erfgoedobject

Groepsbebouwing van burgerhuizen en winkel

bouwkundig element
ID: 11292   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11292

Juridische gevolgen

Beschrijving

Symmetrisch uitgewerkt hoekensemble van een eclectisch winkelhuis met appartementen en twee flankerende neoclassicistische burgerhuizen, in 1906 gebouwd als opbrengsteigendom voor weduwe Eulalie Bosschaert-Du Bois.

Deze groepsbebouwing is één van vier hoekensembles van telkens een winkelhuis en twee flankerende burgerhuizen die door de families Van de Werve-Bosschaert en Bosschaert-Du Bois aan de Plankenbergstraat werden opgetrokken. Het geheel Plankenbergstraat 28 en Lundenstraat 42-44, met een neoclassicistisch burgerhuis identiek aan Leeuwlantstraat 39 en Plankenbergstraat 80, werd in 1907 voltooid door graaf René-Philippe Van de Werve de Vorsselaer en diens echtgenote Louise Anne Bosschaert. Van de Werves schoonmoeder, de hoogbejaarde weduwe Eulalie Bosschaert-Du Bois, overleden in 1907, had de bouw van deze opbrengsthuizen in 1906 laten aanvatten. De sterk gelijkende hoekbebouwing Plankenbergstraat 27 en Lundenstraat 46-48 liet René-Philippe Van de Werve in 1908 bouwen, en het ensemble Plankenbergstraat 73-75 en Leeuwlantstraat 41, met het monumentale hoekhuis 'Hier is't in Plankenberg', liet hij in 1911 optrekken.

Het huis Van de Werve is een van de voornaamste en oudste nog bestaande Antwerpse adellijke families. Graaf René-Philippe Van de Werve maakte deel uit van de oudste familietak, de Van de Werve de Vorselaer, en bezat onder meer het kasteel van Vorselaar. Van de Werves echtgenote Louise Anne Bosschaert erfde in 1907 als enige dochter van grootgrondbezitters en renteniers Théodore Bosschaert en Eulalie Du Bois onder meer tientallen bouwgronden en opbrengstwoningen in Deurne Noord. Het echtpaar, en na Van de Werves dood in 1911 de weduwe Bosschaert alleen, zou de eigendommen verder valoriseren. Heel wat van de opgerichte huizen bleven als huurwoningen in bezit van Louise Anne Bosschaert tot aan haar overlijden in 1956.

De woning Plankenbergstraat 80 werd in 1956 in opdracht van Eugène Loots tot tweewoonst omgevormd. De Deurnese architect Etienne Oppeel verzorgde het ontwerp. In opdracht van eigenaar G. De Wulf gebeurde in 1958 hetzelfde met het burgerhuis Leeuwlantstraat 39. Van het winkelhuis liet Louis Dom in 1962 de pui en het interieur verbouwen naar een ontwerp door architect S. Pièret uit Merksem.

Winkelhuis met appartementen

Met een afgeschuinde hoektravee en zijgevels van drie en vier ongelijke traveeën telt het winkelhuis twee bouwlagen onder een pseudomansardedak waarin klassiek geïnspireerde dakvensters met rondboograam, driehoekig fronton en gecanneleerde vleugelstukken in voluutvorm. Het mansardedak behield aan de zijde Leeuwlantstraat zijn originele kunstige bekleding van rechthoekige en geschubde leien in een omlijsting van bladzink. Aan de zijde Plankenbergstraat is de bekleding na 2009 vernieuwd. De hoektravee is voorzien van een hoog leien tentdak met kleine belvedère, en de toegangstravee aan de Plankenbergstraat van een laag koepeldak met smeedijzeren spits. Van het tentdak zijn de natuurleien door bitumenshingles vervangen, en van het koepeldak de zinkbekleding door roofing. De drie gevels kregen een verzorgd parement uit gele baksteen in staand verband met fijne platvolle voeg, rustend op een hoge hardstenen plint met kwartholle profilering. Het gele parement is contrastrijk verwerkt met groen geglazuurde baksteen voor onder meer muurbanden, strekken en baksteenkruisen; en met witte natuursteen voor muurbanden, vensterdorpels, lateien, lekdrempels, torenbasissen, dekstenen, hogels, topstuk, en een impostvenster (zijde Plankenbergstraat).

De asymmetrische gevelcompositie legt de klemtoon op de hoektravee die samen met de flankerende traveeën in risaliet werd uitgevoerd. De hoektravee, oorspronkelijk aangezet met een rondbogige winkeldeur en op de verdieping benadrukt door een klein natuurstenen balkon met vaasbalusters, kreeg een neorenaissancistische hoekbekroning tussen driekwartronde arkels op een uitgelengde basis en voorzien van een ingesnoerd zinken kegeldak en gesmede topversiering. In de bekroning zit een gekoppeld drielicht ter hoogte van de mansarde, en een klein staand zolderlicht in de gevelpunt. Aan de zijde van de Plankenbergstraat wordt de toegang tot het gebouw benadrukt door een risaliterende zijtravee met bekronend standvenster waarin een gekoppeld tweelicht. De verdiepte en verhoogde toegangsdeur wordt door een klassiek entablement gescheiden van een impostvenster met gecanneleerde voluutvormige vleugelstukken en bekronend segmentvormig fronton. Verder beantwoorden de opstanden aan een ongelijk schema van eenvoudige rechthoekige muuropeningen, overspannen door geprononceerde lateien en op de verdieping voorzien van onderdorpels op consoles. Een gekorniste houten kroonlijst op een tandlijst en modillons beëindigt de zijgevels.

De twee winkelvitrines, oorspronkelijk met hout omlijst en voorzien van een hoge hardstenen plint, werden in 1962 verbreed en verlaagd, met leisteen afgeboord, en samen met de rondbogige winkeldeur afgewerkt met een doorlopende pui uit houten schroten. Nog in 1962 werd het natuurstenen balkon boven de halfronde winkeldeur afgebroken en vervangen door een eenvoudige spijlenbalustrade. Sindsdien is ook het houten vensterschrijnwerk, identiek aan dat van de flankerende panden, vervangen door kunststoframen. De houten dakvensters en de zijdeur met bovenlicht bleven intact. Eveneens bewaard zijn de elegante smeedijzeren balustrade van de belvedère, en de gesmede topversieringen van de arkels en het koepeldak boven de toegangstravee. Ook de gietijzeren voetschraper naast de toegangsdeur bleef behouden.

Het winkelhuis werd gebouwd als een meergezinswoning bestaande uit een winkel met woonst en op elke verdieping een appartement. Een verbouwingsplan uit 1962 toont de oorspronkelijke indeling. Een zijdelings ingeplante hal verleende toegang tot een centrale trapzaal die het geheel ontsluit en waarrond de verschillende ruimten geschikt zijn. Deze schikking was op elke bouwlaag dezelfde: een zitplaats-eetkamer aan de Leeuwlantstraat, een winkelruimte of living op de hoek, een grote en een kleine slaapkamer aan de Plankenbergstraat, en achteraan, uitgevend op een kleine binnenkoer, een keuken met toilet. De kelder omvatte drie provisiekelders en evenveel kolenkelders. In 1962 werden de winkel en aanpalende leefruimten samengevoegd.

Burgerhuizen

De twee flankerende burgerhuizen zijn identiek maar gespiegeld uitgevoerd. Met een gevelbreedte van drie ongelijke traveeën, omvatten de rijwoningen twee bouwlagen onder een pannen zadeldak met grote dakkapel boven de zijrisaliet. De bepleisterde en geschilderde lijstgevels met geblokte begane grond, schijnvoegen op de verdieping, en gestucte paneeldecoraties op borstweringen en muurdammen, rusten op een hoge plint uit blauwe hardsteen.

Nadrukkelijk horizontaal geleed door een puilijst en klassiek hoofdgestel, en asymmetrisch van opzet, legt de compositie telkens de klemtoon op de twee traveeën brede zijrisaliet. Hoger uitgewerkt en op de verdiepingen afgelijnd door deels gecanneleerde pilasters, wordt dit risaliet bekroond met een monumentaal driehoekig houten fronton met modillons. Verder beantwoordt de opstand aan een onregelmatig schema van eenvoudige rechthoekige muuropeningen, waarbij de kleine dakvensters onder het fronton tot drielicht werden gekoppeld. Een klassiek hoofdgestel met architraaf, paneelfries en (gekorniste) houten kroonlijst beëindigt zowel de zijrisaliet als de smalle toegangstravee.

Van de woning Leeuwlantstraat 39 is het kwaliteitsvolle houten deur- en vensterschrijnwerk met fijn verdeelde bovenlichten in geel en wit reliëfglas gaaf bewaard. Bij Plankenbergstraat 80 bleef enkel de houten voordeur met paneelwerk, ovaal raam, tussendorpel met tandlijst, en bovenlicht intact. Bij elke woning bleef ook de gietijzeren voetschraper naast de voordeur behouden.

Bouwplannen uit 1956 en 1958 tonen aan dat beide burgerhuizen werden gebouwd met een klassieke enkelhuisindeling die kenmerkend was voor de 19de-eeuwse stadswoning en tot ver in de 20ste eeuw doorleefde. De brede venstertravee werd ingenomen door een enfilade van salon en eetkamer, uitgevend op een koer; de toegangstravee door een inkomhal met trappenhuis, en aansluitend, in een smalle achterbouw, een keuken, wasplaats en toilet. De verdieping omvatte twee slaapkamers, de mansardeverdieping drie mansarden, en de kelder twee provisieruimten en een kolenkelder. Bij de omvorming tot tweewoonst werd van elke woning de achterbouw met één bouwlaag verhoogd voor de inrichting van een tweede keuken en pompplaats.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Deurne, Afdeling IV Sectie A, artikels 829 en 1574.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen Deurne, Afdeling IV Sectie A, 1906/6.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 626#13878 (82), 627#16869 (80), 627#18544 (39), 627#21495 (82), 627#21334 (82), 627#24418 (82).

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Groepsbebouwing van burgerhuizen en winkel [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11292 (Geraadpleegd op 19-09-2019)