Leut

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Maasmechelen
Deelgemeente Leut
Straat
Locatie Leut (Maasmechelen)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Maasmechelen (geografische inventarisatie: 01-01-1996 - 31-12-1996).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het gebied was reeds vroeg bewoond, getuige de vondsten uit neolithicum en ijzertijd. Romeinse kolonisatie mag verondersteld worden door de nabije ligging van de Romeinse weg Maastricht - Nijmegen op de linker Maasoever.

De eerste vermelding van Leut is waarschijnlijk als Neuta, in 1034. Mogelijk behoorde Leut toen tot het domein van de proostdij van Meerssen. Het was in oorsprong waarschijnlijk een vrije rijksheerlijkheid, onmiddellijk ressorterend onder de Duitse keizer. In de loop van haar -vroege- geschiedenis sluit één van de heren een verbintenis leenman/leenheer met de heer van Valkenburg, waardoor de heerlijkheid gereleveerd diende te worden bij het leenhof van Valkenburg. Dit was echter een afzonderlijke regeling, die niets veranderde aan de oorspronkelijke afhankelijkheid ten opzichte van de Duitse keizer.

De eerste heren van Leut behoren tot de familie van Tongeren; eerste vermelding van deze familie in 1202 met een Willem van Tongeren. Aan ridder Jacob van Tongeren verkoopt het kapittel van Sint-Servaas van Maastricht in 1300 de heerlijke rechten over Meeswijk, dat van dan af deel gaat uitmaken van de heerlijkheid Leut. In 1345 wordt ridder Ogier vermeld als heer van Leut en voogd van Eisden. Eisden was een eigendom van de abdij van Thorn, waarover de heren van Leut oorspronkelijk slechts de voogdij hadden, wat echter weldra uitloopt op een feitelijke inbezitneming, tot ongenoegen van de abdissen. De conflicten hieromtrent slepen aan tot de verkoop van Eisden in 1553. Vanaf 1475 komt de familie van Vlodrop in bezit van de heerlijkheid. In 1485 worden dorp en kasteel platgebrand in het conflict tussen prins-bisschop de Horne en de familie de la Marck. In 1553 koopt Balthasar van Vlodrop het dorp Eisden van de abdis van Thorn.

Als vrije rijksheerlijkheid, en later als behorend tot de Westfaalse kreits, gaat de schepenbank van Leut in beroep bij het hof van Aken, met verder beroep bij het Reichskammergericht van Wetzlar. Wanneer op de rijksdag van 1548 Karel V zijn rijk in verschillende kreitsen verdeeld, wordt Valkenburg, waarvan Leut als leen afhing, en dat sinds 1376 één van de Overmase bezittingen van de hertog van Brabant was, bij de Bourgondische kreits ingedeeld, met hoger beroep bij de Raad van Brabant in Brussel. De vrije rijksheerlijkheden, dus ook Leut, ressorteerden echter onder de Westfaalse kreits, die een veel nauwere binding met Duitsland bleven behouden. Dit gaf in het geval van Leut aanleiding tot een aantal juridische conflicten als Willem van Vlodrop partij kiest voor Willem de Zwijger en zijn goederen door de Spanjaarden, met name Alexander van Farnese, in 1581 worden aangeslagen.

Bij het Partage-tractaat (1661) is er opnieuw betwisting over het statuut van Leut, dat zowel door Spanje als door de Verenigde Provinciën wordt opgeëist.

Ten zuiden van het grondgebied, vlak bij de Maas, ligt het gehucht Masenhoven of Maselhoven. Het ertegenover gelegen gehucht op de rechtse Maasoever, Maasbamd of Maasband, thans Nederlands grondgebied en behorend tot de gemeente Stein, maakte tot 1810 deel uit van Leut.

Op kerkelijk gebied maakte Leut deel uit van de Sint-Pietersparochie, waarschijnlijk van Karolingische oorsprong. Begevingsrecht en tienden waren in bezit van de abdij van Susteren.

Leut was steeds een klein landbouwdorp. De huidige actieve bevolking is grotendeels tewerkgesteld buiten de gemeente.

Oppervlakte: 390 hectare. Aantal inwoners (1970): 1.225.

  • COENEN J., Het kasteel van Leut. (Limburg, 26, 1946, p. 90-114).
  • COENEN J., Kastelen aan de Maaskant. Maaseik, 1947, p. 63-81.
  • DE DIJN C.G. , Kunst en Cultuur in Limburg. Deel 1: Belgisch-Limburg. Hasselt, 1989, p. 181-183.
  • DEXTERS G.H., De Heerlijkheid Eisden. 1936.
  • DOPERE, F. & UBRIGTS W., De donjon in Vlaanderen. Architectuur en wooncultuur. (Acta Archaeologica Lovaniensia - Monographiae 3), Gent, 1991.
  • DOPPLER D., Inbezitstelling van de heerlijkheid en kasteel Leuth met Meeswijck en Eysden in 1619. (De Maasgouw, 34, 1912, p. 49).
  • GEERKENS H.J., Voorhistorische en Gallo-Romeinse vondsten in de Maasvallei en de omgeving van Maaseik. (Het Oude Land van Loon, 3, 1948, p. 71-78).
  • GEUKENS,B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Limburg. Kanton Maasmechelen. Brussel, 1972, p. 19-20.
  • HABETS J., De leenen van Valkenburg. (Publications de la Société historique et archéologique dans le Duché de Limbourg, 21, 1884, p. 266-268).
  • JANSSEN R., Een Limburgs Belgicist van Oost-Vlaamse origine. Charles Ghislaine Vilain XIIII (1803-1878). (Maaslandse Sprokkelingen, 2, 1978).
  • KUSTERS J., Onsen Heer ... en sien volk. Een geschiedenis van Leut. Leut, 1983.
  • MEULLENERS J.L., Eenige bladzijden uit de geschiedenis van de rijksheerlijkheden Obbicht en Leuth. (Publications de la Société historique et archéologique dans le Duché de Limbourg, 24, 1887, p. 67-105).
  • MEULLENERS J.L., Twee processen over de rijksheerlijkheid Leuth. (Publications de la Société historique et archéologique dans le Duché de Limbourg, 24, 1887, p. 106-159).
  • PAQUAY J., De hoeven der kerkelijke instellingen in Limburg. (Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundige Studiekring te Hasselt, 4, 1928, p. 58).
  • PAQUAY J., La maison de Leuth. (Leodium, 22, 1929, p. 49-51).
  • PAQUAY J., Leut. (Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundige Studiekring te Hasselt, 1930).
  • RANDBERT J., Le château et la seigneurie de Leuth. (Bulletin de la Société scientifique et littéraire du Limbourg, 14, 1878, p.197-247).
  • REMANS A., Over de heerlijkheid Leut. (Limburg, 46, 1967, p.105-136).
  • SIVRE, J.B., De Heeren van Dalenbroek uit het geslacht van Vlodrop. (Publications de la Société historique et archéologique dans le Duché de Limbourg, 26, 1889, p.89-99).
  • VAN DIJCK, A.V. , Plaatselijke benamingen te Leut. (Limburg, 24, 1942, p. 9-16, 25-32).
  • VERSTRAET, De geheele geschapenheyt vandt different ende executie vant Huys te Leuth. Delft, 1662.
  • VAN DE WEERD H. , Het Landdekenaat Eyck. Leuth. (Limburg, 5, 1923, p.180-181).

Bron: Schlusmans F. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kantons Bilzen - Maasmechelen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N3, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 1996

Relaties

maakt deel uit van Maasmechelen

Maasmechelen (Limburg)

omvat Drie opgaande linden als gerechtsbomen

Dreef zonder nummer, St-Pietersstraat zonder nummer (Maasmechelen)

omvat Eikendreef bij Kasteel Vilain XIIII

Dreef zonder nummer (Maasmechelen)

omvat Ganzenpoelstraat

Ganzenpoelstraat (Maasmechelen)

omvat Genieskensstraat

Genieskensstraat (Maasmechelen)

omvat Houten kruis

Dreef zonder nummer, Maasmechelen (Limburg)

omvat Kasteeldomein Vilain XIIII

Dreef 148, 148B, Maasmechelen (Limburg)

omvat Mazenhoven

Leut (Maasmechelen)

omvat Molenstraat

Molenstraat (Maasmechelen)

omvat St-Pietersstraat

St-Pietersstraat (Maasmechelen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.