Wederopbouw IJzerenleen

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ bouwkundig geheel

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mechelen
Deelgemeente Mechelen
Straat IJzerenleen, Vleeshouwersstraat
Locatie IJzerenleen 1-37, IJzerenleen 6-36, Vleeshouwersstraat 3 (Mechelen)
Status (deels) bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Mechelen historische binnenstad (actualisaties: 01-01-2007 - 06-12-2007).
  • Adrescontrole Mechelen historische binnenstad (adrescontroles: 10-12-2007 - 10-12-2007).
  • Inventarisatie Mechelen historische binnenstad (geografische inventarisatie: 01-01-1982 - 31-12-1982).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Wederopbouw IJzerenleen

Deze vaststelling is geldig sinds 08-11-2012.

Beschrijving

Plannen voor de heropbouw na de Eerste Wereldoorlog.

De IJzerenleen werd fel getroffen door de beschietingen en oorlogsbrand van 1914. Het grootste gedeelte van de oorspronkelijke bebouwing verdween. Men zag evenwel in dat de verwoestingen in het stadscentrum tot nieuwe mogelijkheden konden leiden. Stadsarchitect Ph. Van Boxmeer deed een voorstel tot reorganisatie van dit stadsdeel. Hierbij schonk hij vooral aandacht aan:

  • het verbreden van straten zoals Geitestraat, Blauwhondstraat, Borzestraat en Schaalstraat;
  • een nieuw rooilijnenplan;
  • de aanleg van een rechtstreekse verbinding van de Melaan, over de Begijnenstraat en IJzerenleen met de Bruul.

De IJzerenleen zou aldus een belangrijk verkeersknooppunt worden dat een oplossing bood voor de nieuwe verkeersnoden. Het plan werd om financiële redenen niet uitgevoerd. Naderhand werden de verbredingen van genoemde straten goedgekeurd doch heden zijn ze nog maar gedeeltelijk uitgevoerd.

Dat de wederopbouw eerst in 1922 vaste vormen aannam, was te wijten aan verscheidene factoren, onder meer de inmenging van verschillende commissies zoals "Union des Villes et Communes" en de "Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen". Terwijl de stad de nadruk wenste te leggen op het stedenbouwkundig element, wilden de Commissies vooral het pittoreske stadsbeeld bewaren. Pas na de oorlog, met de oprichting van een plaatselijke Commissie voor Stedeschoon (5 augustus 1918) kreeg het stadsbeeld als dusdanig de hoofdbekommernis. Dit werd volledig ingegeven door de drang tot het behoud van het kunsthistorisch patrimonium.

De mentaliteitsverandering blijkt uit de vernieuwde aandacht voor de prijsvraag in verband met de wederopbouw van de IJzerenleen. De idee voor de prijsvraag dateert van het begin van de oorlog. Op architecturaal gebied ontwikkelde zich toen een reactie op de niet streekgebonden en niet volksgeaarde negentiende-eeuwse bouwstijlen. Bouwkunst moest de uitdrukking zijn van de samenleving die haar ontwierp. De deelnemende architecten moesten zich bijgevolg laten "doordringen van den aard, van den stijl der oude gevels van Mechelen, en vooral het doel hebben de kunstgevels her op te bouwen, rekening houdend met de aard van den handel, die in dit kwartier altijd uitgeoefend is. Zij moeten niet alleen op de hoogte zijn der plaatselijke overleveringen en behoeften maar ook inlichtingen inwinnen bij elke eigenaar die zinnes is terug op te bouwen, ten einde de wenschen van de belanghebbende te kennen en alzo een practisch ontwerp in te dienen". De openingsdatum werd vastgesteld op 25 oktober 1915; naderhand uitgesteld tot na de oorlog. Richtlijn werd beperkt: "De bouwmeesters kunnen zich laten leiden door de oude stadsgevels mits inachtneming der handelsbevoegdheden".

Het stadsbestuur had geenszins de bedoeling het bekroonde ontwerp tot uitvoering te brengen. Uit de bekroonde ontwerpen zou de stad aanvankelijk een of meerdere gebouwen uitkiezen die samen een harmonisch geheel zouden vormen en de beste oplossing zouden bieden om een esthetisch kwartier te verwezenlijken. Naderhand werd besloten dat de wedstrijd enkel moest dienen om aanwijzingen te geven in verband met de wederopbouw. De perceelindeling moest behouden blijven. Van de oorspronkelijk zeventig deelnemers bleven er uiteindelijk slechts negen over. Het resultaat was bedroevend: de wederopbouw van de IJzerenleen, dat het pronkstuk moest worden van de wederopbouw omwille van de zeer belangrijke ligging en aanwezigheid van kunsthistorische gebouwen bleef uiteindelijk beperkt tot louter gevelarchitectuur. Deelnemende architecten waren: J. Aerts, H. Mardulijn, F. Segers, Van Heide (Gent), Van der Straeten en Gosseling (Brussel), A. van de Walle (Brussel), E. van Inschoot (Heusden - Gent), E. Van Steenbergen (Borgerhout - Antwerpen).

Het bekroonde ontwerp van H. Mardulijn bestond uit opgesmukte 18de-eeuwse gevels; de tweede plaats werd behaald door E. van Inschoot met een meer sobere gevelcombinatie; derde werd E. van Steenbergen, de enige die het waagde een ontwerp los van oude stijlvormen in te dienen.

De eigenlijke wederopbouw.

Bij de uiteindelijke wederopbouw, werd het middenplein vrijgelaten. Er ontstond wel een grondige wijziging in de straatnamen en nummering, zodat het moeilijk is oude gekende panden of huisnamen te vergelijken met de nieuwe, ondanks het feit dat de pandenindeling grosso modo behouden bleef. Ook de huisnamen bleven slechts gedeeltelijk bewaard.

Vooral het noordelijke deel werd vernield, het zuidelijk deel bleef min of meer behouden (nummers 40, 41, 42, 43-45, 44, 50-52, 51, 53, 61, 63, 64, 65-67, 66 en 68). Enkele panden werden aangepast maar behielden hun oude kern (nummers 55 en 57).

Slechts enkele panden werden vervangen door constructies die beantwoorden aan de toen heersende bouwmode.

Wat betreft de wederopbouwarchitectuur hebben we te doen met een historiserende "begeleidingsarchitectuur" waarbij niet geopteerd werd voor het kopiëren van de vooroorlogse toestand. Volgens oude foto's van rond de eeuwwisseling was de IJzerenleen eertijds immers voornamelijk gekenmerkt door classicistische of laat-classicistische bepleisterde lijstgevels, vaak in de 19de eeuw verhoogd met één bouwlaag. De bouwaanvragen werden voorgelegd aan de "Stedelijke Commissie voor Stedeschooon". Wanneer de gevel werd goedgekeurd als "kunstgevel", kon de eigenaar een toelage krijgen vanwege de stad, namelijk 25 % met een maximum van 6000 frank. voor de kosten der kunstwerken (dus niet voor gewone uitgaven voor het bouwen van een gevel).

De huidige architectuur betreft bijgevolg doorgaans varianten van traditionele bouwschema's met integratie van eigentijdse of gefantaseerde bouwelementen zoals erkers en balkons en met de nadruk op sterk uitgewerkte registers. De basisconceptie bleef die van diephuizen, hoewel nok niet altijd loodrecht op de straat is gericht.

De wederopbouw heeft in de eerste vredesjaren heel wat stof doen opwaaien en voldeed niet aan de esthetische eisen van vele kunstliefhebbers. Zo spreekt P.K. Peeters van een "afschuwelijke stijlmascarade".

Van een aantal huizen werden de bouwaanvragen teruggevonden en verzameld in een bundel "Kunstgevels" genoemd (nummers 1, 7, 8, 12, 17, 18, 25, 28, 29, 30, 31, 35 en 36) heden met aangepaste begane gronden.

De huizen in zogenaamde wederopbouwstijl kunnen opgesplitst worden in een zestal groepen al naargelang ze bepaalde traditionele bouwschema's benaderen of traditionele bouwelementen bevatten.

Neogotische gevels: nummers 13, 16, 31, 32, 37, veelal eenvoudige trapgevels waarvan nummer 16 met duidelijke art-nouveau-inslag (zie bogen boven vensters), nummer 32 getypeerd door variante van de zogenaamde Brugse travee, nummer 37 met volledig gefantaseerde topconstructie en fraaie pui.

Tot de neotradtionele gevels behoren de nummers 11, 19, 21, 23 en 27: sober uitgewerkte gevels van baksteen met minieme verwerking van natuursteen, meestal met getrapte top; nummer 11 met lichte renaissance-invloed, confer bekronend fronton en kantonnerende voluten.

Gevels met neoclassicerend barokuitzicht: nummers 6, 8, 9, 10, 12, 15 en 28, waarvan nummer 12 met régencemotieven. In- en uitgezwenkte topgevels (nummers 6, 9 en 12), verhoogde tuitgevel (nummer 8), verhoogde klokgevel (nummer 10), verhoogde halsgevels (nummers 15 en 28) met veelvuldig gebruik van pilasters voor de travee-indeling en kantonnerende voluten voor topconstructies.

De gevels met neorococo of neo-Lodewijk XV-uitzicht (nummers 1, 17, 26, 30 en 36) zijn hoofdzakelijk klokgevels met getoogde vensters en rocaillesluitsteen; deurvensters in schouderboogomlijstingen; topconstructies met kantonnerende voluten, vaak uitlopend op gebogen kroonlijst met strekse uiteinden al dan niet voorzien van bekronend topstuk. Nummer 26 biedt een tamelijk getrouwe weergave van neorococogevel.

Eclectische gevels met als dominante neobarokke (nummers 3, 18) of neorenaissance (nummer 7) elementen; nummer 20 is uitgesproken eclectisch en nummer 34 bevat fantasievolle barokelementen. Nummer 3 met mooie pui in eclectische stijl met neorenaissance-inslag.

  • PEETERS P.K., Hoe dient er gebouwd in de oude stadskern?, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 1942, p. 93-103.
  • REYNAERT P., De wederopbouw van het stadscentrum te Mechelen na 1914, Eindverhandeling aan K.U.L., 1982.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Datum tekst: 1984

Relaties

maakt deel uit van IJzerenleen

IJzerenleen (Mechelen)

omvat Stadswoning in wederopbouwstijl

Vleeshouwersstraat 3, Mechelen (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.