Teksten van Hof van Lier en kapel theresianenklooster

https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/10446

Hof van Lier ()

Het ‘Hof van Lier’ klimt in kern op tot de 16de eeuw en vormde vanaf 1651 de verblijfplaats van de Engelse theresianen, tot deze in 1709 verhuisden naar een nieuw klooster aan de overzijde van de straat. De gebouwen kwamen vervolgens in privé-bezit, en ondergingen hierdoor verschillende aanpassingen in de loop van de 19de eeuw.

Historiek

Het ‘Hof van Lier’ was het klooster van de Engelse theresianen, die zich vanuit Antwerpen in 1648 te Lier vestigden. Eerst vonden ze een onderkomen in het Refugium van de abdij van Nazareth (in de Blokstraat, vanaf 1651 in het ‘Hof van Lier’. Het ‘Hof van Lier’ werd begin 16de eeuw bewoond door kanunnik Van Brabant, bastaardafstammeling van de hertog van Brabant. In 1553 werd het eigendom van Jan Karel Affaytady, heer van Gistel en in 1609 mede-eigendom van Adriaan Tacquet, heer van Lachenen. Vanaf 1651 tot begin 18de eeuw was het Hof de verblijfplaats van de Engelse theresianen, die het pand verlieten voor een nieuw klooster aan de overzijde van de straat. In 1718 werd het gebouw verkocht aan de stad en ging later over in particuliere handen.

Beschrijving

Het ‘Hof van Lier’ is een geheel van gebouwen in traditionele bak- en zandsteenstijl, die in de tweede helft van de 17de eeuw werden ingericht als klooster met kapel. Later vonden verscheidene functieverschuivingen plaats die gepaard gingen met de nodige aanpassingen en verbouwingen.

Langs de Nete zijn verscheidene aanbouwsels aanwezig met oude kernen in bak- en zandsteenstijl, onder wisselende bedaking, opklimmend tot de 16de eeuw, maar later herhaaldelijk aangepast en uitgebreid. De gevels worden gemarkeerd door zandstenen banden en negblokken. De muuropeningen werden grondig aangepast met deels bewaarde zandstenen kwartholomlijstingen en arduinen lekdrempels. Er zijn aanbouwsels in neotraditionele stijl. De tuinmuur aan de waterkant is een bakstenen muur op gepikte plint afgedekt met Vlaamse pannen. de muur wordt onderbroken door rond een torentje onder leien spits en ijzeren hekwerk.

Links hiervan zien we een diephuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder een afgewolfd zadeldak, in kern opklimmend tot de 16de eeuw maar aangepast in de 19de eeuw. De bepleisterde en witbeschilderde lijstgevel wordt op de begane grond belijnd door imitatiebanden, uitwaaierend boven de muuropeningen. De rechthoekige vensters op recente arduinen lekdrempels zijn bij de bovenvensters doorgetrokken tot kordon. De linkse deurtravee is uitgewerkt als risaliet met een rechthoekige poort. De gevel wordt afgeboord door middel van een geprofileerde architraaf en houten kroonlijst, beide verspringend. De verankerde achterpuntgevel heeft rechthoekige muuropeningen en gedichte oculus in top. In het interieur bleef een kamer met behang van goudleer bewaard, uit de tweede helft van de 18de eeuw.

Links daarnaast staat een breedhuis in bak- en zandsteen onder een zadeldak met Vlaamse pannen, in kern opklimmend tot de 16de eeuw. De verankerde lijstgevel bestaat uit een onregelmatige travee-indeling en twee bouwlagen op arduinen plint links en zandstenen plint rechts. Het centrale gedeelte loopt uit op een getrapt dakvenster. Het linkse gedeelte is aangepast met rechthoekige vensters in een gecementeerde omlijsting op arduinen lekdrempels, op de tweede bouwlaag doorgetrokken tot kordon. De rechthoekige deuren zijn gevat in een gelijkaardige omlijsting. Het deels blind rechtse gedeelte wordt geritmeerd door zandstenen banden en een puilijst. Twee rechthoekige vensters hebben een bewaarde zandstenen kwartholomlijsting. De rondboogpoort links is voorzien van een sluitsteen en imposten onder geprofileerde waterlijst. Een houten kroonlijst op modillons boordt de gevel af. Haakt op het gebouw staat een aanbouwsel, gecementeerd met schijnvoegen, onder een zadeldak met Vlaamse pannen.

Nummer 8 is de eerste kapel van het theresianenklooster uit het derde kwart van de 17de eeuw. De kapel werd later aangepast en tot 1880 gebruikt als een soort parochiehuis met onder meer de stichting van het Sint-Vincentiusgenootschap in 1852. Het ‘Kercken Huys’ is een combinatie van een diep- en breedhuis van bak- en zandsteen onder gecombineerde zadeldaken (kunstleien, Vlaamse pannen). Het is een verankerde trapgevel (zes treden en topstuk) van drie à twee traveeën en twee bouwlagen op een zandstenen plint. De gevel wordt horizontaal geritmeerd door zandstenen banden en een kordon. De aangepaste rechthoekige vensters zijn gevat in een natuurstenen omlijsting met kwarthol geprofileerde dagkanten. De rondboogdeur in zandstenen kwartholomlijsting heeft een rechthoekig betralied bovenlicht. In de geveltop werd een oculus ingebracht.

  • D'HULST H., Het klooster der Engelse Theresianen of ongeschoeide Karmelietessenklooster te Lier (1648-1794), Lier, 1949.
  • LENS A. en MORTELMANS J., Gids voor oud Lier, Antwerpen, 1980, p. 112.

Auteurs:  Kennes, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Hof van Lier en kapel theresianenklooster [online], https://id.erfgoed.net/teksten/432946 (geraadpleegd op ).


Hof van Lier en kapel theresianenklooster ()

Voormalig "Hof van Lier" en klooster van de Engelse theresianen, die zich vanuit Antwerpen in 1648 te Lier vestigden, aanvankelijk in het Refugium van de abdij van Nazaret (Blokstraat nummers 5-7); vanaf 1651 in de huidige Kerkstraat nummers 2-6 door aankoop van het "Hof van Lier", dat begin 16de eeuw bewoond werd door kanunnik Van Brabant, bastaardafstammeling van de hertog van Brabant; in 1553 eigendom van Jan Karel Affaytady, heer van Gistel; in 1609 mede-eigendom van Adriaan Tacquet, heer van Lachenen. Zoals vermeld vanaf 1651 tot begin 18de eeuw verblijfplaats van de Engelse theresianen, die het pand verlieten voor een nieuw klooster aan de overzijde van de straat (zie nummers 1-13). In 1718 verkocht aan de stad, naderhand in privé-bezit.

Geheel van panden in traditionele bak- en zandsteenstijl, in de tweede helft van de 17de eeuw ingericht als klooster met kapel (huidige nummer 8). Naderhand verscheidene functieverschuivingen gepaard gaande met de nodige aanpassingen en verbouwingen.

Nummer 2. Diephuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder afgewolfd zadeldak (mechanische pannen), in kern opklimmend tot de 16de eeuw (zie verankerde achterpuntgevel), aangepast in de 19de eeuw. Bepleisterde en witbeschilderde lijstgevel, op de begane grond belijnd door imitatiebanden, uitwaaierend boven de muuropeningen. Rechthoekige vensters op recente arduinen lekdrempels, bij de bovenvensters doorgetrokken tot kordon. Linkse deurtravee in risaliet met rechthoekige poort. Gevelbeëindiging door middel van geprofileerde architraaf en houten kroonlijst, beide verspringend. Verankerde achterpuntgevel met rechthoekige muuropeningen en gedichte oculus in top.

Interieur: kamer met bewaard behang van goudleer, uit de tweede helft van de 18de eeuw.

Aansluitend rechts, langs de Nete: verscheidene aanbouwsels met oude kernen in bak- en zandsteenstijl, onder wisselende bedaking, opklimmend tot de 16de eeuw, doch later herhaaldelijk aangepast en uitgebreid. Markerende zandstenen banden en negblokken. Grondig aangepaste muuropeningen met deels bewaarde zandstenen kwartholomlijstingen; arduinen lekdrempels. Voorts aanbouwsels in neotraditionele stijl. Tuinmuur aan de waterkant: bakstenen muur op gepikte plint afgedekt met Vlaamse pannen; onderbroken door rond torentje onder leien spits en ijzeren hekwerk.

Nummers 4-6. Breedhuis van bak- en zandsteen onder zadeldak (Vlaamse pannen), in kern opklimmend tot de 16de eeuw. Verankerde lijstgevel met onregelmatige travee-indeling en twee bouwlagen op arduinen plint links, zandsteen rechts. Centraal gedeelte uitlopend op getrapt dakvenster. Linkse gedeelte aangepast met rechthoekige vensters in gecementeerde omlijsting op arduinen lekdrempels, op de tweede bouwlaag doorgetrokken tot kordon. Rechthoekige deuren in gelijkaardige omlijsting. Deels blind rechtse gedeelte geritmeerd door zandstenen banden en puilijst. Twee rechthoekige vensters in bewaarde zandstenen kwartholomlijsting. Rondboogpoort links in dito, voorzien van sluitsteen en imposten onder geprofileerde waterlijst. Houten kroonlijst op modillons.

Haaks op nummer 6: aanbouwsel, gecementeerd met schijnvoegen, onder zadeldak (Vlaamse pannen).

Nummer 8. "Kercken Huys", eerste kapel van het theresianenklooster (tweede helft 17de eeuw). Later aangepast en tot 1880 gebruikt als een soort parochiehuis met onder meer de stichting van het Sint-Vincentiusgenootschap in 1852. Combinatie van diep- en breedhuis van bak- en zandsteen onder gecombineerde zadeldaken (kunstleien, Vlaamse pannen), in kern opklimmend tot het derde kwart van de 17de eeuw. Verankerde trapgevel (6 treden en topstuk) van drie tot twee traveeën en twee bouwlagen op zandstenen plint. Horizontaal geritmeerd door zandstenen banden en kordon. Aangepaste rechthoekige vensters in natuurstenen omlijsting met kwarthol geprofileerde dagkanten. Oculus in top. Rondboogdeur in zandstenen kwartholomlijsting met rechthoekig betralied bovenlicht.

  • D'HULST H., Het klooster der Engelse Theresianen of ongeschoeide Karmelietessenklooster te Lier (1648-1794), Lier, 1949.
  • LENS A. en MORTELMANS J., Gids voor oud Lier, Antwerpen, 1980, p. 112.

Bron: KENNES H. & WYLLEMAN L. 1990: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kanton Lier, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13n1, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Kennes, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Hof van Lier en kapel theresianenklooster [online], https://id.erfgoed.net/teksten/10446 (geraadpleegd op ).