Helkijn

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Spiere-Helkijn
Deelgemeente Helkijn
Straat
Locatie Helkijn (Spiere-Helkijn)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Spiere-Helkijn (geografische inventarisatie: 01-08-2003 - 31-10-2003).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Helkijn vormt sinds 1 januari 1977 samen met Spiere de fusiegemeente Spiere-Helkijn.

Woon- en landbouwgemeente van 864 inwoners en 479 ha gelegen in zandlemig Vlaanderen. Helkijn is gelegen in de alluviale, vlakke Scheldevallei, op de linkeroever van de rivier, die de gemeente in het zuiden begrenst. Waterrijk gebied met verschillende beken: de Gaverbeek, de Daalbeek, de Ekebeek, de Landbeek, de Makebeek en de Bouvriebeek.

Helkijn bevindt zich op 20 km van Kortrijk en Doornik en op 15 km van Moeskroen. Omgeven door Sint-Denijs (noorden), Bossuit (oosten), Pottes (zuiden) en Spiere (westen).

Voorheen, enige regionale betekenis op economisch vlak, cf. de aanwezigheid van een suikerfabriek (Doornikseweg nr. 15) die 175 mensen tewerkstelde. De gemeente wordt van oost naar west doorsneden door de weg Oudenaarde-Doornik en is gelegen aan de Schelde, een voor de regio belangrijke levensader. Thans is het grootste deel van de beroepsbevolking op pendelarbeid aangewezen.

Eerste vermelding als "Helcinio" in 847, in een opsomming van goederen, eigendom van de abdij van Elnone. Benaming enkel overgeleverd via een afschrift uit omstreeks 1300. Vermeldingen als "Hilcinio" in 988 en als "Helchin" in 1156. Benaming Helkijn afkomstig van het Germaanse "Hildico" wat vermoedelijk is afgeleid van "Hildicinium" wat hoeve van "Hildico" betekend, of van "haljo" wat staat voor "dieper gelegen plaats". Reeds in de Germaanse tijd was het woord verbonden met het volksgeloof, wat later verchristelijkt werd tot het begrip hel.

Een eerste kerk of "Altare de Hilcinio" wordt vermeld in 988. Andere bronnen vermelden reeds in 650 een kerk, ingewijd door Sint-Eligius, apostel van Vlaanderen. Deze kerk wordt bediend door monniken van de Sint-Maartensabdij te Doornik. Het patronaatsschap is in het bezit van de bisschop van Doornik die tevens de wereldlijke heer van Helkijn was (in leen gehouden van de Franse koning). De heerlijkheid z.g. "Het Hoge Hof van Helkijn, Sint-Denijs en Bossuit" hing af van de stad Doornik (graaf van Vlaanderen). De heerlijkheid strekte zich uit over Helkijn, St.-Denijs, Bossuit, Spiere en zelfs een deel van Zwevegem.

De kern van de heerlijkheid was het kasteel (of de burcht) van de bisschoppen van Doornik, dat de geschiedenis van de gemeente bepaald. Het castrum kwam tot stand tussen 1156, de datum van de pauselijke goederenbevestiging, en ca. 1200. Wie de bouwheer van het kasteel was blijft onduidelijk (de koning van Frankrijk of zijn leenman, de bisschop van Doornik). Het kasteel wordt voltooid onder de bisschoppen Everardus (1173-1191) en Stephanus (1192-1203).

Het kasteel had een ovale plattegrond en was omgeven door een ringmuur en een gracht, het domein kon enkel via een poort betreden worden. Aan de achterzijde van het kasteel was er een donjon met vierkante plattegrond, tevens was het kasteel voorzien van verschillende torens en andere gebouwen, o.m. een castrale kapel toegewijd aan de H. Maagd Maria. Het was één van de grootste militaire burchten ooit gebouwd in het gebied tussen de Leie en de Schelde, administratief centrum van het bisdom Doornik en twistpunt in de verhouding van Vlaanderen met Frankrijk en Engeland door de bijzondere situatie op politiek, administratief en feodaal vlak. Doornik en het Doornikse vormden samen een gebied dat deel uitmaakte van het graafschap Vlaanderen met als hoogste wereldlijke gezagdrager de graaf van Vlaanderen. Een deel van de lenen hing af van Doornik, anderen vielen onder de kasselrij Kortrijk en hingen af van het Oud Kasteel van Kortrijk. Daartegenover stond de bisschop van Doornik die zijn wereldlijke macht in leen hield van de koning van Frankrijk. De ligging van Helkijn in het graafschap Vlaanderen verloor zijn betekenis aangezien de Franse koning alle macht in handen had. De bisschop van Doornik was de trouwe vazal van Frankrijk en bewaakte de Frans belangen t.o.v. Vlaanderen.

Kerkelijk gezien was de bisschop het hoogste gezag voor de Vlamingen, maar hij was als Franse bondgenoot één van hun gevaarlijkste vijanden.

Op het einde van de 13de eeuw wordt de bisschoppelijke burcht van Helkijn een strategische uitvalsbasis van het Franse leger. Het speelde een belangrijke militaire rol als grensverdediging tussen Vlaanderen en Frankrijk. Vermoedelijk laat bisschop Michel de Warenghien (1284-1291), die vaak verkeerdelijk als bouwheer van het castrum wordt gezien, tussen 1284 en 1291 belangrijke verbouwingswerken aan het kasteel uitvoeren.

De aanwezigheid van het kasteel had een belangrijke invloed op de verdere evolutie van de gemeente. Terwijl de meeste gemeentes aan de Schelde zich ontwikkelen rond één as, de as Oudenaarde-Doornik, ontwikkelt zich in Helkijn een tweede as richting Schelde (de huidige Stationsstraat en Kerkstraat). Helkijn wordt een middeleeuwse aanvoerhaven, de bisschoppen bouwen een tolhuis aan de Schelde waar voorbijkomende schepen taksen dienen te betalen. In 1294 verwerft de gemeente het recht tot het houden van een wekelijkse markt.

Het bisschoppelijk kasteel speelt tussen 1297 en 1521 een vooraanstaande militaire rol, zo o.m. tijdens de Frans-Vlaamse oorlog die begon toen Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, toenadering zocht tot de Engelse koning en dit tegen de zin van de Franse koning die zich meer en meer met de interne gelegenheden van Vlaanderen begint te moeien. Toen ook Brugge in 1325 partij voor de opstandelingen koos, zakten Vlaamse eenheden af naar Helkijn waar de Franse bondgenoot, bisschop de Ventadour, de handelsroute via de Schelde bemoeilijkte door het vragen van tollen. Bij deze opstand werd het tolhuis volledig verwoest.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) vochten Frankrijk en Engeland voor het bezit van de Franse kroon. Gent koos onder leiding van de patriciër Jacob van Artevelde de Engelse zijde en Edward III van Engeland werd uitgeroepen tot Franse koning. De Franse bevelhebber van Doornik, Godemar de Fay, was de Vlamingen te vlug af en trok naar Helkijn om de burcht te slopen. Hierop kwamen de Vlaamse milities in actie en ze bezetten het kasteel, dat tot 1347 wordt ingenomen door Gentse eenheden.

Tijdens de grote Gentse opstand (1379-1385) worden onder leiding van Jan Yoens, Filips van Artevelde en Frans Ackerman dorpen bezet die onder het gezag van de Franse koning stonden. Zo bezetten ze onder meer de burcht te Helkijn van waaruit ze de Franse legereenheden aanvielen. Bij hun overgave in 1382 staken ze het kasteel in brand waarna enkel nog het opgaand metselwerk overeind bleef.

In 1421 nam een opstandige groep Gentenaren opnieuw bezit van het kasteel van Helkijn. De graaf van Etampes had troepen gestuurd om het kasteel te veroveren. Tijdens de gevechten worden 200 opstandelingen gedood, anderen konden ontsnappen uit het kasteel en verscholen zich in de nabijgelegen dorpskerk van Spiere. De graaf gaf echter het bevel de kerk in brand te steken, waarna alle vluchtende opstandelingen worden vermoord en Helkijn wordt heroverd.

Tijdens de Successieoorlog (1477-1492) krijgen de vlakte van Spiere en de burcht van Helkijn een grote militaire waarde wanneer Franse troepen vanuit Doornik voortdurend het Zuid-West-Vlaamse Scheldegebied binnen vielen.

Van 1492 tot 1543 streefden de Habsburgers naar de samenvoeging van de 17 provinciën. Karel V, keizer van het H.-Roomse Rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden lijfde Doornik en het Doornikse in op 10 augustus 1521. Helkijn verloor zijn betekenis als strategische grensburcht en werd als vesting opgeheven. Het Hoge Hof van Helkijn behoorde feodaal niet meer tot de koning van Frankrijk, maar wel tot de keizer der Nederlanden.

Nadat het castrum zijn militaire functie verloren had, kondigde zich een lange periode van verval aan. De aanhoudende bezettingen, belegeringen en het steeds weer uitstellen van herstellingen waren oorzaak van snelle verkrotting. Een felle brand verwoeste het kasteel in 1618. Na de brand worden de wallen gedempt en het kasteel wordt stelselmatig gesloopt, enkel een grote zuidwestelijke toren en een oostelijk poortgebouw met bijhorende brug bleven behouden. De nieuwe huurder van het kasteel is de hoogbaljuw van het bisdom, Frans de La Motte.

Onder leiding van bisschop Maximilianus II Vilain de Gand (1614-1644) wordt het kasteel in 1628 heropgebouwd als residentie van de bisschoppen, met een tijdelijk militair belang.

Op kerkelijk vlak, was Helkijn een zeer belangrijke parochie in het bisdom Doornik en dit door de aanwezigheid van de bisschoppelijke burcht in de gemeente.

In 1593 wordt het decanaat van Helkijn gesplitst in Helkijn-Vlaams en Helchin-Wallon. Het eerste omvatte 18 parochies, Helkijn-Waals omvatte er 28. De gemeente wordt in 1599 de hoofdplaats van de Nederlandstalige dekenij van Helkijn die wordt afgeschaft in 1802. Na het concordaat van Rome tussen Napoleon en paus Pius VII in 1802 verdwenen beide decanaten. Helkijn behoorde eerst tot het decanaat Menen (bisdom Gent), en na het heroprichten van het bisdom Brugge in 1834 tot het decanaat Avelgem.

Het huidige kerkgebouw wordt opgetrokken van 1694 tot 1705 ter vervanging van een Romaans bedehuis (ca. 1200) dat in 1675 vernield werd. Restanten van de Romaanse kerk zijn nog zichtbaar in de onderbouw. Deze kerk wordt in de 17de eeuw vergroot door de bouw van een driezijdig koor. In 1688 wordt de zuidelijke sacristie gebouwd, de noordelijke sacristie dateert van 1889. Tijdens de negenjarige oorlog (1688-1697) wordt de kerk zeer zwaar beschadigd. In 1692 wordt de kerk beschadigd en in 1694 wordt ze door Franse troepen in brand gestoken. De kerk wordt herbouwd, en was in 1705 afgewerkt. De klokkentoren dateert van 1716. Tot aan de Franse Revolutie worden talrijke vooraanstaanden begraven in de kerk van Helkijn door de aanwezigheid van het bisschoppelijk kasteel te Helkijn. Tijdens de Franse Revolutie wordt de kerk gesloten en de inboedel wordt openbaar verkocht. In 1906 worden de daken en de toren gerestaureerd onder leiding van de Aalsterse architect V. Desmedt.

In het kader van de Devolutie-oorlog (1667-1668) zakte het Franse leger in juli 1677 naar Helkijn af. Lodewijk XIV neemt zijn intrek in de hoeve z.g. "La Folie", gelegen in het centrum van de gemeente. De hoeve wordt omstreeks 1630 gebouwd in opdracht van André (of Andries) Catulle, aartsdiaken en vicaris-generaal van het bisdom Doornik (1588-1667). Het wapenschild van Catulle is nog steeds bewaard in de achtergevel van de torenpoort. Catulle was eveneens in het bezit van de z.g. "Kasteelhoeve" (Stationsstraat nr. 55) gelegen ten noordwesten van het bisschoppelijk kasteel. (Hoeve beschermd als monument en onmiddellijke omgeving als landschap bij K.B. van 25/11/1976, gewijzigd bij K.B. van 4/02/1977). Deze hoeve wordt in 1644 aan Pieter de Cocq, griffier van het Hoge Hof verkocht.

Ook in 1674 verbleven er Franse troepen in Helkijn. De bewogen periode kwam in 1677 tot een einde door de Slag bij de Perrebeek (1677) en het Verdrag van Nijmegen (1678), waarbij het huidige grondgebied Nord en Pas-de-Calais aan Frankrijk werd afgestaan.

Na de vrede wordt een verdedigingslinie aangelegd ter beveiliging van de kasselrij van Rijsel. Er kwamen 30 schansen tot stand tussen Menen en Spiere. De linie was voorzien van een gracht en een aarden wal. In 1689 doorbraken Spaanse troepen de linie bij verrassing. De linie wordt door de Fransen opgeheven en vervangen door een kortere tussen Kortrijk en Helkijn. Het bisschoppelijk paleis wordt het hoofdkwartier van een legerkorps onder leiding van d’Artagnan. In 1697 kwam een voorlopig einde aan de oorlog door de vrede van Rijswijk. Nieuwe plannen van de Fransen om de verdedigingslinie tussen Kortrijk en Helkijn te versterken werden verijdeld. John Churchill, hertog van Marlborough nam zijn intrek in het kasteel van Helkijn. Van daaruit veroverde hij Menen en Rijsel. De veldtocht eindigde in 1713 met de vrede van Utrecht en de Franse ontruiming van Menen, de kasselrijen Kortrijk en Oudenaarde en het Doornikse.

In 1744 werd het kasteel opnieuw veroverd door de Franse troepen van Lodewijk XV.

Onder de bisschop Fransiscus III Ernestus de Salm-Reifferscheid (1732-1770) wordt het kasteel sterk verfraaid. De woonvleugel van 1628 wordt in 1740 herbouwd. Het omliggende park met watergangen, fonteintjes en bootjes kreeg in 1743 zijn definitieve vorm. Het kasteel zelf, opgetrokken in Doornikse kalksteen, telde naar verluid 78 kamers en was omgeven door een ringmuur en een gracht. Op het einde van de 18de eeuw waren er twee kapellen in het kasteelgoed, één in de residentie en een tweede in het park.

Vanaf 1776 wordt het kasteel bewoond door Guillielmus III Florentinus de Salm Salm, hij trof het kasteel in een vervallen toestand aan en renoveerde het. Gezien de gespannen relatie tussen Frankrijk en de Oostenrijkse Nederlanden vertrok hij eind 1791 naar Duitsland. Hij keerde terug in 1793, maar ontvluchte het kasteel, dat op 6 februari 1793 verzegeld wordt, opnieuw. In 1793 wordt hij benoemd als aartsbisschop van Praag.

In Frankrijk besliste men bij decreet van de Nationale Conventie in Parijs (23-25 maart 1793), dat Spiere, Helkijn, Sint-Denijs, Moen en Bossuit samen met nog 60 andere gemeentes werden ingelijfd bij Frankrijk. Het kasteel wordt geïnventariseerd en in 1794 als Nationaal Domein aangeslagen en ten voordele van de Franse staat verkocht. Na de verkoop wordt het in verschillende fases gesloopt. Tot 1900 bleef de omwalde motestructuur zichtbaar, thans bewaard het landschap enkel de ovale vorm.

Op het grondgebied van de gemeente stonden tot in het begin van de 20ste eeuw verschillende molens. Ten eerste, de houten graanwindmolen, z.g. Delemazure of Molen Samijn, gelegen langs de steenweg op Doonik. De molen wordt voor het eerst vermeld in 1755, hij wordt vernield in 1918.

Een tweede molen uit de 18de eeuw was de houten oliewindmolen op de Plaats (de Stampkotmolen). Hij wordt in 1859 afgebroken.

Een derde molen, de Molen te Beaulieu, bestond reeds vóór 1583. Deze houten graanwindmolen was gelegen aan de "Vier Abelen". In 1918 wordt de molen vermeld als "in puinen", hij wordt niet heropgebouwd.

In 1896 was in Helkijn een suikerfabriek, de z.g. "Sucrerie d’Helchin" gevestigd. De fabriek voor het eerst vermeld in een nijverheidstelling van 1896, stelde 175 mensen te werk en verdween ca. 1930. De gebouwen worden in 1937 aangekocht door de familie Delbecque voor de exploitatie van een groothandel in granen en meststoffen.

In oktober 1918 wordt Helkijn fel beschoten tijdens de aftocht van de Duitse bezetter. Een derde van de huizen wordt vernield of beschadigd, ook de kerk liep zware schade op. Het dak en de sacristie worden volledig vernield. Na de oorlog wordt ze hersteld.

Klein kerndorp, dat zich ontwikkelde rond twee assen. De eerste as wordt gevormd door de weg Oudenaarde-Doornik met de Avelgemstraat en de Doornikseweg. Een tweede as loopt richting Schelde en bestaat uit de Stationsstraat en de Kerkstraat. Gaaf bewaard stratenpatroon cf. Ferrariskaart (1770-1778) en Atlas der Buurtwegen (1845).

Gemeente waar het landelijk karakter behouden bleef. Verspreide hoevebouw, imposante hoeves met gesloten opstelling bestaande uit poortgebouw, woonhuis (vaak met twee bouwlagen), schuur en stalvleugels. Verschillende gaaf bewaarde complexen, in kern opklimmend tot in de 17de of 18de eeuw, o.m. het z.g. "Wit Hof" (Gaverstraat nr. 32), "La Folie" (Elleboogstraat nr. 14) en de "Kasteelhoeve" (Stationsstraat nr. 55).

CASTELAIN R., Het bezit van het bisdom Doornik in Helkijn en omgeving in 16de jaarboek van de geschied- en heemkundige kring "De Gaverstreke", Waregem, 1988, p. 103-134.

DE SEYN E., Geschied- en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, s.d., Turnhout, p. 547-548.

DESPRIET P. EN CASTELAIN R., Helkijn in Archeologische en historische monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, nr. 20, Kortrijk, 1988.

DESPRIET P., Het bisschoppelijk kasteel van Helkijn in 16de jaarboek van de geschied- en heemkundige kring "De Gaverstreke", Waregem, 1988, p. 65-102.

Een dorp in de West. Helkijn, het dorp van de bisschoppen van Doornik, in Curiosa, nr. 395, jg. 40, 2002, p. 25-30.

HASQUIN H., Gemeenten van België, geschiedkundig en administratief geografisch woordenboek, Brussel, 1980, p. 365-367.

HOLEMANS H., West-Vlaamse wind- en watermolens: kadastergegevens 1835-1990, Kinrooi, 1993.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Scheir O. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Spiere-Helkijn, Deelgemeenten Helkijn en Spiere, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL16, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Spiere-Helkijn

Spiere-Helkijn (West-Vlaanderen)

omvat Avelgemstraat

Avelgemstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Doornikseweg

Doornikseweg (Spiere-Helkijn)

omvat Elleboogstraat

Elleboogstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Gaverstraat

Gaverstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Gemeenteplein

Gemeenteplein (Spiere-Helkijn)

omvat Groenstraat

Groenstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Herdersstraat

Herdersstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Hoge Hof

Kasteeldreef (Spiere-Helkijn)

omvat Kasteeldomein van Bossuit en omgeving

Bossuit (Avelgem), Helkijn (Spiere-Helkijn), Sint-Denijs (Zwevegem)

omvat Kasteeldreef

Kasteeldreef (Spiere-Helkijn)

omvat Kerkstraat

Kerkstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Make Bekestraat

Make Bekestraat (Spiere-Helkijn)

omvat Onderlandenstraat

Onderlandenstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Rokershoek

Rokershoek (Spiere-Helkijn)

omvat Stationsstraat

Stationsstraat (Spiere-Helkijn)

omvat Vierabelen

Vierabelen (Spiere-Helkijn)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.