erfgoedobject

Burgerhuis in art-decostijl

bouwkundig element
ID
10977
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/10977

Juridische gevolgen

Beschrijving

Half vrijstaand burgerhuis in art-decostijl, gebouwd naar een ontwerp uit 1932 door de architect Lode Van Marcke (gevelinscriptie). Opdrachtgever was majoor (later luitenant-generaal) Raymond Carion (1883-1953), in 1914 gehuwd met Louise Venkeler (1894-1985), de dochter van John (Jan Baptiste) Venkeler (1863-1933) en Joséphine Tersago (1871-1948). De werken gingen van start op 3 oktober 1932, en werden in de loop van 1933 voltooid.

Historiek en context

John Venkeler had in 1928 voor zijn dochter en schoonzoon al een woning laten bouwen twee percelen hogerop, Koninklijkelaan 3, eveneens naar ontwerp van Van Marcke. Na het overlijden van John Venkeler in 1933, betrok zijn weduwe de nieuw gebouwde woning op nummer 7, en behield het echtpaar Carion-Venkeler hun eerder gebouwde woning op nummer 3 als domicilie. John Venkeler stond aan het hoofd van het stouwersbedrijf John Venkeler & Co, gevestigd in de Kriekenstraat. Hij liet in 1900 een buitenverblijf bouwen aan de Bist in Ekeren, naar zijn dochter “Villa Louise” genoemd. De familie Venkeler speelde een vooraanstaande rol in de Antwerpse haven, sinds de oprichting door Melchior Venkeler in 1871 van het stouwersbedrijf Vereeniging van Aannemers van Lossen en Laden van Schepen “De Grote Ploeg”, vanaf 1878 de Vereenigde Stouwers Firma Venkeler & Co.

Van Lode Van Marcke, wiens praktijk destijds gevestigd was aan de Vlaamsekaai 84 te Antwerpen, zijn tot op heden slechts drie nieuwbouwprojecten bekend, alle opmerkelijke voorbeelden van art deco. Behalve beide woningen Carion-Venkeler aan de Koninklijkelaan, is er nog de woning Jochem aan de Venneborglaan 74 in Deurne. Verder zijn in Antwerpen een aantal dossiers voor verbouwingen teruggevonden uit de jaren 1927 tot 1939.

Beide woningen Carion-Venkeler verschillen relatief van uitzicht en materiaalgebruik. De volledig uit witte natuursteen opgetrokken gevel van nummer 3 kent een eerder klassieke uitstraling, terwijl nummer 7 met zijn expressief kleurgebruik en geometrische motieven meer eigentijds overkomt, onder invloed van het baksteenmodernisme.

Het pand werd verbouwd tot bankfiliaal naar een ontwerp uit 2003 door de architecten Mik Thielemans  en Jan Cooreman van het Gentse architectenbureau Architectural Service. Op de begane grond maakte de garage daarbij plaats voor kantoren.

Architectuur

De woning Carion-Venkeler beantwoordt aan de typologie die de architectuur van de Koninklijkelaan kenmerkt. Het gaat om een bebouwing van overwegend burgerhuizen uit de jaren 1920 en 1930. Zoals de bouwvoorschriften opleggen, zijn de voortuintjes telkens afgesloten door een ijzeren hekwerk. Het hekwerk is hier echter verloren gegaan. De woning maakt deel uit van een groep van vier individuele art-decoburgerhuizen (Koninklijkelaan 1 tot 7), die de diversiteit binnen de stijl weerspiegelen. Het art-decokarakter van de woning Carion-Venkeler berust op de expressieve geometrie, ondersteund door het spel met baksteenverbanden en kleurcontrasten. Het gehele gevelschema krijgt een geometrische opbouw met afgeschuinde, ruit- en trapeziumvormige venster- en deuropeningen, vaak in combinatie met smeedwerk of gekleurd glas.

De onderkelderde rijwoning in half open bebouwing, met een gevelbreedte van twee traveeën, omvat drie bouwlagen onder een plat dak. Voor de gevelopstanden is een parement toegepast uit drie kleuren baksteen verwerkt in kruisverband, in combinatie met witte natuursteen. Het sokkelvormende onderste register van de voorbouw is over de volledige hoogte uitgevoerd in witte natuursteen en fungeert als sokkel. Daarboven bestaat het parement uit gele baksteen van het type Belvédèresteen, ter hoogte van de bel-etage alternerend met een brede band wijnrode klampsteen, extra geaccentueerd door hoekverbanden in uitstekende koppen. Witte natuursteen is verder gebruikt voor waterlijsten, de erker, vensterposten, water- en daklijsten, een decoratief fronton en fries.

Horizontaal geleed door de puilijst, beantwoordt de voorgevel aan een axiaal opzet, gemarkeerd door een erkerpartij en bekroond door een getrapte attiek van vijf ongelijke treden. In de pui heeft de inkomdeur de vorm van een getrapte mijterboog met waterlijst, en de flankerende garagepoort getrapte en afgeronde bovenhoeken. Op de bel-etage gaat de driezijdige erker met rechthoekig drielicht over in het balkon met gesloten borstwering van de tweede verdieping. Daarvan wordt het inspringende, rechthoekige vierlicht geaccentueerd door een mijtervormig fronton met doorgetrokken waterlijst, decoratief bewerkt met een geometrisch reliëfpatroon op basis van driehoeken. Een fries met een gelijkaardig patroon lijnt de attiek af. De typische garagepoort met geometrisch traliewerk binnen een omlijsting van gehamerd metaal bleef bewaard. De oorspronkelijke gelijkaardige inkomdeur en het houten vensterschrijnwerk zijn vernieuwd.

In de zijgevel wordt de traphal aangegeven door drie liggende vensters met kleurrijke glas-in-loodramen in geometrische patronen. Deze zijn gevat in een breed, oplopend spaarveld, uitgevoerd in dezelfde gele Belvédèresteen en wijnrode klampsteen, geaccentueerd door rode papesteen. Dit laatste type baksteen is ook gebruikt voor het blinde muurwerk van de plint in de voorbouw en van de volledige achterbouw.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centraal ingeplante, ruim gedimensioneerde traphal. Zoals af te leiden uit de gevelindeling, bestaat de begane grond aan straatzijde uit de inkomhal in de smalle linker travee en de garage in de brede rechter travee. Daarachter bevindt zich de centrale traphal die doorloopt op de bel-etage. Op de bouwplannen zijn de functies van de verschillende ruimten niet aangegeven. Aangenomen kan worden dat de keuken één van de twee gelijkvloerse vertrekken aan de tuinzijde inneemt, voorzien van een erkervormige uitbouw. Naar analogie met de klassieke opbouw van de bel-etagewoning beslaat het salon op de eerste verdieping over de volledige breedte de straatzijde, met de slaap- en badkamer aan de tuinzijde. De minder diepe bovenste verdieping is ingedeeld in vier kleinere vertrekken, vermoedelijk twee slaapkamers, een meiden- en bergkamer.

Uit de bouwplannen en nog aanwezige interieurelementen valt af te leiden dat de woning Carion-Venkeler oorspronkelijk ontworpen was met een rijk interieur in art-decostijl, uitgevoerd in verfijnde materialen als marmer en parket. Centrale hal met dambordvloer uit rood en wit marmer, mijter- en rondboogarcaden uit zwart marmer. Kleurrijke glas-in-loodramen uit gehamerd glas, respectievelijk met een getrapte opbouw en een geometrisch waaierpatroon. Verder is een schouw uit kleurrijk contrasterend marmer bewaard.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers, 1275#1639, en 961#522; foto’s 1107#2114 en 1107#2760.
  • VANFRAECHEM S. 2005: Een sfeer om haring te braden: arbeidsverhoudingen in de haven van Antwerpen 1880-1972, Gent, 25.

Auteurs :  Ventriglia, Melisa
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in art-decostijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/10977 (Geraadpleegd op )