Damme

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ gemeente

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Onbepaald
Straat

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

ALGEMENE SITUERING

Stad Damme, hoofdgemeente van de fusie gerealiseerd in 1977 met de gemeenten Hoeke, Lapscheure, Moerkerke (en het gehucht Den Hoorn), Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, gelegen in het noordoosten van de provincie West-Vlaanderen.
Totaal aantal inwoners : 10.876 (01/01/2005); totale oppervlakte : ca. 8952 ha (2003).
Geografisch maakt het grootste deel van het grondgebied van de fusiegemeente deel uit van de Noordzeepolders, gekenmerkt door vruchtbare polder- of schorregronden bestaande uit veen met klei- en zandafzettingen. Een uitzondering hierop vormt Sijsele, volledig gelegen in de zandstreek met grensovergang naar de polderstreek op het grondgebied van Moerkerke.

ALGEMENE VOORGESCHIEDENIS VAN DE ZWINSTREEK

Ontstaan van het schorrengebied langs de Noordzee en de eerste bewoning

Het ontstaan van de kustvlakte en de Noordzeepolders is het resultaat van een continue opvulling gedirigeerd door periodieke stijgingen van het zeeniveau. Gedurende de overstromingsfasen wordt het ganse kustgebied met een vruchtbare laag zeealluvium, vnl. bestaande uit slib, klei en veenlagen, bedekt.
Nagenoeg de hele toenmalige kustvlakte, die zich verder zeewaarts uitstrekt dan de huidige, wordt omgevormd tot kustveenmoeras; tevens vorming van strandwal en duinen. De oudste sporen van menselijke aanwezigheid zijn vuurstenen voorwerpen uit de periode 10.000-1500 vóór onze jaartelling en aardewerkscherven uit de periode 500 vóór onze jaartelling-begin van de jaartelling.
Omstreeks de 1ste tot de 3de eeuw is de kuststreek, gelegen tussen een oude duinengordel en de zandstreek, een vertakt waddengebied. Zeldzame bewoning, o.m. door Gallische bewoners van de meer zuidelijk gelegen zandstreek cf. archeologische vondsten o.m. te Oostkerke. Tussen de 4de en de 7de-8ste eeuw vinden de belangrijkste overstromingen plaats tot aan de grens met de zandstreek. De oude duinengordel wordt doorbroken en er worden brede kreken uitgeschuurd, waarvan één zijn monding heeft tussen Knokke en Cadzand, later gekend onder de naam "Sincfal".
Opslibbing van de strandvlakte en ontstaan van kenmerkend slikken- en schorrenlandschap; afzetting van kleilagen op een kuststrook van 12 à 14 km met huidige vruchtbaarheid van de polders tot gevolg. De kuststreek is dan nagenoeg onbewoonbaar omwille van verzilting en constante dreiging van overstromingen.
Vanaf de 8ste eeuw trekt de zee zich geleidelijk terug. Dit zorgt voor verlanding van kreken, ontstaan van een nieuwe duinengordel en drooglegging van een uitgestrekte schorrenvlakte waardoor bewoning opnieuw mogelijk is. Drooggevallen schorren met zoute vegetatie en kunstmatige verhevenheden worden in gebruik genomen als schapenweiden (z.g. "marisci").
Na de kerstening van het Frankische Rijk behoort de kustvlakte tot het bisdom Doornik; op administratief vlak maakt de Zwinstreek deel uit van de z.g. Pagus Rodanensis in het district Aardenburg. Oorspronkelijk horen de aanwassende schorren bij de parochies op de grens van de zandstreek, die op deze manier sterk in oppervlakte en bevolking toenemen.
Op het einde van de 8ste eeuw bestaan in het Brugse ommeland, op de rand van de zandstreek, slechts twee parochies, met name Sijsele en Snellegem (Jabbeke), hoewel ook vermoedelijk Houtave (Zuienkerke) in deze periode is ontstaan. De grens tussen beide loopt door het grondgebied van de latere stad Brugge en wordt aan noordzijde deels gevormd door een opgehoogde schapenweg.

De vroege Middeleeuwen : de eerste inpolderingen

Toponymisch en topografisch onderzoek toont aan dat in de loop van de eerste helft van de 10de eeuw de kustvlakte ten noorden van Brugge op natuurlijke wijze, m.n. zonder bedijking of inpoldering, droog komt te liggen. Vanuit enkele hoger gelegen pleistocene eilandjes tussen Brugge en Dudzele gebeurt de exploitatie van schapenweiden, wei- en akkerland en vordert de occupatie van het gebied zuid- (Oostkerke en Koolkerke) en noordwaarts (Heist). De bewoning situeert zich vnl. op al dan niet kunstmatig opgehoogde vlucht- en woonheuvels (cf. site *"Ten Doele" te Oostkerke).
Omwille van het aangroeiende territorium en de uitzwermende bevolking worden vanuit de bestaande parochies in de loop van de 9de tot de 11de eeuw nieuwe parochies afgesplitst. Zo wordt uit de parochie Sijsele ca. 875 de O.-L.-Vrouwekerk te Brugge als hulpkerk gesticht.
In de tweede helft van de 10de-begin van de 11de eeuw worden de duinen doorbroken door een nieuwe zeeoverstroming, m.n. de Sincfal of de "Scheure", waarbij het latere Damme zal ontstaan. Zowel ten noordoosten als -westen van Brugge vat men landwinning aan door bewoonde gebieden tegen bedreiging van het zeewater te beschermen door middel van dijkbouw. Volgens andere bronnen staan betrokken dijken veeleer in verband met de beheersing van het binnenwater door de Wateringen, die als publieke instellingen hiertoe in de 12de eeuw worden opgericht en waarvan de genoemde dijken als grens fungeren.
In de eerste helft van de 11de eeuw wordt de z.g. Gentele of Blankenbergse Dijk aangelegd, die samen met de Evendijk (A) en de Zidelinge een grote polder wint tussen Oudenburg en Brugge, later gekend als de z.g. Blankenbergse Watering.

In de tweede helft van de 11de eeuw is het schorrengebied aan beide zijden van de Scheure, die in zuidwestelijke hoek tot aan het grondgebied van Brugge reikt, droog genoeg om het in te dijken. Ca. 1060 aanleg van de Evendijk, een ringdijk die te Uitkerke aansluit op de Oostdijk en de Gentele, vandaar oostwaarts over Heist, Westkapelle en Hoeke en vervolgens zuidwaarts als Krinkel- en Romboutswervedijk tot Oostkerke en het latere Damme loopt, dit om het achterland tegen zeeoverstromingen te behoeden. Ca. 1170 wordt deze dijk verlengd tot in de buurt van Koolkerke. Deze dijk vormt de grens tussen de Oudlandpolder ten noorden en de Nieuwlandpolder ten zuiden; l.g. gr.m. gelegen ter hoogte van de huidige Damse Vaart en pas ingedijkt in de loop van de 12de eeuw. Het terrein binnen de Evendijk wordt vlak erna verkaveld en in gebruik genomen door grotere en kleinere hoeven.
De grafelijke bevestigingsoorkonde van het kapittel van Sint-Donaas te Brugge van 1089 vermeldt in het gebied ten noorden van Brugge nog verschillende schaapsweiden naast gronden die reeds als akker- of weiland in gebruik zijn nabij kleine nederzettingen, o.m. te Mikhem (bij Oostkerke). Omstreeks die tijd ontstaan de eerste drie parochies binnen de dijk, namelijk Oostkerke, Lissewege en Dudzele.

Ontstaan van de actieve inpoldering

In het tweede kwart van de 12de eeuw begint een nieuwe fase in de ontginnings- en bewoningsgeschiedenis van de Vlaamse kustvlakte, dit omwille van economische en demografische redenen, o.m. nood aan akkerland. In tegenstelling tot de meer defensieve -zeewerende- functie in de vorige eeuw, worden thans grote polders ingedijkt met het oog op landwinning. Deze eerste echte inpolderingen gebeuren aanvankelijk op initiatief van abdijen of kerkelijke grootgrondbezitters, later ook door adel en burgers, en worden gerealiseerd tot op het einde van de 18de eeuw.
Door bedijking uit de vorige eeuw heeft Brugge zijn natuurlijke verbinding met de zee verloren. Als eerste in de rij van kunstmatige verbindingen wordt ca. 1127 het z.g. "Oude Zwin" als afwateringskanaal gegraven ter vervanging van de verzande waterloop van de Scheure, waardoor Brugge over Koolkerke en Oostkerke verbonden wordt met de sluis "ter Monnikerede".

Een stormvloed treft op 2 of 4 oktober 1134 de Zeeuwse eilanden en het noordelijk deel van de Vlaamse kust. Dudzele, Oostkerke en Heist blijven gespaard door de aanwezigheid van dijken, maar via de Scheure wordt het gebied tot de lijn Brugge-Heile (Aardenburg) overstroomd. De hoofdkreek wordt verder uitgescheurd in zuidwestelijke richting tot tegen de kreekrug van de Gapaard (ca. 1200 m ten zuidwesten van het huidige Damme). Hierdoor ontstaat het eigenlijke Zwin, dat het landschap en het economisch leven van de streek rond Damme voor de volgende eeuwen ingrijpend zal bepalen.
Het hele gebied ten zuiden van de Evendijk, tussen Damme, Sluis, Lapscheure en Moerkerke, dit is tot de grens van de zandstreek, wordt onder water gezet; het gebied ten noorden van de Evendijk blijft grotendeels gespaard. Het slikken- en schorrengebied in de driehoek Sluis-Damme-Den Hoorn wordt stapsgewijs bedijkt en ingepolderd vanaf het laatste kwart van de 12de eeuw tot het einde van de 13de eeuw.

AROHM, Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas: Ankerplaats "Damme en omgevende polders", 2001, OC GIS-Vlaanderen.
BAETEMAN C., Ontstaansgeschiedenis van de Belgische Kustvlakte, in Lange Nelle, nr. 9, 1997, p. 13-14, 41-43.
PANNIER N., De datering van de Duinkerke III-B transgressie en het dijksysteem ten noorden van Brugge, in Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, XXIV, 1970, p. 113-126.
STROBBE M., Het landschap van de Zwinstreek, in M&L, jg. 2, nr. 3, 1983, p. 8-23.
VERHULST A., Landschap en landbouw in Middeleeuws Vlaanderen, Gent, 1995.
WELVAERT F.; DIERICKX-VISSCHERS F. (red.), 2000 jaar Zwinstreek, Knokke, 1985.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

omvat Damme

Damme (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Hoeke

Hoeke (Damme)

omvat Hollandstellung

Assenede, Oosteeklo (Assenede), Vrasene (Beveren), Lapscheure, Moerkerke (Damme), Eeklo (Eeklo), Ertvelde...

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Lapscheure

Lapscheure (Damme)

omvat Moerkerke

Moerkerke (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Oostkerke

Oostkerke (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Sijsele

Sijsele (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Vivenkapelle

Damme (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.