Roesbrugge-Haringe

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Poperinge
Deelgemeente Roesbrugge-Haringe
Straat
Locatie Roesbrugge-Haringe (Poperinge)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Poperinge (geografische inventarisatie: 01-01-1989 - 31-12-1989).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Grensgemeente in Zandlemig Vlaanderen en de Westhoek, aan de IJzer en de Franse grens. Roesbrugge en Haringe,in 1857 verenigd, zijn twee afzonderlijke dorpscentra. Telde in 1986 1 215 inwoners en is 1195 ha groot.

Op het grondgebied Haringe werden sporen van Romeinse of Gallo-romeinse bewoning aangetroffen. Haringe of de "woonplaats van de afstammelingen van Hari" wordt echter voor het eerst vermeld in 899. Onder impuls van de bisschop van Terwaan, werd in XI d voor de verspreide bevolking een kerk gebouwd in Haringe, op het droogland, ietwat verwijderd van de zompige overstromingsgebieden.

In 1147 werd de zorg voor de kerk en de parochie toevertrouwd aan de abdij van St.-Augustinus (Terwaan). Voor het beheer van de goederen werd de proostdij "Beauregard" (Switspapendreef nr. 3, Proven) opgericht.

Intussen groeide ten O. van Haringe een woonkern op de plaats wear een zekere Rohard een brug over de IJzer had aangelegd. Ter plaatse van de huidige brug, die Roesbrugge met Beveren-IJzer (err. Veurne) verbindt. De IJzer maakte te Roesbrugge een bocht, nog te herkennen in de loop van de "rode IJzer". Het rechte, gekanaliseerde deel en de tweede brug dateren waarschijnlijk van XIV. De kern "Ponte Rohardi" (1183) en Rohardsbrugge (1204) breidde vooral uit in XIII als Elisabeth van Rohardsbrugge en hear echtgenoot Willem van Bethune het "kasteel" betrokken, gelegen op een motte aan de l. oever van de IJzer (grondgebied Beveren); in 1367 ingepalmd door de abdij (cf. infra).

L.g. bouwden in 1218 aan de r. IJzeroever een kapel, tot 1807 afhankelijk van de parochie Haringe. Zij stichtten in 1236 het klooster "O.-L.Vrouw ter Nienwe Plant" te Roesbrugge op de l. IJzeroever (grondgebied Beveren-IJzer); de religieuzen behoorden tot de congregatie van St.-Victor. Nadat het klooster tijdens XVI verschillende malen door de opstandelingen was geplunderd - Roesbrugge was een tijdlang het hoofdkwartier en de legerplaats van de geuzentroepen - werd de abdij in 1579 met de grond gelijk gemaakt door de Waals-katholieke z.g. "Malcontenten", die te Roesbrugge achter de kerk een fort hadden; de kloostergebouwen werden afgebroken omdat ze hun gezichtsveld belemmerden. In 1581 vestigde de orde zich definitief binnen de muren van de stad Ieper.

Haringe was gedeeltelijk van eind XV tot 1651, eigendom van de heren van Gistel, welke het "Blauwhuis" (Haringestraat nr. 6-4), gelegen ten O. van de St.-Martinuskerk bewoonden.

Haringe behield steeds zijn agrarisch karakter. Roesbrugge evolueerde tot een centrum van handel en nijverheid tengevolge zijn ligging: aan de IJzer, van dear af bevaarbaar; aan een brug over de IJzer; aan de steenweg IeperDuinkerke, in 1681 aangelegd onder Lodewijk XIV; aan de buurtspoorweg Poperinge-Adinkerke (1906 - in 1949 vervangen spoorlijn door bussen).

Te Roesbrugge-Haringe, vnl. te Roesbrugge waren eertijds enige nijverheden gevestigd: een tweetal windmolens (o.m. Camerlynks molen Weggevoerdestraat nr. 22-24, gesloopt 1911, Leenhoudersmolen verhuist naar Bikschote in 1922); een papiermolen aan de IJzer in werking van 1757-1793; een vijftal brouwerijen (o.m. Heybrugstraat nr. 41); een drietal steenbakkerijen, o.m. Weggevoerdestraat nr. 22-24 met bijhorende handel in granen en vetten cf. Camerlynksmolen en, rechttgov. herberg z.g. "In de Brikerij" (Moenaardestraat nr. 23) in werking tot 1964, gelegen aan de IJzer in de Bergenstraat; een vlasroterij aan de IJzer (Heybrugstraat); in XVIII twee tabaksfabrieken uitsluitend voor de smokkel.

Haringe bleef lang het kerkelijk centrum (parochiekerk St.-Martinus); Roesbrugge was sinds de Franse Revolutie een administratief centrum: kantonhoofdplaats (1796-1800), vredegerecht, kantoren van de registratie en de belastingen, rijkswacht- (tot 1970), douane- en brandweerbrigade (1859-1968).

Gemeente met twee dorpskernen: Haringe, dorp met uitgesproken landelijk karakter. Kleine dorpskom, gekenmerkt door XIX-XX lintbebouwing (inen uitspringende rooilijn) onder zadeldak, langsheen de Moenaardestraat en het Haringeplein (zie resp. straten), onderbroken ter hoogte van de pastorie en de parochiekerk middenin het groen. Roesbrugge, dorpskom gevormd door Roesbruggeplein en Prof. Rubbrechtstraat, getypeerd door vnl. XIX-lintbebouwing, breedhuizen van twee tot twee en een halve bouwl. onder pannen zadeldak, vaak met vernieuwd gevelparement, afgewisseld met nieuwe bouw. Ten Z.O. van het dorpsplein, XIX- St.-Martinuskerk met dominante W.-toren. Ten N., Prof. Rubbrechtstraat, deel uitmakend van XVII-steenweg Ieper-Duinkerke, uitlopend naar de IJzer en de gemeentegrens tot in de Bergenstraat, met analoge, ietwat recentere bebouwing. Brug over de IJzer daterend van 1955. Huidig stratenpatroon duidelijk herkenbaar in de plattegrond door A. Sanderus (1641-1644) cf. aanleg van Roesbruggeplein, Prof. Rubbrechtstraat en situering van de kerk, en het voormalige klooster.

Buiten de dorpskernen: verspreide hoevebouw, vnl. uit XIX, soms met XVIII-kern (cf. Moenaardestraat, nr. 63, 68), naast aan de straat gelegen arbeiders- en boerenarbeidershuisjes uit XIX-XX. Ten Z. van dorpskom Roesbrugge, gehucht z.g. "De molenwal", gelegen aan het kruispunt gevormd door de Weggevoerdestraat, Heybrugstraat en Molenwalstraat.

Referentie(s)

GEYSENS J., Haringe: Wat met de oudheidkundige vondsten (Aan de Schreve, XVII, 1987, 2, p. 3-6).

LEEUWERCK E., Geschiedenis van de windmolens te Roesbrugge-Haringe (Aan de Schreve, VIII, 1978, 1, p. 21-28).

RUBBRECHT L., Geschiedboek der gemeente Roesbrugge-Haringhe van 1800 tot 1907, Brugge, 1907.

R.A.B., De abdij "O.-L.-Vrouw ter Nieuwe Plant" van Beveren-Rousbrugge (1236-1579) (De IJzerbode, IV, 1, p. 1-2).

TANGHE G., Haringe (Malecia bij Cranaaye), Brugge, 1852.

TANGHE G., Beschrijving van Roesbrugge, Roeselare, 1857.

TILLIE W., Gemeenten die Poperinge groot maken. Proven Krombeke, Roesbrugge-Haringe, Watou (Aan de Schreve, IX, 1979, 3, p. 20-28).

VANDENBUSSCHE E., L.Histoire de Roesbrugge-Haringe en Flandre, Gent, 1867.

Bron: Delepiere A.-M. & Huys M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Poperinge, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N2, Brussel - Turnhout.

Relaties

maakt deel uit van Poperinge

Poperinge (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Bergenstraat

Bergenstraat (Poperinge)

omvat Britse militaire begraafplaats Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery

Nachtegaalstraat zonder nummer, Poperinge (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Haandekotstraat

Haandekotstraat (Poperinge)

omvat Haringeplein

Haringeplein (Poperinge)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Haringestraat

Haringestraat (Poperinge)

omvat IJzervallei tussen Roesbrugge-Haringe en Elzendamme en de vallei van de Poperingevaart

Beveren, Hoogstade, Stavele (Alveringem), Roesbrugge-Haringe (Poperinge), Oostvleteren, Westvleteren...

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Moenaardestraat (Roesbrugge-Haringe)

Moenaardestraat (Poperinge)

omvat Parochiekerk Sint-Martinus

Tempeliersstraat zonder nummer, Poperinge (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Prof.Rubbrechtstraat

Prof.Rubbrechtstraat (Poperinge)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Roesbruggeplein

Roesbruggeplein (Poperinge)

omvat Spoorweginfrastructuur aan de Waaienburg

Waaienburgseweg 36, Poperinge (West-Vlaanderen)

omvat Vallei van de Heidebeek met dorpskern Watou

Roesbrugge-Haringe, Watou (Poperinge)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Weggevoerdenstraat

Weggevoerdenstraat (Poperinge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.