Teksten van Burgerhuis De Tulp

Kunstenaarswoning De Tulp

Zogenaamd "De Tulp". Atelierwoning van kunstschilder E. Joors, waarvoor bouwaanvraag van 1900, naar ontwerp van J. Hofman.

Combinatie van traditionele, art-nouveau- en cottage-elementen verwerkt tot een veelkleurige puntgevel met breukstenen plint, bak- en zandstenen parement, gelakt smeedwerk, beschilderde windborden. Gevelbrede ijzeren balkons met functionele gietijzeren liggers en zuiltjes naast decoratief gesmede leuningen en rankwerk; op de derde bouwlaag gevelbreed ateliervenster met ijzeren roeden; smeedijzeren tulp op de nok: een meer uitgewerkt exemplaar door de Lierse kunstsmid L. Van Boeckel, bevindt zich in de trapzaal. Neo-Vlaamsrenaissance-interieur met glasramen en trapleuning in art nouveau.

  • Gemeente-archief Berchem, 0.1/5, dossier 10, 3 januari 1900.
  • ELAUT A. & POSSEMIERS J. 1988: Op wandel door de belle époque, Brussel, 90-91.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architektuur in het Antwerpse: een doorsnede, Licentiaatsverhandeling R.U.G., 30-31.

Bron: Kennes H., Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. & Himler A. 1992: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in in Vlaanderen 3ND, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Plomteux, Greet
Datum: 1992

Je kan deze pagina citeren als: Plomteux, Greet: Burgerhuis De Tulp [online], https://id.erfgoed.net/teksten/11101 (geraadpleegd op 01-11-2020)


Kunstenaarswoning De Tulp

Woning De Tulp was de atelierwoning van kunstschilder Eugène Joors (1850-1910). Het ontwerp werd getekend door architect Jules Hofman in 1900. Joors woonde voordien in de Keistraat 59, in het Schipperskwartier in Antwerpen. In 1900 volgde hij het voorbeeld van talrijke kunstenaars en andere vooraanstaande burgers door in de populaire wijk Zurenborg te gaan wonen. Hij bleef in Woning De Tulp wonen tot aan zijn dood in 1910. De huisnaam verwijst naar zijn specialiteit als schilder van natuurlijke bloemstillevens, een genre dat toen heel gewild was.

De rijwoning telt drie bouwlagen onder een zadeldak, dat de nok evenwijdig met de straat heeft. Hofman verwerkte een combinatie van traditionele, art-nouveau- en cottage-elementen tot een veelkleurige puntgevel met breukstenen plint, bak- en zandstenen parement, gelakt smeedwerk en beschilderde windborden. Gevelbrede ijzeren balkons met functionele gietijzeren liggers en zuiltjes naast decoratief gesmede leuningen en rankwerk. Op de derde bouwlaag zit een gevelbreed ateliervenster met ijzeren roeden.

Op de nok is een smeedijzeren tulp uitgewerkt; een meer uitgewerkt exemplaar door de Lierse kunstsmid Lodewijk Van Boeckel, bevindt zich in de trapzaal. Neo-Vlaamsrenaissance-interieur met glasramen en trapleuning in art nouveau.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 956 # 1547.
  • ELAUT A. & J. POSSEMIERS 1988: Op wandel door de belle époque, Brussel, 90-91.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architektuur in het Antwerpse: een doorsnede, Licentiaatsverhandeling R.U.G., 30-31.

Bron: -
Auteurs:  Hooft, Elise, Plomteux, Greet
Datum: 2015

Je kan deze pagina citeren als: Hooft, Elise; Plomteux, Greet: Burgerhuis De Tulp [online], https://id.erfgoed.net/teksten/171170 (geraadpleegd op 01-11-2020)