Wespelaar

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Haacht
Deelgemeente Wespelaar
Straat
Locatie Wespelaar (Haacht)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Ad hoc-beschermingen 2016 (beschermingen: 01-01-2016 - 31-12-2016).
  • Inventarisatie Haacht (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Wespelaar is sinds 1977 een deelgemeente van Haacht. Het dorp heeft een oppervlakte van 546 ha en telde in 2014 3.496 inwoners. Het wordt ten noorden van de dorpskern doorsneden door de spoorlijn Mechelen-Leuven en ten zuiden grosso modo begrensd door het kanaal Leuven-Dijle.

Wespelaar in het ancien régime

Over de geschiedenis van Wespelaar is bijzonder weinig geweten. De naam Wespelaar, in 1154 vermeld als 'Wispelar', zou een samenstelling zijn van 'Wisapa' en laar en 'laar aan de weidebeek' betekenen. Volgens Van Dale betekent laar broekland of drassig land of een open plek in het bos. Het is in ieder geval zo dat twee van de oudste sites in het dorp, het kasteeldomein de Spoelberch (13de eeuw) en de pastorie (minimaal 16de eeuw), omgracht zijn en gevoed worden door dezelfde beek, die in het noorden uitmondt in de Leibeek op de grens met Haacht.

Het dorp zou mogelijk ontstaan zijn op de kruising van de baan van Mechelen naar Leuven en de Aarschotsebaan. Dit zou een strategisch punt uit de hoge Middeleeuwen geweest zijn. De parochie kwam tot stand in de 9de eeuw.

Volgens Verbesselt behoudt Wespelaar uitzonderlijk goed de blokverkaveling van het Karolingische laar. Deze auteur herleidt, op basis van de Poppkaart, de structuur van het dorp tot vier grote blokken, die rond het kruispunt van de Grote Baan en de Nieuwstraat (waarbij hij ook de kasteeldreef betrekt) geschikt zijn: het 'kerkblok' ten noordoosten, het 'kouterblok' ten zuidoosten, het 'kasteelblok' ten zuidwesten en het 'dorpsblok' ten noordwesten. Het kasteelelement is door zijn oppervlakte in deze configuratie overheersend, wat ook vandaag nog het geval is. Het kasteeldomein de Spoelberch en de parochiekerk Sint-Hubertus en Sint-Lucia, verbonden door een dreef, liggen tegenover elkaar aan de 'plaetse' en zijn de twee- voor zover momenteel bekend- oudste sites van het dorp. Deze kenmerkende indeling maakt Wespelaar tot een kasteeldorp. Kasteeldomein en kerk worden beide voor het eerst vermeld in de 13de eeuw. Lambertus, edelman en ridder van Wespelaar, schonk in 1237 zijn eigen goed in Hoverbeke (Overbeke) in Wespelaar aan de Sint-Bernardusabdij van Hemiksem. In de stukken rond deze schenking en de betwistingen erover is al sprake van de 'ecclesie de Wisplar'.

Naar verluidt zou Wespelaar een veemarkt gehad hebben, die in 1309 naar Lier werd overgebracht.

De familie van Lambertus, ridder van Wespelaar - van Overbeke genoemd naar hun verblijfplaats - werd in 1457 opgevolgd door Jan van Erpe, die onder meer raadsheer was in de Raad van Brabant. Door toedoen van Jan van Erpe verleende Filips de Goede een reglement aan de Sint-Sebastiaansgilde van het dorp waarbij de grondheer als hoofdman werd aangesteld. Deze schuttersvereniging bestaat vandaag nog steeds. Van Jan van Erpe kwam het domein in 1474, door het huwelijk van zijn zuster Joanna met Jaak Uuterlimmingen in handen van deze vooraanstaande Leuvense familie en vervolgens van de familie de Harchies (1528-1559). De volgende eigenaars, de familie de Carondelet, afstammelingen van een oud adellijk Frans geslacht, werden in de kerk van Wespelaar begraven en verbleven ook op het domein in Wespelaar. Zij stichtten een kapelanie in de kerk. Ook de familie du Chasteler de Moulbais, eigenaars van 1606 tot 1686, stamde af van Franse adel en woonde op het domein in Wespelaar. In 1686 werd de heerlijkheid Wespelaar door Anne Caroline du Chasteler verkocht aan Jean-Baptiste, markies van Spinola, uit een oud Genuees geslacht. In 1735 ging het domein over in handen van de familie Proli, die het tot 1784 zou bezitten, het ook bewoonde en van wie de grafsteen in het kerkportaal prijkt.

Vermeldenswaardig is verder dat Wespelaar tijdens het ancien régime een meierij was, waarbij de meier de dorpsheer in het dagelijkse bestuur van het dorp vertegenwoordigde.

De dorpsstructuur uit de eerste helft van de 18de eeuw, met vrij veel open ruimte in het centrum en de toenmalige afbakening van de bebouwing komen is bekend van verschillende 18de-eeuwse kaarten en is nog zeer goed herkenbaar op het primitief kadasterplan.

In 1784 werd het kasteeldomein verkocht aan Jean-Joseph Walckiers de Gammerages.

Wespelaar na het ancien régime

Kasteelheer Jean-Joseph Walckiers, die in financiële moeilijkheden geraakte in de nasleep van de Franse Revolutie, verkocht het kasteeldomein in 1796 aan de kapitaalkrachtige familie Artois van de gelijknamige Leuvense brouwerijen. De verkoop in 1796 was voorlopig de laatste in de geschiedenis van het domein, dat daarna door vererving in handen zou blijven van en bewoond zou worden door kasteelheren met een band met brouwerij Artois. De familie Artois werd opgevolgd door Albert Marnef (1840 tot 1868), Edmond Willems (1868-1895) en de familie de Spoelberch (1895 - nu).

De familie Artois legde het kasteelpark in de vroege 19de eeuw opnieuw aan. Het park naar ontwerp van Ghislain Joseph Henry genoot een grote faam en was een populaire bestemming voor uitstapjes met de bark vanuit Leuven via het kanaal of met de trein via de in 1837 aangelegde spoorlijn Mechelen-Leuven, die tussen 1 mei en 1 oktober in Wespelaar-Tildonk stopte. De familie Artois liet de parochiekerk verfraaien en had er een grafkelder. Kasteelheer Edmond Willems bouwde in 1882 een nieuw kasteel in het kasteelpark, een fantasierijk, eclectisch bouwwerk naar ontwerp van Hendrik Beyaert, dat echter in 1954 werd afgebroken en vervangen door een veel bescheidener landhuis.

Hoewel de spoorlijn Mechelen-Leuven de dorpskern spaarde, was de aanleg ervan waarschijnlijk de oorzaak dat het dorp zich in oostelijke richting langs de Grote Baan begon te ontwikkelen. Casteels omschrijft het dorp in het midden van de 19de eeuw als een volledig agrarisch gerichte gemeente, bevolkt door keuterboertjes die vaak een nevenactiviteit moesten uitoefenen om het hoofd boven water te houden en niet zelden een beroep moesten doen op het Bureau van Weldadigheid.

Het kasseien van de Grote Baan tussen 1845 en 1846 zal het uitzicht van de dorpskom zeker veranderd hebben. Kasteelheer Albert Marnef bood de gemeente financiële steun bij deze werken. Hij was ook sterk bij de dorpskerk betrokken: hij financierde ten dele de restauratie ervan in 1860 en verkreeg hiervoor het gebruik van een zijkapel als familiekapel en de toelating om twee monumentale cenotafen te plaatsen in het koor.

De volgende kasteelheer, Edmond Willems, was burgemeester van Wespelaar van 1867 tot 1894. Onder zijn burgemeesterschap werden het nieuwe gemeentehuis en de gemeenteschool gebouwd, volgens plannen van provinciaal architect Louis Van Arenbergh uit 1872. Ook de pastorie werd gerestaureerd, eveneens naar plannen van deze architect.

Op het einde van de 19de eeuw zou het landbouwdorp Wespelaar stilaan beginnen veranderen. Burggraaf Guillaume de Spoelberch (1874-1947), kasteelheer en burgemeester van Wespelaar van 1933 tot 1947, werd een belangrijke aandeelhouder van de conservenfabriek La Corbeille, die in 1898 aan het station van Wespelaar werd opgericht en die tot in de jaren 1970 voor welvaart en werkgelegenheid in het dorp zou zorgen.

Vanaf het interbellum neemt de onderlinge betrokkenheid van kasteeldomein en dorp af. In 1924 wordt het kasteeldomein duidelijk fysiek afgescheiden van de dorpskom door de bouw van een poortgebouw en een muur, hoewel het door de hoge bomen in het park nu nog steeds dominant aanwezig is in de dorpskern.

Volgens de Atlas der Buurtwegen wordt in 1940 ten oosten van het gemeentehuis de Elisabeth Willemslaan aangelegd, als aftakking van de Grote Baan

In 1955 wordt het kerkhof afgeschaft. De kerkcontext krijgt een groen karakter. De Grote Baan wordt verbreed en geasfalteerd in 1953.

Tussen de Tweede Wereldoorlog en het begin van de jaren 1960 wordt de dorpskom geleidelijk aan naadloos opgenomen in de lintbebouwing komende van Mechelen.

  • CASTEELS R. 1997: 800 jaar domein de Spoelberch te Wespelaar, Haacht.
  • CASTEELS R. 2003: Hoe en door wie Wespelaar in de loop van de tijd bestuurd werd, HOGT 18, 231-244.
  • DEBRABANDERE F. 2010: De Vlaamse gemeentenamen. Verklarend woordenboek, Brussel.
  • SCHAGEN M. 1740: Godgeleerde, historische, philosophische, natuur- genees- en aardrykskundige, poëtische en regtsgeleerde vermakelykheden, Volume 6, Amsterdam.
  • VERBESSELT J. s.d.: Tussen Zenne en Dijle IV, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw volume 14 , s.l..

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4/001/24033/101/1, Dorpskern Wespelaar (DE HOUWER V., 2016).

Auteurs: De Houwer, Veerle

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Haacht

Haacht (Vlaams-Brabant)

omvat Domein Herkenrode

Vijverbos 6, Vijverbos 8 (Haacht)

omvat Dorpskern Wespelaar

Grote Baan, Nieuwstraat (Haacht)

omvat Herdenkingsboom

Elisabeth Willemslaan zn (Haacht)

omvat Kasteelpark van Wespelaar

Grote Baan 75-77 (Haacht)

omvat Omgrachte pastorietuin

Neerstraat 9 (Haacht)

omvat Oorlogsgedenkteken op de gemeentelijke begraafplaats

XIde Linielaan zonder nummer, Haacht (Vlaams-Brabant)

omvat Pastorie met tuin van de Sint-Hubertusparochie

Pastoriestraat 13 (Haacht)

omvat Villa Ter Hulst met siertuin

Wakkerzeelsestraat 65 (Haacht)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.