Lapscheure

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Lapscheure
Straat
Locatie Lapscheure (Damme)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Lapscheure is een polderdorp van 359 inwoners (01/01/2005) en 1.335 ha gelegen in de provincie West-Vlaanderen, ten noordoosten van Brugge, op de grens met Nederland. In 1971 samen met Hoeke en Moerkerke samengevoegd tot de fusiegemeente Moerkerke, sinds 1977 deelgemeente van Damme. Andere deelgemeenten zijn Hoeke, Moerkerke, Oostkerke en Vivenkapelle. Lapscheure grenst ten oosten aan het Nederlandse Sluis, ten zuiden aan Moerkerke, ten westen aan Damme, Oostkerke en Hoeke en ten noorden aan Westkapelle (Knokke-Heist). De gemeente is een typische landbouwgemeente in een vlak open polderlandschap, waarvan het uitzicht bepaald wordt door grachten, dijken, grote blokvormige percelen en afwateringskanalen. De belangrijkste dijken zijn de Landsdijk, de Sint-Pietersdijk, de Zeedijk en de Groenendijk, verspreid over de volledige gemeente. Beschermde krekengebieden zijn de Platte Kreek ten noorden van de dorpskern en het Lapscheurse Gat aan de oostgrens. Belangrijke afwateringsgrachten zijn het Zuid over de Lievegeleed en de Rietgeule. Het kreken- en dijkenstelsel in Lapscheure is zeer moeilijk in jaartallen vast te leggen en van veel kreken is het niet duidelijk of ze een natuurlijke uitloper van het Zwin zijn of een gegraven kanaal. Rond Lapscheure zijn nog verschillende sporen van de Zwinarm zichtbaar in de vorm van waterplassen. De vruchtbare poldergrond wordt vooral gebruikt als weiland en voor de teelt van graangewassen.
De oorspronkelijke middeleeuwse dorpskern van Lapscheure bevond zich in de Spermaliepolder in het noordoosten van de gemeente (cf. huidige Zeedijk), en werd eind 16de eeuw door dijkbreuken overspoeld. De beschadigde en geïsoleerde kerk wordt in de 17de eeuw afgebroken en verplaatst naar de meer westelijk gelegen Sint-Jobpolder. Rondom de nieuwe kerk ontstaat de huidige dorpskern, een straatdorp dat zich ontwikkelt langs het historische tracé Hoogstraat-Vredestraat.
In de 19de eeuw wordt de dorpskern van Lapscheure vlotter bereikbaar gemaakt door de verbreding en verharding van bestaande verbindingswegen: zo wordt de Vredestraat de steenweg naar Damme en wordt de kerkwegel waarlangs de 17de-eeuwse pastorie is gelegen als steenweg naar Westkapelle uitgebouwd. Deze steenweg wordt ca. 1935 opgenomen in de Rijksweg tussen Knokke en Maldegem, nu Lapscheurestraat genoemd. Deze straat snijdt de dorpskern doormidden. In de jaren 1970 wordt het tracé van de Rijksweg ontdubbeld, en ter hoogte van het dorp Lapscheure meer naar het westen geschoven, waarmee de huidige Natiënlaan vorm krijgt. Dit is de belangrijkste verkeersader voor Lapscheure, die de gemeente van noordwest naar zuidoost doorsnijdt. Ten noorden wordt de gemeente sedert begin 19de eeuw doorsneden door de Damse Vaart, in de 20ste eeuw belangrijk voor de export van de bakstenen uit de steenbakkerij Fonseca. In het westen van de gemeente bevindt zich het gehucht "Vlienderhaag", bestaande uit een groep hoeves met historische kern.

HISTORISCHE INLEIDING

De literatuur geeft verschillende etymologische verklaringen voor Lapscheure: "schuur van (boer) Lappe", "opgelapte schuur", "opgelapte scheur in zeedijk of dam" of, tenslotte, een verwijzing naar een "schorre". Er is een onzekere eerste vermelding in een handschrift van graaf Arnoldus van 938 waarbij aan de Gentse Sint-Pietersabdij gronden worden geschonken, o.m. te "Conbescura"; een ander handschrift uit dezelfde periode vermeldt "Betscura". Sommige auteurs vermoeden dat dit Latijnse benamingen voor Lapscheure zijn. De eerste vermelding als "Lappesscura" dateert van 1019, waarbij sprake is van een kapel die afhankelijk was van de kerk van Oostkerke. In de uitgestrekte parochie van Oostkerke werden begin 11de eeuw vier hulpkapellen opgericht, in dienst van de nieuwe grondwinningen op de zee, nl. Wulps, Moerkerke, Westkapellen en Lapscheure. De parochie Lapscheure behoort tot het ambacht van Oostkerke in het Brugse Vrije. De kerk, ontstaan als dochterkerk van Oostkerke, stond onder het patronaatschap van de abdij van Sint-Kwintijn in Vermandois, hoewel ook de Gentse Sint-Pietersabdij hier verschillende stukken grond bezit. In 1200 wordt Lapscheure een zelfstandige parochie. In 1600 gaat het patronaatsrecht van de kerk over van de abdij van Saint-Quentin-en-Vermandois naar het prelaat van de Duinenabdij te Brugge. In 1801 wordt de parochie Lapscheure bij het bisdom Gent gevoegd. In 1834 komt het onder Brugge.

Lapscheure heeft niet te lijden gehad onder de Duinkerke III transgressie tussen 1014 en 1042, doordat het wordt beveiligd door de Blankenbergse Dijk. De tweede golf tussen 1134 en 1160, die o.m. aanleiding geeft tot het ontstaan van het Zwin, heeft wel zware gevolgen: Lapscheure ligt grotendeels in het overstromingsgebied en moet door indijking op de zee herwonnen worden. De inpoldering van het overstroomde land tussen Damme, Moerkerke, Aardenburg en Sluis begint op het einde van de 12de eeuw, met een lange dijkengordel tussen Damme en Sluis waarvan o.m. de Sint-Pietersdijk deel uitmaakt, en wordt in de 13de eeuw voortgezet: in 1228 aanleg van de Sluissedijk, Polderdijk, Broolozendijk en Maldegemse dijk ten zuiden van Lapscheure. In 1228-1234 de indijking van de Markettepolder door de abdij van Markette. In 1236-1246 worden enkele belangrijke polders drooggelegd, nl. de Spermaliepolder waarin het eerste bedehuis van Lapscheure stond, door het Spermalieklooster in Sijsele, de Sint-Jobspolder achter de Landsdijk, de Roomspolder en de Nonnenpolder.

De ligging van Lapscheure in een gebied dat kwetsbaar is voor overstromingen en dat tevens het grensgebied met Nederland vormt, geeft aanleiding tot talrijke tegenslagen die de bloei van Lapscheure tegenhouden. Bijna aanhoudend van de 15de tot de 20ste eeuw ligt Lapscheure in oorlogsgebied; talrijke overstromingen ten gevolge van storm of strategische dijkdoorbrekingen, teisteren het gebied. In 1437 wordt Lapscheure geplunderd door het leger van de Bourgondische hertog Filips de Goede, in september breken de dijken door een hevige storm, waarbij Lapscheure wordt overstroomd. In 1477, opnieuw overstroming van Lapscheure; in 1486 lijdt heel Vlaanderen onder wraakacties door het Duitse leger, na de weigering van Brugge en Gent om belastingen te betalen aan aartshertog Maximiliaan. In 1492 wordt de Vrede van Cadzand getekend, wat aanleiding geeft tot problemen met Sluis; de Graaf van Nassau vestigt zich in Lapscheure en komt daar in botsing met de Dammenaars. In de 16de eeuw gaan de problemen verder. In 1518, tijdens de godsdienstoorlog, wordt de kerk van Lapscheure leeggeplunderd en in brand gestoken.
In 1550- 1566, aanleg van de inmiddels nagenoeg verdwenen Verse Vaart tussen Damme en Sluis, parallel met het Zwin dat opdat moment niet meer bevaarbaar is.

Het jaar 1583 vormt een scharnierjaar in de geschiedenis van Lapscheure. Om strategische redenen steken de geuzen de dijken ten zuiden van Sluis door, waardoor de kreek "het Lapscheurse Gat" ontstaat, ten oosten van Lapscheure. Een groot deel van Lapscheure verdween hierdoor van de kaart, de kerk komt op een afgezonderde schor te liggen. In 1587 geeft Sluis zich aan Farnese over. De Spaanse koning omringt Sluis door forten en verschansingen die door zijn leger onder controle gehouden worden. Op het hogere, meer noordelijk gedeelte van Lapscheure dat niet onder water stond, worden ca. 1600 de forten van Sint-Donaas en Sint-Job gebouwd. In 1604 heroveren de Nederlandse Staten Sluis na drie maanden beleg. De verdere geschiedenis van Lapscheure in de 17de eeuw is er één van uitbuiting door zware oorlogslasten tijdens de bezetting van de twee forten. In 1611-1613 worden nieuwe dijken aangelegd ter beveiliging tegen nieuwe overstromingen: de Zeedijk, de Groenendijk en de heraanleg van de Sint-Pietersdijk, waarop de molen van Lapscheure wordt opgericht. Naar aanleiding van zijn bezoek in Lapscheure in 1639, beslist de deken van Aardenburg dat er een nieuwe kerk gebouwd moet worden in plaats van het bestaande, totaal geïsoleerde bedehuis. Als locatie wordt gekozen voor de meer centraal gelegen Sint-Jobspolder. In 1640 wordt langs de "Breede Wech" (huidige Hoogstraat-Vredestraat) een houten kerk opgetrokken, die in 1650-1652 wordt vervangen door een stenen bedehuis, waarvoor het materiaal van de oude kerk wordt gerecupereerd. De kerk wordt toegewijd aan de Heilige Drievuldigheid en de Heilige Christiaan. Het is de enige kerk in het noorden van West-Vlaanderen met een oosttoren. Langs de Hoogstraat ontwikkelt zich een straatdorp.

In 1681 wordt de oorlog tussen Frankrijk en Spanje uitgevochten in Vlaanderen. In 1690 wordt Lapscheure door een Spaans regiment bezet onder bevel van Spinola, waarbij de inwoners worden verplicht tot onderhoud van het leger. In 1702 komt de Hollandse generaal Coehoorn tijdens de Dertienjarige Oorlog voor Fort Donaas in Lapscheure, waarop een grote beschieting begint. In 1704, inname van Lapscheure door de Hollanders onder leiding van generaal Spar, tijdens de Spaanse successie-oorlog. Later komt een leger uit Sluis om Fort Sint-Donaas te veroveren. In 1715, sluiten van het "Barrièretractaat", waarbij Lapscheure 712 gemeten land moet afstaan aan Holland. Dankzij de hardnekkige houding van de Staten van Vlaanderen wordt het verdrag teruggeschroefd tot 180 gemeten land. In 1746 wordt de Blauwe Sluis gebouwd voor de afwatering van het Lievegeleed in het Lapscheurse Gat. In 1783 laat Jozef II de Forten Sint-Donaas en Sint-Job ontmantelen. In 1784 sluiten de Hollanders de Blauwe Sluis af, waardoor het overtollige water van de Damse, Moerkerkse en Lapscheurse polders niet meer afgevoerd werd; in Knokke wordt een nieuwe sluis gebouwd.

In 1830, bij het onstaan van België, worden de dijken in Lapscheure doorgestoken. Lapscheure wordt streng bewaakt om inval van Nederlanders te voorkomen. De rest van de 19de eeuw blijft Lapscheure gespaard van natuurrampen of militaire conflicten, waardoor het dorp zich kan ontwikkelen. In 1863 vindt de eerste steenlegging plaats van de steenweg tussen Damme en Lapscheure, de huidige Vredestraat. In dat jaar wordt tevens de verbinding met Moerkerke verbeterd door de verbreding en verharding van de Kwabettestraat. Een verbindingsweg naar het noorden, richting Knokke, wordt aangelegd in 1893 (Lapscheurestraat).
Vanaf 1884 verzorgen de zusters van de H. Kindsheid uit Ardooie het onderwijs in de lagere meisjesschool in de Vredestraat. In de Hoogstraat bevindt zich de gemeenteschool voor de jongens. De bevolking groeit naar het midden van de 19de eeuw aan tot meer dan 700 inwoners, maar loopt vanaf 1890 stelselmatig terug.

In 1909 wordt steenbakkerij F. Fonseca-Maenhout opgericht ten zuiden van de Damse Vaart, bij de grens met Hoeke. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt langs de grens met het neutrale Nederland de z.g. "Holland Stellung" of "Hollandlinie" uitgebouwd, waardoor de bezettende Duitsers de grens kunnen controleren op smokkel en deserterende soldaten. De linie bestaat uit een elektrische afspanning met wachtposten. Achter de draadversperring wordt een netwerk van bunkers opgericht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog blijft het dorp gespaard van vernielingen; tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de kerk en de pastorie zwaar beschadigd, de bruggen over de Damse Vaart worden opgeblazen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog dienen de aanwezige bunkers als schuilplaats voor de burgers tijdens de z.g. "Slag om 't Molentje" (cf. Moerkerke). Tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw verstilt Lapscheure tot een klein dorp, waarin stilaan alle handelszaken verdwijnen, op een aantal cafés langs de Lapscheurestraat na. Er worden geen nieuwe verkavelingen aangelegd, waardoor de bevolking steeds verder afneemt.

RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN BOUWKUNDIG ERFGOED

Lapscheure is een straatdorp dat zich vanaf de 17de eeuw ontwikkelt langs de Hoogstraat-Vredestraat, waar in 1640 het nieuwe houten bedehuis wordt gebouwd. De huidige stenen kerk is gebouwd in 1652 en vormt nog steeds het centrum van de dorpskern. De bebouwing bevindt zich aan de oostkant van de Hoogstraat, en bestaat uit 19de- en begin-20ste-eeuwse dorpswoningen, deels vrijstaand, deels aaneengesloten, waartussen nieuwbouwwoningen. De voormalige 19de-eeuwse pastorie, de gemeenteschool en het vroegere gemeentehuis zijn in deze straat te vinden. De bebouwing in de Vredestraat sluit aan bij die van de Hoogstraat, maar bevat tevens enkele grote historische hoeves, vb. Vredestraat nr. 9, gebouwd in 1752. Ten westen van de kerk wordt in de 17de eeuw de pastorie gebouwd (Lapscheurestraat nr. 4), te bereiken via een kerkwegel bezuiden de kerk. Deze kerkwegel wordt eind 19de eeuw uitgebouwd tot de steenweg naar Knokke-Westkapelle, waarlangs zich verspreide bebouwing ontwikkelt. Recente vrijstaande eengezinswoningen langs de Kwabettestraat. Buiten de dorpskom, verspreide hoeves waarvan een belangrijk aantal opklimmen tot de 17de en 18de eeuw. Meestal bestaande uit witgekalkte, losstaande bestanddelen onder zadeldak. Het boerenhuis leunt meestal aan bij het langgestrekte type door de aanpalende stalvleugel en bevat doorgaans een opkamer, die soms onder hogere nok is gevat.

BALLEGEER J., Molens in de Zwinstreek, in Rond de poldertorens, jg. 47, nr. 2, 2005, p. 51.
CORNOY A., Dictionnaire étymologique du nom des communes de Belgique, deel 2, 1940, p. 329.
DE FLOU K., Woordenboek der toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, deel XI, Brugge, 1929, kl. 301-309.
DEVLIEGHER L., De Zwinstreek, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 4, Tielt, 1970.
DEVLIEGHER L., Volcranus Levita uit Lapscheure, in 't Zwin Rechteroever, december 2003, jg. 4, nr. 2, p. 2-8.
Dit is West-Vlaanderen, deel 2, Sint-Andries, 1960, p. 960.
HASQUIN H., Gemeenten van België, deel 1, Brussel, 1980, p. 545-546.
RAU J., Het Damme van toen en omgeving, Brugge, 1981.
Lapscheure, een land van polders en kreken, in Curiosa, april 1995, p. 18-23.
WEYMEIS C., Het land van Uilenspiegel. Damme Knokke Sluis, Leuven, 2001, p. 42-45.
http://www.damme-online.com/

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Damme

Damme (West-Vlaanderen)

omvat Damse Vaart met omgevende polders, Fort van Beieren en kreken van Lapscheure

Koolkerke, Sint-Kruis (Brugge), Damme, Hoeke, Lapscheure, Oostkerke (Damme), Westkapelle (Knokke-Heist)

omvat Damse Vaart-Noord (Lapscheure)

Damse Vaart-Noord (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Fort Sint-Donaas

Fort Sint-Donaas (Damme)

omvat Hollandstellung

Assenede, Oosteeklo (Assenede), Vrasene (Beveren), Lapscheure, Moerkerke (Damme), Eeklo (Eeklo), Ertvelde...

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Preekboomstraat (Lapscheure)

Preekboomstraat (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Sint-Pietersdijk (Lapscheure)

Sint-Pietersdijk (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Vlienderhaag (Lapscheure)

Vlienderhaag (Damme)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Vredestraat (Lapscheure)

Vredestraat (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.