Reppel

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Bocholt
Deelgemeente Reppel
Straat
Locatie Reppel (Bocholt)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Bocholt (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 12-01-2005).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Eerste vermelding in het testament van Sint-Willibrordus (725) als Replo.

Reppel ligt in een overgangszone tussen twee traditionele landschappen: de Vlakte van Bocholt ten oosten en het Kempisch Plateau ten westen. De gemeente ontstond als een rivierdalnederzetting in de vallei van de Abeek, die het grondgebied van west naar oost doorsnijdt en hier de Vlakte van Bocholt instroomt. Een groot deel van het centrum van de gemeente behoort tot de landschappelijke ankerplaats Vallei van de Abeek stroomopwaarts van Bocholt. De Abeek sneed een smalle vallei uit in het Kempisch Plateau, die nu gekenmerkt wordt door verruigde hooilanden, moerassen en populieraanplantingen. Door het grote verval door de overgang van het Kempisch Plateau naar de Vlakte van Bocholt was de Abeek bij uitstek geschikt voor het aandrijven van watermolens. Naast het dorpscentrum heeft de gemeente één gehucht, Leukeneinde, in het noorden van het grondgebied. Dit was van oudsher een heidegebied, waarin landduinen voorkomen, zoals reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1771-77). In 1847 was nog 40% van het grondgebied ingenomen door heide; 30% was toen bouwland en 14% hooi- en weiland. De heide werd in de tweede helft van de 19de eeuw grotendeels bebost. Delen van deze bossen bleven bewaard ten noorden van de gemeenten (Bergerheide, Leukeneinde) en rondom de Grote Baan (Vosheide en Vosbos). De bebouwing van het oorspronkelijke straatdorp breidde zich in de 20ste eeuw uit tot lintbebouwing aan vrijwel alle belangrijke wegen. De landbouw wordt nu gekenmerkt door intensieve veehouderij met nadruk op melkvee en met bijhorend grasland en voedergewassen als bodemgebruik.

Het ontstaan van Reppel klimt op tot de evangelisatieperiode van de Kempen door Sint-Willibrordus. In die periode werden Willibrordus vele schenkingen gedaan door Pepijn van Herstal en andere Frankische grondbezitters. In 725 of 726 schenkt Sint-Willibrordus bij testament deze bezittingen aan de abdij van Echternach (Luxemburg), die door hem in 698 was gesticht. Onder deze bezittingen bevond zich ook de villa Reppel; zij was aan Willibrordus geschonken door een zekere Henricus. Reppel bleef eigendom van de abdij van Echternach tot de Franse revolutie.

Sinds de late middeleeuwen behoorde Reppel tot de buitinge van de stad Bree. Het was samen met Beek, Bree en Gerdingen één van de Vier Crispelen of wagens van Bree, met twee eigen burgemeesters, jaarlijks verkozen. Reppel moest mee zorgen voor de verdediging van Bree en in geval van nood een rot (compagnie) van zeventien gewapende mannen leveren. Deze vier gemeenten vormden samen één rechtsgebied, waarbij de buitenbank, bevoegd over Reppel, Beek en Gerdingen, Loons recht sprak en in beroep ging bij het Oppergerecht van Vliermaal.

Op het grondgebied bevond zich het laathof Achternaken of Echernach, eigendom van de abdij van Echternach. Dit was de oorspronkelijke bezitting van Sint-Willibrordus in Reppel. Het is niet duidelijk waar deze hoeve gelegen was. Er lagen ook twee cijnshoven, afhankelijk van het laathof van Wassenberg te Bree: het Bormans- of Scheelenhof, gelegen tegenover de watermolen, en het Cardinaelshof.

De huislieden van Reppel waren betrokken bij de slag van Sint-Nikolaasdag 1648, waarbij Reppel één dode telde. De abdij van Echternach richtte in Reppel een kerk op, waarschijnlijk midden van de 11de eeuw; dit was een quarta capella, waarvan de abdij de begever was. Ze was zoals de andere kerken van Echternach toegewijd aan Sint-Willibrordus. De tienden waren in handen van de pastoor, die hierdoor instond voor de zorg van de kerk.

Reppel was steeds een arm, Kempisch landbouwersdorp, omringd door grote heidegebieden. Op de Abeek functioneerden de nog bestaande watermolen van Reppel of Cuppensmolen en de Binkermolen.

Eind 19de eeuw werd te Reppel (Grote Baan) een vrij grote metaalfabriek opgericht, later omgevormd tot chemisch bedrijf (arsenicum); het werd in 1970 gesloten. Het grootste deel van de huidige beroepsbevolking bestaat thans uit forensen werkzaam in Bree en het Eindhovense industriegebied.

In 1849 voerde Reppel een grenscorrectie uit met de buurgemeenten Bree en Gerdingen. In 1853 werd een enclave van Gruitrode bij Reppel gevoegd.

Oppervlakte: 670 ha.

  • Merkwaardige bomen van België, Brussel, 1978, pagina's 132-133.
  • Bocholter windmolens - Bocholter watermolens, (Bokarelo, 7, 1990, pagina's 18-21).
  • BAETEN C., Het arsenicfabriek van Reppel, (Ellikomkommertjes, 15, (3), 1984, pagina's 7-10).
  • BLOEMEN H., Bocholt, Reppel: dorpsmonografie, Hasselt, 1986.
  • CUPPENS H. - SMET W., Limburgse watermolens. Molens op de Aabeek-Bosbeek en Itterbeek, Sint-Niklaas, 1980.
  • FAASSEN J., In en om "het Stamprooierbroek"
  • GRAUWELS J., De aartsdiakonale visitaties van het dekenaat Maaseik (1646-1726), (Het Oude Land van Loon, 38, 1983, pagina's 191-194).
  • JANSSEN de LIMPENS K.J.T., Leen- en laathoven in de Maaslandse territoria voor 1795, Maastricht, 1974, painga 133.
  • LEYNEN J., Keurboek der vier Crispelen Beek, Bree, Gerdingen, Reppel, (Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundige Studiekring te Hasselt, 14, 1938, pagina's 21-29).
  • MAES P., De geschiedenis van Bree. De gemeente van de oudste tijden tot aan de Franse revolutie, 1952.
  • MOLEMANS J., Reppel, Leuven, 1981.
  • PEETERS H., Het kanton Bree tijdens de Franse revolutie, Bree, 1985.
  • REMANS A., Vreselijke St-Nikolaasdag 1648 in de Meeuwerheide, (Limburg, 47, 1968, pagina's 129-139).
  • TEPPERS M. - LEURS W., Bocholter kapellen, (Bokarelo, 7, 1990, pagina's 9-12).
  • WEERD H. VAN DE, Het landdekenaat Eyck. Bocholt. Caulille. Reppel. Boorsheim, (Limburg, 6, 1924-25, pagina's 34-40).

Bron: Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Bocholt

Bocholt (Limburg)

omvat Gemeenteschool

Bergerheidestraat 4, Bocholt (Limburg)

omvat Gietijzeren kruis

Bergstraat zonder nummer, Bocholt (Limburg)

omvat Hoeve met losse bestanddelen

Galgenbergstraat 22, Bocholt (Limburg)

omvat Hoeve Mons

Monshofstraat 32, Bocholt (Limburg)

omvat Hoeve Windmolen

Reppelerweg 146, Bocholt (Limburg)

omvat Kapel van Onze-Lieve-Vrouw Middelares

Grote Baan zonder nummer, Bocholt (Limburg)

omvat Langgestrekte hoeve

Monshofstraat 30, Bocholt (Limburg)

omvat Langgestrekte hoeve

Galgenbergstraat 31, Bocholt (Limburg)

omvat Langgestrekte hoeve van 1850

Monshofstraat 22, Bocholt (Limburg)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Leukenstraat

Leukenstraat (Bocholt)

omvat Meervoudige lindendreef bij pastorie

Monshofstraat 11 (Bocholt)

omvat Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeskapel

Monshofstraat zonder nummer, Bocholt (Limburg)

omvat Onze-Lieve-Vrouwekapel

Monshofstraat zonder nummer, Bocholt (Limburg)

omvat Parochiekerk Sint-Willibrordus

Bergerheidestraat 2, Bocholt (Limburg)

omvat Pastorie van de Sint-Willibrordusparochie

Monshofstraat 11, Bocholt (Limburg)

omvat Rozenstraat

Rozenstraat (Bocholt)

omvat Site Reppelmolen

Monshofstraat 9, 9A, Bocholt (Limburg)

omvat Watermolen Binkenmolen

Binkermolenstraat 1, Bocholt (Limburg)

omvat Wegkapel

Reppelerweg zonder nummer, Bocholt (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.