erfgoedobject

Architectenwoning Emiel Van Averbeke

bouwkundig element
ID: 11349   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11349

Juridische gevolgen

Beschrijving

Vrijstaande villa van architect Emiel Van Averbeke, naar zijn eigen ontwerp uit 1932.

Het ontwerp getuigt van de overgang omstreeks 1930 in het oeuvre van Van Averbeke naar een 'romantisch kubisme'. Nadat hij zich op het einde van de 19de eeuw geprofileerd had als één van de boegbeelden van de art nouveau, legde Van Averbeke zich onder invloed van onder andere Dudok en Berlage toe op een meer rationele en sobere vormgeving. Deze modernistische bouwstijl kenmerkt ook zijn ontwerp voor zijn eigen woning in de Van Notenstraat en het vlakbij gelegen, eveneens door hem ontworpen nummer 13, hier echter meer gematigd en met traditionalistische accenten toegepast. Het zijn schaarse getuigen van private woonhuizen gerealiseerd door deze gerenommeerde Antwerpse architect tijdens het interbellum. Het ontwerp van de architectenwoning Van Averbeke heeft qua vormgeving ook duidelijke gelijkenissen met de in dezelfde periode gerealiseerde ventilatiegebouwen voor de voetgangers- en voertuigentunnel onder de Schelde uit 1933, waarin een puristische en weloverwogen volumewerking centraal staat.

De vrijstaande woning met half ondergrondse garage en voortuin sluit aan bij de veelal verzorgde, modernistisch geïnspireerde woningen in het residentiële gedeelte van de Van Notenstraat, gunstig gelegen tegenover het Te Boelaerpark. Samen met het nummer 19 onderscheidt de woning zich in het straatbeeld door zijn benadrukte baksteenmassa’s. De voorhof en afsluiting zijn net zoals bij de omgevende bebouwing mee ontworpen in het bouwdossier; het betreft een lage bakstenen afsluiting met verdwenen metalen toegangspoortjes. Het toegangspad is uitgevoerd in grote tegels in kiezelstenen.

Historiek van het ontwerp

Van de twee bouwlagen hoge woning met garage zijn alle gevels volwaardig ontworpen. In essentie is de woning opgevat als balkvormig volume onder plat dak met links een terugwijkend gedeelte, ruimte biedend aan de toegang in de zijgevel. De gevelfronten zijn verder geritmeerd met bakstenen uitsprongen op de begane grond. De architect diende minstens twee bouwaanvragen in. Het eerste, daterend van 11 januari 1932, toont een sterk terugwijkend linker bouwvolume in de zijgevel opengewerkt met een over twee bouwlagen oplopend 'drielicht', dat - opmerkelijk - louter decoratief opgevat lijkt met een rastervormige invulling zonder achterliggende openingen naar de keuken en de bovenliggende slaapkamer van de meid. Keuken en slaapkamer waren daarentegen voorzien van daglicht vanuit het oosten (de tuin) en het westen. De karakteristieke vormentaal van het benadrukte bouwvolume, van de als registers uitgewerkte vensterpartijen en van het monumentale, verticaliserende drielicht zou Van Averbeke ook toepassen bij het ontwerp voor de ventilatiegebouwen voor de voetgangers- en voertuigentunnel onder de Schelde. Een tweede bouwaanvraag uit februari, goedgekeurd op 6 april 1932, waarvan enkel de tekeningen voor het gelijkvloers grondplan en de gevels zijn teruggevonden, tonen een gewijzigd concept met minder diepe terugsprong aan linkerzijde. Dit ontwerp lijkt uitgevoerd, zij het licht gewijzigd met afwijkende vensterindeling en erkerpartijen, maar met de in de toelating voorziene rondom lopende en uitstekende houten kroonlijst (in de oudste bouwaanvraag wellicht nog een keramische afdekking).

Exterieur

Voor de constructie is gebruik gemaakt van gewapend beton voor de vloeren en de dakplaat. De gevelfronten zijn afwerkt met een parement van geelbruine baksteen in kettingverband met verweerde Dudokvoeg - dieperliggende lintvoegen in combinatie met platvolle stootvoegen. De dakrand is uitgevoerd in hout, wellicht ook toegepast als bekroning voor de erkerpartijen en de luifel van het inkomportaal. Terwijl beton is aangewend voor lateien (nu beige geschilderd) zijn de boven- en onderdorpels van de vensterpartijen uitgevoerd in witte natuursteen, ook gebruikt als afwerking van het inkomportaal. Het vensterschrijnwerk is vermoedelijk integraal in metaal met karakteristieke asymmetrische roedeverdeling uitgevoerd.

Bij de uitvoering van de voorgevel opteert Van Averbeke voor een strakkere gevelindeling dan voorzien in de bouwtoelating. Dit is voornamelijk zichtbaar in de bovenbouw die over alle gevels geleed is met brede vensterregisters afgelijnd met doorlopende natuurstenen onder- en bovendorpels, terwijl in de bouwtoelating zij- en achtergevels voorzien waren met traditionele twee- en drielichten. Horizontaliserende buisleuningen verfraaien het bordes aan de inkom en achteraan het hoek- en het tuinterras; dergelijke metalen afsluiting is eveneens aangegeven boven de kroonlijst, mogelijk in functie van een onuitgevoerd of later opgeofferd zonneterras, wat bevestigd wordt door het schijnbaar volwaardig met tegels afgewerkt dakplan uit het eerste ingediende ontwerp.

De voorgevel is op de begane grond uitgewerkt als een vooruit geplaatst bouwvolume met links een klein driedelig venster boven de garagetoegang en een naastliggend klein tweelicht; rechts een ruim hoekvenster, gemarkeerd door een massieve bakstenen post. Dit geheel is beschermd door een gevelbrede houten lijst die volgens de bouwtoelating over beide hoeken doorloopt, maar bij de uitvoering enkel ter hoogte van de rechter zijgevel. In de zijgevel zit de overluifelde toegang met bovenlicht en flankerende zijlichten met witstenen belijning, bereikbaar via vijf treden en aansluitend op het terugwijkend bouwvolume. Vooraan zit de traphal, visueel veruitwendigd door verticaal benadrukte gevelopeningen: richting straat een omgekeerde L-vorm, waarschijnlijk gewijzigd uitgevoerd als een over twee bouwlagen oplopend rondboogvenster met zware, geprononceerde omlijsting in witte natuursteen en beschermend smeedwerk; zijdelings herneemt Van Averbeke het oplopend rechthoekig en sterk verticaliserend element uit de eerste bouwaanvraag, maar hier blijkbaar niet louter decoratief maar functioneel uitgewerkt als traplicht, in het gevelvlak afgewerkt met glasstenen (oorspronkelijke voorzien als drielicht maar uitgevoerd als éénlicht). Bij de uitvoering is wel geopteerd voor een hogere aanzet van dit venster, vanaf het eerste trapbordes, terwijl dat van de bouwtoelating quasi tot de vloer doorloopt. Voor het overige is het gevelvlak blind uitgewerkt. De rechter zijgevel is geopend door een ruim venster en een overdekt hoekterras, achteraan doorlopend tot de toegangsdeur van keuken-/ ontbijtkamer waar een trapje naar de tuin en naar het souterrain leidt. De achtergevel kreeg verder een informele gevelindeling met één-, twee- en drielichten. Het overdekte hoekterras is later ingevuld met beglazing en in 2007 vervangen door een erkerpartij in beglaasd aluminium.

De linker zijgevel en de voorgevel zijn nog voorzien van oud stalen vensterschrijnwerk, uitgezonderd het venster boven de garage dat in hout werd uitgevoerd of later aangepast is. Eveneens in hout uitgevoerd zijn de toegangsdeur met fraai geprofileerd deurlicht en de driedelige beglaasde garagepoort, mogelijk nog oorspronkelijk of vervangen naar oud model.

Interieur

Terwijl de eerste bouwaanvraag nog uitging van een centraal ingeplante steektrap, opteert Van Averbeke in zijn goedgekeurde ontwerp voor een zijdelingse plaatsing van de traphal, van waaruit alle niveaus ontsloten worden. De plattegrond beantwoordt aan een eigentijds geïnterpreteerde enkelhuisopdeling met smalle toegangstravee en brede venstertravee. Het linker gedeelte herbergt van straat naar tuin het toilet (vestiaire in eerste bouwaanvraag), de vestibule met aansluitende traphal en daarachter een office die de in de hoek gelegen ontbijtkamer met aanpalende keuken aan de tuin ontsluit. In de brede travee zit aan straatzijde de woonkamer, die achteraan samen met de keuken uitgeeft op een overdekt terras. Bij latere verbouwingswerken zijn keuken, ontbijtkamer en overdekt terras aangepast tot één grote binnenruimte met keuken links achter de traphal, in 2007 voorzien van een erker in beglaasd aluminimum aan de zijgevel. Het uitgevoerde grondplan van de verdieping is vooralsnog niet teruggevonden maar volgt wellicht in grote lijnen de indeling zoals weergegeven in de oudste bouwaanvraag. Aan straatzijde zijn de slaapkamer en en suite badkamer en toilet geschikt. Deze laatste is ook afzonderlijk bereikbaar vanuit de traphal. Op het middenplan een linnenkamer en achterliggend nog een slaapkamer. In het bredere volume aan de tuin is oorspronkelijk ruimte geboden aan een smalle slaapkamer voor de meid in de oksel en aanpalend nog een slaapkamer en een bureel in de hoek. Bij de gewijzigde uitvoering is wellicht ruimte gemaakt voor een extra berging. Volgens Aerts was de woonkamer anno 1978 nog verfraaid met vierkantige uitdieping in het plafond en was de ruimte verder voorzien van een lange en lage marmeren schoorsteenmantel met rechthoekige profielen.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#8344 en 3184#66.
  • AERTS W. 1978: Emiel Van Averbeke 1876-1946. Stadshoofdbouwmeester. Zijn bijdrage tot de moderne bouwkunst in Antwerpen, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Rijksuniversiteit Gent, 137-138.
  • S.N. 1933: E. Van Averbeke, Architecte en Chef de la Ville d’Anvers, Strasbourg.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Emiel Van Averbeke [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11349 (Geraadpleegd op 19-09-2019)