erfgoedobject

Donkrandbeplanting van knoteiken

landschappelijk element
ID: 133189   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/133189

Juridische gevolgen

Beschrijving

In het zuidoosten van de Aarschotse deelgemeente Langdorp ligt op minder dan 100 meter van de Demer een zandige donk van ongeveer 80 hectare groot. Op deze plaats ligt de Roosmerenamer, een historische aanlegplaats langs de Demer. De donkrand is beplant met 22 knoteiken en opgaande bomen. Plaatselijk is er een houtwal aanwezig. De knoteiken komen voor in een deel van de Demervallei met een hoge concentratie aan donken. De donkranden in dit gebied zijn op veel plaatsen gemarkeerd met knotbomen. Op deze plaatsen ondervinden de bomen geen hinder van hoge (grond)waterstanden. De knoteiken bij de Roosmerenamerstraat zijn een representatief voorbeeld van donkrandbeplanting in de Demervallei.

Deze donk is deels beplant met Grove den (Pinus sylvestris), de rest is weiland. Deze omvangrijke donk kan qua historisch landgebruik in twee delen worden verdeeld. Op de kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik uit 1777 is het noordelijke deel van de donk een bos, terwijl het zuidelijke deel, waarop de bomen staan is aangeduid als heide. De wandkaart van het Hertogdom Aarschot opgesteld door Jan-Baptist Joris en voor Langdorp te dateren rond 1771 geeft een gelijkaardig beeld, met dat verschil dat hij de heide van de kabinetskaart weergeeft als grasland. Dit verschil dient niet geïnterpreteerd te worden als een verschil in landgebruik, maar als een verschil in de interpretatie van heischraal grasland. In 1822 wordt het zuidelijke deel van de donk als akker vermeld in het oorspronkelijk kadaster. Pas op de militaire kaart van 1931 wordt dit deel van de donk weer als grasland ingetekend. De aanplanting van Grove den (Pinus sylvestris) in het zuidoostelijke deel dateert waarschijnlijk van de jaren 1950. Het traditionele landschap is vrij goed bewaard, al zijn op het noordelijke deel van de donk deels verlaten weekendhuisjes aanwezig.

In het kleinschalige landschap van de streek vallen de knoteiken op door hun bijzondere snoeivorm. Het knotten van eiken was vroeger een wijdverspreide snoeivorm in de streek. Deze beheervorm raakte in onbruik, waardoor knoteiken de laatste decennia stelselmatig uit het landschap verdwenen. Het hout dat verkregen werd door het knotten van de eiken werd ondermeer gebruikt als rijshout, brandhout of loofvoedering. In de alluviale vlakte van de Demer zijn knoteiken meestal terug te vinden langs perceelsranden. Vaak werden zij op een aarden wal, dijk of donkrand aangeplant om te hoge (grond)waterstand te vermijden. In dit geval kan een verschil in landgebruik tussen de donk en de omliggende hooilanden een reden zijn geweest om een dichte beplanting aan te brengen op de donkrand. Hiervan kunnen de knoteiken een overblijfsel zijn.

De samenhang tussen het houtig erfgoed en de donkrand is essentieel. Als beplanting van een donkrand hebben de knoteiken een ruimtelijk-structurerende functie. Ze zijn landschappelijk ingebed en beeldbepalend. De bomen accentueren het kleine hoogteverschil tussen de donk en de alluviale vlakte, terwijl het lineair aspect van de bomenrij wordt benadrukt door de donkrand waarop zij staat.


Bron     : Beschermingdossier 4.001/20000/2331.1
Auteurs :  Kinnaer, Anse, Van Ormelingen, Jan
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Donkrandbeplanting van knoteiken [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/133189 (Geraadpleegd op 12-12-2019)