Oeselgem

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ plaats

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Dentergem
Deelgemeente Oeselgem
Straat
Locatie Oeselgem (Dentergem)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Dentergem (geografische inventarisatie: 08-01-2006 - 01-01-2007).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

ALGEMENE SITUERING

Woongemeente van ca. 1.780 inwoners en 461 ha, gelegen in de provincie West-Vlaanderen, arrondissement Tielt. Sinds 1977 is het een deelgemeente van Dentergem, net als Wakken en Markegem. Ten noorden en ten noordoosten wordt de gemeente begrensd door Gottem (Deinze), ten zuidoosten door Olsene (Zulte), ten zuiden door Zulte en ten westen en ten noordwesten door Wakken. Typische landbouwgemeente in een licht golvend landschap, gelegen in het zandleemgebied ten noorden van de Leie. Belangrijkste waterloop is de Leie. Enerzijds drie oude meanders van de Leie, die de grens met Oost-Vlaanderen vormen. Anderzijds de nieuwe, in 1934 rechtgetrokken loop van de Leie, waarlangs zich enige industriële activiteit ontwikkelt. De Vennebosbeek vormt gedeeltelijk de grens met Wakken, de Aalbeek loopt van west naar oost om uit te monden in de oude Leiemeander. Belangrijkste verkeersaders zijn de Wakkensesteenweg-Deinzestraat, die evenwijdig met de gekanaliseerde Leie de verbinding vormt tussen Wakken en Gottem en in het oosten van de gemeente de N 459 (Staatsbaan-Olsenesteenweg), die de verbinding vormt tussen Dentergem en Olsene.
Oeselgem is gelegen in het overgangsgebied van het zandlemige Plateau van Tielt naar het brede valleigebied van de Leie (meanderlobben en zandige donken).

Fysisch-geografische gegevens

Oeselgem behoort fysisch-geografisch zowel tot de uitlopers van het zandlemige Plateau van Tielt als tot de alluviale Leievallei. Het dorp ligt op de rand van het brede valleigebied van de Leie, daar waar de rivier een intensieve meanderstructuur heeft ontwikkeld. Ten behoeve van het scheepvaartverkeer werd de oorspronkelijke rivierloop gewijzigd (afgesneden en plaatselijk gedempt) en in verschillende aanlegfases vervangen door een gekanaliseerde vaarweg. Zwak golvend reliëf: van ca. 7,5 m tot ca. 15 m boven de zeespiegel. Het belangrijkste beekstelsel met kleine, smalle vallei (Aalbeek), watert zuidoostwaarts af naar de Leiemeander. Overige beekstelsels wateren af naar de Oude Mandel (via Vennebosbeek en Saaisenbeek).

De belangrijkste wegen van Wakken naar Gottem en Grammene (Wakkensesteenweg en Deinzestraat) en van Oeselgem naar Zulte (Brugstraat) doorsnijden de dorpskom. De weg van Dentergem naar Olsene (Staatsbaan en Olsenesteenweg) ligt afgescheiden van de dorpskom. Op de valleiflank van de Leie liggen oude handelswegverbindingen (Vijvestraat) richting Sint-Baafs-Vijve, Wielsbeke en Ooigem. De Leievallei met eertijds vochtige rivierdalgraslanden wisselt af met licht geprononceerde donken en kouterruggen met vruchtbaar open akkerland (grotendeels onderworpen aan ruilverkaveling).

HISTORISCHE INLEIDING

De herkomst van de naam Oeselgem is onduidelijk: afhankelijk van de auteur worden er twee theorieën geopperd. Enerzijds stelt men dat de naam terug te leiden is op de Germaanse samenstelling "Odsila-inga-heem" (woonplaats van de lieden van Odsila), waarbij Odsila een troetelnaam is voor Odo. Anderzijds, maar minder aannemelijk, beweert men dat Oeselgem "woonplaats waar de Leie kronkelt" betekent, afgeleid van oeselen (kronkelen).

De vondst van een hertshoornen kam in 1912 wijst op bewoning in de Frankische periode.

Een mogelijke eerste schriftelijke vermelding van Oeselgem is terug te vinden in een 10de-eeuws document van de Sint-Pietersabdij te Gent: "Hucalhem" dat "prope flumina Leia" gelegen is. Vanaf de middeleeuwen bezat de Sint-Pietersabdij eigendommen bij de dorpskerk. Latere vermeldingen zijn vermoedelijk verfransingen: Ulselenghien (1171) en Hulselenghien (1190). Vanaf 1218 komt de schrijfwijze Oselghem voor en vanaf 1337 Oeselghem.

De eerste vermelding van de parochie Oeselgem dateert uit 1362, een vermelding in de prebendenregisters. De kerk en de pastoor van Oeselgem worden voor het eerst vermeld in 1455. Vermoedelijk is de herkomst van de parochie echter vroeger, op het einde van de Karolingische periode te situeren. De Sint-Bertinus en Sint-Baafsabdij stichten in die tijd een groot aantal parochies op het grondgebied van het huidige bisdom Brugge. Anderzijds is het mogelijk dat de parochie haar verre oorsprong heeft in een koninklijk domein langs de Leie. De keuze van Martinus van Tours als patroonheilige wijst hierop.

Landbouwontginningen van de eerste bewoners zijn wellicht te identificeren met kouter- en donkarealen. Op de hoge en droge plateaugronden ontwikkelen zich tussen de 7de en de 12de eeuw de kouters als eerste grote permanent bewerkte stukken grond. Door gemeenschappelijk gebruik heeft dit landschap reeds vroeg een open karakter verkregen. Deze kouters hoorden bij het dorp (dorpskouters), ten zuidwesten van de dorpskern of bij een grote hoeve of landbouwuitbating (hofkouters).

Over de feodale structuur van Oeselgem is zeer weinig geweten. Enkel de evolutie van de dorpsheerlijkheid "Ten Walle" is in zekere mate gekend. Het foncier hiervan was gelegen aan de Leie. Het neerhof is heden nog bewaard (Heuvelhoekstraat nr. 35), maar het opperhof met motte en kasteel is verdwenen. Wie er in de 12de-14de eeuw in het bezit was van de dorpsheerlijkheid, is niet duidelijk. In 1259 wordt een Willem van Oeselgem vermeld en in 1337 en 1352 een Kathelijne van Oeselgem. Het is echter niet zeker of zij in het bezit waren van de dorpsheerlijkheid. In 1382 komt de naam Wouter van Uitkerke voor als één van de belangrijkste grondbezitters van Oeselgem. Nog steeds kunnen we echter niet met zekerheid zeggen of hij dorpsheer was. Vanaf 1421 wordt Roelant van Uitkercke vermeld als heer van Oeselgem, Heestert en de dorpsheerlijkheid "Ter Lake" in het nabijgelegen Zulte. Diens zoon, Jan, erft de heerlijkheid van Oeselgem, maar geraakt in financiële problemen en de dorpsheerlijkheid wordt verkocht aan de familie Van Gistel.
In 1452 wordt Oeselgem het toneel van een slag in het kader van de Zoutoorlog tussen de Gentenaars en Filips, de hertog van Bourgondië. Geeraert van Gistel is een trouwe vazal van de hertog van Bourgondië en staat toe dat een militair kamp opgericht wordt in Oeselgem om te bevoorrading van de Gentenaars in het gedrang te brengen. Als tegenreactie vallen de Gentse troepen Oeselgem aan. De dorpsmolen wordt vernietigd. Wat het lot van het kasteel aan de Leie is tijdens deze schermutseling is niet duidelijk. Vermoedelijk speelt het door zijn strategische ligging aan de Leie (tussen drie meanders in, waardoor men schepen reeds uren op voorhand kon zien) een belangrijke rol.

De dorpsheerlijkheid blijft in bezit van de familie van Gistel tot ca. 1480-90, wanneer ze verkocht wordt aan de familie Luceboone. Via een huwelijk komt het goed in handen van de familie de Gruutere, die sinds 1466 eigenaar is van de heerlijkheid Eksaarde. De de Gruuteres spelen een belangrijke rol in het Land van Waas en in Gent. In 1607 schenkt Philips de Gruutere de heerlijkheid Oeselgem aan zijn dochter Florence als bruidschat bij haar huwelijk met ridder Philip Lanchals, heer van Olsene, Dentergem en Gottem. In 1640 bevindt het kasteel van Oeselgem zich reeds in bouwvallige toestand.

In 1650 wordt een nieuwe pastorie gebouwd, grosso modo op de locatie van de huidige pastorie.
Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) rukt een deel van de Franse troepen op naar Deinze via Bavikhove, Ooigem, Wakken, Oeselgem, Gottem en Grammene. De oorlog laat vooral in de jaren 1694-1695 diepe sporen na met een groot aantal vluchtelingen en verpauperde mensen. Op het einde van de 17de eeuw valt Oeselgem zwaar ten prooi aan de ontvolking die geheel de streek van Tielt treft.
In 1694 wordt de kerk geplunderd en vervalt ze tot een ruïne. In 1720 wordt te Oeselgem een nieuwe kerk gebouwd, met behoud van enkele elementen van de oude, driebeukige gotische kerk.
In 1749 erft Anna-Isabella Lanchals de heerlijkheid Oeselgem van haar kinderloze broer. Hun bezit wordt verdeeld over haar drie zoons uit haar huwelijk met Jan-Frans de Kerckhove, die de stamvaders worden van de verschillende takken van de familie de Kerckhove: Gerard-Ferdinand-Jozef de Kerckhove d’Ousselghem. Zijn zoon, Emmanuel, is de laatste dorpsheer van Oeselgem. Volgens het landboek van Oeselgem door Jean-Baptiste van Huffel uit 1770 bezit hij ongeveer 62 ha eigendom, waaronder de dorpsmolen. Van het kasteel is op dat ogenblik enkel nog de omwalde motte zichtbaar.

Volgens het landboek was Oeselgem verdeeld in drie wijken. In het oosten de Pontwijk, zo genoemd naar de pont over de Leie gelegen in het zuiden van deze wijk en die voor de verbinding met Olsene zorgde. In het westen, aan de grens met Wakken, de Kerkwijk, alwaar de kerk, de dorpsmolen en de dorpskern gelegen waren. Ook herbergen "Den Aerent" (cf. Wakkensesteenweg nr. 2), tevens dienst doend als schepenhuis, en "Den Duerniet" (thans verdwenen), aan de grens met Wakken, waren in de kerkwijk gelegen. De Neerhoek in het zuiden wordt nagenoeg volledig afgesloten door een meander van de Leie en in het noorden begrensd door de dorpsweg van Oeselgem naar Wakken. In de Neerhoek bevinden zich het kasteel en de hoeve van de dorpsheer (cf. Heuvelhoekstraat nr. 35) en herberg "De Zwaan", die naar verluidt in 1790 niet meer vermeld wordt.

In 1795, bij het begin van de Franse overheersing, wordt een nieuwe gemeenteschool opgericht op de hoek van de Wakkensesteenweg en het Kerkplein. Tegelijkertijd wordt de kerk gesloten en het tabernakel vernield. Vanaf 1801 vonden er opnieuw eucharistievieringen plaats, maar de kerk is verworden tot een hulpkerk van Wakken. In 1828 wordt het schoolgebouw heropgebouwd en uitgebreid naar het zuiden toe. In 1872 verhuist de gemeentschool naar een nieuwe locatie in de Deinzestraat. In 1879 wordt de eerste vrije school van Oeselgem opgericht (cf. Wakkensesteenweg) en kent meteen een enorm succes: de zusters van 't gelove uit Tielt nemen de zorg voor het onderwijs op zich en de gemeenteschool staat leeg.

Op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw worden de belangrijke verkeersaders aangelegd: in 1873 wordt de as Staatsbaan-Olsenesteenweg aangelegd in de Pontwijk, als deel van de verbinding tussen Dentergem en Olsene. De Wakkensestenweg wordt aangelegd in 1894 om een nieuwe, snellere verbinding met Wakken te vormen als alternatief voor de bestaande verbinding via de Vijvestraat. In 1896 wordt in het verlengde daarvan de Deinzestraat rechtgetrokken en gekasseid. In 1912 wordt de Brugstraat aangelegd, samen met een nieuwe brug over de Leie. Hierdoor wordt de verbinding met Zulte tot stand gebracht, die al snel een belangrijke verkeersader wordt.
In 1914 beginnen de zusters aan de bouw van hun klooster in de Wakkenstraat, deze wordt afgewerkt na de oorlog. Oeselgem heeft zwaar te lijden onder de Eerste Wereldoorlog. Beide bruggen worden opgeblazen en kerk en de gebouwen in de omgeving ervan worden zwaar beschadigd onder Duits artillerievuur.
In 1934 wordt de Leie gekanaliseerd.
Ook in mei 1940 speelt Oeselgem een belangrijke rol in de gevechten. Opnieuw worden kerk en omgeving zwaar beschadigd.
Tot ongeveer 1960 is de vlasnijverheid een belangrijke bron van inkomsten voor Oeselgem. De baisse in de jaren 1955-1959 heeft echter een ineenstorting van deze nijverheid tot gevolg.
In 1977 worden de eerste steen en de laatste dakpan gelegd van een nieuwe sociale woonwijk "Vlassenhove", door de Waregemse sociale huisvestingsmaatschappij "Helpt Elkander".

RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN BOUWKUNDIG ERFGOED

De dorpskern en de kerk bevinden zich in het zuidwesten van de gemeente, net ten noorden van de oude loop van de Leie. Kerk gesitueerd net ten zuiden van de historische kern. Kleine historische woonkern, gekenmerkt door bebouwing daterend uit de jaren 1940 en 1950. De vroegere bebouwing is verloren gegaan ten gevolge van hevige gevechten tijdens W.O. II. Net buiten de kern bevindt zich wel oudere bebouwing uit de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Verder voornamelijk lintbebouwing langs de as Wakkensesteenweg-Deinzestraat en in mindere mate langs de Staatsbaan. Oudste bebouwing klimt op tot het einde van de 19de eeuw, in de vorm van hoeven en dorpswoningen, maar voornamelijk bebouwing uit het interbellum en van vlak na de Tweede Wereldoorlog: koppelwoningen, vrijstaande villa's en lijstgevels met aanpalende magazijnen. Aangevuld met 20ste-eeuwse alleenstaande eengezinswoningen. Net ten noorden van de historische kern bevindt zich een kleinere woonkern bestaande uit een verkaveling met sociale huisvesting uit het eind van de jaren 1970, aangevuld met 20ste-eeuwse alleenstaande eengezinswoningen.
Daarbuiten voornamelijk verspreide hoeves, vaak met een oudere kern (cf. vermelding van vele hoevesites op de Ferrariskaart (1770-1778)), maar zwaar verbouwd in de 20ste eeuw; bij één daarvan is de vorm van de vroegere ronde omwalling nog te herkennen op topografische kaarten (cf. Vaerestraat). Typerend voor de gemeente Oeselgem zijn de lijstgevels met contrasterende banden uit het interbellum, vaak per twee gegroepeerd met een tussenin gelegen magazijn.

BOSSU J., De pastoors van Oeselgem, in De Roede van Tielt, jg. 23, 1992, nr. 3, p. 112-113.
BOSSU J., Herstelling van Oeselgems kerk na de oorlog 1914 – 1918, in De Roede van Tielt, jg. 21, 1990, nr. 3, p. 162.
BOSSU J., Oeselgem en de geschiedenis van het onderwijs, Tielt, 1999.
BOSSU J., Petrus Jaille, pastoor van Oeselgem (1692-1728), kerkbouwer en jansenist, in De Roede van Tielt, jg. 20, 1989, nr. 2, p. 46-100.
BOSSU J., Pieter-Jan Buyse (1736-1817), pastoor van Oeselgem, en zijn proces (1790-1816), in De Roede van Tielt, jg. 19, 1988, nr. 1, p. 2-17.
DE CLERCQ R., GOEMINNE L. EN VANDEPUTTE M., Bevolking en grondbezit in Oeselgem tijdens de 18de eeuw, in De Roede van Tielt, jg. 32, nr. 4, 2001, p. 172.
DE CLERCQ R., GOEMINNE L., De heren van Oeselgem, in De Roede van Tielt, jg. 32, 2001, nr. 1, p. 3-9.
De Roede van Tielt, jg. 7, nr. 4, dec 1976, p. 163
DESEIJN E., Geschiedkundig en geografisch woordenboek der Belgische gemeenten., deel 2, p. 1001
DHONDT L., Oeselgem, in: Gemeenten van België, deel 2, p. 780-781.
Kerken in West-Vlaanderen, deel 1, parochiekerken decanaten Izegem, Lichtervelde, Roeselare, Staden, Tielt, Torhout, Roeselare, 1991, p. 113.
Oeselgem, in Dit is West-Vlaanderen, steden-gemeenten-bevolking, deel 2, St. Andries, p. 1232-1236.
TAELMAN L., Oeselgem, in HOLLEVOET F. e.a., De roede van Tielt. Als straten gaan... praten., Tielt, Heemkundige Kring 'De Roede van Tielt', 2005, p. 113.

Bron: Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Dentergem, Deelgemeenten Markegem, Oeselgem en Wakken, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL32, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Dentergem

Dentergem (West-Vlaanderen)

Geen afbeelding beschikbaar

omvat Vennestraat (Oeselgem)

Vennestraat (Dentergem)

omvat Vijvestraat (Oeselgem)

Vijvestraat (Dentergem)

omvat Volderstraat (Oeselgem)

Volderstraat (Dentergem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.