Keiem

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Diksmuide
Deelgemeente Keiem
Straat
Locatie Keiem (Diksmuide)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Diksmuide (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).
Links

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Keiem is een deelgemeente van Diksmuide, met 1242 inwoners en een oppervlakte van ca. 1292 ha (gegevens stad Diksmuide, 2003). In een eerste fusie van 1970, wordt Keiem bij de fusiegemeente Beerst gevoegd. In 1977 komt de huidige fusiegemeente Diksmuide tot stand door het samengaan van Diksmuide, Beerst, Driekapellen, Leke, Vladslo, Woumen en Pervijze.

Keiem is gelegen in het noordwesten van de Provincie West-Vlaanderen ten oosten van de IJzer op zo'n vijf km ten noorden van Diksmuide.
Omliggende gemeenten zijn: ten noorden Schore (Middelkerke), ten oosten en zuidoosten Leke en Vladslo, ten zuiden en zuidwesten Beerst en Kaaskerke en ten westen Stuivekenskerke.
Keiem is een landbouw- en woondorp. Het grondgebied van Keiem is geomorfologisch gelegen op de grens tussen de laaggelegen en grachtenrijke polders (westelijk gedeelte van het grondgebied, waaronder de Waleweiden) en de hoger gelegen zandleemstreek.

Het grondgebied van Keiem wordt ten westen van de dorpskern doorsneden door de provincieweg N369 van Sint-Pieterskapelle (Middelkerke) naar Diksmuide die in de jaren 1970 werd aangelegd. Naast de IJzer die de westgrens van Keiem vormt, staan de meeste waterlopen in voor de ontwatering van het grondgebied. De belangrijkste hierbij zijn o.m. het Groot en Klein Walegeleed (in de laaggelegen Waleweiden ten noordwesten van Keiem) en de Vladslovaart in het verlengde van de Zijdelingvaart (op het grondgebied Vladslo).

Keiem zou voor het eerst in 1203 in een officiële akte als "Caiham" vermeld zijn. Volgens Gysseling zou de naam afgeleid zijn van de samenstelling van het Germaanse 'Kagi' of 'kei' en 'hamma' of 'landtong', wat zich uiteindelijk laat verklaren als 'landtong die uitspringt in overstromingsgebied'. Andere auteurs brengen 'Cai' eerder in verband met een persoonsnaam, waarbij het geheel 'Caiham' dan 'woonst van Cai' zou betekenen.

Ontstaan van het landschap en ontginningsgeschiedenis

Vermits Keiem gedeeltelijk op de grens van de zandleemstreek gelegen is, is het niet uitgesloten dat dit gebied (net als de rest van de zandleemstreek) reeds in de vroeg-Romeinse periode in gebruik wordt genomen voor landbouw. Door de hogere ligging was het gebied minder onderhevig aan de opeenvolgende zee-inbraken van de duinkerketransgressies van de 3de tot de 8ste eeuw en van de 11de eeuw. De hypothese van bewoningscontinuïteit kan geformuleerd worden, maar wordt door de literatuur niet bevestigd (Keiem duikt in de geschiedschrijving slechts op in de 12de eeuw).

Twaalfde eeuw

Eerste kwart 12de eeuw: proost Bertulf van de Sint-Donaaskerk te Brugge, één van de samenzweerders van de moord op Karel de Goede (1127), heeft belangrijke eigendommen te Keiem. Na de moord op Karel de Goede vlucht hij naar Keiem.

1119: in 1119 behoort het latere grondgebied van Keiem samen met Beerst, Leke, Schore en Vladslo tot het Vladslo-Ambacht binnen het West-Kwartier van het Brugse Vrije.

Dertiende eeuw

De parochie Keiem wordt wellicht al in de dertiende eeuw als onafhankelijke parochie afgescheiden van de moederparochie Vladslo. De nieuwe parochie, waarvan de kerk is toegewijd aan de H. Nicolaas, ressorteert onder het bisdom Doornik-Noyon. Het patronaatschap van de nieuwe parochie behoort toe aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Belangrijkste tiendenheffers te Keiem zijn de abdij van Vicogne (Frankrijk) en het kapittel van Doornik.

1203: Keiem wordt voor het eerst in de bronnen vermeld als "Caiham".

1271: in sommige bronnen is er sprake van een grote watersnood in 1271, waarbij belangrijke delen van Keiem voor een langere periode blank staan.

Veertiende eeuw

In de loop van de 14de eeuw zou een relikwie van de patroonheilige Sint-Niklaas vanuit Rome meegebracht zijn.

1323: één van de heren van Keiem zetelt in 1323 in de schepenbank van het Brugse Vrije. In 1643 wordt vermeld dat het leenhof van de heren van Keiem een afhankelijkheid is van het Leenhof van de Burg van Brugge, afhangende van het graafschap Middelburg.

1330: Lodewijk van Nevers verdeelt de kasselrij van het Brugse Vrije in een Noord-, Oost- en Westkwartier. Keiem behoorde tot het Westkwartier dat zich uitstrekte van Brugge tot aan de IJzer (grens met de kasselrij Veurne-Ambacht). Daar Keiem tot het Brugse Vrije behoorde en hierdoor het recht had om laken te weven dat niet bestemd was voor eigen gebruik, kende de lakennijverheid in de 13de en 14de eeuw te Keiem een grote bloei.

1348: Margareta Ghoys van Keiem, dochter van Johannes Ghoys en weduwe van Niklaas Zwevelare schenkt haar hoeve, land en goederen te Keiem aan de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in Koksijde. In datzelfde jaar wordt ze in deze abdij begraven, waar tot op heden haar grafsteen bewaard bleef.

1384: in 1384 wordt het recht om lakens in Keiem als exportproduct te weven ingetrokken. Mede door deze beslissing is Keiem altijd een landbouwdorp zonder grote nijverheid gebleven.

Vijftiende eeuw

1416: oudste vermelding van de "Watering van Vladslo-Ambacht". Deze watering stond o.m. in voor het beheer en het onderhoud van de waterlopen, dijken en sluizen te Keiem.

1488: na het overlijden van Maria van Bourgondië in 1482 neemt Maximiliaan van Oostenrijk het regentschap van de Nederlanden waar. De steden Brugge en Gent komen echter in opstand tegen zijn politiek van hoge belastingen, waarop Maximiliaan zijn legers naar Vlaanderen stuurt. Vanuit de stad Diksmuide - die de zijde van Maximiliaan koos - plunderen zijn Duitse legerbendes in 1488 de omliggende dorpen. Ook Keiem ondergaat dit lot.

Zestiende eeuw

1559: bij de oprichting van het bisdom Brugge wordt Keiem onder de verantwoordelijkheid van dit nieuwe bisdom geplaatst.

1566: tijdens de godsdiensttroebelen wordt de kerk van Keiem geplunderd.

1571: op de Grote Kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus (1561-1571) is de dorpskom van "Keyem" aangeduid als een kerk met een kleine concentratie van woningen. In het landelijke gebied telde Keiem naast de zogenaamde "Leedmolen" (in de omgeving van de Leiemolenstraat en Zijdelingstraat) slechts een beperkt aantal hoeves. De exactheid van deze kaart met de toenmalige toestand (configuratie en stratenpatroon) moet - voor wat Keiem betreft - wellicht eerder in vraag worden gesteld.

Zeventiende eeuw

In de eerste helft van de 17de eeuw wordt een nieuwe parochiekerk gebouwd. Ca. 1640 zijn de werken aan de kerk voltooid. Het betreft een driebeukige hallenkerk in laatgotische stijl met een recht afgesloten koor en een westtoren.

1683: de legers van Lodewijk XIV vallen Vlaanderen opnieuw binnen. De expansiedrang van de grootmacht Frankrijk is onstuitbaar: de komende zeventig jaar wordt Diksmuide door wisselende troepen herhaaldelijk belegerd en ingenomen. Hierbij gaan de bewoners van het omringende platteland snel gebukt onder de aanhoudende troepenbewegingen en opeisingen. Met de Vrede van Rijswijk (1697) komt een kort einde aan de vijandelijkheden.

1695-1696: Keiem wordt opnieuw geteisterd door een aanhoudende watersnood.

Achttiende eeuw

1700: Karel II, Koning van Spanje, overlijdt kinderloos. Weldra ontspint zich de Spaanse successie-oorlog (1701-1703) waarbij Vlaanderen opnieuw het gelag betaalt. Vanaf 1704 wordt het opnieuw overspoeld door Franse, Engelse en Hollandse troepen. In het kader van deze krijgsverrichtingen wordt een aanzienlijke oppervlakte van Keiem geïnundeerd.

1731: omwille van de bouwvallige toestand van de Sint-Niklaaskerk wordt één beuk afgebroken.

1770-1778: op de Ferrariskaart vertoont "Keyhem" een geconcentreerde bebouwing rond de Sint-Niklaaskerk. Op diezelfde kaart is ook een duidelijk onderscheid waar te nemen tussen de laaggelegen polders (grote percelen met zeer beperkte bebouwing) en de hoger gelegen zandleemgronden (kleinere percelen en een grotere concentratie van wegeninfrastuctuur). De dorpskom ligt net op de grens.

1792-1794: Franse troepen vallen voor de zoveelste maal de Zuidelijke Nederlanden binnen en verslaan in oktober met de Slag bij Jemappes de Oostenrijkers. Met de slag van Neerwinden (1793) worden de Fransen evenwel opnieuw verslagen en de daaropvolgende maanden vindt in de Diksmuidse regio een enorme troepenbeweging van geallieerde troepen plaats. Met de Slag van Fleurus (26 juni 1794) worden de Zuidelijke Nederlanden definitief bij Frankrijk ingelijfd. Hiermee behoort Keiem voor de komende twintig jaar tot het Franse Departement van de Leie.

Negentiende eeuw

1801: bij de herverdeling van de bisdomgrenzen wordt Keiem onder het bisdom Gent geplaatst om in 1834 opnieuw over te gaan naar het bisdom Brugge.

Voor 1843: vermoedelijk in de eerste helft van de 19de eeuw krijgt de Keiemdorpstraat een nagenoeg volledig nieuw en deels rechtgetrokken tracé, cf. Keiemdorpstraat.

Ca. midden 19de eeuw: de adellijke familie Macquart de Terline uit Brugge komt in het bezit van uitgestrekte gronden te Keiem.

1876: oprichting van een meisjesschool door de Zusters van Liefde van Maria uit Heule op verzoek van Macquart de Terline. De Zusters van Liefde blijven in de gemeente tot 1967.

1882: na de wet van Van Humbeek wordt een vrije katholieke jongensschool te Keiem ingericht.

Twintigste eeuw

In het begin van de twintigste eeuw vinden een aantal belangrijke infrastructuurwerken plaats te Keiem.

1903-1905: een groot aantal wegen te Keiem wordt verhard.

1907: Keiem wordt met de lijn nr. 132 (Oostende-Leke-Diksmuide) door de “Naamloze Maatschappij voor de Uitbating der Buurtspoorwegen Dixmude-Yper-Poperinghe, Veurne- Poperinghe-De Panne, Dixmude-Oostende & Uitbreidingen” aangesloten op het netwerk van de Buurtspoorwegen. Door de geleidelijke opkomst van de autobussen worden de Buurtspoorwegen echter verlieslatend en in 1952 wordt overgegaan tot de ontmanteling van de lijn.

1913: bouw van een onderpastorij. Na de Eerste Wereldoorlog wordt deze heropgebouwd (cf. Dodepaardenstraat nr. 43).

Eerste Wereldoorlog (zie ook De Eerste Wereldoorlog en het IJzerfront onder de algemene inleiding)

3 augustus 1914: België weigert Duitsland een vrije doorgang naar Frankrijk. De dag daarna valt Duitsland België binnen.

14 oktober 1914: na de val van Brugge beslist koning Albert I om de linkeroever van de IJzer uit te bouwen als een verdedigingslinie en een aantal bruggenhoofden (Nieuwpoort, Schoorbakke en Diksmuide) op de rechteroever uit te bouwen. Te Keiem wordt een voorpost ingericht.

17 oktober 1914: de kerktoren en de twee molens te Keiem worden door de Belgische Genie neergehaald om te verhinderen dat de Duitse troepen ze als mikpunt of observatiepost zouden kunnen gebruiken.

18 oktober 1914: de "Slag aan de IJzer" barst los waarbij de Duitse troepen in een eerste fase de inderhaast opgeworpen voorlinie en voorposten van het Belgische leger aanvallen. Te Keiem vindt de zogenaamde "Slag van Keiem" plaats die een drietal dagen zal duren. Keiem wordt hierbij zwaar gebombardeerd en tegen de middag reeds ingenomen.

19 oktober 1914: het 8ste en 13de Linieregiment proberen de voorpost Keiem tevergeefs te heroveren. Tijdens een verwarde aftocht sneuvelen talrijke Belgische soldaten. Een groot aantal soldaten die tijdens deze slag sneuvelden, liggen begraven op de Belgische begraafplaats te Keiem (cf. Keiemdorpstraat z.nr.).
Uit vrees dat de Duitsers de IJzer zouden oversteken via de Tervatebrug (tussen Keiem en Stuivekenskerke) wordt deze brug opgeblazen.

20-22 oktober 1914: de bocht van Tervate wordt o.a. vanuit Keiem door de Duitsers zwaar beschoten. In de nacht van 22 oktober slagen de Duitsers erin om ongemerkt de IJzer over te steken.

Nacht 30-31 oktober: door de geslaagde inundatie van de IJzervlakte dienen de Duitse troepen met uitzondering van een aantal voorposten op Stuivekenskerke hun stellingen op de linkeroever van de IJzer te verlaten. Hiermee wordt de Eerste Wereldoorlog een vier jaar durende stellingenoorlog langs de IJzer. Door zijn ligging in de onmiddellijke omgeving van de frontlinie wordt Keiem bijna volledig verwoest.

16 oktober 1918: na vier jaar Duitse bezetting wordt Keiem opnieuw bevrijd.

1919-1925: om de zware opdracht van de wederopbouw tot een goed einde te brengen laat Keiem zich, conform de wet van 8 april van dat jaar, op 11 augustus 1919 'adopteren'. De wederopbouw van het dorp gebeurt zoals elders in twee fases. In een eerste fase worden een noodkerk (ter hoogte van de vooroorlogse pastorij) en een reeks noodwoningen gebouwd in de zogenaamde 'Barakkenhoek' tussen de Oostendestraat, de Dodepaardenstraat en het eerste deel van Wittepoortstraat. De eigenlijke wederopbouw van het dorp gebeurt volgens de aanleg- en rooilijnplannen n.o.v. architect Théodore Raison (Brugge), die min of meer de vooroorlogse configuratie van het dorp respecteerde. Naast de opmaak van de aanleg- en rooilijnplannen staat Théodore Raison ook in voor de wederopbouw van de Sint-Niklaaskerk, de pastorie en de gemeenteschool.

1925: bouw van een eenvoudig gemeentehuis n.o.v. architecten A. Van Herenthals en F. Van Stichel (Sint-Jans-Molenbeek), cf. Tervaetestraat.

12 juli 1925: de Belgische militaire begraafplaats en het oorlogsgedenkteken voor de militaire en burgerlijke slachtoffers te Keiem worden ingehuldigd.

27 mei 1940: tijdens het Duits bombardement worden te Keiem een aantal huizen geraakt.

September 1944: Keiem wordt door de Engelse troepen bevrijd.

Ca. 1984: nieuwe verkaveling langs de Oostendestraat.

Landschappelijk en bouwkundig erfgoed

Keiem is vandaag een typisch straatdorp, gekenmerkt door een lintbebouwing van arbeiders- en burgerhuizen van de jaren 1920 langs de Keiemdorpstraat. Ook de belangrijkste gebouwen, zoals de kerk, de pastorie, de gemeenteschool en een klein dorpspleintje zijn langs deze dorpsstraat ingeplant. Door zijn ligging op nauwelijks twee kilometer ten westen van de gestabiliseerde frontlinie van de Eerste Wereldoorlog wordt de volledige dorpskern gekenmerkt door een zeer eenvoudige wederopbouwarchitectuur van de jaren 1920 met uitzondering van twee 19de-eeuwse burgerhuizen in de onmiddellijke omgeving van de kerk (Keiemdorpstraat nr. 81 en 85). Ook in het landelijke gebied van Keiem gaat de meeste bebouwing niet verder terug dan de wederopbouw van de jaren 1920. Niettemin vertonen een aantal hoeves toch nog een oudere, laat 18de- en/of 19de-eeuwse kern, wat er toch op wijst dat de vernieling in het landelijke gebied aan de oostzijde van de IJzer toch minder uitgesproken was dan aan de westzijde. Naast het oorlogsgedenkteken op het dorpspleintje (Keiemdorpstraat z.nr.) en de Belgische Militaire begraafplaats met zijn 590 gesneuvelde soldaten (Keiemdorpstraat z.nr.), herinneren een tweetal Duitse bunkers nog aan dit recente oorlogsverleden (Leimolenstraat z.nr. en Walestraat z.nr.).

DEBRUYNE H., Verslag Gemeente Keiem, s.l., 1952.
DEMOEN H., Het Diksmuidse van toen, Een verzameling beknopte historische gegevens, aangevuld met historische foto's en prentbriefkaarten, Brugge, 1984., p. 162-167.
JOSEPH M., Oorlogsgebeurtenissen te Beerst, Keiem, Leke, Schore, Sint-Pieterskapelle, Slijpe, Bredene, 1959.
JACOBS M. , Zij die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p.167-168.
NOTEBAERT A., NEUMANN C. e.a., Inventaris van het archief van de Dienst der Verwoeste Gewesten, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 1986.
SYMOEN R., Keiem door de eeuwen heen, Zingem, 1985.
SYMOEN R., Straatnaamgeving te Keiem, in Den Dyzere, jg. 3, nr. 2, 1984, p. 42-43.

Bron: Missiaen H. & Vanneste P. met medewerking van Gherardts F. & Scheir O. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Diksmuide, Deel I: Deelgemeenten Diksmuide, Beerst, Esen, Kaaskerke, Keiem en Lampernisse, Deel II: Deelgemeenten Leke, Nieuwkapelle, Oostkerke, Oudekapelle, Pervijze, Sint-Jacobskapelle, Stuivekenskerke, Vladslo en Woumen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL18, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Diksmuide

Diksmuide (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Beerstblotestraat (Keiem)

Beerstblotestraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Dishofstraat

Dishofstraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Dodepaardenstraat

Dodepaardenstraat (Diksmuide)

omvat IJzervallei tussen Diksmuide en Stuivekenskerke

Beerst, Diksmuide, Kaaskerke, Keiem, Stuivekenskerke (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Keiemdorpstraat

Keiemdorpstraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Leimolenstraat

Leimolenstraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Moerestraat (Keiem)

Moerestraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Oostendestraat (Keiem)

Oostendestraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Ramboutstraat

Ramboutstraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Tervaetestraat (Keiem)

Tervaetestraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Walestraat

Walestraat (Diksmuide)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Zijdelingstraat (Keiem)

Zijdelingstraat (Diksmuide)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.