Heestert

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Zwevegem
Deelgemeente Heestert
Straat
Locatie Heestert (Zwevegem)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Zwevegem (geografische inventarisatie: 01-04-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

HEESTERT

Gemeente, in 1977 samen met Moen, Otegem, Sint-Denijs en Zwevegem, gefusioneerd tot Zwevegem. Heestert ligt in het zuiden van de provincie West-Vlaanderen, op 13 km van Kortrijk, op 3 km van Avelgem en Moen (Zwevegem) en op 4 km van Outrijve (Avelgem) en Otegem (Zwevegem). Bestuurlijk en gerechtelijk arrondissement Kortrijk.
De gemeente heeft een oppervlakte van 1308 ha en telt 2694 inwoners (cijfers december 2004).
Landbouwgemeente, gelegen aan de rand van de Scheldevallei met klei- en zandleemgronden, het hoogste punt is gelegen tussen 60 en 70 m. Aangrenzende gemeenten zijn Otegem in het noordoosten, Avelgem in het oosten, Moen in het zuidwesten. Zwevegem en Deerlijk zijn de grensgemeenten in het noordwesten.
Over het grondgebied van de gemeente stromen verschillende beken, de Kasselrijbeek, de Verbrandhofbeek. De Oliebergbeek vormt de natuurlijke grens met Moen en de Scheebeek met Otegem.
Heestert is bereikbaar via de N8 (Keiberg) Kortrijk-Oudenaarde. Het grondgebied wordt doorsneden door de oude spoorwegbedding van lijn 83 Kortrijk-Avelgem.
De gemeente heeft een ambachtelijke zone van 2 ha, gelegen aan de Spichtestraat en de Outrijvestraat.
Het Banthoutbos is met zijn oppervlakte van 26 ha het grootste bosrelict in de gemeente Zwevegem.

Van 1969 tot aan de fusie (1977) had Heestert een eigen wapen. Een dubbel wapen met het blazoen van Alexander Grusset de Richardot, prins van Steenhuyse en van zijn echtgenote Claire Eugénie Albertine d'Ursel.

Nabij de Pontstraat, een verbindingsstraat tussen Otegem en Heestert, wordt in 1981 een Romeinse site blootgelegd, te interpreteren als een van oorsprong inheemse boerderij en te dateren in de tweede helft van de 1ste eeuw na Christus. In de 2de eeuw na Christus versteend naar Romeins model met badhuis. Tevens wordt er een restant van een ingewikkeld grachtensysteem vastgesteld. Bij het opgraven wordt het hoofdgebouw van een Romeins villacomplex vrijgelegd en 36 graven van een begraafplaats. Voor de blootlegging werden er reeds restanten aangetroffen, afkomstig uit verschillende periodes, vuurstenen uit de Steentijd en Romeinse bouwmaterialen en vaatwerkscherven.
Bovenop de Romeinse villa bevond zich een vroeg-middeleeuws grafveld, wat duidt op een woonkern in de onmiddellijke omgeving.

Heestert wordt voor het eerst vermeld in 1048, Berwigis (?) schenkt voor het zielheil van haar man, Wicardus, twee bunders land, gelegen "in villa dicta Hertrudis" aan de Harelbeekse Sint-Salvatorkerk. De oudste nederlandse vermelding als "Hesterd" dateert van 1181-1182.
De benaming wordt meestal in verband gebracht met "struikgewas" of "bos". Volgens E. Deseyn dankt Heestert zijn naam aan een adelijke dame die er zich in de 11de eeuw zou gevestigd hebben op het "domein van Hestrude".

In de 11de eeuw zijn de tienden in handen van de Harelbeekse Sint-Salvatorkerk en de kanunniken van het Doornikse O.L.Vrouwekapittel, deze laatste zijn de grootste tiendheffer. Ook de pastoors van Heestert inden aanvankelijk een deel van de tienden, zij staan in 1672 hun rechten af aan het Doornikse kapittel. De kanunniken hebben het patronaat van de parochiekerk, gelegen op gronden van de dorpsheerlijkheid van Heestert.
Het grondgebied van de parochie valt voor ongeveer 1/3 onder de kasselrij Kortrijk, het resterende deel valt onder de kasselrij Oudenaarde.
De dorpsheerlijkheid wordt gehouden van het leenhof van Oudenaarde, de z.g. Stenen Man van Oudenaarde. Het is een belangrijke heerlijkheid met gronden in Zwevegem en met 22 achterlenen, waaronder de heerlijkheid Potegem in Waregem, aanvankelijk een deel van Heestert dat later wordt afgesplitst en Le Quesnoy in Wasquehal (Noord-Frankrijk).
Andere heerlijkheden met gronden in de parochie zijn Avelgem, Bossuit, Bouchem en Lanotte.

In de 13de eeuw is er een eerste vermelding van de heren van Heestert, in dit geval een dame m.n. Isabella, vrouw van Heestert en van Lake (overleden in 1284-1285). Ze huwt met Zeger van Heule en zo komt de heerlijkheid in handen van het huis van Heule.
In 1443-1449 behoort Heestert toe aan de souverein-baljuw van Vlaanderen, Roohaard van Komen, ridder, heer van Renescure, Sint-Venant, Heestert en Buisscheure. In 1456 komt Heestert samen met Zulte in handen van het geslacht de Liedekerke, dit door het huwelijk van Johanna van Sint-Omaars, dochter van Jan van Morbeke, met Raas van Liedekerke.
Rond 1613 wordt de dorpsheerlijkheid openbaar verkocht aan Johanna de Richardot, prinses van Steenhuize en vrouw van Avelgem. Toen Claude Richardot heer van Avelgem en Heestert in 1701 kinderloos stierf, wordt Filips-Albert d'Ursel de nieuwe heer. De laatste heer was Wolfgang-Willem-Jozef-Leopold-Vital, hertog van Ursel (1750-1804).

In het begin van de 16de eeuw wordt de Romaanse of vroeggotische stenen kerk vergroot met drie veelvlakkige koren. In 1771 wordt er een nieuwe benedenkerk en toren opgebouwd. Enkel een muurfragment in Doornikse steen met een dichtgemetselde, rondbogige deuropening blijft bewaard in de zuidoostelijke gevel.

Net als de omliggende gemeenten heeft Heestert in de tweede helft van de 16de eeuw sterk te lijden onder de godsdiensttroebelen. Er zijn aanhoudende plunderingen in de gemeente door garnizoensoldaten van de vestingen Avelgem en Outrijve. In 1580 doodt de pest 1000 mensen, slechts 1 hoeve blijft bewoond. In 1586 is slechts 14% van de oppervlakte bezaaid.
Tussen 1645 en 1647 vernielen legereenheden onder bevel van de Hertog van Lorreinen de oogst met algemene armoede tot gevolg. In 1691 en 1694 wordt het dorp opnieuw geplunderd tijdens de negenjarige oorlog (1688-1697) met ontvolking en armoede tot gevolg.

Vanaf 1801 ressorteert de parochie onder het bisdom Gent, in 1843 wordt ze overgeheveld naar het bisdom Brugge.

In 1918 wordt de Hoogmolen (Kwadestraat 5) afgebroken. De oudste afbeelding ervan dateert van 1691, weergave op de "Carte des Camps d'Hautrive et de St. Aloi Vive" van ridder de Beaurain. Andere molens te Heestert waren de molen van Heestert (ligging niet nader bepaald), de Keibergmolen (oostkant huidige Keiberg), de Molen te Malgré (Kwadestraat 23), afgebroken voor 1910 en de Koutermolen (Peter Hooghestraat 2), afgebroken na beschadiging tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Op 1 januari 1931 brandt de kerk af. De heropbouw gebeurt naar oud model, met behoud van het opgaand muurwerk. De plannen zijn van de Kortrijkse architect Aimé Latte.

Tot de Eerste Wereldoorlog is er veel thuisarbeid onder de vorm van vlasverwerking. De vlasverwerking kent een zekere ontwikkeling vanaf 1934, het jaar waarin verschillende vlasvezelbereidingsbedrijven worden opgericht. De bedrijven kunnen zich door de grote concurentie vanuit het buitenland niet handhaven op de markt.
In 1936 vestigt de sigarenfabriek Vandermarliere die in Moen gesticht werd zich in Heestert.
Thans telt de gemeente een drietal kleine en middelgrote bedrijven.

Heestert is overwegend agrarisch gebleven. Kerndorp met goed bewaard stratenpatroon gevormd door de Heestertplaats en de uitvalswegen Gauwelstraat doorlopend in de Keiberg, de Stijn Streuvelsstraat en de Vierkeerstraat. Het centrum wordt gekenmerkt door aaneengesloten bebouwing, opklimmend tot in de 19de eeuw en op verschillende plaatsen doorbroken door appartementsbouw. In de dorpskern zijn er verschillende recente verkavelingen o.m. Kampenhove, de Arteveldestraat en omliggende straten en De Vlaeminck.
Buiten het centrum bleef het landelijk karakter goed bewaard. Verschillende historisch waardevolle hoeves markeren het landschap. De meerderheid leunt aan bij het hoevetype met losstaande bestanddelen.
In het noorden van de gemeente situeert zich het Banhoutbos, één van de oudste bosrelicten van het huidige arrondissement Kortrijk. De benamingen "banhout" en "banhoutbos" worden vanaf 1450 regelmatig vermeld in documenten en op kaarten. In 1644 was het ca. 75 ha groot (cf. kaart van 1644, opgesteld door Louis de Bersaque), thans heeft het bos –gelegen tussen de Wulfsberg en de Keiberg- een grootte van 25 ha.

BATAILLE J., DEMEULENAERE H., VROMAN S., DELOOF J., Onze molens nu en toen. Heestert, Moen, Otegem, Sint-Denijs en Zwevegem, Kortrijk, 1994.
DELOOF J., Zwevegem in het jaar 2000, Tielt, 2000.
DESPRIET P., De O.L.Vrouwkerk in Heestert, in De Zuid-West-Vlaamse parochiekerken, Kortrijk, 1982, p. 128-136.
HASQUIN H., Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, deel, 1, Brussel, 1980, p. 354-355.
JANSSENS D.M., Bodemschatten uit Zuid-West-Vlaanderen. Archeologische en Historische monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, 8, Kortrijk, 1884.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Callens T. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Zwevegem, Deelgemeenten Zwevegem, Heestert, Moen, Otegem en Sint-Denijs, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL26, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Zwevegem

Zwevegem (West-Vlaanderen)

omvat Heuvel van het Banhoutbos

Deerlijk (Deerlijk), Heestert, Zwevegem (Zwevegem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.