Gemeente van 2340 hectare en circa 15.000 inwoners, begrensd door Sint-Niklaas en Haasdonk (ten noorden), Bazel en Steendorp (ten oosten), de Schelde (ten zuiden), Tielrode en Sint-Niklaas (ten westen).
Middelgrote woongemeente gelegen aan de Schelde. Talrijke archeologische vondsten duiden op een intensieve bewoning sinds de Gallo-Romeinse periode. Naar verluidt in de 8ste eeuw gechristianiseerd door Amelberga die na een huwelijksaanzoek van Karel Martel te hebben geweigerd, het ouderlijk slot in de Ardennen ontvlucht naar haar landgoederen in Vlaanderen. Achternagezeten door de afgewezen vorst, belandt zij aan de Schelde die zij, na Gods genade te hebben afgesmeekt, kan oversteken op de rug van een steur.
Sinds de 13de eeuw wordt Temse samen met Rupelmonde een der bloeiendste dorpen van het Land van Waas. De gunstige ligging aan een belangrijke waterweg en de hieruit voortvloeiende druk bezochte markt lagen hieraan ten grondslag. De gemeente kende een gestadige groei waarbij een rijk gamma aan handenarbeid de bevolking een stevige economische positie bezorgde. In het tweede kwart van de 19de eeuw ontwikkelde Temse zich als industriecentrum. De Engelsman William Wilford stichtte er de eerste zeildoekfabriek waarna talrijke weverijen en spinnerijen ontstonden, onder meer Dacca, Wittock-Van Landeghem, Weill (confer Kasteelstraat), Orlay-spinnerijen (Cauwenburg, gesticht circa 1850 en gestopt na 1962), katoenspinnerij Van der Schueren (Oeverstraat, gesticht in 1896 en gestopt in 1950). Anderzijds stichtte Bernard Boel in 1828 een scheepsbouwwerf aan de zogenaamde "Kil" die heden uitgegroeid is tot één der belangrijkste van het land, met een oppervlakte van 25 hectare. De textielnijverheid daarentegen is zo goed als volledig teloor gegaan.
Inzake aanleg te typeren als zogenaamd centrumdorp met bij na cirkelvormige markt, gedomineerd door de gotische hallekerk met barokke toren uit de 18de eeuw. Voorts zijn slechts enkele gevels uit de 17de eeuw bewaard; een brand van 7 juli 1684 vernielde namelijk nagenoeg de helft van alle bestaande woningen. De panden uit de 18de eeuw en het overwegend aantal burger- en herenhuizen uit de 19de eeuw in verschillende neo-stijlen gebouwd, evenals de aaneengesloten rijen arbeidershuizen zijn bepalend voor het dorpsbeeld. Het systematisch verwijderen van houten winkelpuien en decaperen van bepleisterde lijstgevels door privé-eigenaars, vormt echter een snel om zich heen grijpende verarming van het straatdecorum.
Ten noordoosten, het gehucht Velle zonder eigenlijke kern, waar opgegraven urnenvelden wijzen op een bewoning op het einde van de Bronstijd.
Bron: DEMEY A. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Sint-Niklaas, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 7n2 (S-T), Brussel - Gent.
Auteurs: Demey, Anthony
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)