Park van de Villa Arnauts

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Zoutleeuw
Deelgemeente Zoutleeuw
Straat Stationsstraat
Locatie Stationsstraat 1 (Zoutleeuw)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken in zuidoostelijk Brabant - Haspengouw (geografische inventarisatie: 1978 - 2008).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Stadskern Zoutleeuw

Deze bescherming is geldig sinds 22-06-1994.

is deel van de bescherming als monument Villa Arnauts met tuin

Deze bescherming is geldig sinds 16-02-2012.

Beschrijving

In 1876 gebouwde eclectische villa omgeven door een landschappelijk park van 77,5 are, oorspronkelijk 70 are, met een tot vijver omgevormd gedeelte van de buitengracht van de oude stadsvest; bouw van een kapstokkenfabriek in 1934 aan de rand van de tuin en toevoeging van symmetrische elementen.

De villa die vrederechter, later procureur des konings, Lambert de Corswarem in 1876 op de hoek van de Steenweg op Dormaal (de huidige Stationsstraat) en de Sint-Truidensesteenweg liet optrekken, was indrukwekkend genoeg om door de inspecteur van het kadaster als 'kasteel' te worden omschreven, in tegenstelling tot die van notaris Van Goidtsnoven twee jaar later en 100 m verderop. De villa werd ontworpen door de bekende Leuvense architect Louis Van Arenbergh. Het ging om een fraai bakstenen gebouw met een bijna vierkante plattegrond, onder een leien schilddak, maar met twee door trapgevels bekroonde risalieten. Het risaliet met de voordeur omvatte een portiek met een balkon, waaronder de rijtuigen hun passagiers in het droge konden afzetten. Deze portiek werd later met driekwart ingekort. Met ornament én gelige tufsteen (momenteel gewit) werd kwistig omgesprongen: speklagen, de vensteromlijstingen met spiegelboogjes, geprofileerde druiplijsten (een snuifje Tudor) en schijnbalustrades, door modillons gestutte daklijsten, een overkragend rond torentje met een scherp kegeldak in de 'rechteroksel' van het ingangsrisaliet. Een kleine remise met een zadeldak langs de Sint-Truidensesteenweg was het enige bijgebouw. Het goed werd door een bakstenen muur van de straat gescheiden, maar over de breedte van de villa langs de Steenweg op Dormaal, waar zich ook het ingangshek bevond, was deze muur tot halve hoogte herleid met een lanspuntenhekje erbovenop.

Bij de aanleg van de lusthof, circa 70 are, nadien uitgebreid tot 77,5 are, werd net als bij buurman Van Goidtsnoven gebruiktgemaakt van de buitengracht van de oude stadsvest van Zoutleeuw, uitgangspunt voor de aanleg van een vijver: een spoelvormige, langzaam aanzwellende en stroomafwaarts naar de Sint-Truidensesteenweg toe versmallende waterpartij, een bescheiden imitatie van een rivier, die zowat de oostelijke grens van de tuin vormde. In het breedste gedeelte van de rivier lag uiteraard een eilandje. Er waren ook twee brugjes met rustieke leuningen van gevlochten takken van gewapend cement. De vijver wordt pas opgetekend in 1945, maar was ongetwijfeld van meet af aan aanwezig. De uitgegraven specie werd in hoofdzaak gebruikt om de nodige bakstenen te produceren (op het terrein stond, volgens mondelinge overlevering, een veldoven). De heuvel aan de zuidrand van de tuin is vermoedelijk een relict van het 17de-eeuwse 'bolwerk'. Het vormt het eindpunt van een visuele as over de hele lengte (40 m) van de tuin, evenwijdig met de vijver-stadsgracht. Deze heuvel wordt al afgebeeld op de stafkaart van 1886 (ICM, 1897) en is ook zichtbaar op een ansichtkaart van iets na 1900, vanuit de aanpalende tuin van notaris Van Goidtsnoven. Het open paviljoentje dat de heuvel bekroonde, werd rond 1950 afgebroken, maar onderdelen van deze 'gloriëtte' werden gerecycleerd in een nieuw prieel naast de villa, gevormd door een als etageboom gesnoeide perelaar (Pyrus communis), waarvan de gesteltakken werden gestut met het metalen hekwerk van de hoekpijlers. De heuvel was oorspronkelijk met cipresachtigen beplant, vermoedelijk reuzenlevensboom (Thuja plicata) en de zuidgrens van het domein werd gemarkeerd door een thuja-haag, waarvan nog een gedeelte bestaat. De tuin werd ontsloten door een net van slingerende, vertakkende en lichtjes verzonken paden, dat nog grotendeels herkenbaar is. Zoals gebruikelijk in de kleine landschappelijke tuinen uit het einde van de 19de eeuw, was dit padentracé grotendeels perifeer; slechts één pad dwarste de open ruimte tussen de heuvel en de villa. De nog bestaande massieven van thuja (Thuja plicata, T. orientalis) en een nog bestaand lindeprieel (Tilia x europaea), waarin of waarachter het pad verdween, zorgden voor afwisseling of verkoeling tijdens de wandeling.

In 1932 werd het goed aangekocht door François Arnauts en tot circa 1 hectare vergroot. Aan de overzijde van de 'rivier', op de oostgrens van de lusttuin, bouwde hij een grote loods, waarin hij zijn kapstokmakerij onderbracht. Dit bedrijf stelde op zijn hoogtepunt vijftig arbeiders tewerk. De cipresachtigen op de heuvel werden gerooid en de heuvel zelf werd met circa 2 m verlaagd. Met de afgegraven grond werd het dal tussen de heuvel en de villa wat aangevuld. Langs weerzijden van de heuvel werden twee rode bastaardpaardenkastanjes (Aesculus x carnea) aangeplant. Een lijnrecht, door bloemenborders geflankeerd pad (ondertussen verdwenen) verbond de villa met het heuveltje en benadrukte deze symmetrie, die beter aansloot bij de 'architectonische' smaak van het interbellum. Het terras met gecementeerde bakstenen keermuren tussen de villa en de vijver, ligt eveneens in de lijn van deze nieuwe, symmetrische architectuur. De rustieke brugjes werden vervangen door platte, betonnen bruggen, en de bakstenen omheiningsmuur langs de Steenweg op Dormaal door betonnen sierhekwerk tussen bakstenen pijlers. Uit die periode dateert ook het bovenvermelde 'perenprieel' naast de villa. De vijver werd in de daaropvolgende jaren geleidelijk gedempt. Van de oorspronkelijke, 19de-eeuwse beplanting zijn slechts enkele exemplaren overgebleven, met name de genoemde meerstammige thuja's, het lindeprieel en, vooral, een bontbladige esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), met zijn stamomtrek van 445 cm de tweede dikste van België.

Merkwaardige boom
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeters weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 3. bontbladige cultivar van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 445
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger 212 Zoutleeuw, art. 955 nrs. 1, 2, 4 en 31.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oude kadastrale legger 212A Zoutleeuw, art. 1589 nr. 12.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Zoutleeuw 1848 nr. 1, 1877 nr. 2, 1935 nr. 1 en 1945 nr. 1.
  • LEFEVER F.A., De architectenfamilie Van Arenbergh, in Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, XXVIII, 1988, p. 3-40.
  • WAUTERS A., Géographie et histoire des communes belges. Arron­dissement de Louvain – canton de Léau, Bruxelles, Culture et Civilisation, facsimile van editie 1887, 1963, p. 39.

Bron: DENEEF, R., 2008. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Zuidoostelijk Brabant - Haspengouw: Geetbets, Hoegaarden, Kortenaken, Landen, Linter, Tienen, Zoutleeuw, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs: Arnauts, José; Cresens, André & Deneef, Roger

Datum tekst: 2008

Relaties

maakt deel uit van Villa Arnauts met tuin

Stationsstraat 1, Zoutleeuw (Vlaams-Brabant)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.