Duitse bunkerlinie Eerste Wereldoorlog

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ bouwkundig geheel

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Beveren
Deelgemeente Vrasene
Straat Galgstraat, Nerenhoek, Permanstraat, Polderstraat, 's Herenwilg, Zillebeek, Broekstraat
Locatie 's Herenwilg zonder nummer, Broekstraat zonder nummer, Galgstraat zonder nummer, Nerenhoek zonder nummer, Permanstraat zonder nummer, Polderstraat zonder nummer, Zillebeek zonder nummer (Beveren)
Status (deels) bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole bouwkundige gehelen (adrescontroles: 01-07-2009 - 31-08-2009).
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Duitse bunkerlinie Eerste Wereldoorlog

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Duitse bunkerlinie Eerste Wereldoorlog

Deze bescherming is geldig sinds 14-12-2010.

Beknopte karakterisering

Tags Eerste Wereldoorlog

Beschrijving

Bunkers van de 'Stellung Antwerpen', meer bepaald van de zogenaamde 'Westabschnitt'. Dit betreft een Duitse bunkerstelling uit de Eerste Wereldoorlog, van ongeveer 12 kilometer lang, gelegen tussen de Schelde stroomopwaarts en de inundaties van de polders op Linkeroever. Het betreft hier meer bepaald het deel van de bunkerlinie, gelegen tussen Fort Haasdonk en de Polder van Beveren.

'Stellung Antwerpen'

In 1914 bestond de Vesting Antwerpen uit drie opeenvolgende verdedigingslijnen: de Grote Omwalling (gebouwd in 1859-1864), de Veiligheidsomwalling en de Hoofdweerstandstelling. Verder was er een Scheldeverdediging. De Hoofdweerstandslinie, ook wel Buitenlinie genoemd, bestond uit een forten- en schansenlijn. Bij de belegering van Antwerpen in 1914 zouden vele forten bezwijken onder de zware Duitse artillerie of werden ze opgeblazen tijdens de terugtocht van de Belgen. Slechts 13 van de 33 werken van de Hoofdweerstandsstelling waren onbeschadigd in Duitse handen gevallen.

Reeds op 13 oktober 1914, drie dagen na de val van Antwerpen, nam het Duitse oppercommando het besluit om de Vesting Antwerpen opnieuw in staat van verdediging te stellen. Aan vele forten en schansen werden herstellingswerken uitgevoerd.

In de herfst van 1916 werd beslist versterkingen op te richten tegenover de Nederlandse grens: de 'Hollandstellung' en de 'Stellung Antwerpen-Turnhout' of 'Turnhout-Kanalstellung'. Rond Antwerpen werden de voor de Duitsers belangrijke fronten eveneens met bunkers versterkt. Er werden bunkerlinies opgetrokken tussen de Schelde stroomafwaarts en het Kanaal van Turnhout, de zogenaamde 'Nordabschnitt', met aansluiting op de 'Turnhout-Kanalstellung'. Tussen de Zenne en de Schelde stroomopwaarts werden bunkers van de zogenaamde 'Südabschnitt' aangelegd. Tussen de Schelde stroomopwaarts en de inundaties van de polders op de linkeroever tenslotte, de 'Westabschnitt', werden eveneens bunkers opgetrokken. In het noorden, ter hoogte van Vrasene, vond de 'Westabschnitt' aansluiting met de 'Hollandstellung'.

'Westabschnitt'

De stelling bestond uit drie opeenvolgende lijnen met loopgraven, over een totale diepte van 400 à 500 meter. In de eerste verdedigingslijn, dat bijkomend versterkt was met een dubbele draadhindernis, was het aantal bunkers het talrijkst. Op 100 meter afstand lag de tweede lijn, met een minder aantal bunkers. Op 400 meter daarvan lag de derde verdedigingslijn, met nog een beperkter aantal bunkers.

Op bepaalde plaatsen is de concentratie van betonnen verdedigingswerken bijzonder groot, op andere plaatsen loopt er slechts één bunkerlijn. Tussen de Schelde en Fort Steendorp, in het inundeerbare Schauselbroek, werden er geen schuilplaatsen gebouwd. Tussen Fort Steendorp en Fort Haasdonk, een front van 6 km breed, werden er 24 bunkers opgetrokken.

Tussen Fort Haasdonk en de Polder van Beveren bouwden de Duitsers zo’n 216 bunkers, bestaande uit elf verschillende types, waarvan er nu nog 147 exemplaren bewaard gebleven zijn. Vooral in de zone tussen de spoorlijn Gent-Antwerpen en de linkeroeverinundatie (ten noorden van de Galgstraat te Beveren / Vrasene) bleef de linie vrijwel intact bewaard. De linie bestond hier meestal uit twee verdedigingslijnen, met enkele concentraties rond vermoedelijke steunpunten.

Bij de aanleg van de bunkerlinies werd gewerkt met gestandaardiseerde ontwerpen, die uitgevoerd werden in gewapend beton. Deze bunkers moesten hierbij bestand zijn tegen een beschieting met veldartillerie en 15cm granaten. Kenmerkend zijn de één meter dikke wanden aan vijandszijde, de andere wanden meten 0,5 meter. De dakbedekking varieert tussen 0,6 en 0,8 meter, de fundamentsplaat is ongeveer 0,5 meter dik.

Van de verschillende bunkertypes zijn vooral volgende types bewaard: waarnemingsbunkers (klein, middelmatig en groot), schootsbunkers, kanonbunkers, mitrailleurbunkers (groot en klein), troepenbunkers, troepen of peleton-overstebunkers, transmissiebunkers en magazijnbunkers.

  • GILS R. 2001: Vesting Antwerpen. Deel IV. Bunkers en bunkerstellingen (1914-1945), België onder de wapens 19, Erpe, 12-27.
  • Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO002214, Duitse bunkerlinie te Beveren (Vrasene) (MERTENS J., 2010).

Bron: -

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Datum tekst: 2015

Relaties

maakt deel uit van Beveren

Beveren (Beveren)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Vrasene

Vrasene (Beveren)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.