Anzegem

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Anzegem
Deelgemeente Anzegem
Straat
Locatie Anzegem (Anzegem)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Anzegem (geografische inventarisatie: 01-06-2004 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Anzegem, gelegen in het noordoosten van de fusiegemeente telt 4.927 inwoners en heeft een oppervlakte van 1.619 ha. (cijfers december 2004). De gemeente wordt getypeerd door een golvend landschap met beperkte hoogteverschillen (21-55 m).

De centrumgemeente grenst in het noordoosten aan Wortegem en in het oosten aan Petegem, beide deel uitmakend van de Oost-Vlaamse gemeente Wortegem-Petegem. Grensgemeenten in het zuidoosten zijn Gijzelbrechtegem en Elsegem (Oost-Vlaanderen). Ten zuiden grenzen Kaster en Tiegem; Ingooigem is de grensgemeente in het zuidoosten en Waregem in het noordoosten.
Waterrijk gebied, de Maalbeek, Kromme Beek, Dommelbeek, Kasteelbeek en Weerdriesbeek doorkruisen het grondgebied van de gemeente. De Tjammelsbeek vormt de natuurlijke grens met Wortegem; de Nederbeek (Zijpte) vormt de grens in het zuiden van de gemeente. In het noorden van de gemeente, op de grens met Wortegem ligt de Tjammelsvijver, reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1770-1778) en in verband te brengen met de zogenaamd "’t Jammels kot molen" gelegen op het grondgebied van de gemeente Wortegem.

Sporen van oude bewoning, m.n. een neolitische nederzetting (5300-4200 voor Chr.) worden in 1917 ontdekt door de bekende oudheidkundige Juliaan Claerhout (1859-1929), de restanten worden gevonden in de buurt van het goed Ten Bulcke (Petegemstraat nr. 3). In de Gallo-Romeinse tijd wordt Anzegem doorkruist door de heirweg Kassel-Tongeren. Enkele vondsten van Romeinse munten duiden op een geconcentreerde aanwezigheid in het gebied.

De oudste vermelding van Anzegem dateert uit de 10de eeuw. In 960 schenkt een zekere Rodgerus "Ansoldingehem, villam mei iuris, cum ecclesia inibi fundata, cum domibus, terris, silva, pascius, pratis" (Anzegem met boerderij, kerk, huizen, gronden, bossen, weiden en graslanden) aan de Gentse Sint-Pietersabdij, op voorwaarde dat hij het tijdens zijn leven in vruchtgebruik mag houden. Aangezien de kerk, waarvan de Sint-Pietersabdij voortaan het patronaat bezit, zich op haar grondgebied bevindt, is de heerlijkheid tevens dorpsheerlijkheid. De abt is tevens de grootste tiendheffer. De schenking wordt in 1038 op vraag van graaf Boudewijn V bevestigd door koning Hendrik I van Frankrijk. In de 16de eeuw bestaan de bezittingen van de abdij uit de kerk, het goed Ter Kerken (Berglaan nummer 3), een windmolen (zogenaamd "Plaetsemolen" of "Kerckmolen") en gronden, samen 42 bunder groot.

De belangrijkste heerlijkheid in de parochie is niet de dorpsheerlijkheid maar de heerlijkheid Hemsrode, gehouden van het grafelijk leenhof De Stenen Man te Oudenaarde. Dit gebied behoort achtereenvolgens toe aan de families van Hemsrode (13de-14de eeuw), van Halewijn (14de eeuw), van Uitkerke (circa 1400), van Borsele (15de eeuw), van Brederode (begin 16de eeuw), de Crombach (16de eeuw), van Lumene, gezegd van Marke (16de eeuw), de Saint-Genois (17de eeuw), du Jardin (17de eeuw), du Mont (18de eeuw), de Beschade, Caters en de Thiennes. De heren van Hemsrode bezitten de feitelijke macht in de gemeente, zij kunnen uitspraken doen betreffende de hogere, middele en lagere justitie en zij mogen één van de zeven hoofdpointers van de kasselrij van Oudenaarde aanduiden. Dit leidt meermaals tot een conflict met de abt van de Sint-Pietersabdij die de eigenlijke dorpsheer is. Hemsrode bezit dertien achterlenen te Anzegem.
In 1660 wordt het kasteel van Hemsrode door Nicolaas du Jardin herbouwd; na de brand van 1940 verdwijnt het kasteel en wordt het koetshuis ingericht als verblijfplaats.

Andere heerlijkheden die geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van Anzegem liggen, zijn onder meer ten Bulcke (Petegemstraat nummer 3), Cambry, Groot- en Klein Weedries, Landergem (Landergemweg nummer 1), Wambeke, ter Schaegen (Schaagstraat nummer 86), ten Houtte (Vichtsesteenweg nummer 169), ter Moten (Kleine Leiestraat nummer 15), ter Craeyen. Daarnaast bezitten de dorpsheren van Vichte en Zulte gronden in de gemeente.
Op het grondgebied van de gemeente ligt tevens het zogenaamd "goed ter Broursen" (Stientjesstraat nummer 68), dat in 1238 geschonken wordt aan de Orde van de Tempeliers. Bij de afschaffing van de orde in 1312 gaat het goed over naar de Orde van de Hospitaalridders van Sint-Jan van Jeruzalem, de latere Orde van Malta. In 1565 wordt het tempeliersgoed geïncorporeerd in de nieuwe commanderij van Kaaster (Noord-Frankrijk).

Tot aan de Franse bezetting in 1795 behoort Anzegem tot de kasselrij Oudenaarde, waar het samen met Avelgem en Petegem, één van de drie Hoofdpointerijen van de Heuverkasselrij is. Na de afschaffing van de oude bestuursvormen valt de gemeente onder het departement van de Leie, later de provincie West-Vlaanderen, arrondissement Kortrijk.

Tijdens de godsdiensttroebelen (tweede helft 16de eeuw), krijgt Anzegem het zwaar te verduren. Door de plundertochten van de opstandelingen vanuit de kastelen van Zwevegem en Avelgem en vanuit het fort van Outrijve ligt negen tiende van de landbouwgrond er verlaten en onbewerkt bij. In 1581 is het bevolkingsaantal met twee derde gedaald.
In 1640-1644 wordt de streek gebrandschat door Franse troepen. De negenjarige oorlog (1688-1697) betekent wederom oorlogsgeweld en plunderingen door de Franse troepen, gelegerd in de buurt van Avelgem en door de Engelsen die strooptochten houden vanuit Helkijn.
Na de relatief rustige periode onder de Oostenrijkse Habsburgers breekt er in de jaren negentig van de 18de eeuw opnieuw een woelige periode aan. Om zich te kunnen beschermen tegen plunderende bendes richten de Anzegemnaars een vrijwilligerskorps op.

Volgens het tiende penningscohier telt Anzegem in 1574 vier windmolens, twee watermolens en één rosmolen. In 1782 zijn er nog drie windmolens met name de Kerkmolen (afgebroken in 1927 en vervangen door een elektrische molen), de molen te Landerghem (gebouwd in 1780 op de plaats waar reeds sinds circa 1418 een molen stond) en de molen te Cruy(ij)sweghe (afgebroken in 1894) en één watermolen, de molen van het goed te Walskerke. Op de Vandermaelen kaart (1850) wordt ter hoogte van de Tjammelsvijver een tweede watermolen aangeduid, de zogenaamd "Jammels Kot Molen", thans gelegen op het grondgebied van de gemeente Wortegem. De Zwijnsteertmolen, gebouwd in 1820, wordt in 1918 afgebroken. Thans bleven enkel de Landergemmolen en de watermolen te Wulfskerke of Walskerke, de enige nog werkende watermolen in West-Vlaanderen, bewaard.

In 1782 wordt een landboek van de gemeente opgemaakt, opdrachtgever was het Oudenaardse kasselrijbestuur of de "hoogpointers van de heuver ende neder casselrije van Oudenaerde" zoals vermeld in de aanhef. Het landboek, dat niet van kaarten is voorzien, is een aanpassing van een landboek opgemaakt in 1705, op zijn beurt een actualisering van een eerder landboek dat in 1656 wordt samengesteld door landmeter Francis Vander Stichelen. Het landboek verzamelt alle bebouwde en onbebouwde percelen van de gemeente, hun oppervlakte en hun eigenaars.
Volgens het landboek telt Anzegem in 1782 57 grote hofsteden, 157 kleine hofsteden en 135 huizen. Het bevolkingsaantal bedraagt circa 2130 mensen.

Op kerkelijk vlak behoort de parochie tot het bisdom Doornik, vanaf 1801 tot het bisdom Gent en in 1834 tot het nieuw opgerichte bisdom Brugge. De Sint-Janskerk behoudt nog de vieringstoren en enkele restanten van de kruisbeuk van de Romaanse driebeukige kerk uit de tweede helft van de 12de eeuw. In 1684-1686 wordt een nieuw koor gebouwd en in 1828 wordt de volledige benedenkerk afgebroken en vervangen door een driebeukige nieuwbouw onder één zadeldak. Na de oorlogsschade van de Eerste Wereldoorlog worden in 1926 grondige herstellingswerken doorgevoerd waarbij de drie beuken onder een afzonderlijk dak worden gebracht.
In 1925 wordt een hulpkerk gesticht aan de Heirstraat (huidige Vichtsesteenweg), pas in 1937 volgt de bestendiging van de nieuwe parochie met de bouw (1937-1940) van een kerk naar ontwerp van Remi Delarue, die ingewijd wordt in 1946.

In 1825 richt pastoor Carolus Deracke, samen met burgemeester P.A.J. Retnaert, een armenschool voor jongens en meisjes op. De gebouwen zijn in 1828 voltooid en in 1829 gaan de eerste lessen van start. Datzelfde jaar nog wordt een kwartier aangebouwd voor de huisvesting van wezen en ouderlingen. In 1830 wordt een Frans pensionaat (betalend onderwijs) voor meisjes opgericht.
Voor het onderhoud en de verzorging sticht men in 1834 het klooster van de Heilige Vincentius à Paulo (Kerkstraat nr. 86). Het gebouwencomplex groeit gestaag met onder meer de bouw van een kapel (1854-1857) naar ontwerp van de Kortrijkse architect Croquison en een vleugel voor het bejaardentehuis (1872-1873) naar de plannen van architect Peeters Vanhoeck (Gent). Thans zijn armenschool en pensionaat verdwenen en vervangen door een gemengde secundaire, technische en beroepsschool.
In 1921 wordt de vrije vaktekenschool opgericht; ze wordt echter reeds in 1949 weer afgeschaft wegens te weinig inschrijvingen.

Anzegem wordt in 1868 ontsloten door de aanleg van twee spoorlijnen met name Oudenaarde-Anzegem-Kortrijk en Anzegem-Waregem-Ingelmunster. Het huidige station (Statieplein nummer 3) wordt opgetrokken in 1895, het vervangt een ouder gebouw opgericht door een particuliere maatschappij. Een tweede station op de lijn Anzegem-Ingelmunster is gelegen aan de Vichtstesteenweg (wijk Sterhoek). De sporen van de lijn worden opgebroken in 1950, het stationsgebouw bleef bewaard en werd omgevormd tot woning.

Op 31 oktober 1918 wordt Anzegem door de geallieerde troepen bevrijd van de Duitse bezetters. Dit gebeurt echter niet zonder slag of stoot, in de voorgaande dagen laten 200 Anzegemnaars het leven bij Duitse gasaanvallen en talrijke woningen worden verwoest of beschadigd, zo ook de kerk en enkele schoolgebouwen. Op de Winterhoek wordt een begraafplaats ingericht voor gevallen Duitse soldaten, "Ehrenfriedhof nummer 108". In 1955 wordt het ontmanteld, de lichamen worden overgebracht naar de duitse begraafplaats te Menen-Wevelgem.

Vóór 1914 kent Anzegem geen noemenswaardige industriële bedrijvigheid, behalve wat vlas- en katoennijverheid. Na de oorlog vestigen zich hier enkele belangrijke textielbedrijven, die tot op heden de grootste werkverschaffers zijn.

Klein kerndorp bestaande uit centraal Dorpsplein en de uitvalswegen Berglaan, Kerkstraat, Wortegemsesteenweg en Statiestraat. Gaaf bewaard stratenpatroon, reeds herkenbaar op de Ferrariskaart (1770-1778) en op het landboek van de gemeente (1782).
Het dorpscentrum wordt gekenmerkt door aaneengesloten bebouwing, opklimmend tot in de tweede helft van de 19de eeuw. Enkel- en dubbelhuizen van voornamelijk rode baksteenbouw tevens ook aangepaste landelijke bebouwing.
Buiten het centrum wordt de gemeente getypeerd door landbouw. Een groot aantal hoeves, die tijdens het ancien régime de kern vormden van een heerlijkheid of van een achterleen bleven bewaard, onder meer het "Goed te Wulfskerke" (Kleine Leiestraat nummer 15), het "Goed te Schagen" (Schaagstraat nummer 86), het "Goed ten Houte" (Vichtsesteenweg nummer 169), het "Goed te Landergem" (Landergemweg nummer 1), het "Goed ter Moten" (Materzeelstraat nummer 22), het "Goed ten Heede" (Stientjesstraat nummer 64) en het "Goed ter Leijen" (Grote Leiestraat nummer 52). De hoeves sluiten aan bij het type met losstaande bestanddelen en waren voorheen volledig omwald, een uitzondering hierop is het "Goed Ten Bulcke" (Petegemstraat nummer 3) dat een gesloten opstelling kent en nooit omwald was. Verschillende hoeves ondergingen wel wijzigingen, enkele woonhuizen hebben aangepaste muuropeningen en (deels) vernieuwd schrijnwerk.
Het noorden van de gemeente wordt getypeerd door de aanwezigheid van de Spitaalbossen, terwijl bij de oostgrens van de gemeente het Bouvelobos op grondgebied Wortegem aansluit.
De industrie is gelokaliseerd in de nabijheid van het station met onder meer de "Ververij van Anzegem" in de Gijzelbrechtegemstraat. De meeste bedrijven zijn gericht op de textielnijverheid.

  • BOGAERT J., SANTENS F., Oorlog in de Gaverstreek: analyse van de bevrijding van Waregem, Ingooigem, Anzegem en Tiegem, oktober – november 1918, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 28, 2000, p. 169-312.
  • CASTELAIN R., De Fransen te Anzegem (18-5-1478) Vlaamse versie, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 4, 1976, p. 215-216.
  • CASTELAIN R., De Stenen Man: grafelijk leenhof te Oudenaarde, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 2, 1974, p. 107-116.
  • DE BORCHGRAVE O., "Ter Schaeghen". Een heerlijkheid te Anzegem in handen van een beroemde Italiaanse familie, in Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, 54, 1988, p. 315-322.
  • DE CLERCQ R., GOEMINNE L., SPELEERS F., Bevolking en grondbezit te Anzegem in de 18de eeuw, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 30, 2002, p. 347-382.
  • De landelijke gemeente 1944-1976 Anzegem, Anzegem, 1978.
  • DEPAEPE P., Bezittingen van de Gentse Sint-Pietersabdij te Anzegem, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 23, 1995, p. 237-266.
  • DESPRIET P., De heerlijkheid Anzegem, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 9, 1981, p. 89-94.
  • Dit is West-Vlaanderen, steden-gemeenten-bevolking, I, Sint-Andries, 1959.
  • DUCATTEEUW E., Het 18de-eeuwse landboek van Anzegem nader bekeken, in De Gaverstreke, 31, 2003, p. 209-225.
  • Een dorp in de West. Anzegem, de aanloop tot de Vlaamse Ardennen, in Curiosa, 33, 1995, p. 15-33.
  • HASQUIN H., Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, dl. 1, Brussel, 1980, p.43-44.
  • SANTENS F., CASTELAIN R., De heerlijkheid en de heren van Hemsrode, 1283-1990, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 18, 1990, p. 191-251.
  • SANTENS F., SPELEERS F., DUCATTEEUW E., Historische wandeling door Anzegem, in De Gaverstreke, 31, 2003, P. 95-130.
  • SPELEERS F., Anzegem tijdens de Franse Revolutie en het Franse Bewind (1792-1815, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 14, 1986, p. 133-169 en 15, 1987, p. 297-314.
  • SPELEERS F., Anzegem tijdens het Hollands bewind, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 21, 1993, p. 497-513.
  • SPELEERS F., DUCATTEEUW E., GOEMINNE L., Zoektocht door Anzegem in 1782 en 2003, in De Gaverstreke, 31, 2003, p. 131-160.
  • VANDERMAELEN L., Tiende penningcohier van Anzegem 1574, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring De Gaverstreke, 26, 1998, p. 335-368.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Callens T. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Anzegem, Deelgemeenten Anzegem, Gijzelbrechtegem, Ingooigem, Kaster, Tiegem en Vichte, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL27, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Anzegem

Anzegem (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Arendstraat

Arendstraat (Anzegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Balthazarstraat

Balthazarstraat (Anzegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Berglaan

Berglaan (Anzegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Berkenlaan

Berkenlaan (Anzegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Bevrijdingslaan (Anzegem)

Bevrijdingslaan (Anzegem)

omvat Bouvelobos en Hemsrode

Anzegem, Gijzelbrechtegem (Anzegem), Elsegem, Petegem-aan-de-Schelde, Wortegem (Wortegem-Petegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Buyckstraat

Buyckstraat (Anzegem)

omvat Gijzelbrechtegemstraat (Anzegem)

Gijzelbrechtegemstraat (Anzegem)

omvat Materzeelstraat (Anzegem)

Materzeelstraat (Anzegem)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Oudepontstraat (Anzegem)

Oudepontstraat (Anzegem)

omvat Schelde-Leie interfluvium tussen Waregem, Kruishoutem en Oudenaarde

Anzegem (Anzegem), Kruishoutem, Nokere, Wannegem-Lede (Kruishoutem), Heurne, Mullem, Oudenaarde (Oudenaarde),...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.