erfgoedobject

Villa Albert met portiers- en hovenierswoning

bouwkundig element
ID: 11420   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11420

Juridische gevolgen

Beschrijving

Villa Albert is een kasteelvilla in cottagestijl die in 1894 gebouwd werd als buitenverblijf voor Constant Erkes-Bertin. De villa werd genoemd naar de jongste zoon van het gezin.

Constant Erkes

Constantinus Andreas Alphonse Erkes werd geboren in Antwerpen op 28 januari 1847 als zoon van bouwkundige Petrus Eduardus Erkes en Regina Van Rijn. Bouwmeester Petrus Erkes overleed rond 1850, waardoor hij niet de ontwerper van de kasteelvilla kan zijn. Constant Erkes was gehuwd met de Brusselse Alice Bertin. Samen hebben ze twee zonen, Pierre Gustave en Albert Adolphe. Jongste zoon Albert werd geboren in 1893. Op dat moment was het buitenverblijf in Sint-Mariaburg in Ekeren in aanbouw. Erkes had in 1891 de gronden gekocht en de villa was afgewerkt in 1894. Wellicht werd het net afgewerkte buitenverblijf naar de pasgeborene genoemd.

Het gezin Erkes-Bertin woonde in de stad Antwerpen, in de Rodestraat 21/27. Constant Erkes was succesvol “koopman” in petroleum, scheikundige producten en veevoeder. De gezinswoning werd in 1873 ontworpen in een eenvoudige neoclassicistische stijl door architect J.A. Hompus. De woning telde zes traveeën en leidde met een poort in de linker travee naar een achterliggende opslagplaats. Deze opslagplaats was in 1872 ontworpen in een eclectische stijl, eveneens door architect J.A. Hompus. Ook deze huisarchitect kan niet de ontwerper geweest zijn van het later buitenverblijf Villa Albert, gezien diens overlijden in 1880. Erkes had vanaf de jaren 1890 ook een magazijn in de Eendrachtstraat voor de opslag van “peterolie, naptha en terpentijn”. Een verkooppunt was gevestigd in de Borzestraat, in een winkel die hij had geërfd van zijn ouders. Voor werken aan het magazijn en aan deze winkel sprak Erkes telkens andere architecten of aannemers aan. Ferdinand Hompus, zoon van J.A. Hompus, voerde werken uit aan de winkel in 1887. Aan het begin van de eeuwwisseling duiken er nieuwe namen op: de werken aan de winkel in 1902 werden door aannemer V. Merckx-Verellen uitgevoerd, en August Gervais verbouwde de magazijnen in de Eendrachtstraat in 1900. Ferdinand Hompus is het meest waarschijnlijk als ontwerper van de Villa Albert aan te wijzen. Hij was de zoon van de huisarchitect van Erkes en zette zijn bouwtrant verder. De stijl van Villa Albert sluit perfect aan bij zijn voorkeur voor de meest gangbare neostijlen van die tijd en past in zijn gekende oeuvre. Onder zijn Antwerpse klanten kon hij de meest welgestelde ondernemers rekenen, waartoe Erkes op dat moment ook behoorde.

De literatuur vermeldt dat Constant Erkes bevriend was met Antoon Van den Weyngaert, de ontwikkelaar van de wijk Sint-Mariaburg. Erkes zette zich actief in voor de ontwikkeling van de nieuwe parochie in deze wijk. Zijn buitenverblijf was ook meteen ten westen van de oorspronkelijke kerk van Sint-Mariaburg gelegen. Erkes was bijvoorbeeld lid van het eerste bestuurscollege van de kerkfabriek en hij schenkt enkele vaandels voor de processie. Constant Erkes overleed in 1913 op zijn landgoed in Ekeren. Hij werd begraven op het Sint-Fredeganduskerkhof in Deurne. Zijn zoon nam zijn handel over.

Bouwgeschiedenis van Villa Albert

Villa Albert is gelegen in het oudste deel van cité-jardin Sint-Mariaburg en grenst aan het Mariaplein, waar de eerste parochiekerk van de wijk stond. Het echtpaar Erkes-Bertin kocht in 1891 een grote kavel grond om er een kasteelvilla op te trekken.

Het grote trapeziumvormige perceel was aan de westzijde begrensd door de spoorweg, die in 1854 is getrokken. Het perceel nam eind 19de eeuw een groot deel van het bouwblok in tussen spoorweg, Weerstandersstraat (toen “De Geesten”), Schriek en de Edward Caertsstraat (toen Mariaplein). Het domein had drie toegangspaden, naar elke straat één, die nu nog tussen de bebouwing bewaard zijn. Op de noordelijke perceelsgrens stonden hoevegebouwen uit 1881-1882, die als remises deel gaan uitmaken van het kasteeldomein.

De kasteelvilla wordt centraal op het perceel gebouwd. Een hardstenen blok in het metselwerk van de noordgevel leert dat de villa op 25 augustus 1894 is afgewerkt; de kadastrale registratie dateert van 1896. Het gaat om een eclectische villa in rode baksteenbouw met elementen die verwijzen naar de cottagestijl. Hoewel er geen bouwplannen zijn teruggevonden, kunnen we het ontwerp toewijzen aan Ferdinand Hompus, op basis van stijlkenmerken en omwille van de keuze voor de architecten vader en zoon ompus bij eerdere verbouwingen van de eigendommen van Erkes in de stad.

De villa die in 1894 werd gebouwd, is nog kleiner dan de huidige kasteelvilla. Enkel de westelijke helft van het huidige pand dateert van de eerste bouwfase, betaande uit een rechthoekig volume met voorgevel aan zuidzijde, torentje op de zuidoosthoek en haakse uitbouw ten westen. Fotomateriaal uit die tijd laat zien dat de gevels vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.

Op het moment van de bouw van de villa zijn de omringende percelen nog onbebouwd, met uitzondering van de hoevegebouwen uit 1881, die als remises van de kasteelvilla worden gebruikt. De villa heeft een grote beboomde tuin waarin twee waterpartijen zijn verwerkt. De vijver ten noorden van de villa was als fontein ingericht, ingewerkt in rotseringen in cementrustiek. De grote vijver ten zuiden van de villa kreeg een onregelmatige vorm, overeenkomstig de landschappelijke stijl van de parktuin. In 1903 registreert het kadaster belangrijke wijzigingen. De villa wordt uitgebreid naar het westen toen en krijgt op dat moment haar huidige uitzicht en omvang, wat bijna een verdubbeling is van de omvang van het oorspronkelijke gebouw. De stijl van de nieuwbouw sluit volledig en tot in de details aan bij de bestaande bouw, wat er op wijst dat dezelfde architect de uitbreiding uitvoerde. Ook van deze bouwfase zijn geen plannen teruggevonden.

Een deel van de oude hoevegebouwen, in gebruik als remise en serres, wordt in 1903 gesloopt, waarbij enkel het meest noordelijke, langgestrekte volume overblijft. In 1905 registreert het kadaster in de zuidwestelijke hoek van het park een nieuw “paviljoen”, een gebouw dat niet meer bestaat. De drie dienstgebouwen die in 1908 worden geregistreerd, bestaan wel nog. Het gaat om de twee personeelswoningen en de tussenliggende garage in de Weerstandersstraat 60 en 62. Deze gebouwen werden opgetrokken in rode baksteenbouw. Er werd gekozen voor een eenvoudige cottagestijl. Het ging om de woning van de hovenier (noord) en de woning van de chauffeur.

Als Constant Erkes in 1913 overlijdt, blijft zijn weduwe op het domein wonen. Bij haar overlijden in 1921, besluit erfgenaam Albert Erkes het domein, dat op dat moment “Beukenhout” heet, te laten verkavelen. Vanaf dan worden de gronden aan de Edward Caertsstraat en de Weerstandersstraat verkaveld en bebouwd met eengezinswoningen. De drie doorgangen tot het domein blijven tussen de bestaande bebouwing gehandhaafd. Het kasteel wordt samen met de dienstwoningen, remises, serres en stallingen gekocht door Ludovicus Simons.

Beschrijving van het park en de bijgebouwen

Villa Albert is een landhuis in eclectische stijl, ontworpen in 1894 en uitgebreid in 1903 in aansluitende stijl. Vermoed wordt dat Ferdinand Hompus de ontwerper was.

De kasteelvilla is centraal in een ruime parktuin gelegen. De tuin heeft een landschappelijke aanleg met bomen, heesters, graspartijen en drie waterpartijen. De vijver ten noorden van het kasteel was oorspronkelijk volledig omringd door rotseringen in cementrustiek en een fonteinmechanisme. Het geometrische bassin ten zuiden van het kasteel is een recente toevoeging. De grote vijver in het zuidwestelijke deel van het kasteeldomein behoort niet meer tot de huidige afbakening van de tuin, maar maakt deel uit van het oorspronkelijke concept van het park. Het domein is amper zichtbaar vanop de openbare weg. Ten westen is het begrensd door de spoorweg Antwerpen-Roosendaal, aan de andere drie zijden is het domein afgescheiden van de straat door een rij eengezinswoningen op percelen van het kasteeldomein die verkaveld zijn. Van de drie toegangen tot het kasteeldomein, is enkel de dreef ten oosten, vanaf de Edward Caertsstraat en lopend langs de pastorie, nog in gebruik. Daar zien we een nieuw ijzeren hek tussen bakstenen hekpijlers. Oorspronkelijke bakstenen omheiningsmuren en ijzeren hekken verdwenen bijna allemaal. De noordelijke (Schriek 227/1) en zuidelijke (Weerstandersstraat 60) toegang tot het domein zijn nog herkenbaar tussen de huizenrijen, maar horen niet meer bij het kasteel.

Binnen de grenzen van het vroegere domein van Villa Albert staan een aantal bijgebouwen. Op de noordelijke perceelsgrens van het oorspronkelijke domein staat een langgestrekt volume, gebouwd als hoevegebouwen in 1881-1882 en sinds de bouw van de kasteelvilla in gebruik als remises bi het kasteel. Sinds de jaren 1950 echter is dit gedeelte afgesplitst van het kasteeldomein.

In de Weerstandersstraat 60 en 62 staan de voormalige personeelswoningen van het domein, kadastraal geregistreerd in 1908. Beide woningen zijn opgetrokken in rode baksteenbouw onder pannen zadeldaken, met hardstenen plinten en met sierbanden in gele en zwarte baksteen. De uitsprongen in het dak en het gebruik van hout en rode baksteen verwijzen naar de cottagestijl.

Aan straatzijde, op nummer 62, een chauffeurswoning van drie traveeën en een bouwlaag onder pannen zadeldak. Voor en vrije linkergevel hebben segmentbogige muuropeningen. Deur in linker travee van straatzijde, gevolgd door een venster waarboven een deurvenster met balkon onder dakvenster en rechts een betralied keldervenster waarboven het venster van de opkamer zit. Grotendeels vernieuwd schrijnwerk. Links daarachter, de lage garage onder plat dak.

De achterliggende hoveniers- of portierswoning (nummer 60), grenzend aan de ingang vanuit de Edward Caertsstraat, bestaat uit twee bakstenen bouwvolumes haaks op elkaar gebouwd, onder pannen zadeldaken. De rode bakstenen gevels met banden van gele en zwarte bakstenen. Gevel aan zijde van het park met beluikt venster en met baksteenprofiel omlijste deur, beide onder gemetste segmentbogen. Aangebouwde garage van een bouwlaag. Twee andere vensters, alsook een nabijgelegen duiventil op plan werden niet uitgevoerd of later afgebroken. De gevel aan zijde Weerstandersstraat bevat een gespiegelde gevelindeling maar onder haaks zadeldak: deur en vensters onder gemetste segmentbogen. Venster met balkon uitspringend in het dak onder puntgeveltje. Grotendeels vernieuwd schrijnwerk; recent gerenoveerd.

Beschrijving van de kasteelvilla

De kasteelvilla is het resultaat van twee bouwfases, waarbij de westelijke helft met terras en hoektoren in zuidgevel dateren van 1894 en de oostelijke helft werd toegevoegd in 1903. Voor beide bouwfases werden exact dezelfde materialen en decoraties gebruikt, zodat het kasteel als één geheel kan beschouwd en beschreven worden.

Het gaat om een rode baksteenbouw op een grosso modo vierkante plattegrond. Het pand is twee bouwlagen hoog en is gevat onder gecombineerde leien zadeldaken met dakkapellen. Het souterrain, met rechthoekige keldermonden, vormt de sokkel voor het gebouw. Vierkante traptoren van drie bouwlagen onder tentdak, in zuidgevel. In de het rode baksteenmetselwerk is hardsteen en witte natuursteen verwerkt voor speklagen, banden, kordons, steigergaten en hoekneggen. Het materiaalgebruik en de hoektoren met smeedijzeren topstuk zijn elementen die uit de neo-Vlaamserenaissance zijn overgenomen. Het veelvuldige en fantasierijke gebruik van hout is een element uit de cottagestijl. Houten kroonlijst op houten consoles. Aan elk van de vier gevels een risaliet van één travee onder puntgevel met overkragende daklijst en mooie windborden. In de zuidgevel enkele rechthoekige houten balkons en een monumentale portiek. De veranda (wintertuin) aan de noordzijde is volledig vernieuwd. In alle gevels, rechthoekige muuropeningen onder rechte natuurstenen latei, soms met ontlastingsboog.

In de noordgevel is een hardstenen steen ingemetseld, met twee regels tekst. De bovenste regels is niet meer leesbaar, onderaan de datum 25 augustus 1894, wat ofwel de datum van de eerste steenlegging was ofwel de datum van de afwerking van de villa.

Van het oorspronkelijk rijkelijk interieur bleef enkel de kamer in neorenaissance redelijk intact met onder meer bewaarde decoratieve houtmarmering. Vanuit de bovengelegen biljartkamer was oorspronkelijk toegang tot het terras boven de noordelijke houten portiek. Verder bleven schouwmantels en kelderkeuken met faience en Delftse tegeltjes bewaard.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen, 1854/5, 1869/2, 1881/18, 1882/12, 1892/11, 1896/9, 1903/18, 1905/18, 1908/16, 1953/31.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers, Ekeren Sectie F, art. 1726.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1872 # 670, 1873 # 22, 1874 # 423, 1887 # 1673, 1900 # 1199, 1902 # 2137, 802 # 4979.
  • Stadsarchief Antwerpen, Milieurvergunningen, 25 # 526.
  • Stadsarchief Antwerpen, Begraafplaatsen, 807 # 755.
  • VANVELDHOVEN S. (projectleidster) 2008: Snelinventarisatie St. Mariaburg Ekeren, Archiefonderzoek Havermans.
  • VERVOORT R. 2001: Villa Albert-Beukenhout-Beukenhof, Jaarboek Heemkring Ekeren, 19, 69-103.

Bron     : -
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa Albert met portiers- en hovenierswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11420 (Geraadpleegd op 20-10-2019)