Donk

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mol
Deelgemeente Mol
Straat
Locatie Mol (Mol)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Mol (geografische inventarisatie: 01-10-2002 - 31-12-2002).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Benaming in de betekenis van "hoge plaats tussen de moerassen". Gelegen ten noorden van Mol-Centrum, aan het kanaal Herentals-Bocholt, modo Kempisch Kanaal nabij de grens met Dessel.

Tot in de 19de eeuw hoofdzakelijk gekenmerkt door een open heidelandschap in het westen en een gesloten hagenlandschap in het oosten. In de tweede helft van de 19de eeuw werd het westelijk deel nagenoeg volledig met dennen beplant, zodat overal een gesloten landschap ontstond. De daarop volgende ontwikkeling van Donk is sterk verweven met de aanleg van het Kempisch Kanaal (1843-1846) en de daarmee gepaard gaande opkomst van de industrie; diverse fabrieken werden ingeplant op de zuidelijke kanaaloever en de zandontginningen zouden geleidelijk grote bressen slaan in het gesloten landschap. Ook in de jaren 1930 onderging Donk een grondige gedaanteverandering, met name door de verbreding van het kanaal, het aanbrengen van nieuwe dijken en jaagpaden en vooral door de aanleg van "de ramp" voor de bouw van de eerste hoge brug van het type Vierendeel (1934-1936), vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing werd hiervoor onteigend en gesloopt. Thans is Donk uitgegroeid tot het belangrijkste nijverheidscentrum van Mol.

Relatief klein gehucht, oorspronkelijk het noordoostelijk deel van Achterbos en een deeltje van Sluis, dat zich onder impuls van Gustaaf Helsen (zie Mol-centrum, Edmond Van Hoofstraat nummer 11) ontwikkelde tot industriële site: dit gebeurde voornamelijk door de witzandontginning vanaf midden 19de eeuw en door de oprichting in 1911 van een cementfabriek "de Betonwerken van Moll"; op 23 januari 1923 ontstond hieruit de "N.V. Beton en Mollith"; van dan af werd er ook asbest verwerkt; in 1930 omgevormd tot "N.V. Johns-Manville". In 1922 volgde de inplanting van een holglasblazerij of flessenfabriek "Verreries de Liège et de la Campine", naderhand achtereenvolgens "Verlica" en "Verlipack" gedoopt. Deze fabriek bleef in werking tot eind 1999. In 1929 tenslotte werd in Donk een elektriciteitscentrale in bedrijf genomen, die later diverse malen werd uitgebreid en thans is uitgerust met een beeldbepalende koeltoren van het hyperbolische type. Deze ontwikkeling werd echter maar mogelijk gemaakt door de aanleg van het Kempisch Kanaal (1843-1846) en de Turnhoutsebaan (1846). Donk beschikte aldus immers over een kruispunt van een baan met een waterweg, waaraan de voormalige spoorwegaftakking (na 1870) en de buurtspoorlijn Turnhout-Mol (opgericht bij Koninklijk Besluit van 19/4/1894; in gebruik op 4/5/1896) ongetwijfeld een meerwaarde gaven: bijgevolg was er een uitstekende infrastructuur voor industriële bedrijvigheid aanwezig. Sedert de jaren 1950 is Donk voornamelijk gekend omwille van het in 1952 van staatswege opgerichte Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) en aanverwante nucleaire bedrijven; de bouwwerken hiervoor met onder meer een eerste kernreactor en enkele laboratoria, werden aangevat in 1954 op de "Achterbosse heide", waar zich uitgestrekte naaldbossen bevonden. Een tweede en een derde kernreactor werden respectievelijk in 1961 en 1962 in werking gesteld. De bijhorende woonwijk dateert uit de jaren 1950 en werd in 1960 fel uitgebreid in zuidwestelijke richting. Reeds in 1957 was er nood aan een tweede site die werd ingeplant ten zuidwesten van "site 1"; aansluitend hierbij bevindt zich de zogenaamde "Europawijk" met de Europese School, zie Millegem. Autonome parochie sedert 1964, voorheen (sedert 1933) kapelanie van Achterbos.

Het hedendaagse uitzicht van Donk wordt nog steeds sterk bepaald door het rechtlijnige tracé van het Kempisch Kanaal in het noorden, met op de noordelijke kanaaloever een uitgestrekt ontginningsgebied voor witzand, terwijl een industriegordel met vrij recent architecturaal patrimonium het wezenlijk landschapselement vormt op de zuidelijke kanaaloever. De eerste brug over het kanaal was een draaibrug met metalen geraamte en houten vloer; ze werd in de loop van anderhalve eeuw meermaals vervangen; zo werd er in de jaren 1934-1936 een brug van het type Vierendeel gebouwd die vernield werd tijdens de Tweede Wereldoorlog; de huidige of vijfde brug dateert van 1979-1983 en is opgetrokken uit gewapend spanbeton met vier steunpunten, twee landhoofden en twee pijlers (telkens vier kolommen van gewapend beton); in de onmiddellijke omgeving bevindt zich een gedenkplaat voor een in 1944 gesneuvelde Engelse soldaat.

Van zuid naar noord wordt het gehucht ongeveer halverwege doorsneden door de Donk(straat), een verlenging van de Turnhoutsebaan. Het grootste gedeelte van de woonkern ten zuiden van de industriezone bestaat uit een typische fabriekswijk uit de jaren 1960; ze werd opgericht door de Molse Bouwmaatschappij rondom het zogenaamde "Beneluxplein" en vertoont een planmatige aanleg met kwadratisch stratenpatroon. Ten oosten en ten westen van de woonkern bevinden zich de waterputten ontstaan door witzandontginning. Het eerste witzand werd bovengehaald bij het graven van het kanaal; de eerste uitbatingen startten vermoedelijk in het begin van de jaren 1860, aanvankelijk beperkt, doch geleidelijk toenemend; hieruit groeide in 1872 de "Sablières et Carrières Réunies" (S.C.R.). In 1882 werd door A. Tacquenier de maatschappij "Grandes Sablières de la Campine" opgericht, vanaf 1910 "Nouvelles Sablières", die haar werkzaamheden na de eeuwwisseling vooral richtte op het gebied ten oosten van de weg Mol-Dessel; de alhier gelegen put van 85 hectare, zogenaamd "Miramar", groeide uit tot een uitgestrekt recreatiegebied, en wordt omgeven door talrijke, deels residentiële vakantiewoningen. Tijdens de zomermaanden wordt de plas intensief gebruikt voor allerlei vormen van watersport, waardoor de natuurwetenschappelijke waarde beperkt is; enkel in de winter is de put van belang als pleisterplaats voor watervogels. De huidige westput (20 hectare) daarentegen behoort tot het domein van SCK en wordt gebruikt voor de levering van koelwater; de omgeving ervan bestaat overwegend uit een boslandschap en vormt een groene long voor de Donkse bevolking.

  • s.n. 1989: Achterbos vroeger en nu, Mol, 414-438.
  • DIRIKEN P. 1992: Geogids Oosterkempen: Balen, Dessel, Mol, Retie, s.l., 94.
  • s.n. 1993: Mol-Donk... zoals het groeide, Mol.
  • s.n. 1971: Profiel van Mol, Mol.

Bron: Kennes H. & Steyaert R. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Mol, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N5, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Kennes, Hilde

Datum tekst: 2002

Relaties

maakt deel uit van Mol

Mol (Mol)

omvat Eengezinswoning

Boeretang 195, Mol (Antwerpen)

omvat Eengezinswoning

Donk 55, Mol (Antwerpen)

omvat Eengezinswoningen

Lichtstraat 43-49, 53, Mol (Antwerpen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Emiel Becquaertlaan

Emiel Becquaertlaan (Mol)

omvat Parochiekerk Sint-Antonius

St.-Antoniusstraat 2A, Mol (Antwerpen)

omvat Studiecentrum voor Kernenergie en bijhorende woonwijk

Boeretang zonder nummer, Mol (Antwerpen)

omvat Tweegezinswoning

Donk 108-110, Mol (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.