Patriciërswoning Huis Metten Thoren met conciërgewoning

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Nuyens uit den toren
Provincie Antwerpen
Gemeente Turnhout
Deelgemeente Turnhout
Straat Begijnenstraat
Locatie Begijnenstraat 28-30, Turnhout (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Turnhout (actualisaties: 30-07-2007 - 31-07-2007).
  • Adrescontrole Turnhout (adrescontroles: 27-02-2007 - 27-02-2007).
  • Inventarisatie Turnhout (geografische inventarisatie: 01-01-1997 - 31-12-1997).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Patriciërswoning Huis metten thoren

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Huis Metten Thoren
gelegen te Begijnenstraat 28 (Turnhout)

Deze bescherming is geldig sinds 28-03-1956.

Beschrijving

Voormalige patriciërswoning heden Taxandriamuseum.

Historisch overzicht

Veruit de belangrijkste burgerlijke woning van Turnhout, achtereenvolgens in het bezit van verschillende families die in relatie stonden met het kasteel: van den Nieuwenhuysen, van der Clu(y)sen, de Keersmaeckere, Lombaerts, van Gorkum, Mesmaeckers. Voor het eerst vermeld in 1570, in goede staat verkerend, doch enkele jaren nadien zeer verkommerd. In 1706 aan J.A. Lombaerts verkocht, met name stallingen, huizingen "daer voren en neffens", aanpalende gronden, hovingen en een blekerij, alles samen ruim 300 roeden.

Rond midden 19de eeuw eigendom van A. Nuyens-Reypens; zijn zoon Martin Aloys bouwde in 1865 een nieuwe woning aan de zuidzijde van het ruime erf; het ijzeren hek aan de straat dateert van toen; in 1889 kreeg de voorgevel zijn huidig uitzicht.

Sedert 23/5/1952, bezit van de stad Turnhout; op 28/3/1956 beschermd.

Na verschillende andere bestemmingen werd het Nationaal Museum van de Speelkaart in het "Huis metten thoren" ondergebracht, op 24/10/1969 officieel geopend. Later werd het ter beschikking gesteld van het Taxandriamuseum, ingehuldigd op 17/12/1994 en officieel geopend op 2/7/1996.

Eerste restauratievoorstel, 1960, naar ontwerp van architect J. Schellekens, met de bedoeling het gebouw om te vormen tot zetel van het vredegerecht; de hele procedure werd in 1961 onderbroken, zie voorziene aankoop door het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur voor uitbreiding van het aanpalende Lyceum; van deze plannen werd in 1963 afgezien.

In 1970-1971 is er terug sprake van restauratie van het inmiddels als Nationaal Museum van de Speelkaart in gebruik genomen gebouw; de onderhandelingen in verband met aanpassingen, oprichting van nieuwe gebouwen in de tuin alsook een volledige restauratie van het bestaande gebouw kregen in 1977 vaste vorm. De realisatie van het project, met name de uitbreiding van het Speelkaartenmuseum naar eigentijdse museale normen en de inrichting van het bestaande gebouw als wetenschappelijk trefpunt, werd toevertrouwd aan architect L. Jansen.

In 1985 wijzigden de opties: de nieuwbouwplannen werden op het inkomgebouw na van de hand gewezen, restauratie en renovatie voorop gesteld. In 1990 veranderde ook de bestemming: de collectie van het Geschied- en Oudheidkundig Museum Taxandria zou naar het "Huis metten thoren" worden overgebracht, het Speelkaartenmuseum definitief in Druivenstraat en Mermansstraat gehuisvest.

Bouwgeschiedenis

Wellicht rond midden 16de eeuw ontstaan, zou het "Huis metten thoren" zijn opgetrokken op de funderingen van een drietal bestaande, kleinere woningen, waarvan de kelders bewaard bleven; uit de tweede helft van de 16de eeuw en 17de eeuw dateert de grote woning op de module van de drie oorspronkelijke gebouwtjes, corresponderend met de breedte van de huidige voorgevel en de diepte van de voorkamers met verdieping en zolder en al dan niet aansluitende lagere aanbouwsels, de zuidoostelijke achterbouw (nok loodrecht op de straat) en de na het bouwen van dit achterhuis ingevoegde traptoren; uit de 18de eeuw - eerste helft van de 19de eeuw dateert de noordoostelijke achterbouw; in de tweede helft van de 19de eeuw werd tegen het achterste deel van de zuidgevel een serre aangebouwd, de achtergevel gedeeltelijk gewijzigd, de voorgevel verbouwd, de trap in de toren gewijzigd en de voorplaatsen van de begane grond en de verdieping ingericht.

In eerste helft van de 20ste eeuw werden achter- en zuidelijke zijgevel verbouwd en de serre verwijderd, een inmiddels verdwenen gebouwtje aan de noordoostzijde toegevoegd en het huisje aan de Begijnenstraat verbouwd. In de tweede helft van de 20ste eeuw werd de laatst bijgebouwde annex terug gesloopt en algehele restauratie- en renovatiewerken uitgevoerd. Daarbij werd enerzijds gestreefd naar een maximaal behoud van de nog aanwezige initiële resten uit de ontstaansfase van het pand en van de latere aanpassingen en verbouwingen, anderzijds werd bewust afgezien van nieuwe aanpassingen en toevoegingen in een "vieux-neuf"-stijl; deze zijn uitgesproken hedendaags qua vorm-, kleur- en materiaalkeuze.

Beschrijving

Vrijstaand, op de rooilijn achteruitwijkend gebouw, omringd door grote tuin, afgesloten met bakstenen muren en mooie smeed- en gietijzeren hekken van 1865; nabij de Begijnenstraat, monument ter ere van Pieter Corbeels, boerenkrijgleider en grondlegger van de grafische en papierindustrie in Turnhout; compositie met zwerf- en molensteen naar ontwerp van Jhan Paulussen en architect Van Riet, opgericht in 1957 op de hoek van de Baron Frans du Fourstraat, sedert 1974 op de huidige plaats.

Rechts voor het gebouw, octogonaal tuinpaviljoentje uit vermoedelijk het begin van de 20ste eeuw. In de tuin, die in renaissancetrant is heraangelegd door G. Maertens, staan onder meer twee 19de-eeuwse beelden door Ducaju en een poortomlijsting afkomstig van het kasteel van Turnhout uit de eerste helft van de 19de eeuw.

Aan de straat gelegen conciërgewoning (nummer 30), in neotraditionele stijl verbouwd in de eerste helft van de 20ste eeuw, doch met oudere kern; voorhuis van drie traveeën en twee bouwlagen, een smalle verbindingsvleugel, een binnenplaatsje en een achterbouw, afgedekt met leien zadeldaken (nok parallel aan en loodrecht op de straat). Gerestaureerde lijst- en trapgevels van bak- en zandsteen met diverse muuropeningen. Hoeknis met polygonale sokkel waarop gepolychromeerd Onze-Lieve-Vrouwebeeldje met kind en scepter onder baldakijn.

Tot de 16de eeuw opklimmend doch veelvuldig gewijzigd, T-vormig hoofdgebouw van twee bouwlagen met westvleugel van zes en twee traveeën, haakse zuidoostelijke vleugel van drie en twee traveeën en ingebouwde zeszijdige traptoren in het noordoostelijke oksel; de noordoostelijke hoek is verder ingevuld met een iets lagere vleugel van twee en drie traveeën uit de 18de eeuw of eerste kwart van de 19de eeuw; alle vleugels zijn afgedekt met leien zadeldaken, met spitse dakkapelletjes aan de westkant; traptoren met ingesnoerde leien spits en dakkapelletjes. De zuidelijke aanbouw van glas en metaal, een verwijzing naar de serre die hier voorheen aanwezig was, dateert van 1993 naar ontwerp van architect L. Jansen ; ook de restauratie- en inrichtingswerken ten behoeve van het huidige museum gebeurden onder zijn leiding.

Traditionele bak- en zandsteenbouw, zichtbaar aanwezig in de zijtrapgevels van de voorbouw, de zij- en achtergevels van de uitbouw en de traptoren, gemarkeerd door speklagen, druiplijsten, dekplaten, hoekkettingen, negblokken, dorpels en vensterkruisen van witte kalkzandsteen (oorspronkelijk Balegemse) en fraai uitgewerkte schoorstenen op de topgevels; in 1889 werd voor de bestaande voorgevel een halfsteense bakstenen muur met pseudo-speklagen (Morleysteen) geplaatst; ook de attiek, bestaande uit een balustrade met bolornamenten werd vermoedelijk toen aangebracht.

Voorgevel met neoclassicistisch uitzicht; rechthoekige vensters in geprofileerde omlijsting van arduin, met versierde borstweringen en sleutel op de verdieping; risalietvormende middenpartij met brede rechthoekige deur in geprofileerde omlijsting; de kroonlijst, voorheen eveneens met balustrade, fungeert tegelijk als lekdrempel voor de bovenvensters. De gevels met 16de of 17de eeuws uitzicht vertonen gerestaureerde kruis- en kloosterkozijnen, naast rechthoekige vensters en steigergaten en sporen van gedichte of gewijzigde muuropeningen; in de noordelijke zijtrapgevel is de overdekte hijsbalk van het nog aanwezige takelsysteem zichtbaar. Gekaleide bakstenen aanbouw uit de 18de eeuw of eerste kwart van de 19de eeuw met rondbogige muuropeningen.

Interieur

De huidige binnenindeling respecteert de drie grote bouwfasen; waar binnenmuren dienden gesloopt verwijzen sporen naar de vroegere toestand. Symmetrisch uitgewerkte voorbouw met drie dooreenlopende plaatsen per verdieping, grote zolderruimte en drie kelders. Ruime inkomhal, met houten lambriseringen en deuromlijstingen van circa 1880-1890, naar verluidt afkomstig van een herenhuis in de Begijnenstraat; vloer in zogenaamde "noir de mazy" met witmarmeren davidster in het midden; aanpalende zaal aan noordzijde met bepleisterde wanden met stucwerkdecor en 18de-eeuwse marmeren schoorsteenmantel met Delftse tegels.

Bovenverdieping met zichtbare moerbalkenconstructie met onder meer bewerkte balksloffen, naast 18de-eeuws lijstwerk en marmeren schoorsteenmantels uit de 18de en de 17de eeuw, respectievelijk afkomstig van het voormalige Taxandriamuseum aan de Mermansstraat (ten noorden) en het huis Grote Markt nummer 18 (ten zuiden). Zolderverdieping met sporenkap uit de 16de of de 17de eeuw en luiwerk.

Kelders met oudere tongewelven parallel aan en loodrecht op de straat.

In de zuidoostelijke uitbouw, met telkens één grote ruimte per verdieping, zijn nog een toiletnis en (gerecupereerde ?) fragmenten van rode tegelvloeren bewaard alsook spreeuwenpotten en een lemen tussenwandje op de zolder; ook de moer- en kinderbalkenconstructie en de dakkap klimmen minstens op tot de 17de eeuw.

Noordoostelijke uitbouw met gangruimte en twee plaatsen per verdieping, met bewaarde vloer in de gelijkvloerse kleine kamer. De torentrapruimte verbindt de drie blokken onderling; boven het zolderniveau is de in tegengestelde richting draaiende trap nog aanwezig.

Een aantal technische voorzieningen, lift en sanitair zijn ondergebracht in de nieuwbouw. De museuminrichting werd gerealiseerd door Alex Op de Beeck.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Antwerpen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. A/0251.
  • DE KOK H., Enkele eigenaars van het "huis metten thoren" te Turnhout (16de - 17de eeuw), in Vlaamse Stam, XXII, 1986, nrs. 3-4, p. 167-179.
  • JANSEN L., Onuitgegeven nota's.
  • PEETERS R., Het huis "metten thoren" te Turnhout, in Toerisme, mei 1976, p. 43-46.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Turnhout,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: De Sadeleer, Sibylle & Plomteux, Greet

Datum tekst: 1997

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Begijnenstraat

Begijnenstraat (Turnhout)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.