Ellikom

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Meeuwen-Gruitrode
Deelgemeente Ellikom
Straat
Locatie Ellikom (Meeuwen-Gruitrode)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Meeuwen-Gruitrode (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Ellikom wordt voor het eerst vermeld in 1314 als Elleken. De etymologie is Germaans. Het is een Kempische gemeente, gelegen op het Kempisch Plateau en behorend tot het traditionele landschap Land van Peer-Meeuwen. De gemeente ontstond als een voor de Kempen typische rivierdalnederzetting op de oostelijke valleiwand van de Abeek, die de gemeente van zuid naar noord doorstroomt, en er grosso modo de westgrens van vormt. Ellikom heeft dan ook de vorm van een straatdorp, waarvan de historische bebouwing zich uitstrekt langs de Betonweg, die parallel met de Abeek op de oostelijke valleiwand loopt. Het westelijk deel van het grondgebied behoort tot de landschappelijke ankerplaats Vallei van de Abeek stroomopwaarts van Bocholt. De Abeek ontspringt op het militair domein Groot Schietveld in Meeuwen en sneed een smalle, ondiepe vallei uit in het Kempisch Plateau. Het grondwater dat in de ondergrondse lagen van het plateau opgeborgen zit komt er aan de oppervlakte in bronnen of sprinken en moerassige kwelzones. In de Kempische beekvalleien werden van oudsher vochtige beemden als hooi- en weiland in cultuur gebracht, zoals duidelijk uit de Ferrariskaart (1771-77) is af te lezen. Na de Tweede Wereldoorlog vielen veel van die hooilanden in ongebruik. Zij werden aangeplant met populieren, verruigden tot rietlanden of evolueerden terug tot elzenbroekbossen of laagvenen.

Het oostelijk gedeelte van de gemeente is het historische akkerareaal, zoals aangeduid op de Ferrariskaart. De landbouw evolueerde in de loop van de eerste helft van de 20ste eeuw van akkerbouw naar intensieve veeteelt (hokdieren) en in mindere mate rundveehouderij, met bijhorend grasland en voedergewassen als bodemgebruik (65 % gras, 26 % graangewassen). Nog oostelijker, tussen Ellikom en Gerdingen lag een groot heidegebied, dat in het midden van de 19de eeuw nog de helft van de oppervlakte van de gemeente besloeg; het werd in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw grotendeels bebost. Hoewel de historische zones dus nog duidelijk te onderscheiden zijn, biedt de gemeente, zoals de meeste Kempische gemeenten, toch een relatief jong cultuurlandschap. Een groot deel van het grondgebied, de zone tussen de Betonweg, Grote Baan, Dwarsstraat en Schutterslaan, wordt thans ingenomen door een industrieterrein.

Prehistorische en voorromeinse vondsten in het westen en zuiden van de gemeente (Aan de Bunders en Meeuwerkant). Eén van de weinige middenpaleolithische vondsten van Limburg werd gedaan aan de Heikantstraat.

Ellikom is een oude nederzetting. De nederzettingsnaam is Merovingisch-Karolingisch; samen met Erpekom en Gerdingen vormde Ellikom een klein aaneengesloten, door de Franken gekoloniseerd gebied aan de Abeek. Ellikom is bovendien één van de weinige nederzettingsnamen in de Limburgse Kempen die vanuit chronologisch standpunt Frankisch kan genoemd worden. Gezien de minieme bewoning ontstond nooit een indeling in gehuchten of heerdgangen zoals in andere Kempische gemeenten. De plaatsnamen Broekkant (1775), Heikant (1844) en Meeuwerkant (1844) zijn vrij recent. De benaming Broekkant verwijst naar het moerassige gebied rond de Abeek, later grotendeels ontwaterd en als hooiland in gebruik genomen. Heikant, in het westen van de gemeente verwijst naar de bewoning tegen de uitgestrekte heidevlakte hier. Op juridisch gebied maakte Ellikom tijdens het ancien régime deel uit van het rechtsgebied van de schepenbank van Meeuwen. Het was steeds een afzonderlijke gemeente.

Op het grondgebied bevond zich een belangrijk laathof, Ellecom, eigendom van het kapittel van Aldeneik/Maaseik, confer Brogelerweg nummer 2; het ressorteerde onder de schepenbank van Meeuwen.

In de slag op Sint-Nikolaasdag 1648 verloor Ellikom twee mannen.

De Sint-Harlindis en Relindisparochie is een zeer oude stichting van de abdij van Aldeneik, vermoedelijk uit de 9de eeuw. Samen met de kerk van Kleine-Brogel was dit de enige stichting van deze abdij. Begevingsrecht en tienden waren in handen van de abdij, later in die van het kapittel van Aldeneik/Maaseik. In de 17de eeuw waren de tienden in het bezit van de pastoor; het dorp was zo klein en arm dat deze tienden onvoldoende waren om in zijn onderhoud te voorzien. De kerk zou opgericht zijn bij het zogenaamd Patronessenputje, een in de buurt gelegen en thans gedempte bron.

Ellikom bleef tot in de 20ste eeuw een dun bevolkte, Kempische landbouwgemeente; het dorp telde in 1646 slechts 16 huizen. De gemeente evolueerde in de loop van de 20ste eeuw tot een woonforensengemeente. De aanleg van het hogervermeld industrieterrein en van nieuwe woonwijken deed het bevolkingscijfer in de tweede helft van de 20ste eeuw verdubbelen.

In 1888 werd de tramlijn Leopoldsburg-Bree geopend, met een halte in Ellikom. De lijn werd opgeheven in 1948.

Door het grote verval van de Abeek, die van het Kempisch Plateau de Vlakte van Bocholt instroomt, werkten er van oudsher een groot aantal watermolens op de beek. Er waren oorspronkelijk drie watermolens in het dorp: de Hoogmolen, de Neermolen en de Slagmolen. Laatst genoemde was een oliemolen en bevond zich in het noorden van het dorp; hij was gedateerd 1702 en werd in 1963 afgebroken en overgebracht naar het Openluchtmuseum van Bokrijk.

Oppervlakte: 574 hectare.

  • De drie molens te Ellikom, (Ellikomkommertjes, 3, 1971, p. 143-149).
  • De Kapellekens van Ellikom, (Ellikomkommertjes, 7, (3-4), 1976, p. 46-48; 65-66).
  • Een halve eeuw opvoedingswerk van de Zusters van Maria in Ellikom, (Ellikomkommertjes, 7, (5), 1976, p. 80-84).
  • De Vlaamse Landschapsatlas, OC-GIS-Vlaanderen, Brussel, 2001.
  • BAETEN C. - STINCKENS J., Het kapelleke van Willem van Bert, (Ellikomkommertjes, 6, (8), 1975, p. 204-205).
  • BAMPS C., Sceau de la cour des tenants d'Ellicom des chanoines d'Aldeneyck au XVI siècle, (L'ancien Pays de Looz, 4, 18991900, p. 10).
  • BAUWENS-LESENNE M., Bibliografisch repertorium van de oudheidkundige vondsten in Limburg behoudens Tongeren-Koninksem (vanaf de vroegste tijden tot de Noormannen), (Oudheidkundige repertoria, Reeks A: Bibliografische repertoria; 8), Brussel, 1968, p. 69-71.
  • BUSSELS P.L., Cijns- of laathof te Ellikom, (Ellikomkommertjes, 3,(1), 1971, p. 172).
  • BUSSELS P.L., Ellikom als parochie, (Ellikomkommertjes, 2, 1971, p. 123-127).
  • BUSSELS P., De H.H. Harlindis en Relindis te Ellikom, Ordingen, Aldeneik en elders, (Limburg, 52, 1973, p. 208-217).
  • BUSSELS L., Meeuwen, Wijshagen en Ellikom onder de Franse Tijd, volgens de kroniek van Jan Reyners (1789-1802), (Ellikomkommertjes, 4, (4; 5), 1973, p. 80-84; 96-101).
  • BUSSELS L., Ellikom 200 jaar terug, (Ellikomkommertjes, 4, (2), 1973, p. 35-41).
  • BUSSELS P.L., De eerste tram te Ellikom (1888), (Ellikomkommertjes, 5, (3), 1974, p. 145-147).
  • BUSSELS P.L., Uit de dekanale verslagen over de parochie Ellikom, (Ellikomkommertjes, 5, (8), 1974, p. 282-283).
  • CUPPENS H. - SMET W., Limburgse watermolens. Molens op de Aabeek-Bosbeek en Itterbeek, St.-Niklaas, 1980.
  • GEERTS F. - HEYMANS H., Paleolitische vondst te Ellikom (Limburg), (Limburg, 65, (3), 1986, p. 104-105).
  • GRAUWELS J., De aartsdiakonale visitaties van het dekenaat Maaseik (1646-1726), (Het Oude Land van Loon, 38, 1983, p. 74-78).
  • JANSSEN de LIMPENS K.J.T., Leen- en laathoven in de Maaslandse territoria voor 1795, Maastricht, 1974, p. 126.
  • LAENEN M., Provinciaal Openluchtmuseum Bokrijk, Tielt, 1992, p. 28-29.
  • MOLEMANS J., Limburgse plaatsnamen, 4: Ellikom,Toponymica, XXII, 4, Leuven, 1975.
  • PEETERS H., Het kanton Bree tijdens de Franse revolutie, Bree, 1985.
  • REMANS A., Vreselijke St-Nikolaasdag 1648 in de Meeuwerheide, (Limburg, 47, 1968, p. 129-139).
  • SANGERS W. - DANIELS G., Aldeneik Architectuur en Historie, Beek, 1975.
  • SERRE I., Studie van enkele hoevens in Ellikom, Hasselt, 1985.
  • SLEURS L., Dorpsmonografie: Ellikom, Hasselt, 1978.
  • WEERD H. .VAN DE., Het landdekenaat Eyck. Meeuwen. Ellicom, (Limburg, 5, 1923-24, p. 267-270).

Bron: Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Meeuwen-Gruitrode

Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Betonweg

Betonweg (Meeuwen-Gruitrode)

omvat De Hansen hoeve

Brogelerweg 2, Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

omvat Hoeve

Lommerstraat 2, Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

omvat Hoogmolen

Hoogmolenweg 15, Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

omvat Neermolen

Neermolenweg 9, Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

omvat Pastorie van de Sint-Harlindis en Relindisparochie

Brogelerweg 1, Meeuwen-Gruitrode (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.