erfgoedobject

Park van het Kasteel Hoogpoort

landschappelijk element
ID: 134030   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134030

Beschrijving

Park in landschappelijke stijl van bijna 14 hectare met oude kern, aangelegd rond een in 1908 gebouwd neoclassicistisch kasteel en heraangelegde molenvijver, voor de helft bebost.

Broderies en blokken

De oudste afbeelding van Hoogpoort op een figuratieve kaart in het kaartboek van de abdij van Affligem, opgemaakt door Joos De Deken in 1717, wijkt wat de gebouwen betreft af van de bijna gelijktijdige "Kaerte Figuratieve van de goederen van 't hoff te Vrythout ende de hooge Poorte" (1718) van J.-B. Van Rossem. Tekent De Deken een hofstee van drie losse gebouwen rond een neerhof, dan wordt op de kaart van Van Rossem duidelijk dat het niet zomaar om een keuterboerderij gaat. Een vierkante toren met spits tentdak en windvaan leunt aan tegen de grootste, zuidelijke vleugel – een gebouw van één bouwlaag met grote ramen en dakkapellen, ongetwijfeld een 'huis van plaisantie'. De twee andere vleugels – de woning van de pachter, de stallen en schuren – ogen veel bescheidener. Het neerhof met een centrale waterput wordt langs de westzijde afgesloten door een omheinde siertuin. Deze configuratie is nog min of meer herkenbaar op een figuratieve kaart in 1749 opgemaakt door C.J. Everaert in opdracht van de toenmalige eigenares, Barbara Leyniers, een lid van de befaamde Brusselse familie van wandtapijtwevers, nazaat van Urbain en Daniël Leyniers, maar de toren komt er niet op voor. Ook de 'Cense de Vrijthout' op de Ferrariskaart (1771-1775) en zelfs het gebouwencomplex dat onder de perceelnummers 327 en 328 op de Primitieve kadasterkaart van 1823 wordt afgebeeld, vertonen nog grote gelijkenis met Van Rossems kaart.

Het aanlegpatroon rond Hoogpoort onderging tussen 1718 en 1749 opmerkelijke wijzigingen. In 1718 was de aanleg beperkt tot circa 1,5 hectare in de onmiddellijke omgeving ten noorden van het hof. Meer dan de helft daarvan bestond uit boomgaard, maar tegen de westzijde van het landhuis lag een met loofwerk ('broderies') opgesmukte parterretuin van bijna een halve hectare. Dertig jaar later is op die plek nog een in bedden opgedeelde siertuin aanwezig, kleiner dan die van 1718, want meer dan de helft van de oude parterretuin werd omgezet in een boomgaard. Het oude boomgaardperceel wordt door Everaert voorgesteld als weiland met een ronde waterpartij. De aflopende helling ten noorden van het landhuis – in 1718 nog akkerland – is een groot bosplantsoen geworden, dat door een dambordpatroon van dreven in tien gelijke blokken wordt opgedeeld. Het valleitje dat de westrand van dit plantsoen vormt, herbergt een 'watertrap', een opeenvolging van drie vijvers, en onderaan de helling, aan de noordrand van het plantsoen en in het alluvium van de Waalborrebeek-IJsenbeek, liggen nog zes kleinere vijvers. Die sluiten qua vorm (rechthoek) en ligging aan bij het blokkenpatroon van het plantsoen. De voorstelling van het plantsoen suggereert een regelmatige quincunx-aanplanting; naar de boomsoort(en) heeft men te raden. Zowel de bedden van het parterretuintje als de vijvers en de blokken van het plantsoen zijn met hagen of palissaden (weergegeven met puntjes) afgezoomd. De hele compositie volgt de oriëntatie van de gebouwen en wordt als het ware afgerond door een halfronde, circa één hectare grote, met hoogstammige bomen omzoomde vijver bij de Waalborrebeek-IJsenbeek. Het blokkenplantsoen met de vijvers, dat circa 4,5 hectare beslaat, wordt door een dreef gescheiden van de ruimte met het landhuis en de parterretuin. Dit landschap vinden we in grote lijnen terug op de Ferrariskaart (17711775). De aanleg met zijn assen en regelmatige blokken beantwoordt aan het ideaal van rationaliteit en overzichtelijkheid, dat rond 1750 hoogtij viert en waarin nut (viskweek, houtproductie) en sier elkaar in evenwicht houden.

In de Primitieve kadastrale legger (1831) staat Hoogpoort, samen met 34 hectare omliggende landerijen, op naam van Joseph Leyniers. Als de waterput van 1718 beantwoordt aan het blauwe rondje op de grens tussen de percelen 528 en 529, dan lijkt het niet onmogelijk dat de vleugel tussen 526 en 528 overeenstemt met het oude 'huis van plaisantie', maar met zekerheid valt dit niet uit te maken. Van de omheinde tuin met de broderieparterres en van de vijvers valt niets meer te bespeuren. Hoogpoort ademt onopgesmukte landelijke eenvoud, maar het dambordpatroon van wegen in het bosplantsoen (nr. 523) wordt nog in stippellijn weergegeven. Twee percelen tuin (nrs. 525 en 526, samen ongeveer 30 are) en een hopakkertje (nr. 530) – de hopteelt was en is nog steeds belangrijk in de streek van Asse – zijn de enige tekenen van horticulturele activiteit; voor de rest: weiden en bossen. De grote vijver (perceel 536) in het dal van de Waalborrebeek-IJsenbeek noch de bijhorende watermolen waren eigendom van Leyniers. Twee van de gebouwen werden rond 1835 gesloopt. In 1840 verkocht de weduwe Leyniers het landgoed aan haar schoonzoon, notaris Joseph Crick.

Rustieke eenvoud

De nieuwe eigenaar, die zich als één van de grootste grondeigenaars van Asse zal ontpoppen (177 hectare bij zijn overlijden in 1876), slaagde erin om ook de IJzenbeekmolen en de molenvijver (perceel 536) te verwerven. Rond 1860 liet hij het merendeel van de gebouwen van Hoogpoort afbreken. Er bleef slechts een gedeelte bewaard van wat (naar wij veronderstellen) het oude 'huis van plaisantie' was. Dit werd in het begin van de jaren 1890 door Prosper Crick vergroot en ook nadien nog verbouwd en aangepast, onder meer voorzien van een bakstenen parement. De huidige constructie omvat één bouwlaag onder een leien zadeldak en een verankerde, torenvormige travee van twee bouwlagen in de zuidwestelijke hoek. De hoekkettingen, steigergaten, muurbanden en kwarthol geprofileerde dagkanten – alle van zandsteen – verwijzen naar de oude kern. Dit wordt bevestigd door de cartouche met het jaartal 1650 of 1659 in de zuidoostelijke gevel, waar trouwens ook sporen zijn van een gedichte poort.

De term 'lusttuin' of 'lustgrond' blijft afwezig in de kadastrale legger. Op de stafkaart van 1875 wordt een groot gedeelte van de helling naar de IJzenbeek – het Primitieve bosperceel 523 (4,5 hectare) – nog als bos afgebeeld, volgens de kaartlegende: hakhout met enkele eilandjes van hoogstammige bomen. Bovendien werd het niet beboste gedeelte van de helling naar de molenvijver met fruitbomen beplant – een boomgaard van bijna 6 hectare die op de volgende stafkaarteditie (1891) in beeld komt. In 1891 heeft de molenvijver nog altijd zijn Primitieve, bijna rechthoekige vorm. Pas in 1894 wordt in de onmiddellijke omgeving van het landhuis door het kadaster een 'lusthof ' afgebakend van 1 hectare 85 are. In 1905 wordt het domein Hoogpoort verkocht aan een zekere René Florin. De weergave van het landgoed met watermolen, molenvijver, bebost park en boomgaard op een verkoopsaffiche van 1905 sluit bijna naadloos aan bij het stafkaartbeeld van 1891. De molenvijver maakt geen deel uit van het park. De affiche voegt echter nog enkele interessante details toe: de acht eilandjes in de molenvijver, daarbij nog twee kleine onregelmatige vijvers en twee nog bestaande heuveltjes, respectievelijk 6 en 8 m hoog.

Neoclassicistisch kasteel in een park in landschappelijke stijl

Florin liet 40 m ten westen van het oude landhuis het huidige neoclassicistische kasteel optrekken – een beraapt en beschilderd gebouw van twee bouwlagen met sobere lijstgevels onder gecombineerde leien schilddaken. Voor de geprofileerde omlijstingen, de geblokte hoekpilasters en het parement van het souterrain werd blauwe hardsteen gebruikt. Het middenrisaliet van de zuidoostgevel met een driehoekig fronton en de erkerachtige, door driekwartzuiltjes geflankeerde ingang benadrukken het kasteelkarakter. De boomgaard tussen de vijver en het nieuwe kasteel werd opgeruimd. In de kadastrale legger verschijnt als decor voor het nieuwe kasteel een 'lusthof ' van bijna 14 hectare, die zich ook op de stafkaarten aftekent. De vijver zelf kreeg landschappelijke, vloeiende contouren, een versmallende appendix langs de oostzijde (uiteraard met een brugje over de versmalling) en drie, met moerascipres (Taxodium distichum) en treurwilg (Salix alba 'Tristis') getooide eilandjes.

Het bos van 4,5 hectare ten noorden van het kasteel bleef grotendeels behouden; de naar het kasteel gekeerde zuidrand kreeg wat golving en de rechte wegen maakten plaats voor een net van slingerpaden. Diverse beuken (Fagus sylvatica) met stamomtrekken van meer dan 4,5 m in dit gedeelte herinneren nog aan het vroeg-19de-eeuwse bos. Bosbingelkruid (Mercurialis perenne), daslook (Allium ursinum) en boswederik (Lysimachia nemorum), veelal beschouwd als indicatoren van 'oud bos', komen hier veelvuldig voor. De 'vista' tussen de vijver en het nieuwe kasteel werd aan de zuidzijde door een smalle strook van hoogstammig groen afgezoomd. Op het 8 m hoge heuveltje langs deze vista heeft mogelijk ooit een paviljoen gestaan. De aanplantingen die in het kader van deze heraanleg werden uitgevoerd, bleven beperkt tot courante soorten: beuk, soms bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone plataan (Platanus x hispa­nica), zilverlinde (Tilia tomentosa), rode bastaardpaardenkastanje (Aesculus x carnea) en een enkele gleditsia (Gleditsia triacanthos).

Florin overleed in 1909, toen de bouw- en aanlegwerken nauwelijks voltooid waren. De snel elkaar opvolgende eigenaars lieten de door Florin aangebrachte ordening grotendeels intact. Het zwembad aan de rand van het ereplein ten zuidoosten van het kasteel is van recente datum.

Merkwaardige bomen (opname 18 juli 2000)
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeters weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 3. gewone es (Fraxinus excelsior) 361
  • 8. zomereik (Quercus robur) 334
  • 13. gewone beuk (Fagus sylvatica) 481
  • 15. gewone beuk (Fagus sylvatica) 475
  • 16. gewone beuk (Fagus sylvatica) 475
  • 33. gewone beuk (Fagus sylvatica) 455
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, oudste kadastrale legger 212 Asse, art. 503 nrs. 51-60, 64 en 71-72; art. 1047 nrs. 39-49, 245-248, 262-263, 287-292 en 297-298; art. 4460; art. 4890.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, oude kadastrale legger 212A Asse, art. 5687.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, kadastrale opmetingsschets Asse 1835 nr. 42, 1862 nr. 11, 1894 nr. 70 en 1909 nr. 1.
  • "Kaerte Figuratieve van de goederen van 't hoff te Vrythout ende de hooge Poorte competerende Sr. Platteborse Gestaen ende Geleg­ hen onder de Vryheyt van Assche, Capelle ende Ter Nath", getekend door J.-B. Van Rossem, 12 oktober 1718 (verzameling De Clippele-Crick, Asse).
  • DELMARCEL G., Het Vlaamse wandtapijt, Tielt, Lannoo, 1999.
  • KENNES H. met medewerking van VAN DAMME M., Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed: gemeente Asse, Brussel, Afdeling Monumenten en Landschappen, 2005, p. 34-35.
  • OCKELEY J., Kaartboek van de abdij van Affligem 1717-1752, Brussel, Algemeen Rijksarchief, 2003.
  • TACK G. e.a., Bossen in Vlaanderen, Leuven, Davidsfonds, 1993, p. 267.
  • WAUTERS A., Les tapisseries bruxelloises. Essai historique sur les tapisseries et les tapissiers de haute et de basse-lice de Bruxelles, Bruxelles, veuve J. Baertsoen, 1878 (herdruk Editions Culture et Civilisation 1973).

Bron     : DENEEF, R., 2011. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Noordwestelijk Vlaams-Brabant: Affligem, Asse, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Meise, Merchtem, Opwijk, Wemmel, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Kennes, Hilde, Wijnant, Jo
Datum  : 2011


Relaties

  • Omvat
    Kasteel Hoogpoort
    Hoogpoort 6-8 (Asse)

  • Is gerelateerd aan
    Watermolen IJzenbeekmolen
    Terlindenweg 142 (Asse)

  • Is deel van
    Hoogpoort
    Hoogpoort (Asse)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Park van het Kasteel Hoogpoort [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134030 (Geraadpleegd op 17-10-2019)