is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Domein landhuis Rodenburg
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Kasteel Rodenburg met omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Rodenburg
Deze vaststelling was geldig van tot
Het kasteel Rodenburg werd in 1902 opgetrokken in neo-Vlaamserenaissance-stijl naar ontwerp van architect Eugène Geefs. Vermoedelijk werd in 1906 de hovenierswoning 'Borgland' bijgebouwd.
Het kasteel genaamd 'Rodenburg' of 'Hovesche Hoekhof' werd in 1902-1903 opgetrokken naar ontwerp van Eugène Geefs. De bouwtoelating dateert van 19 mei 1902. De bouwheer van het kasteel, Oswald Moretus Plantin de Bouchout, zoon van Théodore Moretus de Bouchout en Jeanne van de Werve, trouwde in 1899 met Gravin Anne le Grelle. In 1902 kocht hij vier hectaren in de buurt van het ouderlijk kasteel, Domein Hof van Boechout. Op het terrein stonden toen een kleine woning en een hoeve. De hoeve werd gesloopt en met het gerecupereerde bouwmateriaal werd een hovenierswoning opgetrokken voor tuinarchitect en tuinman P.J. Herremans (1877- 1950). Deze L-vormige hovenierswoning genaamd 'Borgland' of 'De Garve' werd vermoedelijk gebouwd in 1906, aangezien de bouwtoelating dateert van 10 december 1905. De woning zou opgetrokken zijn naar ontwerp van aannemer Ch. Arion.
Na de dood van Oswalds ouders verkoopt het koppel in 1932 het goed en verhuist naar het Hof van Boechout. Op een plan uit 1932, opgemaakt naar aanleiding van de verkoop, staat het circa vijf hectare omvattende kasteeldomein afgebeeld. Het park is aangelegd in laat-landschappelijke stijl met een beperkt aantal wijd bochtende paden. De bochtende inrit loopt van naast de hovenierswoning tot aan het centraal ingeplante landhuis en loopt in een halve cirkel opnieuw naar de steenweg. Smallere wandelpaden beschrijven een ellips of volgen de grenzen van het park. Een aftakking van de Luitersheideloop is in het zuidwestelijke parkgedeelte opgestuwd om het effect van een slingerende vijver te evoceren. Binnen de aangegeven bebossing zijn twee zichtassen zichtbaar, eentje naar de Lintsesteenweg en een tweede vanaf het landhuis zuidwaarts naar het dorpscentrum.
Het domein onderging in de tweede helft van de 20ste eeuw nog verschillende wijzingen. Zo werd een deel ten zuiden afgesplitst en verkaveld. Daarbij verdween een deel van de oorspronkelijke oprijlaan. In 1985 werd ten westen van het kasteel een nieuwe vijver aangelegd.
Het beboomd kasteeldomein bevindt zich langs de grens van Hove met Lint en is door een kasseiweg verbonden met de steenweg. Het gebied wordt ten westen begrensd door de Lintsesteenweg en ten noorden en ten oosten door de Hoofsehoekloop en open ruimte. Een haag bakent het domein af langs de Lintsesteenweg.
Het kasteeltje is opgetrokken in neo-Vlaamserenaissance-stijl op een rechthoekige plattegrond. Het gebouw telt drie traveeën en twee bouwlagen onder een leien schilddak met in de getrapte gevels gevatte rechthoekige dakvensters en enkele dakkapellen. Het gebouw wordt gedateerd 1902 door middel van Romeinse cijfers in het dakvenster van de oostgevel.
Het bakstenen gebouw heeft een onderbouw van natuursteen waarin rechthoekige getraliede keldermonden zitten. De gevels zijn verder opgesmukt met gecementeerde banden, kordonlijsten, steigergaten en sierankers. De flankerende vierkante zuidtoren telt drie bouwlagen onder een leien tentdak met dakkapellen. Er bevinden zich een beglaasde houten veranda met ijzeren roedeverdeling en een terras aan de zuidzijde. De muuropeningen bestaan uit enkele kruis- en kloosterkozijnen en enkele tudor- en rondboogvensters. De tudorboogdeur met waterlijst wordt voorafgegaan door een bordestrap met ijzeren leuning. In het aangepaste interieur is de oorspronkelijke indeling nog gaaf bewaard. Ook bleven deuren, schrijnwerk, glas-in-loodramen en plafonds (deels) behouden.
De L-vormige hovenierswoning is vergezeld van een paardenstal en een koetshuis en werd opgetrokken in dezelfde stijl als het landhuis. De hovenierswoning is een éénlaags gebouw onder zadeldaken van mechanische pannen. De baksteenbouw rust op een gecementeerde plint en heeft gecementeerde banden. Verder wordt het gebouw gekenmerkt door enkele door trapgevels geaccentueerde traveeën en een ingebouwde vierkante toren onder een kunstleien tentdak tegen de oostgevel.
Nabij het kasteel staat een carbuurhuisje waar de lampen van het kasteel met gas werden gevuld. Het betreft een eenvoudige bakstenen constructie op natuurstenen parement. Het dak is bekleed met keramische rode dakpannen.
Het domein is toegankelijk van aan de Lintsesteenweg via de originele smeedijzeren toegangspoort tussen heropgebouwde bakstenen pilasters met speklagen, bekroond door een hardstenen bol. In het park dat zijn aanleg in laat-landschappelijke stijl behield zijn de originele wandelpaden uit aangestampte aarde bleven bewaard. De tot slingerende vijver opgestuwde aftakking wordt door twee tuinbruggen overspannen.
In het domein staan monumentale gewone beuken en in groep aangeplante bruine beuken, kastanjes, eiken en typische parkbomen zoals robinia’s, blauwe atlasceder, treurbeuk, hemlockspar, mamoetboom, beverboom en trompetboom, taxus- en hulststruiken en rododendrons.
Nabij de westelijke parkgrens ligt een in 1939 als onderdeel van de KW-Linie opgetrokken bunker.
De pijlerkapel in het dorpscentrum van Lint stond oorspronkelijk tegenover de hovenierswoning aan de ingang van het kasteeldomein. Dit neogotisch kapelletje uit 1903 met wapenschild van de familie Moretus, werd in 1921-1922 naar zijn huidige locatie overgebracht.
Auteurs: Wylleman, Linda; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)