erfgoedobject

Kasteeldomein van Sterrebeek

landschappelijk element
ID: 134149   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134149

Juridische gevolgen

Beschrijving

Domein van bijna 7 hectare met als kern een baroktuin bij een in 1761 gebouwd, neoclassicistisch waterkasteel, bijgebouwen en een elegant Lodewijk XV-paviljoen; in de jaren 1790 omkaderd in landschappelijke stijl. Eén van de belangrijkste historische tuinen van België.

Het oude en het nieuwe kasteel

Het oude kasteel van Sterrebeek, de eigenlijke dorpsburcht, niet te verwarren met het kasteel Ter Meeren, bevond zich ten noordoosten van het kerkplein. Het wordt afbeeld als een robuust waterkasteel met een vierkante plattegrond, twee donjonachtige torens, kantelen en machicoulis in de 'Antiquitates illustrissimi' (1606) van Gramaye en in de 'Castella et praetoria nobilium Brabantiae' (1694) van Le Roy. Dit 'groot slot van Sterrebeke', aan het einde van de 14de eeuw gebouwd door de Brusselse notabele Amelric Boote, werd rond 1750 gesloopt. Aan de overzijde van het kerkplein bevond zich sinds het einde van de 16de eeuw een 'speelhuis' of 'huis van plaisantie', waarbij drie bunders land en een boerderij hoorden. Dit buitengoed werd in 1747 aangekocht door de Brusselse bankier Jean-Antoine Ories, samen met 37 bunders land. Hij liet het oude 'speelhuis' afbreken en bouwde in 1761-1762 het huidige kasteel, waarin puin van de gesloopte burcht werd verwerkt. Rond het kasteel liet hij een baroktuin van circa 6 hectare aanleggen. Het goed in Sterrebeek was bedoeld als buitenverblijf ('speelhuis'), want Ories had in datzelfde jaar ook het 'Hanzehuis' op de Timmerhoutkaai te Brussel als stadswoning aangekocht.

Het huidige kasteel – een rechthoekig, witgepleisterd 'huis van plaisantie' van vijf bij drie traveeën en twee verdiepingen op een laag souterrain en afgedekt met een laag leien schilddak – beantwoordt nog in hoge mate aan een afbeelding op een litho van 1825 uit De Cloets 'Châteaux et monumens des Pays-Bas', die overigens vermeldt dat het kasteeldomein van Sterrebeek ook een toeristische trekpleister was. Het ontleent zijn monumentaal karakter aan de langs beide zijden uitspringende, tussen afgeronde en geblokte hoeken gevatte middentravee. Het was oorspronkelijk langs vier zijden met water omgeven en via een brede stenen brug verbonden met een rechthoekig eilandje, dat zowat de 'cour d'honneur' vormde.

De Franse tuin

Het kasteel werd gebouwd in het centrum en op de lengteas van een 200 m lange vijver, die naar het noordwesten toe symmetrisch verbreedt van 45 m tot 65 m en tenslotte in een punt uitloopt. Het erepleineilandje werd aangelegd ten noorden van het kasteel op het kruispunt met een dwarse as en langs weerszijden via twee brugjes met het vasteland verbonden. In het smalle zuidoostelijke uiteinde van de vijver werd een tweede eiland aangelegd, waarop de Ferrariskaart (1771-1775) een paden­kruis met een rotonde afbeeldt. Het donkergroene, V-vormige eiland in de noordpunt van de vijver – mogelijk een bosje – valt niet met zekerheid te duiden. De zuidwestflank van de vijver bestond uit een parterretuin, de huidige rozentuin, die langs beide zijden uitliep in bosplantsoenen met padensterren en -kruisen. Een tweede grote parterretuin met een padenkruis en een centrale rotonde bevond zich ten oosten van de vijver. De parterres waren waarschijnlijk afgeboord met buxushaagjes en versierd met 'broderies', met beelden en/of vazen op de kruispunten, met fonteinen op de rotondes. Sommige 'boskets' waren vermoedelijk aangeplant in 'quincunx' – een patroon met de vijf van een dobbelsteen – of in kwadraatverband (met 'quincunx' of 'quinconce' wordt vaak ook een gewoon kwadraatverband aangeduid). De laantjes tussen de parterres en de boskets waren afgezoomd met in palissade gesnoeide bomen, hagen en/of loofgangen, moge­lijk in de vorm van 'bersauwen' (door latwerk gestutte looftunnels) met beelden in nissen. De rotonde die de Ferrariskaart op het zuidelijke eilandje weergeeft, was in feite een groot achthoekig prieel van latwerk met een koepeldak begroeid met klim- of slingerplanten. Dit prieel, dat waarschijnlijk tot de oorspronkelijke, door Ories aangebrachte uitrusting behoorde, bestond nog in 1825 want het wordt afgebeeld op de litho in De Cloets 'Châteaux et monumens des Pays-Bas'.

Op het kruispunt van de dwarsas met de hoofdas van de parterretuin ten zuidwesten van het kasteel staat nog steeds een elegant, vierkant Lodewijk XV-paviljoen van witte natuursteen met een leien tentdak, dat eveneens tot de oorspronkelijke uitrusting behoort. Het stucwerk van het interieur met, in de hoeken, terracotta medaillons met profielportretten in bas-reliëf van keizerin Maria-Theresia, keizer Frans I, landvoogd Karel van Lotharingen en zijn echtgenote aartshertogin Maria-Anna, worden in een wandelgids uit 1834 (Le promeneur dans Bruxelles et ses environs, Ad. Wahlen) toegeschreven aan de Frans-Italiaanse schilder en decorontwerper Jean-Nicolas Servandoni (1695-1766, ook soms vermeld als Jean-Jérôme en, wegens zijn Italiaanse afkomst, als Giovanni Niccolo Servandoni), als gelegenheidsarchitect bekend als ontwerper van de voorgevel van de Saint-Sulpicekerk te Parijs en vanaf 1760 ook werkzaam in de Oostenrijkse Nederlanden. Volgens sommigen is het niet uitgesloten dat Servandoni ook het paviljoen zelf, het kasteel, de oranjerie en meteen ook de hele baroktuin ontwierp. De classicistische oranjerie – een eenlaags gebouw onder een laag leien schilddak, zeven traveeën breed, langs beide zijden voorzien van grote boogvormige deurvensters – kijkt in zuidoostelijke richting uit over de rozentuin, in noordwestelijke richting over een tweede, rechthoekige vijver, 75 m lang en 22 m breed, langs beide zijde met een palissade van zomerlinden (Tilia platyphyllos) afgezoomd.

De 'jardin anglais', grillig kader voor een strakke kern

Ories stierf in 1789. Zijn erfgenamen verkochten het goed in 1791 aan een andere bankier, Maximilien-Joseph Plovits, die enkele jaren later ook het 'Hôtel Errera' aan de Koningsstraat, tegenover het Park van Brussel, als 'bien national' zou aankopen. Hij liet de baroktuin – zeer uitzonderlijk – grotendeels ongemoeid, maar omkaderde hem met een 'jardin à l'anglaise'. De stervormige structuren in het noordwestelijke gedeelte van het domein (zie de Ferrariskaart) ruimden de plaats voor kronkelende waterloopjes en heuveltjes, die in hun grilligheid aan de oudste generatie van landschapstuinen herinneren. De 'Engelse tuin' van Plovits wordt voor het eerst afgebeeld op de 'Carte topographique de Bruxelles et de ses environs', een gegraveerde kaart op ongeveer 1/34.000, gepubliceerd in 1810 door voormalig artilleriekapitein Guillaume De Wautier. In een manuscriptversie op schaal circa 1/5.000, die vermoedelijk gelijktijdig met de gegraveerde kaart werd opgemaakt of misschien als uitgangspunt ervoor heeft gediend, maar voor sommige gedeelten tot 1821 werd bijgewerkt, zijn meer details zichtbaar en wordt ook de 'kleinarchitectuur' in kaart gebracht. Naast de oranjerie en het paviljoen van Servandoni, zien we helemaal in de zuidpunt van het volledig ommuurde domein, het nog bestaande, achthoekige paviljoen – een constructie van witte zandsteen, met grote boogvensters en een eigenaardige omlopende fries met halfreliëfs van terracotta. De motieven – gevleugelde mannen – zijn ontleend aan de 'Toren der Winden' te Athene (deze toren, een bouwwerk uit de eerste eeuw vóór Christus aan de voet van de Acropolis, werd door de sterrenkundige Andronicos uit Kyrrhos in Macedonië ontworpen. Hij bevatte oorspronkelijk een wateruurwerk en diende ook als zonnewijzer). Boven de deur, op de noordzijde, herkennen we bijvoorbeeld de op zijn kinkhoorn blazende Boreas, de god van de noordenwind. Het naar empirestijl zwemende interieur – een omlopende fries met als motief een lier tussen twee gevleugelde paarden, gestut door acht zuiltjes met acanthusbladkapitelen – laat vermoeden dat het paviljoen dateert van na 1800. Het was niet ongebruikelijk dat 'follies' en 'fabriekjes' in al hun speelsheid ook iets nuttigs verborgen, bijvoorbeeld een ijs-, groente- of fruitkelder, zoals de ijskelder onder de piramide in het kasteelpark van Wespelaar. De paraboloïde kelderruimte onder het 'Windenpaviljoen' van Sterrebeek is momenteel ingericht als wijnkelder, maar had oorspronkelijk misschien een andere functie, want in het domein komt eigenaardig genoeg geen ijskelder voor. Zelfs in de 'Engelse tuin' was de rechte lijn niet helemaal gebannen. Het deurvenster in de Boreaskant van het 'Windenpaviljoen' wijst pal in de richting van het kasteel en staat er ook nu nog visueel mee in verbinding. Toen De Wautier rond 1810 het domein in kaart bracht, werd deze band nog versterkt door een rechtlijnige, met bomen afgezoomde 'vista'. De oude platanen (Platanus x hispanica) tussen het kasteel en het paviljoen zijn wellicht relicten van deze beplanting. De Primitieve kadasterkaart, in 1829 opgemaakt door J.W. Voncken, bevestigt grotendeels het kaartbeeld van De Wautier en toont ook duidelijk het hybride karakter van de aanleg. De grote rechthoekige waterpartij ten noorden van de oranjerie, door een kronkelend kanaal verbonden met de nog steeds strak afgelijnde kasteelvijver, bleef immers behouden. Ook in het nieuwe 'Engelse' gedeelte van het park speelde water een belangrijke rol. Het bijna halfronde perceel (nr. 316) werd omringd door een tot 5 m brede gracht, die nog voor de helft bestaat. Aan de andere zijde van het park, op de plek van de vroegere kruisparterre ten oosten van de kasteelvijver, verscheen nog een derde vijver met golvende contouren en een piepklein eilandje (perceel nr. 325), die op de kaart van De Wautier nog niet te zien is.

Naast het 'Windenpaviljoen' zijn er op de Primitieve kadasterkaart nog twee andere 'fabriekjes' verschenen. Op een heuveltje aan de westrand duidt Voncken de nog bestaande 'Minervatempel' aan, een typische 'tholos' op Toscaanse zuilen met een (nu verdwenen) koepeldak en een hoofdgestel met een omlopende fries. In de metopen van de fries wisselen vier, op de klassieke oudheid geïnspireerde motieven elkaar af: een helm, een met bloemenslingers behangen ossenschedel ('bucranium'), een schild met een zwaard en een borstharnas. Deze tempel zou zijn overgebracht uit een buitengoed van Plovits te Schaarbeek. De Minervatempel heeft geen utilitaire onderbouw of kelder, in tegenstelling tot de Floratempel in het kasteelpark van Wespelaar. Van een tweede rond gebouwtje ten zuidoosten van de rozentuin, in het verlengde van de lengteas, op één lijn met de deur van de oranjerie en het Servandonipaviljoen, valt niets meer te bespeuren.

Het vierkante torentje ten oosten van de kasteelvijver in het oostelijke gedeelte van het park, met zijn ver overkragend rieten dak dat in de vier hoeken door knoestige stammen gestut wordt, komt niet voor op de primitieve kadasterkaart. De plint is van witte natuursteen, de bovenbouw van baksteen bekleed met pleisterwerk met namaakvoegen en dito hoekkettingen. De toegang wordt gevormd door een boogdeurtje van nauwelijks 1,5 m hoog. De benedenverdieping is 2 m hoog en heeft halfronde vensteropeningen; de hogere bovenverdieping rechthoekige. Naar verluidt werd het torentje ooit als fazantenkooi gebruikt, maar in een beschrijving van 1926 wordt het als schaapskooi ('bergerie') omschreven. Het gebouwtje staat in het zicht van het kasteel en het is dus onwaarschijnlijk dat het om een zuiver utilitaire constructie gaat. Pittoreske, rustieke schaapskooien, stallen en volières waren in de 19de eeuw schering en inslag. Verschillende stijlen ('Chinese', 'Turkse', 'romaanse', 'gotische'...) konden hun uitzicht bepalen en het is niet uitgesloten dat de ontwerper (of metselaar) aan een miniversie van een romaanse donjon heeft gedacht. Deze constructie dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de 19de eeuw.

Op de Primitieve kadasterkaart worden vijf brugjes afgebeeld, die in de door Plovits of zijn landschapsarchitect geconcipieerde wandelcircuits een belangrijke rol speelden. Oorspronkelijk waren het wellicht 'Chinese' boogbrugjes, die bij de restauratie van 1908-1909 werden vervangen door de huidige platte houten bruggen met smeedijzeren leuningen. De litho van De Cloet (1825) toont een eigenaardige, 'gotisch' geïnspireerde boogbrug met driepassen, die het eilandje met het grote latwerkpaviljoen in het zuiden van de kasteelvijver verbond met het vasteland. Dit is wellicht één van de vroegste neogotische constructies van België. Het op de Ferrariskaart afgebeelde padenkruis op dit eilandje heeft dan bovendien de plaats geruimd voor een losse, landschappelijke beplanting met hoogstammige bomen. De over het domein verspreide platanen – sommige met een stamomtrek van meer dan 5 m – behoren ongetwijfeld tot de oorspronkelijke beplanting van de Engelse tuin. In de Primitieve kadastrale legger (1831) worden de percelen van de Engelse tuin, samen 3 hectare 80 are, als 'lustgrond' omschreven. Het hele kasteeldomein besloeg 6 hectare 82 are. De rozentuin wordt samen met de belendende moestuin, die toen al met lage kassen was uitgerust, als één perceel van 94,5 are behandeld. Eigenaar in 1831 was Daniel-Patrice Hennessy, van Ierse afkomst, schoonzoon van Plovits, andermaal bankier en grootindustrieel en één van steunpijlers van de Société Générale'.

Despret

In 1846 verkocht Hennessy het kasteelgoed van Sterrebeek aan zijn schoonzuster Isabelle Plovits, die het in 1869 op haar beurt verkocht aan Alphon­se Jacquelart, een Brusselse geneesheer. In 1908 werd het verwaarloosde domein ten slotte eigendom van Maurice Despret (1861-1933), advocaat bij het hof van cassatie, senator en voorzitter van de raad van beheer van de Bank van Brussel en van 32 andere vennootschappen in binnen- en buitenland, in 1925 in Time magazine omschreven als het "banking genius of Belgium". De nieuwe eigenaar liet de gebouwen restaureren, een restauratie die in hoge mate verrijkt werd met van elders aangevoerd, 18de-eeuws materiaal, onder meer de arduinen poortomlijsting en het met voluten omkaderde dakvenster van het poortgebouw (het "Anno 1761" was een gelukkig toeval), voorheen het neerhof. De brug tussen het waterkasteel en het ere-erfeilandje werd afgebroken en vervangen door een gevelbreed terras onder een verlengd souterrain, zodat het kasteel voortaan bij het eilandje aansloot. De landschappelijke vijver ten oosten van het kasteel (perceel 325) werd bovendien gedempt.

Het huidige uitzicht van de als rozentuin heraan­gelegde parterretuin, het ere-erf en het eilandje in het zuidelijke gedeelte van de kasteelvijver (al geruime tijd zonder latwerkpaviljoen) werd parallel met de restauratie bepaald. Het 'Franse' karakter werd opnieuw geaccentueerd, volledig in overeenstemming met de revival van de regelmatig-geometrische, 'Franse' tuinstijl aan het einde van de 19de eeuw, onder impuls van publicaties zoals de 'Traité général de la composition des parcs et jardins', 1879, van Edouard André en het werk van de Franse tuinarchitecten vader (Henri) en zoon (Achille) Duchêne. Het park werd gul voorzien van beelden en vazen (onder meer afkomstig van Wenen en van de abdij van Saint-Ghislain bij Bergen). Typisch voor de 'style Duchêne' is de afscheiding tussen de rozentuin en de moestuin: een hoge palissade van haagbeuk (Carpinus betulus) met nissen, waarin uit Nederland afkomstige marmeren beelden staan, verbergt de muur van de moestuin langs de kant van de rozentuin.

Het domein werd in 1914 door Duitse soldaten bezet, maar overleefde de Eerste Wereldoorlog zonder noemenswaardige schade. Het werd in 1938 geërfd door de nicht van mevrouw Despret, echtgenote van de grootindustrieel Ernest-John Solvay, kasteelheer te Terhulpen. Sterrebeek werd achtereenvolgens verhuurd aan een instelling voor 'zwakke kinderen' (Le Clair Logis) en één van de directeurs van Unilever. Vanaf 1957 werd het betrokken door Solvays schoonzoon, ridder Ernest de Selliers de Moranville, wiens weduwe het nog altijd bewoont. Het wordt op een uitstekende manier onderhouden, tot en met de moestuin en het leifruit op de tuinmuur. Elk jaar in de maand juni vormt het domein het decor voor de 'parkfeesten' met optredens van volksdansgroepen en fanfares, tentoonstellingen, wandelingen met gids, barbecue... Het kasteeldomein van Sterrebeek, met zijn unieke aanlegpatroon – een baroktuin omringd door één van de oudste 'Engelse' parken van België – behoort tot de belangrijkste historische domeinen van België.

Merkwaardige bomen (opname door de Vereniging Belgische Dendrologie, 1990 – nummering uit databank 'Beltrees', de platanen werden ten onrechte aangeduid als oosterse platanen, Platanus orientalis).
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeters weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 7760. gewone es (Fraxinus excelsior) 340
  • 7756. Europese larix (Larix decidua) 284
  • 7762. gewone plataan (Platanus x hispanica) 472
  • 7761. gewone plataan (Platanus x hispanica) 414
  • 7751. gewone plataan (Platanus x hispanica) 378
  • 7750. gewone plataan (Platanus x hispanica) 343
  • 7763. canadapopulier (Populus x canadensis) 570 – top uitgewaaid.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Sterrebeek 1910 nr. 6 en 1911 nr. 6.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant,Oude kadastrale leggers, 212 art. 161 nrs. 15-27 en 212A Sterrebeek, art. 1436.
  • BÉNÉZIT E., Dictionary of artists, vol. 12, Paris, Gründ, 2006, p. 1037-1038.
  • BRAEKEN J. & MONDELAERS L., Bouwen door de eeuwen heen in Brussel (Ic), Luik, Pierre Mardaga, 1994, p. 275.
  • CONAN M., Dictionnaire historique de l'art des jardins, Boston, Hazan, 1997.
  • COSYN A., Sterrebeek – Histoire du village – Ses châteaux, Bruxelles, M. Weissenbruch, 1926, p. 12-14.
  • DAREMBERG Ch. & SAGLIO E., Dictionnaire des antiquités grècques et romaines, Graz, Akademische Druk- und Verlaganstalt, 1962-1963.
  • DUQUENNE X., Het park van Wespelaar. De Engelse tuin in België in de 18de eeuw, Wespelaar, Ph. De Spoelberch, 2001, p. 107-110.
  • DE CLOET J.-J., Châteaux et monumens des Pays-Bas, faisant suite au voyage pittoresque, dédié à S.A.R. la Prin[ces]se d'Orange, Bruxelles, Jobard frères, 1825, nr. 86.
  • DE MAEGD C., Bouwen door de Eeuwen heen – arrondissement Halle-Vilvoorde, Gent, Snoeck-Ducaju, 1977, p. 669-671.
  • FRANCOIS L., De reacties van de aandeelhouders van de Société Générale op de revolutiegolf van 1830, in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, XII, 1981, p. 458.
  • GOED­LEVEN E., Het Hotel Errera, Leuven, Davidsfonds, 2003.
  • GRAMAYE J.B., Antiquitates illustrissimi ducatus Brabantiae […], Brussel, 1610.
  • LE ROY J., Castella et praetoria nobilium Brabantiae, coenobiaque celebriora [...], 1694.
  • MARIËN M.E. & BORREMANS R., Opgravingen 1958-1969, in Belgica Antique 2, Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, 1970, p. 335-338.
  • NEUTS M., Van geometrische strakheid naar natuurlijke expressie: de 18de-eeuwse tuinkultuur in de Zuidelijke Nederlanden meer bepaald in Midden-Brabant, (licentiaatsthesis), K.U. Leuven, Fac. Wijsbegeerte en Letteren, Dep. Geschiedenis, 1980, p. 167.
  • OUDIN B., Dictionnaire des architectes, Paris, Editions Seghers, 1994, p. 465.
  • THOUIN G., Plans raisonnés de toutes les espèces de jardins, Paris, Imprimerie de Lebégue, 1820, plan nr. 43 in de "tour gotique" (P).
  • VAN CLEVEN J., Neogotiek en neogotismen. De neogotiek als component van de 19e-eeuwse stijl in België, in De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914, KADOC-studies 5, Leuven, Universitaire Pers, 1988, p. 23-28.
  • VAN THEMSCHE G., De val van de regering Poullet-Vandervelde: een "samenzwering der bankiers"?, in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, IX(1-2), 1978, p. 181-182.
  • VANNOPPEN H. & SOMMEREYNS-PARENT L., Degeschiedenis van Sterrebeek, het kastelendorp, Tielt, drukkerij Veys, 1978, p. 872-875.
  • WAUTERS A., Histoire des environs de Bruxelles, VIIIB, heruitgave van de editie van 1855, Bruxelles, Editions Culture et Civilisation, 1972, p. 359-363.

Bron     : DENEEF, R., 2009. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Ten noordoosten van Brussel: Kampenhout, Kraainem, Machelen, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem, Zaventem, Zemst, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger
Datum  : 2009


Relaties

  • Omvat
    Kasteeldomein van Sterrebeek

  • Is deel van
    Zavelstraat

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Kasteeldomein van Sterrebeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134149 (Geraadpleegd op 31-03-2020)