erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 11543   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11543

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Villa in cottagestijl naar een ontwerp door de architect Florent Vaes, opgetrokken in 1923. Opdrachtgever was Alfred Morlet (1870-1932), een uit Namen afkomstige arts en radioloog. Deze had eerder dat jaar al een eerste keer beroep gedaan op Vaes, voor de bouw van een geheel van twee burgerhuizen aan de Jan Van Rijswijcklaan. Kort na de weigering van de bouwvergunning voor dit project, diende Morlet een nieuwe bouwaanvraag in, ditmaal voor de villa aan de Berkenlaan. De bouwplannen waren door Vaes al een jaar eerder, in 1922, opgemaakt in opdracht van Henri Mullenders, bedoeld voor een perceel in nabije Della Faillelaan (huidig nummer 61A). Toen van dit project werd afgezien, nam Morlet het ontwerp in 1923 integraal over, om het vervolgens vanwege de afwijkende oriëntatie van het bouwterrein aan de Berkenlaan in spiegelbeeld te realiseren. Mullenders van zijn kant liet in 1927 alsnog een villa optrekken door Vaes, even verderop aan de Berkenlaan, en van een wat bescheidener allure. Dokter Morlet was alvast niet aan zijn proefstuk met de bouw van de villa. Zijn vandaag verdwenen eerste dokterswoning in Antwerpen aan de Plantin en Moretuslei (voorheen nummer 72), was in 1912 in art-nouveaustijl ontworpen door de Brusselse architect François Hemelsoet. In 1927, liet de arts nog een tweede villa in cottagestijl optrekken hogerop aan de Berkenlaan, ditmaal naar een ontwerp van Paul Jaspar. Deze eveneens verdwenen villa (voorheen nummer 13), behorend tot de laatste realisaties van de gerenommeerde Luikse architect, was geïnspireerd op diens allereerste cottagevilla uit 1895, villa Henrijean-Hennet of “White House” in Spa. De villa Morlet maakt deel uit van een homogeen bewaarde groep overwegend grote landhuizen in dit gedeelte van de Berkenlaan (nummers 19 tot 33), met een verzorgde architectuur van kwalitatief hoogstaand niveau. Uiteenlopend van karakter, vertegenwoordigen zij de grote diversiteit aan stijlstromingen die tijdens de duur van het interbellum gangbaar waren. Het gebouw werd begin jaren 1980 gevoelig uitgebreid met een nieuwbouwvleugel, in L-vorm aangebouwd tegen de zuid- en westzijde.

Florent Vaes, die vóór de Eerste Wereldoorlog een aantal jaren succesvol geassocieerd was met zijn schoonbroer, architect Joan Coninck Westenberg, bouwde tijdens het interbellum een zelfstandige loopbaan uit in dienst van de betere kringen. De villa Morlet is één van de vijf villa's die de architect in de loop van de jaren 1920 in de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt" tot stand bracht, met als meest opmerkelijke de villa Samuels aan de Acacialaan en de verdwenen villa Van Cauteren op de hoek van de Della Faillelaan en de Olmenlaan. Naar type en stijl stond deze architectuur sterk onder invloed van de contemporaine landhuisbouw uit Engeland, waar Vaes zijn jeugd had doorgebracht. De architect knoopte daarmee aan bij de ervaring die hij tijdens de vroege jaren 1910 samen met Coninck Westenberg had opgebouwd. Naast het meer klassieke burgerhuis in beaux-artsstijl, legde het bureau zich in het bijzonder toe op de pittoreske cottagevilla, die traditionele en regionalistische stijlkenmerken geïnspireerd op de 'Old English'-stijl, koppelde aan een op huiselijkheid gerichte vernieuwing van de wooncultuur. Tot deze eerste generatie cottagevilla's van Vaes en Coninck Westenberg, behoort de villa Drory in de Hagedoornlaan, één van de vroegste landhuizen die in “Den Brandt” tot stand kwamen. Tijdens het interbellum liet Vaes zich evenzeer opmerken met appartementsgebouwen van hoge standing in art-decostijl, waarvan de "Résidence du Centenaire" op de hoek van de Koninklijkelaan en de Elisabethlaan in Berchem tot de meest imposante en luxueuze behoorde.

Architectuur

Vrijstaand ingeplant in de diepte van het perceel, op een quasi rechthoekige plattegrond van oorspronkelijk drie bij vier traveeën, omvat de villa twee bouwlagen onder een complex schilddak. De constructie bestaat uit een onderbouw uit rood baksteenmetselwerk, en een bovenbouw met witte ‘terra nova’-bepleistering en houten stijl- en regelwerk. Natuursteen is gebruikt voor het inkomportaal, vensteromlijstingen, hoekblokken en lekdrempels; de bouwplannen vermelden rode pannen als dakbedekking in plaats van de huidige leien. De ingrijpende verbouwing uit begin jaren 1980 deed niet alleen de zuid- en westgevel nagenoeg volledig verdwijnen. De egaal witte gevelbeschildering met slechts vrijlating van de natuurstenen onderdelen, doet afbreuk aan de oorspronkelijk bedoelde, en voor deze architectuur karakteristieke materiaalpolychromie. Typerend voor de cottages van Florent Vaes is een streven naar regelmaat en symmetrie binnen de compositie, zonder in te boeten op het pittoreske karakter van dit soort landhuisbouw. De voorgevel wordt gedomineerd door de overkragende, volledig houten puntgevel met windborden en topstuk, die op zware voluutconsoles steunt. Expressieve klemtonen zijn de drielichten met smeedijzeren balkonnetje symmetrisch geïntegreerd in de afgeschuinde hoeken, en het inkomportaal uitgewerkt als een open rondboogloggia met Ionische zuiltjes. Zoals in de villa Samuels zijn de brede kozijnen, die aan een evenwichtige ordonnantie beantwoorden, met het oog op een optimale lichtinval vormgegeven als bow-windows. De zuidelijke zijgevel werd oorspronkelijk in de middenas gemarkeerd door een sterk geprononceerd risaliet met tweeledig overkragende bovenbouw, en een door de hoge schoorsteen bekroonde geveltop in stijl-en-regelwerk, waarvan vandaag enkel nog de tip zichtbaar is. Soberder van opzet is de bewaarde noordelijke zijgevel, waarin het eenvoudige traplicht zicht aftekent. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en een gedeelte van de kozijnen bleef behouden, met inbegrip van het loodglas. Het smeedijzeren voortuinhek is verdwenen; een decoratieve slokbak werd hergebruikt in de nieuwbouwvleugel. De garage op de perceelsgrens maakt vermoedelijk deel uit van het oorspronkelijke bouwprogramma.

De plattegrond is georganiseerd rond de traphal met bovenlicht, volgens de oorspronkelijke bouwplannen centraal ingeplant aan de noordzijde van de woning, geflankeerd door de vestibule en de keuken met wasplaats. De enfilade van salon, eetkamer, ontbijtkamer en overdekt terras, beslaat over de volledige diepte de zuidflank van de villa. Middelpunt van deze ruimtelijk suite is (was) de haard van de eetkamer, mogelijk vormgegeven als een 'inglenook' waarvan de hoog oprijzende schoorsteen is verdwenen. Op de eerste verdieping bevinden zich vier slaapkamers, aan de tuinzijde met 'cabinet de toilette' en terras, en de badkamer. Het dakniveau, bereikbaar via de zoldertrap, herbergt drie overige slaapkamers, een studeerkamer en een zolder.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#919 (villa Morlet, Berkenlaan 33), 1912#2667 (huis Morlet, Plantin en Moretuslei), 1923#15170 (huizen Morlet, Jan Van Rijswijcklaan), 238#1626 (villa Morlet, Berkenlaan 13), 1922#14081 (villa Mullenders, Della Faillelaan).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11543 (Geraadpleegd op 29-05-2020)