erfgoedobject

Tuin van het Kasteel Groeneveld

landschappelijk element
ID: 134044   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134044

Beschrijving

Landhuis met pachthoeve uit de 18de eeuw, verbouwd aan het begin van de 20ste eeuw met bijkomende verfraaiingswerken in beaux-artsstijl in 1917 naar ontwerp van architect Louis Sauvage; landhuis omgeven door park in landschappelijke stijl, oorspronkelijk 1 hectare, aangelegd rond 1800 tegen de achtergrond van een symmetrisch bos; vergroot tot circa 3 hectare en verrijkt met een vijver in de loop van de 19de eeuw; vlak voor de Eerste Wereldoorlog heraangelegd tot een symmetrische 'Franse' tuin met een axiaal 'kanaal' als spiegelvijver.

Van Vrooneveldt tot Groeneveldt

Het pachthof 'Vroonevelt' – veld dat bij een 'vroonhof '(dit is het herenhof, landgoed van de heer) hoort – was oorspronkelijk een leengoed van de heren van Grimbergen en bleef dit volgens A. Wauters minstens tot 1474. Het werd op het einde van de 15de eeuw eigendom van de abdij van Grimbergen. Een figuratieve kaart in het kaartboek van de abdij van 1699 geeft het pachthof weer als een U-vormig complex met losstaande bestanddelen, geopend naar de westzijde. De woonvleugel (evenwijdig met het kanaal Brussel-Willebroek, de "Brusselsche Schipvaert"), de noordelijke stalvleugel en de zuidelijke dwarsschuur waren gegroepeerd rond een binnenplaats met een waterput. Het geheel was volgens het bijbehorende register aan de zuidzijde toegankelijk via een "voordreve" met "uitwegh tot aan de dijk". De dreef liep door tot aan "het ongeroijt bosch", dat op de Ferrariskaart "Rol­lekots bosch" en vanaf de Primitieve kadasterkaart (circa 1821) "Katter Meuter bosch" zal genoemd worden. Hij boog dan af in noordelijke richting en volgde, evenwijdig met de vaart, de westrand van het bos om te eindigen bij een strook van vier bomenrijen aan de noordpunt van het bos. Het woord 'ongerooid' in het register bij het kaartboek en de talrijke bostoponiemen in de omgeving ­ (onder meer het Bos van Aa, Zemst-Laar, Kapelle-op-den-Bos) wijzen op de (toen nog) recente ontginning van een gebied dat in de 16de eeuw nog dicht bebost was – een gebied met een voor de landbouw weinig aantrekkelijke bodemgesteldheid, want het bestond grotendeels uit vochtige tot natte, podzolachtige zandleembodems. De ontbossing werd mogelijk op gang gebracht of versneld door de aanleg van de vaart Brussel-Willebroek in 1560-1561. Op de kaart van 1699 wordt het Kattemeuterbos, ongeveer 40 hectare groot, zonder wegen maar met twee vennetjes afgebeeld, getuigen van een gebrekkige waterhuishouding.

Volgens de Ferrariskaart (1771-1775) lag de pachthoeve 'Groeneveldt' in plaats van 'Vroonevelt' – de volksetymologie had ondertussen toegeslagen – in een rechthoekig omhaagd terrein, circa 3 hectare groot, met ten westen en ten noorden de moestuinen en ten oosten een grote boomgaard. De hoeve wordt op de Ferrariskaart vermoedelijk in spiegelbeeld (met de opening naar het oosten) weergegeven. De dreef van de vaart naar het bos en langsheen de westelijke bosrand wordt met vier rijen bomen afgebeeld. Het bos wordt nog als een ongestructureerde massa voorgesteld, zonder wegen of paden. In 1797-1798 werd Groeneveld aangekocht door een zekere Barthélémy Tort de la Sonde, een (in minstens twee betekenissen van het woord) intrigerende figuur, onder Lodewijk XVI secretaris van de Franse ambassadeur te Londen, in de beginjaren van de revolutie snel rijk geworden als leverancier voor het republikeinse leger. In het pachthof zou een blekerij ondergebracht worden. Hij verbouwde het centrale gedeelte van de woonvleugel tot een sober, classicistisch landhuis van één bouwlaag met aan de oostzijde een bepleisterde gevel en een driehoekig fronton met oculus en met venster- en deuromlijstingen in zandige kalksteen, naar verluidt recuperatiemateriaal van de abdij (zie foto in het archief van R-O Vlaanderen / Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant te Leuven). De oostgevel van het landhuis keek uit op een lusttuin van circa één hectare. Het bedrijfsgedeelte van het complex werd visueel van de lusttuin gescheiden door een hoge bepleisterde muur. In een weide achter de lusttuin lag nog een cirkelvormige vijver, die bij de latere uitbreiding van de lusthof naar het bos toe het aanknopingspunt zal vormen voor de aanleg van een landschappelijke vijver.

Dreven in het Kattemeuterbos

Dit is ongeveer de toestand die we aantreffen op de rond 1821 opgemaakte Primitieve kadasterkaart. Ook de omgeving van het Groeneveldhof is dan veranderd. De dreef die langs de zuidrand van het landgoed loopt en er de toegang toe vormt, werd linea recta verlengd doorheen het Kattemeuterbos tot aan de oostelijke bosrand op 1300 m van de vaart, op de grens met Eppegem. Deze 18 m brede dubbele dreef werd naar alle waarschijnlijkheid aangelegd door de laatste abt van Grimbergen, Nicolas Joseph Maras, die in zijn dagboek een nieuwe, met iepen en beuken afgelijnde dreef in het bos van 'Rollecoten' vermeldt, "in haar lengte een kwartier gaans". Loodrecht op deze as en evenwijdig met de vaart en de as van het landhuis werden – misschien door Tort of (waarschijnlijker) zijn opvolger, de Brusselse handelaar Jean-Baptiste Demeure (die ook vermeld staat als de Primitieve eigenaar in de oudste kadastrale legger 212) – zijdreven aangelegd die het bos verder onderverdeelden en die bovendien landbouwpercelen omkaderden, kleine enclaves in het bos. Deze percelen worden nog op de stafkaart van 1864 als landbouwgrond afgebeeld, niet meer op de volgende uitgaven. Het kruispunt met de eerste dwarsdreef was opgevat als een rotonde. De twee vennen uit de tijd van het 'caertboeck' waren verdwenen, maar in het oostelijke, natste gedeelte van het bos, in perfecte symmetrie langs weerszijden van de dreef die de hoofdas vormt, verschenen twee bijna lijnvormige waterpartijen, in feite verbredingen van de ontwateringsgrachten naast de weg met, haaks op de weg, uitlopers in het bos. De wandelaar moest over een brugje waaronder de twee waterpartijen met elkaar in verbinding stonden. Tot slot werd langs de zoom van het bos ook zoiets als een ringpad aangelegd, die de strakke, classicistische symmetrie van het wegenpatroon nog versterkte. De dreef van de vaart naar het bos was rond 1850 afgezoomd met dubbele rijen bomen en aan het begin ervan stond een eeuwenoude linde ("plusiers fois séculaires").

Hoewel het kadaster het tot 1935 zal houden bij de Primitieve lusthof van 1 hectare 7 are 30 centiare (perceel nr. 5), blijkt uit de eerste stafkaart dat het landschappelijk park in 1864 de hele ruimte tussen het kasteel en het Kattemeuterbos besloeg – dit is zowat 3 hectare. De ronde poel (nr. 6) had een landschappelijk staartje gekregen – een naar het bos toe uitlopende versmalling met uiteraard een brugje, wellicht het voor die tijd obligate boogbrugje. Het trapeziumvormige landbouwperceel achter de vijver werd aangelegd volgens een veelgebruikt 'landschappelijk' recept: een open ruimte met enkele struikmassieven of boomgroepjes en omringd door een gordel van hoogstammig groen met aan de rand een zacht slingerend rondpad en ook een dwarspad. Dit patroon wordt afgebeeld op de stafkaarten van 1864, 1892 en 1909. De dikste en oudste bomen in het park – drie witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) en twee beuken (Fagus sylvatica), zijn vermoedelijk restanten van het oudste landschapspark.

Kasteel met twee gezichten, een sigarenbandje en een trompe-l'oeil

Onder het eigenaarschap van magistraat Charles Demeure werden omvangrijke uitbreidings- en verfraaiingswerken uitgevoerd. In 1911 werden volgende werken kadastraal ingetekend: uitbreiding van het boerenhuis tot het huidige volume en de bouw van een koetshuis aan de zuidelijke zijgevel van het landhuis. Het landhuis werd aan de parkzijde voorzien van een binnentuintje afgescheiden door tuinmuren waarin hondenhokken, een jachtpaviljoentje en rondboogpoorten verwerkt werden. Omstreeks 1917 werd het landhuis verbouwd tot een heus kasteel door toevoeging van een tweede bouwlaag en een prestigieuze parkgevel in een verzorgde, sobere Beaux-Arts-stijl naar ontwerp van de Brusselse architect Louis Sauvage, bekend onder meer van het kasteel Sainte-Anne te Oudergem en het Fortis-bankkantoor aan de Kouter te Gent (1922). In het oog springend zijn het hoog oprijzende schilddak met oeils-de-boeuf boven de drie middelste traveeën, de kolossale pilasters met imitatievoegen en kapitelen en de middentravee met een uitwaaierende arduinen steektrap, een balkon met een smeedijzeren hek en een halfronde kroonlijst met een omlijste oeil-de-boeuf. De bepleisterde achtergevel aan de neerhofzijde wordt daarentegen gekenmerkt door rustieke eenvoud en zelfs een traditionalistisch tintje, onder meer in de lage deurtjes, één daarvan met een bovenlicht, de hoek- en negblokken van het souterrain en de bel-etage (restanten van het oude gebouw) en de kruiskozijnen van het drielichtvenster. De neerhofambiance gaf hier duidelijk de doorslag.

De heraanleg van de tuin werd door het kadaster pas geregistreerd in 1935, maar werd waarschijnlijk gelijktijdig of niet lang na de verbouwing van het kasteel uitgevoerd. Bij de nieuwe 'Franse' kastelen van de eeuwwisseling hoorde meestal ook een nieuwe 'Franse' tuin, zoals in het nabije kasteel d'Overschie (of De Vorst), dat rond 1905 eveneens in Beaux-Arts-stijl werd heropgebouwd. De 'style Duchêne', genoemd naar de voornaamste exponenten van deze revival, de Franse tuinarchitecten vader (Henri) en zoon (Achille) Duchêne, is zowat het tuinarchitectonische equivalent van de Beaux-Arts-stijl. In De Vorst vormde een strakke, door bomenrijen geflankeerde 'lepelvijver' al een bruikbare aanzet, waaraan niet zoveel moest worden toegevoegd. In Groeneveld werd de 19de eeuwse landschappelijke aanleg compleet met vijver en al uitgewist en vervangen door een nieuwe geometrische aanleg met een 'spiegelvijver' in de vorm van een kanaal, 180 m lang, ogenschijnlijk in de as van en haaks op de monumentale tuingevel van het kasteel, maar in feite hiermee een hoek van 85 graden vormend. Deze afwijking is een gevolg van de vorm van het perceel en van het feit dat het kasteel werd opgebouwd op de funderingen van het oude landhuis. De contouren van de vijver doen aan een sigarenbandje denken: een met spiegelbogen afgewerkte 'zwaaikom' in het midden en op spiegelbogen eindigende armen. De westelijke spiegelboog is wel een heel eind uitgezakt in een 40 m lange versmalling, ongetwijfeld doelbewust want daardoor wordt de perspectiefwerking versterkt en lijkt het kanaal langer.

De symmetrie van de aanleg werd versterkt door de beplantingen: gewone of hangende zilverlinden (Tilia tomentosa, T. petiolaris) bij het kasteel, vervolgens halve buxusbollen (Buxus sempervirens), witte paardenkastanjes (Aesculus sempervirens) halverwege de westelijke arm, vier rododendronmassieven (Rhododendron ponticum) bij de 'zwaaikom' en opnieuw witte paardenkastanjes bij het uiteinde van de oostelijke arm. Buiten het rozenperk op de 'terre-plein' voor het kasteel is er van parterres, 'plate-bandes' of andere details niets meer overgebleven. De gemengde border met vaste planten (Acanthus mollis, Phlox paniculata…) en struiken (Staphylea pinnata, Escallonia rubra…) aan de noordrand van de tuin ter hoogte van het kanaal is waarschijnlijk van latere datum. Bij het herbouwen van het kasteel en de aanleg van de Franse tuin, werd vermoedelijk ook de dreef naar het Kattemeuterbos herbeplant met zomerlinden (Tilia platyphyllos) in het gedeelte tussen de vaart en de toegang van het kasteel, en platanen (Platanus x hispanica) tussen het kasteel en het bos. De dikke beuk (Fagus sylvatica) bij de ingang van het bos is mogelijk een restant van de vorige dreefbeplanting. Het huidige bosbestand, vooral beuk, dateert van na de Tweede Wereldoorlog. In 2001-2002 werd het kasteelcomplex ingrijpend gerenoveerd. Vandaag zijn het koetshuis, het landhuis en het boerenhuis afzonderlijke wooneenheden.

Merkwaardige bomen (opname 24 augustus 2001)
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeters weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 11. witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) 490
  • 12. witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) 411
  • 16. gewone beuk (Fagus sylvatica) 447(10), vierstammig exemplaar
  • 17. witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) 421
  • Archief van Ruimtelijke Ordening Vlaanderen / Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant te Leuven.
  • Kadaster Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger 212 Grimbergen, art. 162 nrs. 19-45 en art. 2354 nrs. 52-79.
  • Kadaster Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Grimbergen 1911 nr. 1 en 1935 nr. 5.
  • Correspondance de Monsieur le Duc d'Aiguillon au sujet de l'Affaire de M. le Comte de Guines et du Sieur Tort et autres intéressés. Pendant les années 1771, 1772, 1773, 1774 et 1775, Paris, Quillau, 1775.
  • DELESTRE D.J., Uit het verleden van Grimbergen, II, bewerkte en geannoteerde uitgave, Grimbergen, Heemkundige Kring Eigen Schoon – Abdijgemeenschap Norbertijnen, 1987, p. 231.
  • DUCHÊNE M. e.a., Architectes-paysagistes 1841-1947, Le style Duchêne, Paris, Editions du Labyrinthe, 1998.
  • LOUIS A., Bodemkaart van België: kaartblad Vilvoorde 73W, Centrum voor Bodemkartering, 1961.
  • WAGENAAR W.P. (red.), Caertboeck van de abdij van Grimbergen (I), Abdij van Grimbergen, 1999, p. 65-66.
  • WAUTERS A., Histoire des environs de Bruxelles, V, (heruitgave van de editie van 1855), Bruxelles, Editions Culture et Civilisation, 1972, p. 166-167.

Bron     : DENEEF, R., 2011. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Noordwestelijk Vlaams-Brabant: Affligem, Asse, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Meise, Merchtem, Opwijk, Wemmel, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Van Damme, Marjolijn, Wijnant, Jo
Datum  : 2011


Relaties

  • Omvat
    Kasteel Groeneveld met pachthoeve

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Tuin van het Kasteel Groeneveld [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134044 (Geraadpleegd op 12-08-2020)