Expohal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Deurne
Straat Te Couwelaarlei, Frank Craeybeckxlaan
Locatie Te Couwelaarlei 97-99, Frank Craeybeckxlaan 77, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Expohal

Deze bescherming is geldig sinds 18-09-2009.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Expohal

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Van Expo 58 afkomstige glulamconstructie vervaardigd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene voor het paviljoen van de Belgische Houtindustrie, dat in 1958 werd opgericht naar ontwerp van architect Wenceslas de ‘t Serclaes de Wommerson en in 1959 onder leiding van architect Roger Groothaert in Antwerpen/Deurne consciëntieus werd heropgebouwd.

Historiek

Van Expo 58 afkomstige glulamconstructie vervaardigd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene voor het paviljoen van de Belgische Houtindustrie, dat in 1958 werd opgericht naar ontwerp van architect Wenceslas de ‘t Serclaes de Wommerson en in 1959 onder leiding van architect Roger Groothaert in Antwerpen/Deurne consciëntieus werd heropgebouwd.

Op Expo 58, de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling, bouwde de vzw Fabrihout 58 in de nabijheid van een van de bipoden van het Atomium een houten paviljoen. Het complex bestond uit twee delen: de grote halve bolkap, dit is de tentoonstellingshal met de gelamelleerde spanten, geflankeerd door een houten prefabconstructie van twee bouwlagen met onderaan enkele expositiekabinetten en op de eerste verdieping ruimtes voor administratie en een bar. Van dit geheel sprong vooral de bolkap in het oog die, misschien meer dan bij de heropgebouwde Expohal het geval is, tegen een gemene muur leek aan te leunen. Aan de andere zijde van deze met plastiek golfplaten beklede hoge muur bevonden zich de paviljoenen van de Marmerindustrie en het Belgische Tabakspaviljoen. Het paviljoen van de Houtindustrie oriënteerde zich op deze manier weg van de andere 'grondstoffen', maar richtte zich - betekenisvol? - naar de site van de tentoonstellingsgroepen 'Gebouwen en Woningen' en 'Stedenbouw'.

Architect Wenceslas de ‘t Serclaes de Wommerson, in 1950 afgestudeerd aan de Hogere School voor architectuur en decoratieve kunsten in Ter Kameren, was verantwoordelijk voor de vormgeving van het paviljoen. Fabrizio Carola, huisarchitect bij de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene, verzorgde de inrichting van het interieur. De structuur van de koepel met asymmetrische driescharnierspanten is een unicum. De halve spantbogen uit R.N.D. (rode Noorse den), uitzonderlijk verlijmd met ureum formaldehyde, de zogenaamde glulamspanten (zie verder onder Evaluatie, Waarden), werden door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene vervaardigd. In een flauwe paraboolboog, versmallend naar de voet toe, overspannen ze 25,5 meter. Even voor de kop op een hoogte van 11,5 meter worden ze gestut door een schuin geplaatste glulamkolom. De krans van elf stutten omschrijft op die manier tegen de gemene muur een halve omgekeerde kegel, waardoor het licht zenitaal in de ruimte wordt binnengehaald. De hoge gemene muur was bekleed met plastiek golfplaten en had geen vensters. De zijwanden, die in het originele paviljoen gedeeltelijk waren bekleed met horizontale, alternerende stroken van transparante plastiek zogenaamd Plasticlair en blauwe Glasal, zorgden voor een fris en licht overgoten interieur. De top van de koepel was bedekt met een bitumineuze dakdichting en een aluminium deklaag op multiplexplaten die zichtbaar werden gelaten in het interieur. Ter hoogte van derde, achtste en negende travee waren ruime toegangen voorzien. In het sierlijke, lichte paviljoen was de tentoonstelling "Het Hout ten dienste van de mens in de verschillende domeinen van het moderne leven" opgesteld, waarin zowel spanten en plaatmaterialen als allerlei meubilair, sportmateriaal en speelgoed werden getoond. Een van de blikvangers was een houten bol van 2,5 meter diameter in teak, ontworpen door Carola en ingericht met een bed, televisie en infrarood lamp als zonnebank. De presentatie in het paviljoen van de Belgische Houtnijverheid werd bekroond met een Grote Prijs, de hoogste onderscheiding die aan individuele inzendingen werd toegekend. Het complete paviljoen werd bekroond met een Zilveren Ster.

Wanneer het Fabrihout-paviljoen, net zoals het gros van de andere Expo 58-constructies eind 1958-begin 1959 werd ontmanteld, verwierf de gemeente Deurne de spanten van de koepel. Hiermee werd door de lokale technische dienst onder leiding van architect Roger Groothaert, in 1959 een kolomvrije cultuur- en sporthal, de zogenaamde Expohal, opgericht. De uitbreiding met de zogenaamde Annex-gebouw, dateert van 1960-1962 en werd evenals de twee zijingangen door dezelfde architect ontworpen. Het aansluitende gebouw dat de Sportdienst van Deurne en een fitnessruimte huisvest werd in 1981 toegevoegd.

Beschrijving

De Deurnese Expohal lijkt minder een gebouw dan een duistere, vreemde holte aan de rand van het stedelijk weefsel. De oriëntatie maakt dat het gebouw zich nooit frontaal maar schrijlings laat zien. Het complex is sterk op zichzelf gericht, wat in het interieur alleen maar versterkt wordt door de dominante aanwezigheid van de elf naar één centrale ring toelopende glulamspanten. Deze spanten vormen niet zozeer de versterking maar wel de aanleiding voor de vreemde contouren en oriëntatie van het complex. De gedrukte halve bolkap vertoont onderaan een laag bakstenen muurtje dat tussen de funderingsblokken van de spantbenen is gemetseld. Op de ingelegde houten gordingen zijn verzinkte geprofileerde staalplaten, een dampscherm, isolatieplaten en als eindlaag soepele PVC-dakdichtingsbanen (vernieuwd in 1993) bevestigd. In tegenstelling tot het expopaviljoen zijn in de zijwanden geen licht doorlatende panelen ingebracht. Aan de binnenzijde werden in 1993, ter verbetering van de akoestiek, houtwolcementplaten tussen de spantbenen geplaatst. De spantconstructie die de gesegmenteerde parabolische kap in tien traveeën opdeelt is (vrijwel) volledig zichtbaar en identiek aan deze van het expopaviljoen. De gemene muur is in tegenstelling tot deze in het expopaviljoen een zichtbare, witgeschilderde bakstenen muur met vier eenvoudige steunberen en een centraal trapeziumvormig venster (aluminiumprofielen en bouwglas, in 1981 vernieuwd); via een waaiervormige lichtkoepel wordt zenitaal licht binnengehaald. Op de rood geschilderde cementtegelvloer (1959) ligt sinds 2005 een nieuwe sportvloer van mozaïekparket; de parketvloer van 1959 ligt nog steeds onder de huidige sportvloer.

De hal bezit aan beide straten, respectievelijk ter hoogte van de eerste en de tiende travee, twee quasi-identieke ingangen, namelijk twee vierdelige (in 1991 vernieuwde) beglaasde, geverniste houten deuren ondergebracht in een hoog, rechthoekig portaal waarvan de luifel op schuine stijlen rust. Hierop is de naam "EXPO-HAL" in een kenmerkende typografie uit de jaren 1950 aangebracht. In het Annexgebouw aan de Te Couwelaarlei ontsluit een tweede inkom een smalle gang langsheen de gemene muur. De gang geeft toegang tot kleedruimtes, douches, berging, een technisch lokaal, een EHBO-lokaal, een verbruikzaal en sanitair met een gescheiden circuit voor sporters en publiek. In de gemene muur enten deuren en poorten de gang rechtstreeks op de sporthal. Op de eerste verdieping van de annex is een conciërgewoning ondergebracht.

  • NEVI R. 2008: Expo 58. Nostalgie in 400 foto’s, Leuven, 165, passim.
  • DEVOS R. & DE KOONING M. 2004: De Coene op Expo 58. 28 projecten. in Art Gebroeders De Coene, Jaarboek 4, sine loco
  • DEVOS R. & DE KOONING M. 2006: Moderne architectuur op Expo 58 “voor een humaner wereld”, Brussel.
  • DE WACHTER B. 2008: De Expohal in Deurne, Scriptie 2de Master monumenten en landschapszorg, Hogeschool Antwerpen, Departement ontwerpwetenschappen, Henry van de Velde-instituut.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingdossier DA002491, Expohal

Auteurs: Plomteux, Greet

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Te Couwelaarlei

Te Couwelaarlei (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.