Rekkem

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Menen
Deelgemeente Rekkem
Straat
Locatie Rekkem (Menen)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Menen (geografische inventarisatie: 01-05-2002 - 31-10-2002).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Sinds 1 januari 1977 deelgemeente van Menen. Rekkem telt 4735 inwoners (31/12/2001) voor een oppervlakte van 828 ha. Enkele belangrijke en oude gehuchten zijn het Paradijs en Dronkaard. De gemeente is gelegen aan de Leie in zandlemig Vlaanderen in het Zuidwesten van de provincie West-Vlaanderen, aan de grens met Henegouwen en Frankrijk. Menen bevindt zich op ongeveer 4 km afstand, Kortrijk op 9,5 km en Moeskroen op 6 km.

Rekkem ligt in een vallei waarvan het bodemreliëf schommelt tussen de 20m en 61m (de Kasteelheuvel of Castert) boven het zeeniveau. De vallei is omgeven door drie heuvels: de Lauweberg te Lauwe, de Castert op de grens met Moeskroen en de Halewijnberg in Frankrijk. Licht golvend landschap dat doorsneden wordt door Lauwebeek, Murissonbeek, Palingbeek en Durmontbeek.

Gerechtelijk en administratief behoort Rekkem tot het arrondissement Kortrijk, kanton Menen. Kerkelijk behoort het tot het bisdom Brugge. Oorspronkelijk behoorde het bij het bisdom Doornik-Noyon (vanaf 1146 Doornik). Maar vanaf 1801, -als gevolg van het concordaat dat keizer Napoleon in 1801 sloot met paus Pius VII- kwam de parochie bij het bisdom Gent. In 1834 tenslotte ging de Sint-Niklaasparochie van Rekkem bij het bisdom Brugge horen.

Rekkem is hoofdzakelijk een woon- en landbouwgemeente met accenten op tabak en vlas. De aanleg van de autosnelweg E17 aan het einde van de jaren 1960 trok van noord tot zuid een scheidingslijn doorheen de gemeente. Door de aanleg werd het uitzicht van deze gemeente grondig gewijzigd en werd het landbouwareaal behoorlijk aangetast. Desalnietemin bleef Rekkem een dorp met zeer beperkte industrie. Een kleinschalige nijverheid concentreerde zich op de tapijt-, meubel- en vlasindustrie. Nu is het hoofdzakelijk een wooncentrum voor grensarbeid met Frankrijk.

De oudste sporen van bewoning dateren uit het neolithicum (er waren silexvondsten, waaronder enkele klingen en krabbers, omtrent 4000 jaar oud) ten noordoosten van de Sint-Niklaaskerk. Wellicht ligt de aanwezigheid van een bron en het hoger gelegen niveau aan de basis van de continue bewoning op die plek. Verdere sporen van vroege menselijke activiteit werden gevonden op plaatsen van makkelijk te bewerken gronden met lichte zand-leemgronden (het latere achterleen Kerkhove, het later foncier van ten Dale en de omgeving van de kerk).

In de Romeinse periode werd de vroegere neolithische kern wellicht verlaten. De Gallo-Romeinse wegen (Dronckaertstraat en de weg van Kortrijk naar Rijsel) lopen immers een eind weg van de oude nederzetting.

Onder de Franken ontstond wellicht de naam "Rekkem". Rekkem zou een samenstelling zijn van "Rek" en "hem". Volgens een eerste theorie zou "hem" zijn afgeleid van het Germaanse "hamma" wat "landtong uitspringend in een inundatieterrein" zou beteken. Dit lijkt logisch vermits Rekkem zou zijn ontstaan in een bocht van de Palingbeek. "Rek" zou dan kunnen slaan op "diep" ofwel op de Frankische benaming van de beek: "Reka".

Andere theorieën geven verschillende betekenissen aan beide woorden. "Hem" zou de betekenis hebben van "nederzetting" of "huis". "Rek" zou volgens de ene bron afkomstig zijn van een persoonsnaam: Rigobert en volgens de andere bron zou het zijn afgeleid van het Frankische woord "rakja" dat "plank" of "staak" zou betekenen.

De heerlijkheid Rekkem is waarschijnlijk ontstaan in de loop van de 11de eeuw. In het midden van de 12de eeuw bestond Rekkem zowel als dorp en als parochie. Omstreeks 1173 wordt "Reckeham" al genoemd als "villa" of dorp. Rond 1200 waren de grenzen van de parochie Rekkem ongeveer gelijklopend als deze van de latere gemeente.

Rekkem maakt deel uit van de Roede der Dertien Parochieën, één van de vijf roeden van de kasselrij van Kortrijk dat tot het graafschap Vlaanderen behoorde. De heerlijkheid Rekkem-ter Hagen heeft als achterlenen Kerkhove (vermoedelijk achterleen sinds de 13de eeuw), Sbruwers en Heuvelberg, (beide vermoedelijk achterleen sinds de 14de eeuw) en een vierde achterleen, het tiend van Rekkem-ter Hagen waarover weinig of niks bekend is.

De westelijke grens van de heerlijkheid scheidt de kasselrijen van Kortrijk en Rijsel, en is nu nog de land- en taalgrens.

Vanaf het midden van de 14de eeuw is er sprake van de heerlijkheid "Ten Bulcke", een heerlijkheid die afgesplitst werd van deze van Rekkem.

Vanaf 1205 wordt in historische bronnen gewag gemaakt van personen die de naam "van Rekkem" dragen. In 1242 wordt voor het eerst een heer van Rekkem vermeld: Robrecht van Lampernisse. De nieuwe heerlijkheid, die tevens dorpsheerlijkheid is, wordt tot de Franse Revolutie bestuurd door een adellijke familie die zich heer van Rekkem noemt.

Uit documenten van 1163 blijkt dat Rekkem reeds in de eerste helft van de 12de eeuw een "ecclesia" of parochiekerk bezat. De kerk werd gebouwd op de grond van de heerlijkheid Rekkem-ter Hagen, eigendom van de heren van Rekkem. De kerk lag vlakbij de kasteelhoeve van de heerlijkheid en vlakbij een bron. Vermoedelijk werd door de heer van Rekkem toelating gegeven het perceel te bebouwen met een kerk. Ook de grond waarop de pastorie gebouwd was, was eigendom van de heer van Rekkem. Een andere mogelijkheid is dat de heer van Rekkem zelf de kerk liet optrekken en op latere datum alles geschonken heeft aan het bisdom.

Tijdens de Frans-Spaanse oorlog in de 17de eeuw, werd de kerk van Rekkem in 1658 in brand gestoken. De missen werden hierop tijdelijk gecelebreerd in de kasteelhoeve van de toenmalige heer van Rekkem, Bernard de Haynin. De heropbouw van de kerk begon in 1660. Wegens geldgebrek werd het koor pas in 1679 gebouwd en afgewerkt in 1683. Met de heropbouw van de kerk, werd ook de "Plaats" vernieuwd. De oude plaats bevond zich voor de kasteelhoeve en de kerk. Bernard de Haynin liet het plein verplaatsen naar de open plaats langs de huidige Moeskroenstraat, de plek waar het huidige dorpsplein of "Plaats" zich nu bevindt. Tot in de 19de eeuw was deze plaats een gewoon grasveld waarop de was werd gebleekt.

In 1668 werd Rekkem Frans grondgebied door het Verdrag van Aken. Ondertussen was in 1666 Bernard de Haynin tot baron verheven, en de heerlijkheid van Rekkem werd zodoende een baronnie. In 1678 keerden vier van de vijf roeden van Kortrijk terug naar Vlaanderen. Zodoende hoorde ook de roede van de Dertien Parochieën bij de Oostenrijkse Nederlanden met de grens ten westen en ten noorden van Rekkem. Door de gedeeltelijke herbevolking van de streek na de 80-jarige oorlog (1568-1648) werd Rekkem voornamelijk Franstalig. Vele plaatsnamen werden vervangen door Franse tegenhangers (bijvoorbeeld "Keerwere" werd "Grand Barbe", "Plas" werd "Plat d'eau" en "Camp Fosse" kwam in de plaats van "Descamps Put"). Toch bleef Rekkem hoofdzakelijk tweetalig Frans-Nederlands. Tussen 1900 en 1930 trekt een groot aantal Vlaamstalige arbeiders uit het binnenland naar de grens met Frankrijk om er werk te zoeken. Deze migratie stopte vlak voor de Tweede Wereldoorlog wanneer Frankrijk zijn grenzen sloot. Tot de talentelling van 1947 zal Rekkem een tweetalig statuut bezitten. Nadien werd het officieel een Vlaamstalige gemeente.

Rekkem kende vanaf de 15de eeuw een heuse molentraditie. Voornamelijk in het hoger gelegen gehucht Castert, ook wel Kattesteert genoemd, werden een aantal molens opgericht. Zo kende de molen Dumoulin zijn eerste vermelding in 1451. In 1641 werden reeds twee molens vermeld langs de straat naar Tourcoing. In de 19de eeuw kenden de molens een teloorgang. Halfweg de 19de eeuw was er nog sprake van drie molens: de Oude Staakmolen of molen Dumoulin, de houten Oliemolen en de Molen Vandeputte. Van deze drie zouden er in 1862 slechts twee en na 1921 nog slechts één overblijven. Een beperkte industrie zou zich beginnen ontwikkelen voornamelijk in de tabak- en vlassector, maar deze kon zich nooit echt doorzetten en verdween nagenoeg volledig.

"De Plaats" werd halverwege de 19de eeuw aangelegd met stenen. Langs de steenweg werden ook tal van huizen opgetrokken. Rond 1900 werd een tramlijn geïnstalleerd die Menen met Moeskroen verbond en dus over het grondgebied van Rekkem liep. Deze tramlijn werd in 1931 geëlektrificeerd. In 1921 werd er centraal op het plein een kiosk geïnstalleerd die in 1964 weer verdween.

Op zondag 5 oktober 1914 vielen de Duitse troepen Rekkem binnen. Doordat Rekkem in een vallei ligt, vonden de Duitse troepen dit terrein ideaal voor krijgsverrichtingen. Zo werden het pensionaat, de pastorie en de gemeenteschool ingenomen door de Duitse troepen. Ook de kerk werd tijdelijk omgevormd tot veldhospitaal. De vlasfabriek van Adolphe Dhallewin deed dienst als noodkerk.

Na de Eerste Wereldoorlog neemt de concentratie van grensarbeiders uit het Vlaamse binnenland toe. Rekkem blijft evenwel een landbouwgemeente met zeer geringe industrialisatie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in 1943, de parochiegrenzen tussen Lauwe, Rekkem, Wevelgem, Menen en Marke herzien. De grens tussen de Sint-Bavoparochie (hoofdzakelijk grondgebied van de gemeente Lauwe) en de Sint-Niklaasparochie werd vanaf dan bepaald door de loop van de Palingbeek.

De geringe vlasverwerkende nijverheid verdwijnt nagenoeg helemaal na de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de tweede helft van de jaren 1960 wordt gestart met de aanleg van de autosnelweg E3 (huidige E17). De snelweg doorsnijdt het ganse grondgebied.

Sinds de Europese binnengrenzen in 1993 werden opgesteld, heeft de grenspost op de E17-A22 in Rekkem zijn traditionele functie verloren. In 1967 wordt als gevolg van de aanleg van de autosnelweg een nieuwe parochie "Maagd der Armen" opgericht, die begrensd wordt door de autoweg E17, de landsgrens België-Frankrijk, en de gemeentegrenzen tussen Rekkem en Aalbeke en Rekkem en Moeskroen.

Door de taalgrenswijziging in 1963 wordt de wijk Risquons-Tout naar Moeskroen (Henegouwen) overgeheveld. Vier jaar later wordt de voornoemde parochie bij het bisdom Doornik gevoegd. Deze parochie was reeds in 1874 als de parochie van Sint-Paulus opgericht. De parochie telt ongeveer 1000 inwoners waarvan ongeveer ruim de helft in Moeskroen en de helft in Rekkem.

In zijn huidige vorm straatdorp (Moeskroenstraat) met dorpskern in het noorden van de gemeente. Van oudsher tweeledige dorpskern met enerzijds de kerk en kasteelhoeve en anderzijds de Plaats met aansluitende straten. Oorspronkelijk statenpatroon is grotendeels bewaard, zie Ferrariskaart (1770-1778) en Atlas der Buurtwegen (1843), met grote uitzondering van de aanleg van de E17 die de gemeente in twee deelt. Tot begin 20ste eeuw bebouwing enkel geconcentreerd rond de Plaats en in de gehuchten Dronkaard en Paradijs. Overwegend breedhuizen uit de tweede helft van de 19de eeuw en eerste helft 20ste eeuw, van één à twee bouwlagen en twee à vier traveeën onder pannen zadeldaken. Vaak eenvoudige bakstenen lijstgevels al dan niet verfraaid door sierbaksteen en/of friezen.

Buiten de dorpskom verspreide hoevebouw qua typologie enerzijds aansluitend bij het gesloten type en anderzijds bij het hoevetype met losse bestanddelen. Tal van hoeves worden als site reeds aangegeven op de Ferrariskaart (1770-1778) en de Atlas der Buurtwegen (1843) maar hebben thans een eind 19de-eeuws of begin 20ste-eeuws uitzicht. Bovendien zijn een groot deel van de hoeves buiten bedrijf, hebben enkel een woonfunctie en werden al dan niet sterk aangepast.

Ook tal van arbeiders- en boerenarbeidershuizen uit het eind van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw, voornamelijk geconcentreerd rond de verschillende gehuchten, waarvan het kerkgehucht Paradijs het grootste is.

  • De Castertmolens te Rekkem, in Curiosa, jg. 32, nr. 315, 1994. p. 26-28.
  • Dit is West-Vlaanderen, St-Andries, 1962.
  • DE SEYN E., Geschied- en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, s.d. Turnhout.
  • PYNCKET M., De Sint-Niklaaskerk in Rekkem, Rekkem, 1999.
  • VANTHOURNOUT E., Rekkem in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1982.
  • WARLOP E., SOETE R., Oud Rekkem, deel I, Kortemark-Handzame, 1979.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Scheir O. 2004: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Menen, Deelgemeenten Menen, Lauwe en Rekkem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL7, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Menen

Menen (West-Vlaanderen)

omvat Arbeidershuis

Brun Cornet 9, 9A, Menen (West-Vlaanderen)

omvat Boerenarbeidershuis

Vaandelpad 3, Menen (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Dronckaertstraat (Rekkem)

Dronckaertstraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Grote Weg

Grote Weg (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Kasteeldreef

Kasteeldreef (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Kommandant Vinckestraat

Kommandant Vinckestraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Lauwestraat

Lauwestraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Moeskroenstraat (Rekkem)

Moeskroenstraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Neuvillestraat

Neuvillestraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Paradijsstraat

Paradijsstraat (Menen)

omvat Plaats

Plaats (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Priester Coulonstraat

Priester Coulonstraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Schelpenstraat

Schelpenstraat (Menen)

omvat Sociale woningen van 1952-1957

Fonteinstraat, Lauwestraat (Menen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Vagevuurstraat

Vagevuurstraat (Menen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.