erfgoedobject

Villatuin uit het interbellum

landschappelijk element
ID: 134011   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134011

Beschrijving

Tuin uit het interbellum naar een ontwerp van Hector Casier rondom een villa uit dezelfde periode. Aanleg op het domein van het tijdens WO I vernielde landhuis van de familie Goupy de Beauvolers, ook gekend onder de naam Pink Chateau.

Een bescheiden buitenverblijf

Rond 1870 wordt op een eerder bescheiden terrein van iets minder dan 1 hectare langs de zuidzijde van de Meenseweg een landhuis met bijhorende lusttuin ingericht. De stafkaart van 1871 geeft een eerste beeld van de aanleg, waarbij het centraal gelegen landhuis van de straat wordt gescheiden door een niervormige vijver en de perceelsranden met een haag zijn afgeboord. Ten zuidwesten van de woning is op een rechthoekig omhaagd perceel de aanleg van een moestuin zichtbaar. De eigenaars, de Ieperse familie Gryspeerd, breidden het gebouwenbestand uit met een huis en stal ten westen van de woning en palend aan de straat. Zoals blijkt uit de mutatieschets van 1879 wordt ook het huis dat zich op gelijke hoogte ten westen van het landhuis bevond aangepakt. Het pand verdubbeld in omvang en krijgt een nieuw gebruik als stal. Enige jaren later wordt, volgens de mutatieschets van 1885, het landhuis langs beide zijden met een travee uitgebreid tot een rechthoekig volume van vijf traveeën en twee bouwlagen. Het met leien bedekte mansardedak dat enkel de drie oorspronkelijke traveeën bedekt, bezit ter hoogte van de uitspringende middentravee een dakvenster met voluten. De tijdens de eerste Wereldoorlog roze gevelbepleistering bezorgt het landhuis de naam ‘Pink Chateau’.

Op de stafkaart van 1883 is duidelijk zichtbaar hoe gewild de Meenseweg als locatie voor buitenverblijven van adel en burgerij in deze periode was. In de onmiddellijke nabijheid van het Pink Chateau bevinden zich reeds vier domeinen. De weinig gedetailleerde kaart toont een aanleg bestaande uit dicht beplante perken doorsneden met een uitgebreid padentracé. Op het einde van de 19de eeuw wordt het landgoed aan jonkheer Alfred Leopold de Florisone en barones Zoë-Marie-Louise de Serret verkocht en komt vervolgens via huwelijk in het bezit van Idesbald-Hector Goupy. Deze laat in het begin van de 20ste eeuw in de nabijheid van de moestuin twee ‘broeikassen’ optrekken. De vernietigende oorlogsjaren sparen ook het Pink Chateau en zijn tuinen niet. Alle gebouwen worden vernietigd met uitzondering van het bakstenen bouwwerk grenzend aan de huidige garage, waarin zich nog een Britse betonconstructie bevind. Het terrein ten westen van het landhuis wordt vanaf 1916 als het Menin Road South Cemetery ingericht.

Na de oorlog ontwerpt architect H. Landtsheere een kleiner eclectisch dubbelhuis op dezelfde locatie. De villa in gele baksteenbouw met gebruik van rode baksteen voor negblokken en banden rust op een arduinen sokkel. In 1978 koopt gewezen architect Stefaan Grimmelprez de woning aan.

Het ontwerp van Hector Casier

De naoorlogse tuin is een ontwerp van de Ieperse tuinarchitect Hector Casier (†1958). Deze ‘hofbouwmeester’ verwierf na de beëindiging van zijn studie aan de Gentse tuinbouwschool in 1904 een zekere faam in en rond Ieper. Zo was hij vanaf 1932 een tijdlang voorzitter van de Ieperse Koninklijke Hofbouwmaatschappij en kreeg hij de opdracht om een ontwerp voor het wandelpark op de Ieperse vesten uit te tekenen. Bij de aanleg voor de tuin van het Pink Chateau herneemt Casier een aantal vooroorlogse elementen. Zo behoudt de vijver zijn herkenbare niervorm en blijft de locatie van de moestuin ongewijzigd. De toegang vertrekt rechtsreeks vanaf de Meenseweg ten noorden van de woning. Twee vierkante hekpijlers van blauwe hardsteen, uitgevoerd in opus incertum, op een balkvormig voetstuk flankeren een smeedijzeren hek van afwisselend lange en korte ronde spijlen met lanspunten waarvan de bovenregels uitlopen in sierlijke krullen. Een beplanting met afwisselend goudenregen (Laburnum anagyroides) en roze bloeiende tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata ‘Rosea’) begeleidt de licht afbuigende oprijlaan met twee sporen in kiezel die eindigt bij een kleine rotonde aan de woning en garage. De heden in onbruik geraakte moestuin ten zuidwesten van de woning is deels afgeboord met een recent herstelde moestuinmuur en bewaart nog restanten van koude bakken. De tuin is aangelegd op redelijk vlak terrein, enkel het deel ten zuidoosten van de woning vertoont een lichte glooiing naar de punt van het terrein toe. Het is op deze verhevenheid dat in de jaren 1970 een kleine boomgaard met halfhoogstambomen werd aangelegd, deze werd ondertussen met jonge aanplant aangevuld. De aanleg tussen de villa en de straat wordt gedomineerd door de niervormige vijver met treurwilg (Salix alba ‘Tristis’) en een hermaakt, witgeschilderd smeedijzeren bruggetje op boogvormige metalen spanten met houten beplanking waarvan de leuning werd uitgewerkt met sierlijke krullen en tegenkrullen. Een haag van haagbeuk langs de perceelgrenzen ten noorden en oosten, en twee begeleidende boomgordels verlenen de bewoners de nodige privacy.

Het aanwezige gevarieerde bomenbestand dateert grotendeels uit de naoorlogse periode, maar langs de randen van de oostelijke en zuidelijke perceelsgrenzen bevinden zich nog een aantal oude gewone haagbeuken (Carpinus betulus), waarvan een deel mogelijk teruggaat op de vooroorlogse haagaanplanting. Het bestand van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), gewone hazelaar (Coryllus avallena), bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea), zomereik (Querqus robur), Amerikaanse eik (Quercus rubra), grootbladige linde (Tilia platyphyllos), vederesdoorn (Acer negundo), zuilvormige taxus (Taxus baccata ‘Fastigiata), walnoot (Juglans regia), ruwe berk (Betula pendula) en grauwe els (Alnus glutinosa) werd recent aangevuld met een aantal jonge Japanse notenbomen (Ginkgo biloba) en een gewone treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’).

Als onderbeplanting treffen we onder meer mahonia (Mahonia aquifolium), zuurbes (Berberis thunbergii), kleinbladige klimop (Hedera helix), sneeuwbes (Symphoricarpos albus ‘laevigata’), gele kornoelje (Cornus mas), sneeuwbal (Viburnum rhytidophyllum), rododendron (Rhododendron species), laurierkers (Prunus laurocerasus), zoete kers (Prunus avium), bamboe (Phyllostachys viridis) en boshyacinthen (hyacinthoides non-scripta).

De huidige eigenaar - die de geest van het ontwerp wist te bewaren - kleedde de tuin aan met een aantal natuurstenen relicten, waaronder de restanten van een roosvenster.

Merkwaardige bomen
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimers weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • Haagbeuk (Carpinus betulus) 184
  • Zomereik (Querqus robur) 223
  • Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropurpurea’) 214
  • Esdoorn (Acer pseudoplatanus) 195
  • Witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum) 172

  • Mondelinge informatie over de aanleg van de familie Grimmelprez (juli 2012).
  • Kadaster West-Vlaanderen, mutatieschetsen Ieper, afdeling I, 1879/11, 1885/26,1899/9,1907/22, 1909/12, 1927/37.
  • Priem V. 1996: Kastelen en landhuizen in Groot-Ieper, Ieper.

Bron     : -
Auteurs :  Michiels, Marijke, van den Bossche, Herman
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villatuin uit het interbellum [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134011 (Geraadpleegd op 10-08-2020)