is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Landhuis Hof ter Vijvers
Deze vaststelling is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Landhuizen met omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Landhuis Hof ter Vijvers
Deze vaststelling was geldig van tot
Onder impuls van de Sint-Bernardsabdij van Hemiksem wordt op het terrein rond 1750 een eerste eenvoudige woning van één bouwlaag opgetrokken. Op de Ferrariskaart (1770-1778) staan twee volumes ingetekend samen met een kleine tuinstrook langs de straat in een voor de rest landelijke omgeving van weiden en akkers. Het goed wordt tijdens de Franse revolutie aangeslagen en komt in handen van hovenier Van Celst. Deze laat de woning verbouwen, waarna het als “Hof van Celst” op latere kaarten zal verschijnen. Na 1830 wordt N. Dhanis de nieuwe eigenaar. Hij laat het goed uitbreiden en noemt het “Groot Kempenhof”. Zijn zoon Michel Dhanis verhoogt later het gebouw met één bouwlaag en geeft het zijn huidige naam. Kaarten uit de eerste helft van de 19de eeuw tonen weinig van de aanwezige tuinaanleg. Ten noorden staan wel dienstgebouwen ingepland en centraal loopt een dwars op de weg georiënteerde beek over het terrein. Pas op de topografische kaart van 1868 wordt de aanleg van het omgevend parkje in landschappelijke stijl voor de eerste maal afgebeeld. De weinig gedetailleerde weergave leert dat het hoofdelement een grote C-vormige vijver, zich verbredend ter hoogte van het landhuis, als blikvanger fungeert. Het landhuis bevindt zich in de zuidoostelijke hoek van het domein, de bijgebouwen liggen binnen de beschutting van de vijver. De kaart laat vermoeden dat in het zuidwestelijk deel van het domein een “salon de verdure” aangelegd was. Op de topografische kaart van 1892 staat daarnaast ook het bochtende padenpatroon met twee tuinbruggen over de vijver aangeduid. Een ongedateerde postkaart beeldt één van beide tuinbruggen af met bruggenhoofden in cementrustiek en leuningen uitgevoerd in knoestarchitectuur (mogelijk daterend van na de heraanleg in 1908).
Leonce Van de Wouwer, kleinzoon van Michel en erfgenaam, verkoopt in 1904 het Vijverhof aan José Tinchant y Gonzalez. De nieuwe eigenaar laat in 1908 de bestaande woning vervangen door een nieuw landhuis naar ontwerp van architect Jan Jacobs, die ook voor het ontwerp van de siertuin ingestaan zou hebben. Op de topografische kaart van 1929 wordt in elk geval een gewijzigd padenpatroon afgebeeld, het groensalon is verdwenen en ook aan het volume van de bijgebouwen lijken wijzigingen uitgevoerd. Tinchant y Gonzalez bekostigd in 1939 de bouw van de nabijgelegen kapel Onze-Lieve-Vrouw van de heuvels.
Het rechthoekig landhuis van vier en vijf traveeën en twee bouwlagen onder een complexe leien bedaking wordt gekenmerkt door een zeker eclecticisme met traditionele elementen als kruiskozijnen, ezelsoren, overstekken, een radvenster en een portiek. De voorgevel wordt gemarkeerd door polygonale hoektorens, een erker en een ingangsportiek met balkon. Alle bijgebouwen waaronder de orangerie zijn ondertussen verdwenen.
Heden dicht bebost parkje met enkele als kleuraccent aangeplante bruine beuken, onder meer in de onmiddellijke omgeving van het landhuis. Bewaarde sporen van de aanleg in landschappelijke stijl uit de 19de eeuw en wijzigingen uit het begin van de 20ste eeuw. Naast de vijver bleef het padenpatroon deels behouden. Nabij het landhuis bevindt zich aan de vijveroever een kegelvormig heuveltje met ijskelder en bekroond met een polygonaal tuinpaviljoen. Het Digitaal hoogtemodel toont verder dat op enkele bijkomende plekken het reliëf kunstmatig werd verhoogd om de wandeling door het park afwisselender te maken.
Auteurs: Plomteux, Greet; Steyaert, Rita; De Borgher, Marc; Van der Linden, Geert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)