Hoeve Persoons met tuin

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Alternatieve naam Siertuin van de hoeve Persoons
Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Landen
Deelgemeente Ezemaal
Straat Grote Steenweg
Locatie Grote Steenweg 44 (Landen)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken in zuidoostelijk Brabant - Haspengouw (geografische inventarisatie: 1978 - 2008).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

Beschrijving

Naast een gesloten hoeve uit 1829, waarvan een vleugel tot herenwoning werd verbouwd, werd rond 1907 een landschappelijk herenboerenpark aangelegd.

De hoeve Persoons is één van de talrijke herenboerderijen uit Haspengouw, waarnaast aan het einde van de 19de eeuw een landschappelijk parkje werd aangelegd – een typisch 'herenboerenparkje' – als complement bij een tot herenwoning opgesmukte hoevevleugel. Op de Ferrariskaart (1771-1775) komt het gebouw nog niet voor; op de Primitieve kadasterkaart in 1816 opgesteld door Aretz, wordt een robuuste gesloten hoeve afgebeeld, die in 1828 door brand werd geteisterd en het volgende jaar heropgebouwd. Volgens het Primitief kadaster behoorde de hoeve in 1831 toe aan Karel Persoons, telg uit een familie die al sinds het einde van de 16de eeuw een prominente plaats innam in het dorpsleven. De hoeve (perceel nr. 288) lag aan de straat naar Neerheylissem en werd omringd door een moestuin van 43 are (nr. 286), een boomgaard van bijna 2 hectare (nr. 285) en twee losstaande gebouwtjes: een bakhuisje (nr. 287) en, aan de andere zijde van de boomgaard, een 'brouwerij' (nr. 284), die in 1888 uit de kadastrale legger verdwijnt.

Een eerste ingrijpende verbouwing wordt geregis­treerd in 1895, onder het eigenaarschap van de weduwe van Leo Persoons. Deze verbouwing, waarbij vooral de oostelijke vleugel werd aangepakt, is bepalend voor het uitzicht van de binnenplaats, die typische kenmerken heeft van de rustieke, bijna historiserende bouw van de late 19de eeuw: blote baksteen met lijsten en banden van gesinterde baksteen, naar verhouding smalle deuren en ramen, gefiguurzaagde windborden en kroonlijsten. In de andere vleugels schemert het laatclassicisme van de oorspronkelijke architectuur nog door. Een tweede verbouwing wordt uitgevoerd rond 1907, op een ogenblik dat ook het regionale wegennet grondig onder handen wordt genomen; de omgevende straten worden rechtgetrokken en verbreed, de oude weg naar Neerheylissem wordt geherkalibreed, op 12 m breedte gebracht, van plotse zwenkingen ontdaan, aangepast aan het toenemende snelverkeer… De weg die oorspronkelijk langs de hoeve liep, werd 20 m verder gelegd.

In 1907 werd tegen de buitengevel van de noordelijke vleugel een veranda gebouwd en de gevel zelf kreeg een grondige facelift met onder meer drie dakvensters, waarvan één uitgewerkt tot een echte puntgevel. De vensteromlijstingen, in het bijzonder de haakse druiplijsten, en het globale uitzicht herinneren vaag aan de Engelse landhuizen in neo-Tudorstijl van rond de eeuwwisseling. Op grond van de stamomtrekken van de meeste bomen mag worden aangenomen dat het parkje, dat zich over ongeveer één hectare (de vroegere moestuin en het noordelijk gedeelte van de boomgaard) uitstrekt ten noorden van de hoeve, in het zicht van de opgedirkte vleugel, toen werd aangelegd. Op de opeenvolgende stafkaarten en in de kadastrale bescheiden is daar echter niets van te merken. In 1921 erfde Jules Vangoidsenhoven de hoeve.

De aanleg omvatte een vijvertje met treurwilgen (Salix alba 'Tristis') en een eilandje met een eendenkooi in de vorm van een 'torenruïne', gecementeerd, met nepvoegen en schietgaten. Tegen de steenweg aan ligt een heuveltje met een prieeltje van zes zomerlinden (Tilia platyphyllos). De laagvertakte bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met 414 cm stamomtrek (standaard gemeten op 150 cm hoogte), verbazend voor een boom van amper een eeuw oud, is mogelijk een bundelboom (meer dan één exemplaar in hetzelfde plantgat). Behalve het gazon voor het huis en de eerste gordel van beplantingen, is het grootste deel verwilderd, maar de aanwezigheid van sierbomen en struiken getuigt van de oorspronkelijke omvang van de aanleg: bruine beuken, Italiaanse populier (Populus nigra 'Italica'), hemelboom (Ailanthus altissima), treures (Fraxinus excelsior 'Pendula'), vederesdoorn (Acer negundo), Noorse esdoorn met bruinrood blad (Acer platanoides 'Schwedleri'), bontbladige cultivar van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), Pontische rododendron (Rhododendron ponticum), sorbaria (Sorbaria sorbifolia), bruine hazelaar (Corylus maxima 'Purpurea'), boerenjasmijn (Philadelphus coronarius)...

Ook de kruidlaag van het verwilderde gedeelte bevat sporen van sieraanplantingen, onder meer Ita­ liaanse aronskelk (Arum italicum Mill. subsp. itali­cum), wilde hyacint (Hyacinthoides non scripta), kleine maagdenpalm (Vinca minor) en gele dovenetel met witgevlekte bladeren (Lamium galeobdolon 'Variegatum').

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger 212 Ezemaal, art. 117, art. 590 nr. 20 en art. 602.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschetsen Ezemaal 1908 nr. 1 en 1909 nr. 3.
  • WAUTERS A., Géographie et histoire des communes belges. Arron­dissement de Louvain – canton de Tirlemont, communes rurales (I), Bruxelles, Culture et Civilisation (facsimile van editie 1875), 1963, p. 70-76.

Bron: DENEEF, R., 2008. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Zuidoostelijk Brabant - Haspengouw: Geetbets, Hoegaarden, Kortenaken, Landen, Linter, Tienen, Zoutleeuw, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs: Deneef, Roger & Wijnant, Jo

Datum tekst: 2008

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Ezemaal

Ezemaal (Landen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.