Wijshagen

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Oudsbergen
Deelgemeente Wijshagen
Straat
Locatie Wijshagen (Oudsbergen)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Meeuwen-Gruitrode (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Wijshagen wordt voor het eerst vermeld in 1157 als Wiscath.

Het is een Kempische gemeente, gelegen op het Kempisch Plateau. Ze heeft een merkwaardige, smalle langgerekte vorm, waarbij het grondgebied zich uitstrekt tussen de gemeenten Meeuwen in het westen en Gruitrode in het oosten; op het smalste punt bedraagt de afstand tussen beide laatstgenoemde gemeenten slechts 100 meter. De dorpskern ligt in het noorden van het grondgebied; dit noordelijk deel behoort tot het traditionele landschap Land van Peer en Meeuwen. Het zuidelijk deel, onder het gehucht Plokrooi, behoort tot het Limburgs heide- en bosgebied. De nederzetting is een typisch Kempische rivierdalnederzetting op de noordelijke valleiwand van de Eetsevelderbeek, die iets ten zuiden van de dorpskern ontspringt op het grondgebied van Gruitrode.

Het dorp had twee gehuchten: Zoetebeek in het noorden en Plokrooi in het zuiden. Door de toenemende lintbebouwing zijn deze echter vrijwel niet meer als afzonderlijke entiteiten te herkennen. Zoetebeek ontstond bij de bron van de Zuur- of Zoetebeek, het gehucht Plokrooi is een straatdorp op de oostelijke valleiwand van de Abeek. Dit gedeelte van het grondgebied vormt de landschappelijke ankerplaats Vallei van de Abeek (bovenloop) en straatdorp Plokrooi.

De historische landbouweconomie van de Kempen, zoals nog weergegeven op de Ferrariskaart (1771-77) toont beemden als hooi- en weiland in de beekvalleien, de bewoning op de valleiwand, en het akkerareaal hierachter, op de hoger gelegen gronden. De landbouw evolueerde in de loop van de eerste helft van de 20ste eeuw van akkerbouw naar intensieve veeteelt (hokdieren) en in mindere mate rundveehouderij, met bijhorend grasland en voedergewassen als bodemgebruik.

Deze kleine historische landbouwentiteiten werden telkens van elkaar gescheiden door grote stukken woeste gronden (heide). Zij besloegen in 1844 nog 1.035 hectare of 73 % van het grondgebied. Deze oorspronkelijk gemene gronden werden midden 19de eeuw geprivatiseerd; een gedeelte werd bebost met naaldhout, doch kenmerkend voor Wijshagen is dat een vrij groot aantal heiderelicten behouden bleven. Deze situeren zich in het zuiden van de gemeente, met beboste stuifduinrelicten, de zogenaamde Kolisbergen, en het brongebied van de Abeek op de Donderslagheide, thans grotendeels in gebruik als militair domein; het is een gebied van droge en natte heide, hoogveen, vennen en stuifzanden; sommige delen zijn ingenomen door loof- en naaldhoutbossen. De gemeente bezit nog steeds 228 hectare bos.

Bewoning in prehistorie en Romeinse tijd blijkt uit verscheidene vondsten. Op het grondgebied werd neolithisch materiaal gevonden. In 1985 werd een begraafplaats uit de midden bronstijd opgegraven. In het gehucht Zoetebeek werden voorromeinse urnen gevonden. Uit de Romeinse periode dateren drie grootbronzen van Trajanus en één van Commodus, gevonden circa 1836. Circa 1930 werd een Romeinse muntschat ontdekt. In 1986 werden op de Rieten de zogenaamde vorstengraven ontdekt, daterend uit de Romeinse tijd, mogelijk een cultusplaats met muntvondsten van de 1ste eeuw tot 180, in gebruik tot de 3de eeuw.

Wijshagen maakte deel uit van het domein van de graven van Loon, na 1366 van de Bisschoppelijke Tafel van Luik.

Op juridisch gebied maakte de gemeente, samen met Ellikom, deel uit van het rechtsgebied van de schepenbank van Meeuwen, die Loons recht sprak.

Op het grondgebied wordt een laathof vermeld, Wyshagen, ressorterend onder de schepenbank van Meeuwen.

Wijshagen was een afzonderlijke gemeente met twee jaarlijks verkozen burgemeesters, één voor het dorp en één voor het gehucht Plokrooi.

De vrij oude Onze-Lieve-Vrouweparochie, soms beschouwd als moederkerk van Meeuwen, Gruitrode en Ellikom, is waarschijnlijk een stichting van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Maastricht. Dit kapittel bezat het patronaatsrecht en een derde van de tiende. Het stond het patronaatsrecht later af aan de abdij van Herkenrode, die eveneens één derde van de tienden bezat. Ook de pastoor bezat één derde. De kerk wordt voor het eerst vermeld in 1157. Ze had de rang van quarta capella.

De abdij van Herkenrode bezat hier sinds 1209 de belangrijke hoeve Donderslag, met een domein dat gedeeltelijk op het grondgebied van Meeuwen lag. De pachter nam het deel van de tienden van Herkenrode in pacht, samen met de hoeve. De hoeve werd in 1330 door de abdij versterkt. Ze werd in de Franse tijd in beslag genomen en verkocht in 1797 aan G. Havet van Maastricht voor een zekere Hermanus, eveneens van Maastricht. Ze werd circa 1968 wegens bouwvalligheid afgebroken.

Wijshagen moet vroeger een watermolen gehad hebben, vermeld in 1230 toen de eigenaar, Gysbrecht, heer van Rekem, hem verkocht aan de abdij van Herkenrode.

Wijshagen was tot het begin van de 20ste eeuw een dun bevolkt Kempisch dorp. De bloei van de steenkoolmijnen in bet nabijgelegen Genk en Houthalen wijzigde het uitzicht van de gemeente van een landbouwersdorp naar een woonforensengemeente. Vanaf 1920 zorgde een belangrijke inwijking voor een sterke toename van de bevolking, die tussen 1920 en 1970 meer dan verviervoudigde. Het grootste gedeelte van de beroepsbevolking is thans werkzaam in industriegebieden buiten de gemeente.

Oppervlakte: 1.434 hectare.

  • De Vlaamse Landschapsatlas, OC-GIS-Vlaanderen, Brussel, 2001.
  • BAUWENS-LESENNE M., Bibliografisch repertorium van de oudheidkundige vondsten in Limburg behoudens Tongeren-Koninksem (vanaf de vroegste tijden tot de Noormannen), (Oudheidkundige repertoria, Reeks A: Bibliografische repertoria; 8), Brussel, 1968, p. 383-385.
  • BUSSELS L., Meeuwen, Wijshagen en Ellikom onder de Franse Tijd, volgens de kroniek van Jan Reyners (1789-1802), (Ellikomkommertjes, 4, (4; 5), 1973, p. 80-84; 96-101).
  • CLAASSEN A., De Bronstijd in Limburg, (Limburg, 50, 1971, p. 152).
  • CLAASSEN A., Romeins in de Kempen, (Van Vrueger Joâren, 20, 1991, p. 38).
  • CREEMERS G., Potten kijken...: een blik op het archeologisch onderzoek te Meeuwen-Gruitrode, Meeuwen-Gruitrode, 1987.
  • GRAUWELS J., De aartsdiakonale visitaties van het dekenaat Maaseik (1646-1726), (Het Oude Land van Loon, 38, 1983, p. 225-230).
  • JANSSEN de LIMPENS K.J.T., Leen- en laathoven in de Maaslandse territoria voor 1795, Maastricht, 1974, p. 126.
  • MAES K. - VAN IMPE L., Wijshagen: grafveld uit de ijzertijd en Romeinse nederzetting, (Archeologie, (2), 1985, p. 129).
  • MAES K. - VAN IMPE L., Een prehistorische begraafplaats te Wijshagen (Gem. Meeuwen-Gruitrode), (Archaeologica Belgica, 1, (2), 1985, p.29-31).
  • MOONS J., De Herkenrodeabdij en haar domein op het einde van het Ancien Régime, (Limburg-Het Oude Land van Loon, 2001°.
  • NOUWEN R. - R. VAN DE KONIJNENBURG, De ijzertijd in Limburg, (Publicaties van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum Tongeren; 36, 1987).
  • PAQUAY J., De hoeven der kerkelijke instellingen in Limburg, (Verzamelde Opstellen, 4, 1928).
  • PEETERS H., Het kanton Bree tijdens de Franse revolutie, Bree, 1985.
  • REMANS A., Vreselijke St-Nikolaasdag 1648 in de Meeuwerheide, (Limburg, 47, 1968, p. 129-139).
  • ROOSENS H., Wijchmaal en Wijshagen (Limburg), (L'Antiquité classique, 29, 1960, p. 416).
  • SIMONS P., Het cijnsregister van de pastoor van Wijshagen ... 1595, (Limburg, 65, (4), 1986, p. 185-188).
  • THEUNISSEN E., Onderzoek naar hoeven en hun nijverheid in Wijshagen, Hasselt, 1985.
  • VAN DE WEERD H., Het landdekenaat Eyck. Gruitrode. Wyshagen, (Limburg, 5, 1923-24, p. 249-254).
  • VAN IMPE L., Ringwalheuvels in de Kempense bronstijd: Typologie en datering, (Taxandria, 48, 1980, p. 39-58).
  • VAN IMPE L. - G. CREEMERS., Aristokratische graven uit de 5de/4de eeuwen v.Chr. en Romeinse cultusplaats op de "Rieten" te Wijshagen (gem. Meeuwen-Gruitrode, (Archeologie in Vlaanderen, 1, 1991, p. 55-73).
  • WIT J. DE, De plaatsnamen Gillis, Luithegge, Wyshagen, (Limburg, 7, 1925-26, p. 142).

Bron: Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Meeuwen-Gruitrode

Oudsbergen (Limburg)

omvat Hoeve

Kerkstraat 3, Oudsbergen (Limburg)

omvat Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming

Kerkstraat zonder nummer, Oudsbergen (Limburg)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Plockroy

Plockroy (Oudsbergen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Soetebeek

Soetebeek (Oudsbergen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Wijshagerkiezel

Wijshagerkiezel (Oudsbergen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.