Tussen 29 september en 2 oktober lag het fort onder vuur en beschoot het zelf agglomeraties en wegen waar Duitsers waren gesignaleerd. Het werd het doelwit van de ‘dikke Bertha’s’: van de 184 projectielen troffen 35 troffen doel, 32 inslagen veroorzaakten schade. Verschillende inslagen zijn nog altijd goed zichtbaar: gewelven doorboord, gevels scheef geslagen, uitwendige kraters achterlatend. Op 3 oktober 1914 namen de Duitse troepen namen het fort in.

Een betonnen wachtpostbunkertje getuigt van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog, evenals de nieuwe brede toegang over een dam in de vestinggracht links van de traditionele ingang.

Huidige toestand

In 1947 demilitariseerde de overheid het fort van Lier, samen met de andere versterkingen uit de vesting Antwerpen. Sinds 1956 is het fort eigendom van de gemeente Lier, die er enkele verenigingen onderdak bood. Alle elementen bleven bewaard doch in beschadigde toestand. De centrale kazerne is om veiligheidsredenen niet toegankelijk. Het puin van enkele inslagen is nog zichtbaar. Goed bewaard zijn de hoge wallen, de loopgraven en bunkers uit de jaren 1930 en de ronde weg op de rand van het forteiland en het buiten  met bedekte weg. Het buitenglacis was al voor de Eerste Wereldoorlog met bomen of hakhout begroeid. Het fort van Lier is een overwinteringsplaats voor vleermuizen. Het behoort tot de Speciale Beschermingszone (habitatrichtlijngebied) voor vleermuizen.

 

  • Koninklijke Bibliotheek, Kaarten en Plannen, nr. WBS IV 12.052 (1) D: Atlas des bâtiments militaires: Fort de Lierre (1907), Brussel, schaal 1:400.
  • Informatie Vlaanderen, Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, DTM, raster, 1 m, afgeleid van Lidar-hoogtegegevens, 2013-2015.
  • SIMOENS T. 2016: De chaos van het slagveld: het Belgisch leger in de loopgraven, Antwerpen, Amsterdam.
  • GILS R. 1998: Vesting Antwerpen, deel 2: De Pantservesting, 1885-1914, België onder de wapens 7, Erpe, 30-31.
  • GILS 2014: Antwerpse forten 1914, Tielt, 102-126.
 

Auteurs :  Verboven, Hilde
Datum  : 09-05-2019


Relaties

  • Is deel van
    Fortweg
    Fortweg (Lier)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Fort van Lier [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/10300 (Geraadpleegd op 23-09-2019)