Woning Spies

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Deurne
Straat Boekenberglei
Locatie Boekenberglei 265, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Herinventarisatie Deurne (Antwerpen) (inventarisatie: 01-06-2015 - 30-04-2018).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Atelierwoning Spies

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Sterk opengewerkte burgerwoning met artiestenstudio in nieuwe zakelijkheid, in 1935 gebouwd voor het echtpaar Spies naar een ontwerp van architect Eduard Van Steenbergen die ook instond voor de inrichting van de keuken (1936) en de meubilering van de woonkamer (1937). De Turnhoutse meubelmaker J. Hermans, met wie van Steenbergen regelmatig samenwerkte, leverde het maatmeubilair. Aan de oorspronkelijk slechts twee bouwlagen tellende woning liet eigenaar R. Dierckx in 1967 een verdieping toevoegen naar een ontwerp van de Deurnese architect Lode Wouters. Over de opdrachtgever H. Spies, tot dan wonende in de Cruyslei 6 in Borgerhout, is ons als (podium)kunstenaar niets bekend uit de beschikbare literatuur.

Sinds de uitbreiding van 1967 sluit de woning Spies qua opzet en schaal aan bij de andere rijwoningen in de gevelwand. Als één van slechts een handvol modernistische interbellumwoningen aan de Boekenberglei onderscheidt ze zich echter in het straatbeeld met haar functionele en krachtige architectuur.

Eduard Van Steenbergen (1889-1952) is één van de voornaamste Belgische modernistische architecten. Geschoold aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en praktisch opgeleid op het architectenbureau van zijn jong overleden vader Martinus, startte Van Steenbergen in 1921 een eigen praktijk te Berchem. In zijn beginperiode als zelfstandig architect ontwierp hij vooral woningen in cottagestijl en art deco in de geest van de Engelse Arts and Crafts en refererend aan de Amsterdamse School, zoals bijvoorbeeld te zien in de woning Grauls te Berchem, zijn eerste zelfstandige opdracht, en in de Unitaswijk te Deurne, zijn eerste grote realisatie. Vrij snel evolueerden Van Steenbergens ontwerpen naar een versoberde baksteenarchitectuur, gekenmerkt door plastische accenten, houten schrijnwerk met veelkleurige glasramen, en eenvoudige functionele plattegronden en interieurs, vaak voorzien van door de architect ontworpen meubilair. Opvallende voorbeelden uit deze periode zijn de woning Koumans in Wilrijk en de woning Van den Berghe in Borgerhout. Omstreeks 1930 oriënteerde Van Steenbergen zich meer expliciet op het internationale functionalisme, met als hoogtepunt het Koninklijk Atheneum van Deurne. Van Steenbergens meest doorgedreven functionalistische privé-ontwerp is wellicht de compacte en uiterst eenvoudige woning met artiestenstudio voor het jonge en kinderloze echtpaar Spies.

Met een gevelbreedte van 5,80 meter en een bouwdiepte van net geen 8 meter, omvatte de volledig onderkelderde rijwoning oorspronkelijk twee bouwlagen onder een platte bedaking. Sinds 1967 telt de woning drie bouwlagen, opnieuw onder een plat dak. Van Steenbergens ontwerp bestaat uit betonnen dak- en vloerplaten tussen twee dragende zijgevels, voorzien van een sterk opengewerkte voor- en achtergevel. Beide gevels kregen een drie traveeën brede en rechthoekig opgedeelde stalen raampartij die vanaf een lage borstwering reikt tot onder de dakrand. In de voorgevel zorgen geprononceerde stalen goten voor een horizontale geleding van de monumentale raampartij. Tegelijk verhullen deze goten de positie van de vloerplaat, waardoor de scheiding tussen de verdiepingen vervaagt. Het horizontaliserende effect van de goten wordt verder versterkt door hun aansluiting op de voegen van de witte natuurstenen bekleding die de raampartij aflijnt en links van de voordeur overgaat in een blind muurveld. Witte natuursteen is ook aangewend voor de verdiepte beplating van de vensterborstwering en voor de waterlijst met kwartrond geplooide uiteinden die de gevelbeëindiging vormt.

De uiterst sobere gevelcompositie legt de nadruk volledig op de hoge inkompartij. Deze beslaat exact twee derde van de toegangstravee, en omvat een verdiepte en verhoogde stalen voordeur onder een korte gestrekte luifel, een impostvenster, en een bekronend halfrond betonnen balkonnetje met borstwering in stalen strippen. Een blinde zijmuur, voorzien van pseudovoegen en een ingewerkte brievengleuf flankeert het geheel. Subtiele ingrepen als het doortrekken van de onderste deurtrede onder de vensterborstwering en het terugwijkend plaatsen van de lage plint met keldervenster, tillen de woning van de grond. Het ontwerp voorzag in de plaatsing, achter de natuurstenen daklijst, van een houten of stalen scherm met dezelfde hoogte als de vensterborstwering. Deze valse attiek liet, indien effectief uitgevoerd, de woning visueel aansluiten bij de hogere omliggende bebouwing en verleende de anders nagenoeg vierkante gevel een evenwichtiger compositieschema.

In 1944 of 1945 liep de gevel oorlogsschade op. De natuurstenen gevelbekleding werd kort nadien hersteld en later volledig overpleisterd en geschilderd. In 1967 werd de huidige bovenverdieping toegevoegd. Het betreft een volledig houten constructie die om ruimte te winnen achteraan boven het terras werd uitgebouwd. Naar analogie met het bestaande ontwerp werkte Lode Wouters de nieuwe verdieping volledig open met grote raampartijen. Het schrijnwerk echter, werd uitgevoerd in hout in plaats van staal, en met twee registers van rechthoekige ramen gescheiden door een band van liggende raampjes week ook de raamverdeling af van het bestaande ontwerp.

In 2017-2018 werd de voorgevel grondig gerenoveerd. Hierbij werd van de begane grond en eerste verdieping het stalen buitenschrijnwerk integraal vervangen door aluminium schrijnwerk dat qua profilering en raamverdeling het origineel benadert. De koperen handgreep van de originele voordeur werd gerecupereerd. Het betonnen balkonnetje werd volledig vervangen door een lichtere constructie en is niet meer begaanbaar. Volgens de bouwaanvraag zou de beschadigde natuurstenen gevelbekleding door bepleisterde isolatiepanelen worden vervangen, weliswaar met herneming van de horizontale pseudovoegen. De raampartij van de bovenverdieping is een kopie van een modern aluminium raam dat het door Lode Wouters ontworpen houten schrijnwerk verving. De eenvoudige rechthoekige raamverdeling met uniforme profielbreedte correspondeert niet met het fijner verdeelde schrijnwerk uit 1967. In de achtergevel bleef het stalen schrijnwerk van de begane grond en eerste verdieping voorlopig bewaard.

De oorspronkelijke plattegrond van de woning was uiterst eenvoudig en werd gedefinieerd door een centraal maar uit de as geplaatste cilindrische trapkoker. Voor daglichttoetreding in de koker zorgden een ovaal venster naar de hal en vier rijen glazen bouwstenen tegen het studioplafond op de verdieping. Volgens het bouwplan omvat de begane grond een kleine hal met opengewerkte vestiaire, rechts toegang verlenend tot de woonkamer die over de volledige bouwdiepte de brede venstertravee inneemt, en achteraan, via een sas met trapkoker, aansluitend op een compacte keuken. Via de keuken zijn het perceelbrede terras in betontegels en de kleine ommuurde stadstuin bereikbaar. Een bergkast voor tuinmateriaal dient als een hoge borstwering voor het keukenvenster. Voor de woonkamer ontwerpt Van Steenbergen in 1937 een L-vormige combinatie van een kamerbreed bankstel, geplaatst tegen de vensterborstwering, en een lage buffetkast die bijna de volledige lengte van de scheimuur beslaat. Op de eerste verdieping brengt Van Steenbergen in één grote L-vormige ruimte een artiestenstudio en een slaaphoek onder. Een vouwscherm fungeert als mobiele scheidingswand. Naast de slaaphoek en boven de keuken wordt de badkamer gepositioneerd. Bij de uitbreiding van de woning in 1967 ging het open planconcept van de eerste verdieping verloren. Lode Wouters deelde de slaapkamer-studio met vaste wanden op in werkkamer aan de tuinzijde, en een slaapkamer en kleine bergplaats aan de straat. Op de nieuwe bovenverdieping, toegankelijk via de doorgetrokken trapkoker, voorzag Wouters vooraan een perceelbreed uitgewerkte kinderkamer, achteraan twee kleine kinderkamers, en op het middenplan een hal en badcel. Ruimtebesparende inbouwkasten werden aan alle kamers op de eerste en tweede verdieping toegevoegd. Van het door Van Steenbergen ontworpen interieur bleven slechts parketvloeren en binnendeuren bewaard.

  • Architectuurarchief Vlaanderen - Vlaams Architectuurinstituut, archief Eduard Van Steenbergen, Antwerpen, dossier woning Spies.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#12181 en 627#24255.
  • LAUREYS D. 2004: Eduard Van Steenbergen, in: LAUREYS D. (red.), Bouwen in beeld: de collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen, Turnhout, 295-301.
  • MALLIET A. 1993: Gebouwen van architect Eduard Van Steenbergen uit het interbellum, Monumenten en Landschappen 12.3, 22.
  • VAN DEN BERGHE V. 1955: Eduard van Steenbergen: bouwmeester en binnenhuiskunstenaar, 1889-1952, Antwerpen, 9-33, 51-52, 183.

Bron: -

Auteurs: Bisschops, Tim

Datum tekst: 2018

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Boekenberglei

Boekenberglei (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.